← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:610

RECHTBANK GELDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Zutphen Zaaknummer: C/05/431128 / ZJ RK 24-53 Datum uitspraak: 31 januari 2024 Beschikking van de kinderrechter over een gedeeltelijke gezagsbelasting in de zaak van De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Zwolle, hierna te noemen de GI, over [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, en [naam vader] , hierna te noemen de vader, beiden wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 januari 2024; de e-mail met bijlagen van de ouders, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 januari
  4. Daarbij waren aanwezig: - de ouders; - twee vertegenwoordigers van de GI. 2De feiten 2.
  5. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 3] . 2.
  6. Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 30 oktober 2023 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden tot 30 januari 2024 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening verleend voor de duur van vier weken tot 27 november
  7. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 november 2023 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening verleend tot 30 januari
  8. 2.
  9. Bij beschikking van 21 december 2023 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 21 december
  10. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening verleend tot 21 april
  11. De kinderrechter heeft de beslissing voor het overige aangehouden tot 21 maart 2024 pro forma, in afwachting van nadere informatie van de Raad en de GI over het verloop van de ondertoezichtstelling en een actuele stand van zaken. 2.
  12. Sinds omstreeks 12 december 2023 verblijven [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een gezinshuis. 3Het verzoek 3.
  13. De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. 4De standpunten Het standpunt van de GI 4.
  14. Ondanks dat zij dit graag willen en het belangrijk is voor hun (cognitieve en sociaal-emotionele) ontwikkeling, structuur en dagindeling, gaan [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] momenteel niet naar school/de kinderopvang. De ouders verlenen geen toestemming voor het inschrijven van de kinderen op een school in de buurt van het gezinshuis waar de kinderen momenteel verblijven. Omdat de GI er, net als de ouders, de voorkeur aan geeft dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving naar school kunnen gaan, heeft zij onderzocht welke mogelijkheden er zijn bij de eigen school van de kinderen, Basisschool [naam basisschool] in [woonplaats] . Gebleken is echter dat die school niet kan voldoen aan de door de GI gestelde voorwaarden om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Ondanks dat de GI een wisseling van school/kinderopvang niet de meest ideale oplossing vindt, vindt zij het belangrijk dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geen achterstand in hun ontwikkeling oplopen, zij zich onder leeftijdsgenoten bevinden en een leeftijdsadequate invulling van hun dag hebben. Om die reden staat de GI inschrijving van de kinderen op een andere basisschool voor. Het standpunt van de ouders 4.
  15. Ook de ouders vinden het heel belangrijk dat de kinderen weer naar school gaan. De ouders zijn het echter niet eens met het verzoek van de GI. Zij vinden een wisseling van school/kinderopvang niet in het belang van de kinderen. De kinderen willen dat volgens de ouders ook niet. Hoewel de ouders zich bewust zijn van de door de GI geuite zorgen, is er volgens hen geen enkele reden om aan te nemen dat zij zich bij de school zullen gaan ophouden. Dat zou namelijk betekenen dat de ouders zich niet aan de afspraken houden en daar hebben zij alleen zichzelf mee. Bovendien weten de ouders op dit moment ook waar de kinderen verblijven en hebben zij zich tot nu toe nooit op of nabij die plek vertoond. Voor zover dat nodig is, zijn de ouders bereid om de zorgen van de GI weg te nemen door zich te vrijwillig te verbinden aan een locatieverbod waarbij de ouders zich niet mogen begeven in een straal van 100 meter van de school van de kinderen. 5De beoordeling 5.
  16. Uit artikel 1:265e BW volgt dat de kinderrechter nadat een machtiging tot uithuisplaatsing is verleend, op verzoek kan bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij kan dit doen met betrekking tot onder andere de aanmelding van de minderjarigen bij een onderwijsinstelling. 5.
  17. De ouders en de GI hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt. Tussen de ouders en de zittingsvertegenwoordigers van de GI is afgesproken dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en (zodra hij vier jaar is geworden of eerder in overleg) [minderjarige 3] vanaf 12 februari 2024, of zoveel eerder als praktisch mogelijk is in verband met het vervoer vanuit het gezinshuis en terug, weer onderwijs zullen volgen op Basisschool [naam basisschool] in [woonplaats] , waarbij de ouders zich verbinden aan de voorwaarde dat zij zich niet in een straal van 100 meter van de school zullen bevinden op maandag van 7.30 uur tot 19.00 uur en op dinsdag tot en met vrijdag van 07.30 uur tot 15.00 uur. 5.
  18. Gelet op de bereikte overeenstemming heeft de GI haar verzoek ter zitting ingetrokken. De rechtbank komt daarom niet toe aan de behandeling hiervan en zal de GI niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  19. verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024 door mr. G. Hilberink, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. ter Brugge-Beuker als griffier, en op schrift gesteld op 2 februari
  20. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.