RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/440234 / KG ZA 24-290 Vonnis in kort geding van 23 oktober 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. P.F.M. Verstegen, tegen de naamloze vennootschap VITENS N.V., statutair gevestigd en zaakdoende te Zwolle, gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: Vitens, advocaat: mr. A. Stellingwerff Beintema, waarin heeft gevorderd als tussenkomende, althans voegende partij te worden toegelaten: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [tussenkomende partij] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij in het incident, hierna te noemen: [tussenkomende partij] , advocaat: mr. A.A.H.M. van der Wijst. 1De procedure in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 8 - de nagezonden producties 9 tot en met 11 van [eiseres] - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4 van Vitens- de incidentele conclusie van tussenkomst, althans voeging van [tussenkomende partij] - de mondelinge behandeling van 9 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eiseres] tevens akte aanvulling van eis- de pleitnota van Vitens - de pleitnota van [tussenkomende partij] . 1.2. Hierna is vonnis bepaald op heden. 2De feiten in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging 2.1. Vitens heeft een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor de levering van watermeteropstellingen, koperen buis en messingfittingen. De aanbesteding bestaat uit twee percelen. Perceel 1 ziet op ‘Watermeterbeugels en aansluitpakketten’ en perceel 2 ziet op ‘koperen buis, hulpstukken, stopkranen en toebehoren en reparatiemateriaal fittingen’. De offerteaanvraag dateert van 22 april 2024 en vermeldt onder meer het volgende: ‘(…) 2 OPDRACHTOMSCHRIJVING (…) 2.3 Doel van de aanbesteding Het doel van deze aanbesteding is te komen tot een raamovereenkomst met één of ten hoogste een tweetal leveranciers. Deze Opdracht wordt voor elk perceel gegund aan de Inschrijver die de voor dat perceel economisch meest voordelige Inschrijving, zijnde de Inschrijving met de beste prijs- kwaliteitverhouding heeft uitgebracht. (…) 2.4.3 Omvang van de Opdracht Ter indicatie van de omvang van de Opdracht kunnen de volgende historische waarden worden verstrekt: Perceel 1 Watermeterbeugels en aansluitpakketten Jaartal afname Maart t/m december 2021 (Omzet vanaf maart i.v.m. overgang naar SAP S4) € 1.826.999,00 2022 € 3.657.913,90 2023 € 2.543.026,70 Januari t/m 17 maart 2024 € 550.834,30 (…) Te verwachten omzet voor de komende periode van 2 jaar Perceel 1: € 5.100.000 (…) 3 PROCEDUREVOORSCHRIFTEN (…) 3.3 Mercell Source-to-Contract (…) Tegenstrijdigheden Deze Offerteaanvraag met alle bijbehorende bijlagen is met zorg samengesteld. Mocht Inschrijver desondanks bezwaren hebben vanwege bijvoorbeeld vermeende tegenstrijdigheden, onvolkomenheden of eventuele inbreuken op de wettelijke voorschriften, dan dient Inschrijver de contactpersoon van Vitens via Mercell Source-to-Contract te informeren dan wel om opheldering te vragen, dan wel bezwaar te maken. Door het indienen van een Inschrijving gaat de Inschrijver immers onverkort akkoord met de bepalingen van de Aanbestedingsdocumenten. Indien Inschrijver niet tijdig en op de voorgeschreven wijze Vitens attendeert op voornoemde tegenstrijdigheden, onvolkomenheden of eventuele inbreuken op de wettelijke voorschriften, heeft Inschrijver zijn rechten om op een later tijdstip hier alsnog over te klagen verwerkt. (…) 5UITSLUITINGSGRONDEN EN GESCHIKTHEIDSEISEN (…) 5.5 Geschiktheidseisen (…) 5.5.1 Referentieopdrachten per kerncompetentie Inschrijver kan zijn bekwaamheid bewijzen door per kerncompetentie één referentieopdracht van een opdrachtgever te overleggen. (…) De referentieopdracht dient actueel te zijn. Dat wil zeggen dat het project niet langer dan 3 jaar geleden is uitgevoerd of op het moment van uitbrengen van de Inschrijving in uitvoering is. (…) (…) De referenties dienen minimaal te voldoen aan de volgende voorwaarden: Inschrijver dient één referentieopdracht per kerncompetentie rechtsgeldig te ondertekenen en te uploaden in Mercell Source-to-Contract. Het is toegestaan dezelfde referentieopdrachten voor meerdere kerncompetenties te gebruiken. Referentieopdrachten bij leveringen moeten daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Totale gezamenlijke waarde van de referenties op de kerncompetenties dienen