beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team Insolventies – meervoudige kamer Afkondigen afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet (hierna: Fw) zaak/rekestnummer: C/05/434488 / HO RK 24/349 uitspraakdatum: 26 april 2024 beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Fw) van: de commanditaire vennootschap [verzoekster] C.V., hierna te noemen: verzoekster, advocaten: mr. M.J.W. Van Ingen en mr. IJ.A. Reinke, kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch. 1De procedure 1.1 Verzoekster heeft op 3 oktober 2023 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. 1.2 Op 12 april 2023 heeft verzoekster ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw voor een periode van vier maanden. 1.3 Bij e-mailbericht van 16 april 2024 van mr. IJ.A. Reinke heeft verzoekster een liquiditeitsprognose aan de rechtbank doen toekomen. 1.4 Het verzoek is op 18 april 2024 in raadkamer, middels een videoverbinding, behandeld in aanwezigheid van [vennoot 1] en [vennoot 2] (hierna ook: ‘de beherend vennoten’), bijgestaan door mr. M.J.W. Van Ingen en mr. IJ.A. Reinke, voornoemd. 1.5 Ter terechtzitting is het verzoek nader toegelicht. 2Het verzoek 2.1 Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoekster, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd. 2.2 Verzoekster is opgericht in 2019 door de beherend vennoten en richt zich op het uitbaten van een restaurant en verhuren van suites. Een tiental commanditaire vennoten heeft bij de oprichting van de commanditaire vennootschap kapitaal ingebracht van in totaal €50.000,-. 2.3 In verband met de sluiting/beperkte opening van horecagelegenheden tijdens de Covid pandemie heeft verzoekster schulden opgebouwd als gevolg van omzetdaling, hogere grondstofprijzen en lonen, alsmede geïndexeerde huurverplichtingen die de marge onder druk hebben gezet. Zonder sanering van de schulden ligt een faillissement in lijn der verwachting. 2.4 Op 31 oktober 2023 heeft verzoekster haar schuldeisers een akkoord aangeboden. Het aanbod houdt in dat verzoekster 20% van de totaal op 3 oktober 2023 openstaande vorderingen betaalt tegen finale kwijting van overige vorderingsrechten. Vervolgens is de Belastingdienst op grond van hetzelfde percentage bij het akkoord betrokken. Ter financiering van het akkoord heeft verzoekster financiers bereid gevonden om, onder voorbehoud van homologatie, een externe financiering te verschaffen van in totaal €80.000,-. 2.5 Het verzoek tot homologatie van het akkoord ligt op dit moment gereed in afwachting van de reactie van de Belastingdienst. De instemming van de Belastingdienst is vereist nu de Belastingdienst de enige schuldeiser is met een vordering die bij de vereffening in geval van faillissement gedeeltelijk zou kunnen worden voldaan. De schuldeisers zijn van de gang van zaken schriftelijk op de hoogte gebracht. 2.6 De afkoelingsperiode is noodzakelijk om de onderneming te kunnen voortzetten in afwachting van de reactie van de Belastingdienst. Op 3 april 2024 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland een eindvonnis gewezen en hierbij verzoekster en de beherend vennoten hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €17.611,53 in hoofdsom. 2.7 De afkoelingsperiode is in het belang van de gezamenlijke crediteuren. In geval van faillissement valt er – conform de rangorde in faillissement – voor een aanzienlijk deel van de schuldeisers geen uitkering te verwachten. In het akkoord is voor alle crediteuren een uitdeling in geld voorzien. Derden worden door een afkoelingsperiode niet wezenlijk in hun belangen geschaad aangezien er geen schuldeisers met een zekerheidsrecht zijn en vermogensbestanddelen vatbaar voor beslag niet zullen afnemen. In de kern is verzoekster levensvatbaar. De schulden van verzoekster zullen naar verwachting, gedurende een afkoelingsperiode niet groter worden dan het beschikbare actief. 3De beoordeling Rechtsmacht, bevoegdheid en procedure 3.1 Het onderhavige verzoek is een verzoek op basis van de tweede afdeling van titel IV van de Faillissementswet (homologatie van een onderhands akkoord, artikel 369 e.v. Fw.). Het verzoek ziet op het afkondigen van een (eerste) afkoelingsperiode. 3.2 Verzoekster heeft de keuze gemaakt voor een besloten akkoordprocedure. Aangezien verzoekster de keuze heeft gemaakt voor een besloten akkoordprocedure is dit verzoek in raadkamer behandeld. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om derden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze te geven op het verzoek. 3.3 Verzoekster is statutair gevestigd te [vestigingsplaats] . Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef en onder b Fw juncto artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om dit verzoek in behandeling te nemen. Uit artikel 369 lid 8 Fw, artikel 262 onder a Rv en artikel 1:10 lid 2 Burgerlijk Wetboek volgt dat de rechtbank Gelderland relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 3.4 De beslotenheid van de akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee voor de verdere akkoordprocedure vast. Startverklaring en afkoelingsperiode 3.5 Verzoekster heeft op 3 oktober 2023 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. Zij heeft bij het verzoek om een afkoelingsperiode aangegeven dat reeds een akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw aan de schuldeisers is aangeboden. Verzoekster heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat zij verkeert in de in artikel 370 lid 1 Fw bedoelde toestand. Verzoekster kan dan ook worden ontvangen in haar verzoek om een afkoelingsperiode af te kondigen. 3.6 Op grond van artikel 376 lid 4 Fw wordt het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode toegewezen indien aan twee vereisten wordt voldaan, namelijk indien summierlijk blijkt dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.