RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/443447 / KG ZA 24-376 Vonnis in kort geding van 21 november 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. R.M.C. Jansen, tegen [gedaagde] , statutair gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 14, - de e-mailberichten van 19 november 2024 en 20 november 2024 zijdens [gedaagde] waarin zij verzoekt om verplaatsing van de mondelinge behandeling, - de beslissingen van 19 november 2024 en 20 november 2024 van de voorzieningenrechter inhoudende dat de verzoeken worden afgewezen, - de mondelinge behandeling van 20 november 2024,- het tijdens de mondelinge behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Aan alle wettelijke vereisten voor betekening van de dagvaarding is voldaan. Tegen [gedaagde] is daarom ter zitting verstek verleend. 2.
- [eiser] heeft vorderingen ingesteld zoals omschreven in het petitum van de dagvaarding van 12 november
- Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] op basis van een toevoeging procedeert, is wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - griffierecht € 87,00 - salaris advocaat € 715,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 980,00 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis het kenteken van de Fiat Grande Punto met [kentekennummer] over te (doen) schrijven op haar naam, althans op naam van een derde, althans er anderszins voor zorg te dragen dat het kenteken niet langer op naam van [eiser] staat en [eiser] in het bezit te stellen van het vrijwaringsbewijs, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder 3.1 voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 70,00 bij wege van voorschot op de door [eiser] in een bodemprocedure te claimen schadevergoeding, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 980,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- bepaalt dat [gedaagde] de kosten als bedoeld onder 3.
- dient te voldoen aan de advocaat van [eiser] , 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 21 november
- 1780