RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.077049.23 Datum uitspraak : 21 november 2024 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , [postcode] , [woonplaats] (Duitsland). Raadsman: mr. E. Gorsselink, advocaat in Venlo. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 8 november 2022 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende over de weg, de Waterstraat, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij ter plaatse niet bekend was en/of terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd en/of terwijl hij een beladen vrachtauto beroepsmatig bestuurde en/of terwijl hij de kruising van de door hem bereden weg, de Waterstraat, met de Trambaan naderde en/of terwijl voor voormelde kruising aan de rechterzijde van die weg (de Waterstraat) in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B7 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: inhoudende: “Stop, verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg” was geplaatst en/of terwijl voor voormelde kruising een stopstreep op het wegdek was aangebracht, - niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg (de Trambaan) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft overtuigd of over die kruisende weg verkeer naderde en/of - zijn snelheid niet heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (vrachtauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de door hem bereden weg en/of die kruisende weg kon overzien en waarover deze vrij waren en/of - in strijd met het gestelde in artikel 79 en/of bord B7 van voormeld reglement, niet aan zijn verplichting heeft voldaan om met dat door hem bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) voor die op het wegdek van die die kruisende weg aangebrachte stopstreep te stoppen en/of die kruising is op- en/of overgereden met een snelheid van (ongeveer) 12 km/uur en/of - in strijd met voormeld bord B7 geen voorrang heeft verleend aan twee over die kruisende weg dicht van links genaderd zijnde fietsers en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde fietsers ten gevolge waarvan de bestuurders van die fietsen ten val zijn gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) werd gedood en/of waardoor een ander (genaamd: [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 8 november 2022 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal als bestuurder van een voertuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de kruising van de wegen, de Waterstraat met de Trambaan, - niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg (de Trambaan) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft overtuigd of over die kruisende weg verkeer naderde en/of - zijn snelheid niet heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (vrachtauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de door hem bereden weg en/of die kruisende weg kon overzien en waarover deze vrij waren en/of - in strijd met het gestelde in artikel 79 en/of bord B7 van voormeld reglement, niet aan zijn verplichting heeft voldaan om met dat door hem bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) voor die op het wegdek van die die kruisende weg aangebrachte stopstreep te stoppen en/of die kruising is op- en/of overgereden met een snelheid van (ongeveer) 12 km/uur en/of - in strijd met voormeld bord B7 geen voorrang heeft verleend aan twee over die kruisende weg dicht van links genaderd zijnde fietsers en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde fietsers ten gevolge waarvan de bestuurders van die fietsen ten val zijn gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 8 november 2022 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal als bestuurder van een vrachtauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Waterstraat, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor de voor hem bestemde stopstreep, terwijl hij daartoe - op grond van een bepaling van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, te weten artikel 79, - verplicht was, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;
- Overwegingen ten aanzien van het bewijs Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 5 t/m 9; - het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 49 t/m 69; - het proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] , p. 39; - brief van de SEH arts d.d. 8 november 2023, p. 44 t/m 46; - akte van overlijden [slachtoffer 1] , p. 48; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 november
- Letsel Van Zuijlen Uit de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer 2] en de brief van de SEH arts blijkt dat het slachtoffer meerdere botbreuken aan beide onderbenen heeft opgelopen door het ongeval en hier lange tijd last van heeft gehad. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 2] naar zijn aard moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte beroepschauffeur is en reed in een vrachtwagen met daarin een zware en gevaarlijke lading. Op het kruispunt van de Trambaan/ Waterstraat in Beneden-Leeuwen heeft verdachte niet stilgestaan voor de stopstreep, terwijl hij het aanwezige stopbord wel heeft gezien. Vervolgens heeft hij onvoldoende naar het verkeer dat die kruising naderde gekeken, waardoor hij geen voorrang heeft verleend aan twee fietsers. Hierdoor heeft een ongeval plaatsgevonden. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, verdachte schuld heeft gehad aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW
- Gelet op de aard en de ernst van de door verdachte gemaakte verkeersfouten en de overige omstandigheden van het geval heeft verdachte aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden. Het primair tenlastegelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 8 november 2022 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende over de weg, de Waterstraat, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij ter plaatse niet bekend was en/of terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd en/of terwijl hij een beladen vrachtauto beroepsmatig bestuurde en/of terwijl hij de kruising van de door hem bereden weg, de Waterstraat, met de Trambaan naderde en/of terwijl voor voormelde kruising aan de rechterzijde van die weg (de Waterstraat) in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B7 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: inhoudende: “Stop, verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg” was geplaatst en/of terwijl voor voormelde kruising een stopstreep op het wegdek was aangebracht, - niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg (de Trambaan) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft overtuigd of over die kruisende weg verkeer naderde en/of - zijn snelheid niet heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (vrachtauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de door hem bereden weg en/of die kruisende weg kon overzien en waarover deze vrij waren en/of - in strijd met het gestelde in artikel 79 en/of bord B7 van voormeld reglement, niet aan zijn verplichting heeft voldaan om met dat door hem bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) voor die op het wegdek van die die kruisende weg aangebrachte stopstreep te stoppen en/of die kruising is op- en/of overgereden met een snelheid van (ongeveer) 12 km/uur en/of - in strijd met voormeld bord B7 geen voorrang heeft verleend aan twee over die kruisende weg dicht van links genaderd zijnde fietsers en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde fietsers ten gevolge waarvan de bestuurders van die fietsen ten val zijn gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) werd gedood en/of waardoor een ander (genaamd: [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee jaar. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd zich aan het oordeel van de rechtbank. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft als bestuurder van een vrachtwagen een verkeersongeval veroorzaakt dat aan zijn schuld te wijten is. Als gevolg daarvan is één slachtoffer overleden en heeft het andere slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het slachtoffer en de nabestaanden van het overleden slachtoffer is hierdoor onherstelbaar leed aangedaan. Bij het bepalen van de hoogte van de straf neemt de rechtbank in strafmatigende zin de proceshouding van verdachte mee en zijn oprechte berouw voor hetgeen is gebeurd. Dit blijkt onder meer uit de handgeschreven brief die de werkgever namens verdachte heeft geschreven aan het slachtoffer. Alles afwegende acht de rechtbank de straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank legt dan ook op een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee jaar. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet
- 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op een taakstraf van 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen; ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden en bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Ouweneel (voorzitter), mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en mondeling uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 november 2024 en vervolgens binnen drie werkdagen op schrift gesteld. Mrs. Blokhuis en Van Veldhuizen zijn buiten staat mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022519629, gesloten op 13 maart 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.