elk jaar / op jaarbasis voor Perceel 1 minimaal € 1.250.000,- (…) te zijn met een looptijd van minimaal 3 jaar. Referent is op de hoogte van het feit dat Vitens zonder tussenkomst en/of toestemming van Inschrijver zich het recht voorbehoudt om de juistheid van de referentieopdrachten te verifiëren. (…) Kerncompetentie A – Perceel 1 Inschrijver heeft ervaring met het zelf en aan één opdrachtgever (afnemer/klant) leveren (zelfeis) van het productpakket behorende bij Perceel 1 (zie Bijlagen 5A t/m D). Uw referentie dient een opdracht voor de duur van minimaal 3 jaar te omvatten. De gefactureerde waarde van op de referentieopdracht dient minimaal € 1.250.000,- (excl. omzetbelasting) op jaarbasis te bedragen met een minimale leverperformance van 95%. (…) 6 MINIMUMEISEN EN GUNNINGSCRITERIA PERCEEL 1 (…) 6.1 Minimumeisen (…) 6.1.3 Minimale Leverperformance (OTIF ) Kunt u garanderen dat uw start OTIF = > 95% zal zijn. (…)” 2.2. [eiseres] en [tussenkomende partij] hebben beiden op zowel perceel 1 als perceel 2 van de opdracht ingeschreven. De inschrijvingen zijn vervolgens door het in het kader van deze aanbesteding samengestelde team van deskundigen van Vitens beoordeeld. Perceel 2 van de opdracht is reeds definitief aan [eiseres] gegund. Bij brief aan [eiseres] van 19 juli 2024 heeft Vitens haar voorlopige gunningsbeslissing voor perceel 1 bekend gemaakt. Deze brief vermeldt onder meer het volgende: ‘(…) Alle ingediende inschrijvingen (van uw firma en die van [tussenkomende partij] ) zijn inmiddels, conform beschreven in de inschrijvingsleidraad en bijbehorende bijlagen, gecontroleerd en beoordeeld. Conclusie is dat beide inschrijvingen voor Perceel 1 geldig zijn bevonden. Na het doorlopen van de beoordelingen ziet de overall score van [eiseres] t.o.v. [tussenkomende partij] er als volgt uit: Afbeelding grafiek (…) Tenslotte [tussenkomende partij] is op de eerste plaats in de ranking voor Perceel 1 geëindigd (…)’ 2.3. [eiseres] kon zich niet in het voornemen tot gunning aan [tussenkomende partij] vinden. Dit heeft ertoe geleid dat (de advocaat van) [eiseres] bij brief van 30 juli 2024 een klacht bij Vitens heeft ingediend over het voorlopige gunningsvoornemen aan [tussenkomende partij] . In deze brief heeft zij de gronden van haar bezwaar uiteen gezet, die er kort gezegd op neerkomen dat [tussenkomende partij] geen geldige inschrijving op perceel 1 van de opdracht heeft gedaan. 2.4. Vitens heeft de klacht van [eiseres] voorgelegd aan de ‘Klachtencommissie Aanbesteden Vitens’ (hierna: de Klachtencommissie). De Klachtencommissie heeft op 16 augustus 2024 advies uitgebracht. De conclusie van dit advies luidt als volgt: ‘6 Conclusie 6.1 Er is (vooralsnog) geen grond om: 3. De inschrijving van [tussenkomende partij] ongeldig te verklaren en/of uit te sluiten, de voorlopige gunning in te trekken en het werk alsnog te gunnen aan [bedrijf 1] [ [eiseres] , vzr]; 4. Over te gaan tot heraanbesteding. 6.2 Vitens dient wel nader onderzoek te doen naar de inschrijving van [tussenkomende partij] , te weten: 6. Of de referentie voldoet aan element 5 (Gefactureerde waarde: minimaal € 1.250.000 (excl. BTW) per jaar aan producten die behoren tot het productpakket behorende bij Perceel 1 (zie Bijlagen 5A t/m D)); 7. Of de referentie voldoet aan element 6 (Minimale leverperformance: 95%); 8. Hoe zij denkt een leverperformance van 99% te gaan halen. 6.3 Ook is Vitens verplicht om gemotiveerd de uitkomst van dit onderzoek kenbaar te maken aan [bedrijf 1] , en [bedrijf 1] een redelijke termijn te bieden om daartegen in rechte op te komen.’ 2.5. Vitens heeft het eerder intern al teruggekoppelde advies van de Klachtencommissie opgevolgd en heeft over de uitkomst daarvan, eveneens bij brief van 16 augustus 2024, aan [eiseres] onder meer het volgende bericht: ‘(…)Het projectteam heeft het advies van de Klachtencommissie Aanbesteden Vitens overgenomen. Zij heeft nader onderzoek gedaan naar hetgeen in 6.2 is beschreven. Wat betreft het eerste punt is een nadere toelichting verkregen. [tussenkomende partij] heeft inzichtelijk gemaakt dat de referentie voldoet aan de vereiste minimale gefactureerde waarde, en dat deze minimale gefactureerde waarde enkel betrekking heeft op producten die behoren tot het productpakket behorende bij perceel 1 (bijlagen 5A t/m D). Ook navraag bij [bedrijf 2] heeft geleerd dat [tussenkomende partij] aan de minimale