← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:6430

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/437889 / FA RK 24-2159 Datum uitspraak: 24 september 2024 beschikking provisionele voorziening in de zaak van [naam vrouw] , hierna de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. M.P.L.M. Buijsrogge te Arnhem tegen [naam man] , hierna de man, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. L.A. Alderlieste te Rotterdam. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 24 juni 2024; - het verweerschrift van de man met provisioneel verzoek, ingekomen op 13 september
  2. 1.
  3. De rechtbank neemt op basis van de stukken, dus zonder mondelinge behandeling, een beslissing op het provisionele verzoek. 2De feiten 2.
  4. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. 2.
  5. Zij hebben samen een dochter: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] . 2.
  6. De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw is belast met het ouderlijk gezag. [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw. 3Het verzoek en het verweer 3.
  7. De vrouw verzoekt te bepalen dat de man een bijdrage dient te voldoen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] met een bedrag van € 269 per maand primair ingaande 1 april 2024 en subsidiair ingaande de datum indiening van dit verzoekschrift, met ingang van de ten deze te wijzen beschikking bij vooruitbetaling te voldoen. 3.
  8. De man voert verweer en verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad:
  9. de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel haar verzoek af te wijzen, dan wel een zodanige bijdrage op te leggen als de rechtbank juist acht, Bij wijze van voorlopige, als wel definitieve voorziening
  10. als omgangsregeling vast te stellen dat de minderjarige om het weekend van zaterdag (na de hockey) tot en met zondag 20.30 uur bij de man zal verblijven, alsmede de helft van de (school) 4De beoordeling Provisionele voorziening 4.
  11. De rechtbank zal de man niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek om een provisionele voorziening te treffen. De rechtbank zal uitleggen waarom. 4.
  12. De man vraagt om een spoedmaatregel voor de duur van de procedure, ook wel een ‘voorlopige voorziening’ of een ‘provisionele voorziening’ genoemd (artikel 223 Rv). De rechtbank kan alleen een provisionele voorziening treffen als is voldaan aan een aantal wettelijke vereisten. Een van die vereisten is dat van de man niet kan worden verlangd om een beslissing in de bodemprocedure af te wachten. 4.
  13. De man stelt dat er sinds begin 2023 geen omgang meer is geweest tussen hem en [de minderjarige] . De man wil de omgang hervatten en stelt dat partijen daarover ook afspraken hebben gemaakt, inhoudende dat [de minderjarige] om de week bij hem verblijft van zaterdag na de hockey tot zondag uiterlijk 20.30 uur, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de eigen activiteiten van [de minderjarige] , en waarbij de man [de minderjarige] haalt en terugbrengt. Volgens de man heeft de vrouw niet meer gereageerd op de aanvangsdatum van de regeling. De man vreest dat de vrouw de afgesproken regeling niet zal nakomen en stelt daarom een spoedeisend belang te hebben, te meer nu hij [de minderjarige] al 1,5 jaar niet meer gezien heeft. 4.
  14. De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek, omdat de man onvoldoende heeft onderbouwd wat, behalve tijdsverloop, maakt dat de omgangsregeling nu met spoed hervat moet worden. De man noemt zijn, zeer begrijpelijke, wens tot spoedig contactherstel, maar onderbouwt niet dat het hervatten van het contact na zo’n lange periode op de door hem verzochte wijze mogelijk is én in het belang van de 14-jarige [de minderjarige] is. De rechtbank is van oordeel dat er voor een beslissing over de wijze van contactherstel na zo’n lange periode zonder contact tussen ouder en kind, een zorgvuldige afweging gemaakt moet worden. Voor zo’n afweging is in een spoedprocedure onvoldoende ruimte. Daarnaast heeft de man onvoldoende onderbouwd dat van hem niet kan worden gevergd om de beslissing in de bodemprocedure af te wachten. De man stelt namelijk dat partijen in principe overeenstemming hebben over de regeling. De bodemprocedure 4.
  15. De mondelinge behandeling voor de bodemprocedure wordt nog gepland. Partijen zullen nog een uitnodiging voor de mondelinge behandeling ontvangen. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  16. verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn provisionele verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. D.S.M. Bak, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 september
  17. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.