← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:8863

RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 23/7683 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats 1], eiser (gemachtigde: mr. F.S. Jansen), en de burgemeester van de gemeente Bronckhorst (gemachtigde: M. Klein Gebbink). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de burgemeester om aan hem een preventieve last onder dwangsom op te leggen wegens drugshandel op straat. Met het bestreden besluit van 9 november 2023 is de burgemeester bij dat besluit gebleven. 1.
  2. De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt of de burgemeester aan eiser een preventieve last onder dwangsom mocht opleggen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 2.
  4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van besluitvorming
  5. Tussen april 2022 en februari 2023 heeft de politie op verschillende manieren informatie ontvangen dat een persoon zich bezig zou houden met de handel in verdovende middelen. De politie heeft daarop besloten een gecoördineerde actie uit te voeren op deze persoon. Uit informatie van de politie komt naar voren dat eiser op hetzelfde adres verbleef als de persoon op wie de actie werd uitgevoerd. Ook kwam eiser als betrokkene in beeld tijdens de observaties. De onderzoeksbevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage over handel in verdovende middelen. De burgemeester heeft van de politie Oost-Nederland op 5 april 2023 deze bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit komende de volgende gedragingen van eiser naar voren. Tijdens controles in de gemeente Bronckhorst bevindt eiser zich op verschillende plekken in [plaats 2] in of nabij de voertuigen: Renault Twingo en Volkwagen Golf die betrokken lijken te zijn bij de handel in verdovende middelen. Tijdens de controle op 22 februari 2023 rijdt de andere persoon op wie de actie is gericht in de genoemde Volkswagen Golf vanuit [plaats 3] naar een parkeerplaats bij de Jumbo in [plaats 2]. Hij parkeert zijn auto rond 13.39 uur naast een personenauto waarin eiser zit. Eiser stapt uit en loopt naar het passagiersraam van de Volkswagen Golf. Vanuit de auto, via het passagiersraam, overhandigt de andere persoon iets aan eiser, dit heeft de grootte van een pakje shag. Eiser stop het in zijn linker jaszak. Op 23 februari omstreeks 11.40 uur staat genoemde Renault Twingo nog steeds op de [locatie 1] in [plaats 2]. Rond 12.20 uur komt eiser aanrijden, parkeert zijn auto bij de Renault Twingo en opent deze door middel van een sleutel. Eiser gaat op de bestuurdersplek voorovergebogen in de auto zitten en is bezig met de middenconsole in het voertuig. Hij stapt vervolgens uit de Renault Twingo en rijdt weg in de auto waarmee hij aan kwam rijden. Op 23 februari 2023 parkeert de andere persoon de eerder genoemde Volkswagen Golf in de [locatie 1] in [plaats 2], waarna hij naar de [locatie 2] loopt waar de eerder genoemde Renault Twingo naar toe is gereden. Hij stapt in deze auto en wordt aangehouden. Na de aanhouding wordt de Renault Twingo doorzocht en worden de nodige verdovende middelen aangetroffen. De auto was een zogeheten ‘Stashauto’. Na de aanhouding is direct de woning van deze persoon betreden in [plaats 3]. Daar wordt eiser aangetroffen en aangehouden. Ook worden onder meer diverse verdovende middelen aangetroffen, een weegschaal, 12 mobiele telefoons en € 1390,- aan contant geld. 3.
  6. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de burgemeester aan eiser een preventieve last onder dwangsom opgelegd om overtreding van artikel 2:74 van de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Bronckhorst (Apv) te voorkomen. Op grond van die bepaling is het verboden om zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om in drugs te handelen. Wanneer gevaar van overtreding hiervan dreigt, mag, om te voorkomen dat deze overtreding wordt begaan, een preventieve last onder dwangsom worden opgelegd. Aan eiser is een preventieve last opgelegd waarbij hij binnen de gemeente Bronckhorst op een openbare plaats geen drugs mag verhandelen, aanbieden of verwerven of daarin behulpzaam mag zijn of daarin mag bemiddelen. Deze maatregel heeft tot doel om de mate van verstoring van de openbare orde en veiligheid en het grote leed dat drugshandel maatschappelijk veroorzaakt te beperken. Bij het niet nakomen van deze preventieve last verbeurt eiser een dwangsom van € 5000,- per geconstateerde overtreding met een maximum van € 20.000,-. Aan dit besluit heeft de burgemeester de bestuurlijke rapportage ten grondslag gelegd. Op 9 november 2023 heeft de burgemeester, met aanpassing van de motivering, de preventieve last onder dwangsom gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. 3.