gefactureerde waarde met betrekking tot producten die behoren tot het productpakket van perceel 1 voldoet. Wat betreft het tweede punt, de leverperformance, is ook een nadere toelichting gevraagd. [tussenkomende partij] heeft aan de hand van het totaal aantal leveringen per jaar en het aantal te late leveringen in dat jaar haar leverperformance per jaar inzichtelijk gemaakt. Ook dit is door [bedrijf 2] bevestigd. Wat betreft het derde punt, de leverperformance van 99%, is dit ter sprake gebracht bij het verificatiegesprek. [tussenkomende partij] heeft de garantie afgegeven hieraan te kunnen en zullen voldoen. [tussenkomende partij] heeft aangegeven welke concrete maatregelen zij treft om de leverperformance van 99% te behalen. Daarnaast zijn zij zich bewust van de consequenties bij het niet behalen van de performance, zoals beschreven in de Offerteaanvraag en bijlage 7 bonus-malus regeling in de Raamovereenkomst. Er is op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat [tussenkomende partij] niet zal kunnen voldoen aan deze uitvoeringseis. De conclusie is bijgevolg dat Vitens de klacht van uw cliënt afwijst. Vitens is voornemens tot gunning aan [tussenkomende partij] over te gaan en met [tussenkomende partij] een Raamovereenkomst aan te gaan voor perceel 1. (…)’ 2.6. [eiseres] bleef van mening dat de beoordeling van de inschrijving van [tussenkomende partij] niet correct heeft plaatsgevonden en heeft daarom bij brief van 21 augustus 2024 aan Vitens opnieuw bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing ten aanzien van perceel 1. In deze brief heeft (de advocaat van) [eiseres] de aanwijzingen die zij heeft dat de inschrijving van [tussenkomende partij] niet juist is, althans niet voldoet aan de inschrijfvoorwaarden, (nader) onderbouwd aan Vitens voorgelegd. Daarnaast heeft [eiseres] gevraagd om een nadere onderbouwing en toelichting van het onderzoek dat Vitens naar de inschrijving van [tussenkomende partij] heeft verricht. 2.7. Bij e-mailbericht van 22 augustus 2024 heeft Vitens aan [eiseres] (kort gezegd) kenbaar gemaakt dat zij de verzochte informatie niet verstrekt en dat zij haar voorlopige gunningsbeslissing ten aanzien van perceel 1 handhaaft. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. [eiseres] vordert - na vermeerdering van eis ter zitting - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: primair I Vitens te veroordelen om op straffe van een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom het voornemen het werk aan [tussenkomende partij] te gunnen in te trekken en ingetrokken te houden; II Vitens te veroordelen om het werk op basis van de gehouden aanbesteding aan geen andere partij dan [eiseres] te gunnen; subsidiair III Vitens te gebieden niet eerder tot gunning over te gaan dan nadat zij nader onderzoek heeft gedaan naar de inschrijving van [tussenkomende partij] , met name, maar niet uitsluitend, naar de door [tussenkomende partij] ingediende referenties; meer subsidiair IV Vitens te gebieden de aanbestedingsprocedure in te trekken en, indien zij perceel 1 alsnog wenst te gunnen, opnieuw aan te besteden; primair en (meer) subsidiair IV Vitens te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Vitens voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan. in het incident tot tussenkomst, althans voeging 3.4. [tussenkomende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: in het incident I als tussenkomende, althans voegende partij in de procedure tussen [eiseres] en Vitens te worden toegelaten, in de hoofdzaak primair II [eiseres] niet ontvankelijk te verklaren in haar primaire en subsidiaire vordering, althans haar primaire en subsidiaire vordering af te wijzen; subsidiair III op voorwaarde dat de primaire vordering van [eiseres] voor zover betrekking hebbende op de veroordeling om op straffe van een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom het voornemen het werk aan [tussenkomende partij] te gunnen in te trekken en ingetrokken te houden, wordt toegewezen, Vitens te verbieden de opdracht op basis van de gehouden aanbesteding aan [eiseres] te gunnen alsmede Vitens te gebieden de aanbestedingsprocedure in te trekken en indien zij perceel 1 alsnog wenst te gunnen, opnieuw aan te besteden; primair en subsidiair IV [eiseres] of Vitens te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.5. [eiseres] en Vitens voeren geen verweer tegen de gevorderde tussenkomst. [eiseres] voert wel verweer tegen de vorderingen in de hoofdzaak en concludeert tot afwijzing daarvan. 