RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/440479 / KG ZA 24-298 Vonnis in kort geding van 23 oktober 2024 in de zaak van [eis in conv/verw in reconv] , wonende te [woonplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: [eis in conv/verw in reconv] , advocaat: mr. R. van Coolwijk te Amsterdam, tegen [ged in conv/eis in reconv] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [ged in conv/eis in reconv] , advocaat: mr. N. van de Gevel te Doetinchem. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 6,- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 6,- de mondelinge behandeling gehouden op 9 oktober 2024, ter gelegenheid waarvan ten aanzien van een deel van het geschil een regeling is getroffen alsmede vorderingen zijn ingetrokken, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van 9 oktober 2024,- de pleitaantekeningen van [eis in conv/verw in reconv] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Partijen zijn op 18 december 2004 met elkaar gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden. Deze luiden, voor zover van belang, als volgt: HUWELIJKSVOORWAARDEN Gemeenschap Artikel 1 (…) 2. (…) c. Indien en voor zover de redelijkheid dit gebiedt, is degene die de bewoning voortzet, gehouden een redelijke financiële bijdrage te leveren aan de verhuis- en inrichtingskosten van de ander, een en ander zo nodig vast te stellen door de kantonrechter. 2.2. Bij tussenbeschikking van 25 september 2023 heeft de rechtbank Gelderland de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, welke op 21 november 2023 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.3. Bij beschikking van 12 januari 2024 (zaaknummer: C/05/407884 / ES RK 22-288 & C/05/412364 / FA RK 22-3792) heeft de rechtbank de huwelijkse voorwaarden uitgelegd in die zin dat tussen partijen een wettelijke gemeenschap van goederen bestaat, zoals deze gold ten tijde van het aangaan van het huwelijk. De peildatum voor de omvang en samenstelling van het te verdelen vermogen is door de rechtbank vastgesteld op 19 augustus 2022. In die beschikking heeft de rechtbank onder meer de wijze van verdeling gelast ten aanzien van de goederen die onder de wettelijke gemeenschap vallen, waaronder de woning met hypothecaire geldlening, de inboedel, de saldi van de betaal- en spaarrekeningen en de auto’s. Het dictum van de beschikking luidt daarnaast, voor zover van belang, als volgt: - ten aanzien van de schulden aan de ouders van [ged in conv/eis in reconv] van in totaal € 121.500 (€ 100.000 + € 11.500 + € 10.000): bepaalt dat ieder van partijen voor de helft draagplichtig is ten aanzien van deze schulden; - ten aanzien van de schulden aan de moeder van [ged in conv/eis in reconv] van in totaal € 17.500: bepaalt dat ieder van partijen voor de helft draagplichtig is ten aanzien van deze schulden; - ten aanzien van de schenking onder uitsluitingsclausule aan [ged in conv/eis in reconv] : veroordeelt [eis in conv/verw in reconv] om ter zake een bedrag van € 3.302 aan [ged in conv/eis in reconv] te betalen; Partijen hebben geen hoger beroep ingesteld en deze beschikking is in kracht van gewijsde gegaan. 2.4. De woning is op 8 april 2024 getaxeerd op een waarde van € 830.000,00. 2.5. Bij brief van 12 juli 2024 heeft [eis in conv/verw in reconv] [ged in conv/eis in reconv] bericht dat zij in staat is de woning over te nemen tegen de taxatiewaarde, waarbij [ged in conv/eis in reconv] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de hypothecaire lening. Aan haar brief heeft [eis in conv/verw in reconv] een ‘concept vermogensverdeelstaat’ toegevoegd met daarin opgenomen een overbedelingsbedrag van € 337.073,00. Ook verzoekt zij [ged in conv/eis in reconv] de saldi van haar persoonlijke bankrekeningen per 19 augustus 2022 over te leggen omdat die bedragen nog dienen te worden opgenomen in de vermogensverdeelstaat. 2.6. Partijen zijn niet in staat gebleken de verdeling in onderling overleg af te wikkelen. 3Het geschil in conventie 3.1. [eis in conv/verw in reconv] vordert in conventie dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [ged in conv/eis in reconv] veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis haar onherroepelijke medewerking te verlenen aan de overdracht van haar aandeel in de woning staande en gelegen te [adres woning] aan [eis in conv/verw in reconv] door mee te werken aan de totstandkoming van de op grond van artikel 89 lid 1 boek 3 BW daartoe vereiste notariële akte en de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers, een en ander op straffe van een dwangsom ten gunste van [eis in conv/verw in reconv] van € 1.000,00 per dag of gedeelde daarvan dat [ged in conv/eis in reconv] deze veroordeling niet of niet tijdig nakomt; II. bepaalt dat, voor het geval [ged in conv/eis in reconv] weigert haar medewerking te verlenen aan de levering van haar aandeel in de woning aan [eis in conv/verw in reconv] , het te wijzen vonnis voor wat betreft de verklaring van [ged in conv/eis in reconv] in de notariële transportakte in de plaats treedt en de termijn als bedoeld in artikel 3:301 lid 1 sub b BW op twee dagen te bepalen; III. [ged in conv/eis in reconv] veroordeelt om binnen een week na betekening van het te wijzen vonnis aan [eis in conv/verw in reconv] afschriften over te leggen van de banksaldi