  7. De burgemeester heeft de niet-geanonimiseerde bestuurlijke rapportage overgelegd ten aanzien waarvan hij onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen. De rechtbank heeft bij beslissing van 12 februari 2024 geoordeeld dat beperkte kennisneming van deze stukken is gerechtvaardigd. Bij e-mailbericht van 14 februari 2024 heeft eiser toestemming gegeven dit stuk bij de beoordeling te betrekken. Toetsingskader
  8. In artikel 2:74 van de Apv staat: ‘Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.’ 4.
  9. In de toelichting op artikel 2:74 van de Apv staat dat in de Opiumwet geen aandacht wordt besteed aan overlast als gevolg van drugshandel op straat. Om hiertegen te kunnen optreden is het noodzakelijk in de Apv een artikel op te nemen dat het voorkomen van de aantasting van de openbare orde en van strafbare feiten tot doel heeft. Artikel 2:74 is opgenomen om de overlast op straat tegen te gaan. De straathandel in drugs kan leiden tot een verstoring van de openbare orde, aldus de toelichting. 4.
  10. Op grond van artikel 125, derde lid van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen. Deze last dient voor handhaving van de regels die door hem worden uitgevoerd. 4.
  11. Artikel 5:32 van de Awb biedt de mogelijkheid aan een bestuursorgaan dat bevoegd is om bestuursdwang toe te passen om een last onder dwangsom op te leggen. 4.
  12. Volgens artikel 5:7 van de Awb kan ook een herstelsanctie worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 6 april 2016, volgt uit deze bepaling dat een besluit tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom slechts kan worden genomen als zich een gevaar voordoet van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden. Biedt de bestuurlijke rapportage voldoende grondslag om te kunnen spreken van gevaar voor overtreding van artikel 2:74 van de Apv?
  13. Eiser betoogt dat uit de feiten niet blijkt dat hij drugs heeft verhandeld. Daarnaast woont eiser niet op het genoemde adres en weet hij ook niet waar de andere persoon woont. Eiser vindt het onbegrijpelijk dat de aangetroffen harddrugs en andere spullen aan hem worden toegerekend terwijl deze niet van hem zijn en hij hiervan niet op de hoogte was. Eiser is niet aangetroffen met drugs op het lichaam en ook niet gezien in een specifieke situatie. Daarnaast worden de gedragingen van eiser en de andere persoon door elkaar heen gehaald en is niet duidelijk welke gedragingen aan eiser worden verweten. Het lijkt of er ‘copy paste’ is toegepast bij het opleggen van de preventieve last onder dwangsom. Op zitting betoogt eiser dat van de bestuurlijke rapportage kan worden uitgegaan, maar dat er onvoldoende is om uit te gaan van een overtreding en dus ook van een gevaar voor overtreding. 5.
  14. De bestuurlijke rapportage is een op ambtseed en/of ambtsbelofte opgemaakt stuk. Volgens vaste jurisprudentie mag een bestuursorgaan in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage. Tenzij tegenbewijs ervoor zorgt dat er een ander standpunt moet worden ingenomen. Als de bevindingen worden betwist, moet worden onderzocht of, gelet op de aard en inhoud van de betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan de bevindingen dat deze niet of niet volledig aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. 5.
