vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team Insolventies – meervoudige kamer Vonnis op grond van artikel 383 Faillissementswet (Fw) rekestnummer : C/05/437739 / HO RK 24/611 uitspraakdatum : 10 juli 2024 in de zaak van: 1 [verzoekster 1] , geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] ; 2. [verzoeker], geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] ; verzoekers onder 1. en 2. genoemd handelend voor zich in privé en in hun hoedanigheid van beherend vennoot van: 3. de commanditaire vennootschap [verzoekster 2] C.V., hierna te noemen: [verzoekster 2] , verzoekers onder 1., 2. en 3. genoemd hierna tezamen te noemen: verzoekers, advocaten: mr. M.J.W. van Ingen en mr. IJ.A. Reinke, kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch. 1De procedure 1.1. Verzoekster onder 1. genoemd heeft op 3 oktober 2023 namens [verzoekster 2] een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. Daarbij is gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. 1.2. Op 12 april 2023 heeft [verzoekster 2] ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw voor een periode van vier maanden. Bij beschikking van 26 april 2024 is het verzoek ex artikel 376 Fw toegewezen, in die zin dat een afkoelingsperiode is afgekondigd voor een periode van twee maanden. 1.3. Op 25 juni 2024 hebben verzoekers een verzoek tot homologatie van een door haar aangeboden akkoord, met bijlagen, ingediend. 1.4. Het stemverslag is als productie 19 bij het verzoekschrift gevoegd. Verzoekers stellen in het verzoekschrift dat op 24 juni 2024 alle schuldeiseres zowel per e-mail als per reguliere post op de hoogte zijn gebracht van de uitslag ex artikel 382 Fw. Het stemverslag is op 26 juni 2024 ter griffie van de rechtbank gedeponeerd. 1.5. Het homologatieverzoek is op 5 juli 2024 in raadkamer door middel van een videoverbinding behandeld. Namens verzoekers zijn verschenen mrs. Van Ingen en Reinke voornoemd, alsmede de (enige) beherend vennoten, [verzoekster 1] voornoemd en [verzoeker] voornoemd. Schuldeiser [schuldeiser 1] , bijgestaan door mr. M. Kersten, advocaat te Utrecht, was eveneens aanwezig, maar heeft niet het woord gevoerd. 2De feiten De rechtbank gaat uit van de volgende feiten: 2.1. [verzoekster 2] is een commanditaire vennootschap, waarvan [verzoekster 1] voornoemd en [verzoeker] voornoemd de (enige) beherend vennoten zijn. De vennootschap is gevestigd en houdt kantoor te [vestigingsplaats] , alwaar zij een restaurant uitbaat en suites verhuurt. 2.2. Verzoekers hebben aangevoerd dat de tijdens de Covidpandemie afgekondigde maatregelen de oorzaak zijn van de financiële problemen van [verzoekster 2] . Door de verschillende maatregelen, zoals de lockdownmaatregelen, vervroegde sluitingstijden, afstandsmaatregelen en beperkingen van het aantal toegestane gasten is de totale schuldenlast van de onderneming opgelopen. Bovendien is de marge van [verzoekster 2] onder druk komen te staan ten gevolge van omzetdaling, hogere grondstofprijzen en lonen en geïndexeerde huurverplichtingen. 3Het akkoord en het verzoek 3.1. Het op 6 juni 2024 aan de schuldeisers aangeboden akkoord houdt – verkort weergegeven – het volgende in. De vennoten hebben externe financiers bereid gevonden om door middel van een geldleningsovereenkomst een bedrag van € 80.000,- te financieren. Dit bedrag zal worden aangewend om de verschillende schuldeisers – ondergebracht in drie verschillende klassen – 20% van de openstaande vordering te kunnen aanbieden. De geldleningsovereenkomst is aangegaan onder het voorbehoud van homologatie van het akkoord. Na homologatie zullen de onder de geldleningsovereenkomst beschikbaar gekomen gelden binnen twee weken na homologatie worden uitgekeerd. Het akkoord wordt mede aangeboden door de beherend vennoten. 3.2. De schuldeisers zijn ingedeeld in drie klassen, te weten: Klasse 1: [schuldeiser 2] ; Klasse 2: MKB & Overig (concurrent); Klasse 3: Commanditaire vennoten. Er zijn geen schuldeisers buiten het akkoord gelaten. De commanditaire vennoten hebben op grond van het vennootschapscontract een achtergestelde vordering en zijn opgenomen in een eigen klasse (klasse 3). 3.3. De (totale) schuldenlast die meegenomen is in het akkoord bedroeg per 3 oktober 2023 (de door verzoekers gehanteerde peildatum) € 407.488,66. Na 3 oktober 2023 is er via automatische incasso’s in totaal een bedrag groot € 24.711,22 afgelost op de vorderingen van [schuldeiser 2] , [schuldeiser 3] , [schuldeiser 4] , [schuldeiser 5] en [schuldeiser 6] . Voor zover deze schuldeisers minder dan 20% hebben ontvangen, ontvangen zij bij homologatie een lagere betaling. Schuldeisers die reeds 20% of meer hebben geïncasseerd, ontvangen geen uitkering. Verzoekers hebben alle schuldeisers hierover tijdig en volledig geïnformeerd. 3.4. Verzoekers hebben bij het aangeboden akkoord berekeningen overgelegd omtrent (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.