per 19 augustus 2022 van de persoonlijke rekeningen op naam van [ged in conv/eis in reconv] , een en ander op straffe van een dwangsom ten gunste van [eis in conv/verw in reconv] van € 1.000,00 per dag of gedeelde daarvan dat [ged in conv/eis in reconv] deze veroordeling niet of niet tijdig nakomt; IV. [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt om ter gelegenheid van de eigendomsoverdracht van de woning aan [ged in conv/eis in reconv] tegen finale kwijting een bedrag van € 337.073,00 minus de helft van de saldi van de bankrekeningen op naam van [ged in conv/eis in reconv] op de peildatum 19 augustus 2022 te voldoen; V. [ged in conv/eis in reconv] veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis te kiezen uit een drietal door [eis in conv/verw in reconv] voorgestelde data en tijdstippen waarop de goederen verdeeld worden via de chatfunctie in Zoom en dat in het geval [ged in conv/eis in reconv] niet of niet tijdig kiest dat de keuze voor de datum en het tijdstip aan [eis in conv/verw in reconv] is alsmede [ged in conv/eis in reconv] veroordeelt haar volledige medewerking te verlenen aan de nakoming van de beschikking d.d. 12 januari 2024 ter zake de inboedelgoederen en bepaalt dat [ged in conv/eis in reconv] vervolgens gehouden is om binnen 1 maand na de vaststelling van de wijze van verdeling haar medewerking te verlenen aan de feitelijke afgifte van de aan [eis in conv/verw in reconv] toekomende goederen en dat bij gebreke van nakoming door [ged in conv/eis in reconv] aan een van de onderdelen van deze veroordeling zij een dwangsom verbeurt van € 500,00 per dag voor iedere dag waarin zij niet nakomt met een maximum van € 50.000,00. VI. althans een zodanige beslissing onder I tot en met V neemt als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht. 3.2. [ged in conv/eis in reconv] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. [ged in conv/eis in reconv] vordert in reconventie dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt om ter gelegenheid van de eigendomsoverdracht van de woning aan [ged in conv/eis in reconv] tegen finale kwijting een bedrag van € 413.758,00 op een nader door [ged in conv/eis in reconv] door te geven bankrekeningnummer te voldoen, een en ander bestaande uit de onderdelen zoals vermeld op het vermogensoverzicht onder productie I; II. voor zover het onder I genoemde vermogensoverzicht en het daaruit voortvloeiende bedrag van overbedeling niet gevolgd zou kunnen worden [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt aan [ged in conv/eis in reconv] te voldoen, de helft van de schuld (oorspronkelijk) aan de ouders/moeder van [ged in conv/eis in reconv] , welke middels een akte van cessie is overgedragen aan [ged in conv/eis in reconv] , het bedrag ad (€ 139.000,00 : 2 =) € 69.500,00 te vermeerderen met de helft van de wettelijke rente per datum 12 januari 2024 ad (€ 6.912,00 : 2 =) € 3.456,00; III. voor zover het onder I genoemde vermogensoverzicht en het daaruit voortvloeiende bedrag van overbedeling niet gevolgd zou kunnen worden [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt aan [ged in conv/eis in reconv] te voldoen de helft van de schenking onder uitsluitingsclausule welke buiten de gemeenschap is gebleven ad (€ 6.604,00 : 2 =) € 3.302,00; IV. [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt mee te werken aan de opheffing van de bankrekeningen met nummers Rabobank … [nummer] en Rabobank … [nummer] middels ondertekening van het daartoe bestemde formulier en haar opdraagt de en/of bankrekeningen bij de ING Bank, zoals genoemd in de beschikking van 12 januari 2024 op te zullen heffen, en haar veroordeelt aan [ged in conv/eis in reconv] te voldoen de helft van de gemaakte kosten ad € 50,00 V. vast stelt dat, en voor zover mogelijk, [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt mee te werken aan het voortzetten van 50% van het bestaande rentecontract met bijbehorende voorwaarden bij de Rabobank onder nummer [nummer] zowel voor [ged in conv/eis in reconv] als voor [eis in conv/verw in reconv] ; VI. [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt aan [ged in conv/eis in reconv] een bedrag van € 250,00 aan verhuiskosten te voldoen; VII. [eis in conv/verw in reconv] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.5. [eis in conv/verw in reconv] voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling In conventie en reconventie 4.1. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld. Het geschil 4.2. Tussen partijen zijn in het kader van de echtscheiding meerdere procedures gevoerd. Deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 januari 2024 de wijze van verdeling van de wettelijke gemeenschap gelast. Partijen zijn evenwel met betrekking tot voornoemde verdeling – behoudens ten aanzien van de auto’s – in een impasse geraakt. 4.3. Ter zitting zijn partijen het over een aantal punten eens geworden. Dit is vastgelegd in het proces-verbaal. De woning zal – in overeenstemming met de beschikking van 12 januari 2024 – door [eis in conv/verw in reconv] tegen de getaxeerde waarde van € 830.000,00 worden overgenomen. Uit de overwaarde van de woning komt in ieder geval een bedrag van € 341.263,10 toe aan [ged in conv/eis in reconv] . Met dat bedrag zijn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.