3.6. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan. 4De beoordeling van het geschil in het incident tot tussenkomst, althans voeging 4.1. [eiseres] en Vitens hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van [tussenkomende partij] en bovendien heeft [tussenkomende partij] een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat [tussenkomende partij] de partij is aan wie de aanbestedende dienst voornemens is perceel 1 van de opdracht te gunnen. Daarom zal [tussenkomende partij] worden toegelaten als tussenkomende partij in het geding tussen [eiseres] en Vitens. 4.2. [eiseres] en Vitens zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten aan de zijde van [tussenkomende partij] tot op heden worden begroot op nihil. in de hoofdzaak 4.3. De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende voort uit de aard daarvan. 4.4. Vooropgesteld wordt dat daar waar [eiseres] in haar vorderingen spreekt over ‘het werk’, zij perceel 1 van de opdracht bedoelt. Perceel 2 van de opdracht is reeds definitief aan [eiseres] gegund. 4.5. Voor ligt de vraag of [tussenkomende partij] rechtsgeldig op perceel 1 van de opdracht van Vitens heeft ingeschreven. Volgens [eiseres] heeft [tussenkomende partij] niet voldaan aan de zelfeis op grond waarvan [tussenkomende partij] haar geschiktheid voor de uitvoering van perceel 1 kon aantonen. De opdracht die [tussenkomende partij] als referentie heeft aangedragen voldoet naar de mening van [eiseres] niet aan de minimaal gefactureerde waarde voor het productpakket en heeft een niet waarheidsgetrouwe, althans niet verifieerbare leverperformance, zodat deze referentie niet bruikbaar is. Daarnaast is ook de in het kader van de onderhavige opdracht gegarandeerde leverperformance van 99% voor [tussenkomende partij] niet haalbaar, aldus [eiseres] , zodat [tussenkomende partij] dient te worden uitgesloten en de opdracht aan [eiseres] moet worden gegund, althans ten minste nader onderzoek naar de juistheid van de inschrijving dient te worden gedaan alvorens tot definitieve gunning kan worden overgegaan. Vitens en [tussenkomende partij] voeren verweer en voeren ieder afzonderlijk kort gezegd aan dat de opgegeven referentieopdracht voldoet en aantoont dat [tussenkomende partij] geschikt is om perceel 1 van de opdracht voor Vitens uit te voeren. Volgens Vitens en [tussenkomende partij] heeft [tussenkomende partij] verder een reële inschrijving gedaan en is de voorlopige gunningbeslissing ten aanzien van perceel 1 rechtsgeldig tot stand gekomen, reden waarom de vorderingen van [eiseres] dienen te worden afgewezen. 4.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat aanbestedende diensten mogen vertrouwen op de inhoud van door hen ontvangen inschrijvingen. Niettemin rust op aanbestedende diensten een inspanningsverplichting om bij gerede twijfel over de inhoud of onderbouwing van een inschrijving de juistheid daarvan te controleren. Als een inschrijver aangeeft dat zij op een bepaalde manier aan een gestelde eis kan voldoen, dan moet zij dat immers ook tot op zekere hoogte aannemelijk (kunnen) maken. Op grond van artikel 2.113a lid 2 Aanbestedingswet (Aw) controleert een aanbestedende dienst in geval van twijfel effectief de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen. Aangezien sprake is van een controleverplichting kunnen inschrijvers die aannemelijk maken dat een inschrijving van een andere inschrijver twijfelachtig is, nakoming van deze verplichting afdwingen. 4.7. [tussenkomende partij] heeft in het kader van haar inschrijving op perceel 1 van de opdracht een referentie ingediend, waarmee zij heeft willen aantonen te voldoen aan Kerncompetentie A. Op grond van deze kerncompetentie dient inschrijver aan te tonen dat zij ervaring heeft met het zelf en aan één opdrachtgever (afnemer/klant) leveren van het productpakket behorende bij Perceel 1 (Bijlagen 5A t/m 5D). De referentie dient een opdracht voor de duur van minimaal 3 jaar te omvatten, met een gefactureerde waarde van € 1.250.000,00 exclusief btw op jaarbasis en een minimale leverperformance van 95%. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de referentie van [tussenkomende partij] op drie onderdelen niet voldoet, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.