RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/720189-19 Datum uitspraak : 12 januari 2024 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [Verdachte 1] , geboren op [Geboortedatum] in [Plaats 1] , verblijvende aan [Adres] [Plaats 1] , Raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
- hij op of omstreeks 9 december 2019 te Apeldoorn, openlijk, te weten op of aan de Sikkel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging (te weten met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere personen, te weten [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 3] en/of [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 5] , door - ( dreigend) een knuppel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, vast te houden en/of te tonen en/of - die [Slachtoffer 2] of [Slachtoffer 3] of [Slachtoffer 3] of [Slachtoffer 4] op/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of - zich niet te onttrekken aan de situatie en/of (daardoor) bij te dragen aan een gewelddadige en/of dreigende sfeer;
- hij op of omstreeks 12 december 2019 te Apeldoorn, - een onderdeel van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn, zijnde een hulpstuk en/of onderdeel dat van wezenlijke aard is en specifiek bestemd voor een (machine)geweer van het merk/type AK-47, en/of - munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 30 kogelpatronen van het kaliber 7.62 x 39 mm voorhanden heeft gehad. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 86 uur met aftrek van het voorarrest. De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Feit 1 Uit het dossier blijkt dat verdachte op 9 december 2019 samen met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] naar De Sikkel in Apeldoorn is gegaan. Verdachte wordt verweten dat hij openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [Slachtoffer 1] en [Naam] doordat hij en/of zijn medeverdachten – kort gezegd – een knuppel vasthield(en), iemand sloeg(en) en/of zich niet heeft onttrok(ken) aan de situatie. Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het incident een knuppel heeft vastgehouden. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte op enig moment een knuppel heeft vastgehouden. Uit het dossier volgt dat verdachte de knuppel heeft opgepakt, in één hand langs zijn lichaam heeft vastgehouden en vervolgens deze knuppel in de auto heeft gelegd, buiten bereik van hemzelf en anderen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte met de knuppel heeft gedreigd of een andere handeling heeft verricht die gekwalificeerd kan worden als een handeling in de zin van openlijk geweld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door het enkel oppakken, vasthouden en vervolgens wegleggen van de knuppel geen significante of wezenlijke bijdrage geleverd aan het openlijk geweld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit tenlastegelegde feit. Feit 2 Op [Datum] heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in onder andere een loods aan [straatnaam] in Apeldoorn. Hier is een magazijn voor een automatisch vuurwapen aangetroffen. Dit magazijn is onderzocht en de verbalisant herkende dit patroonmagazijn als een magazijn dat bestemd/geschikt is voor machinepistolen van het merk AK-
- Het magazijn was gevuld met 30 kogelpatronen. De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie allereerst is vereist dat de verdachte een wapen of munitie bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat ten tijde van het aantreffen van het magazijn en de munitie meerdere personen stonden ingeschreven op [straatnaam] in Apeldoorn. Verdachte heeft verklaard dat het magazijn en de munitie niet van hem zijn en dat hij niet weet hoe die in de loods terecht zijn gekomen. De loods hoorde bij het daar gevestigde autobedrijf, waar de hele dag mensen in- en uitliepen. De rechtbank acht de door de verdachte gestelde feiten en omstandigheden met betrekking tot de aanwezigheid van het magazijn en de munitie in de loods aan de [straatnaam] in Apeldoorn niet onaannemelijk. Omdat die feiten en omstandigheden niet worden weerlegd door andere bewijsmiddelen, is het naar oordeel van de rechtbank dan ook niet onaannemelijk dat een ander dan de verdachte het magazijn en de munitie in de loods heeft gelegd, zonder dat de verdachte hiervan op de hoogte was. Gelet hierop kan niet worden bewezen dat de verdachte zich van de aanwezigheid van het magazijn en de munitie bewust is geweest. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het magazijn en de munitie, zoals onder feit 2 ten laste gelegd. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. I. Linssen en mr. T.C. Henniphof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 januari
- Mr. Linssen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.