  15. De rechtbank merkt allereerst op dat het niet gaat om overtreding van artikel 2:74 van de Apv, maar om het gevaar voor overtreding van artikel 2:74 van de Apv dat klaarblijkelijk dreigt. De burgemeester heeft met de bestuurlijke rapportage onderbouwd waarom het gevaar voor overtreding dreigt en het waarschijnlijk is dat eiser de overtreding zal begaan. De rechtbank is van oordeel dat eiser onvoldoende naar voren heeft gebracht om aan de inhoud van de bestuurlijke rapportage te twijfelen. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat eiser en de andere persoon in dezelfde woning verbleven als waar bij de aanhouding op 23 februari 2023 onder andere harddrugs, contant geld en een weegschaal zijn aangetroffen. Eiser was op dat moment in de woning aanwezig en is daar aangehouden. Daarnaast hebben de opsporingsambtenaren zelf waargenomen dat eiser met zijn auto naast de veelbesproken Renault Twingo parkeerde en met een sleutel deze opende, waarna hij bezig was met de middenconsole en voorovergebogen zat. Diezelfde middag is een grote hoeveelheid drugs in deze auto aangetroffen toen de andere persoon bij het instappen is aangehouden. Het vermoeden is dat het een zogeheten stash auto was, waar eiser toegang toe had en waar hij die dag nog in heeft gezeten. Eiser bevond zich tijdens de controles herhaaldelijk in de buurt van deze auto of van de Volkswagen Golf die veelvuldig voorkomt in de rapportage. Verder hebben opsporingsambtenaren op 22 februari 2023 waargenomen dat de andere persoon vanuit de woning in [plaats 3] naar een parkeerplaats in [plaats 2] reed en daar naast een personenauto parkeerde waarin eiser zat. Eiser stapte uit en heeft via het passagiersraam een pakketje ter grootte van een pakje shag overhandigd gekregen. Dat de andere persoon de aanleiding voor het onderzoek is geweest, maakt de rol van eiser niet anders. Eiser heeft deze gedragingen niet weersproken of de ontkenning van de feiten nader onderbouwd of gemotiveerd. Op basis van voorgaande is op zijn minst aannemelijk dat eiser op de hoogte was van of deelnam aan de handel in drugs en is het gevaar op overtreding van artikel 2:74 van de Apv dan ook zeer waarschijnlijk. De beroepsgrond slaagt niet. Is er sprake van misbruik van het bestuursrecht?
  16. Eiser betoogt dat het feitencomplex geen concrete feiten bevat waaruit blijkt dat hij drugs verhandelde. Hij wordt strafrechtelijk ook niet vervolgd. Het lijkt of het bestuursrecht wordt misbruikt omdat daarvoor minder zware bewijsregels gelden dan in het strafrecht en een sanctie via het strafrecht kansloos is. 6.
  17. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester terecht het standpunt heeft ingenomen dat er een gevaar dreigt op overtreding van artikel 2:74 van de Apv. Hij is dan bevoegd om een preventieve last onder dwangsom op te leggen. Artikel 2:74 van de Apv ziet op het voorkomen van aantasting van de openbare orde en het beteugelen van de overlast. Een overtreding van artikel 2:74 van de Apv vereist geen strafwaardige betrokkenheid bij het afleveren, aanbieden of verwerven van de in de Opiumwet genoemde middelen. De vraag of eiser dit artikel heeft overtreden of dreigde te overtreden moet daarom zelfstandig, los van een eventuele strafrechtelijke procedure, worden beantwoord. Dat eiser niet strafrechtelijk wordt of is vervolgd voor de feiten van 22 en 23 februari 2023 betekent daarom niet dat hij de Apv niet heeft overtreden of er geen gevaar voor overtreding was, zoals ook besproken onder 5.2 hierboven. De burgemeester heeft benoemd dat het bestrijden van ondermijning in de gemeente hoge prioriteit heeft en dat deze preventieve last onder dwangsom helpt om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te herstellen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is de last onder dwangsom onevenredig?
  18. Eiser betoogt dat de gevolgen van de preventieve last onder dwangsom disproportioneel nadelig zijn voor hem. Op zitting betoogt eiser dat hij blowt, hierin wordt hij nu beperkt. Als hij in de gemeente Bronckhorst komt en met drugs wordt aangetroffen, is de drempel laag om aan te nemen dat hij hierin handelt. 7.
  19. De rechtbank is van oordeel dat de preventieve last onder dwangsom niet onevenredig is. Volgens de Afdeling is een last onder dwangsom naar nationaal recht geclassificeerd als een herstelsanctie. Het doel van de preventieve last onder dwangsom is in dit geval het voorkomen van overtreding van artikel 2:74 van de Apv. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat er in drugs gehandeld wordt en daarmee de openbare orde wordt verstoord. De preventieve last onder dwangsom is niet strafrechtelijk van aard. Als eiser de overtreding niet begaat, verbeurt hij geen dwangsom. De zwaarte van de preventieve last is in die zin beperkt. Daarnaast is niet nader onderbouwd waarom deze last onevenredig nadelige gevolgen zou hebben voor eiser. Wat eiser aanvoert ziet hier niet op. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen
  20. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de preventieve last onder dwangsom in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Gooijer, rechter, in aanwezigheid van D. van Til, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ABRvS 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:
  21. Zie bijvoorbeeld ABRvS 21 december 20216, ECLI:NL:RVS:2016:
  22. Zie ter vergelijking ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1361, r.o. 2.
  23. ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1362, r.o.2.4.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.