RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 11253058 \ CV EXPL 24-2261 Vonnis van 11 december 2024 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. P.F.M. Langenhof, tegen 1 [gedaagden] , te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2], te [woonplaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [gedaagden] , procederend zonder gemachtigde. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 21 augustus 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de conclusie van antwoord in reconventie, alsmede akte overlegging producties 20 t/m 24 en akte uitlaten producties van [eiser] , - het e-mailbericht van 4 november 2024 van [gedaagden] met nadere producties, - de mondelinge behandeling van 14 november 2024, bij welke gelegenheid door [gedaagden] spreekaantekeningen zijn voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen verder ter zitting is besproken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 8 maart 2023 heeft [eiser] de woning aan [straat] van [gedaagden] gekocht voor een bedrag van € 535.535,00. 2.2. In de koopovereenkomst, die gebaseerd is op een standaardmodel van de Nederlandse Vereniging van Makelaars, is het volgende bepaald: “6.1. De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze koopovereenkomst bevindt, derhalve met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, heersende erfdienstbaarheden en kwalitatieve rechten, zichtbare en onzichtbare gebreken en vrij van gebreken, beslagen en inschrijvingen daarvan. Koper aanvaardt deze staat en daarmee ook de op de onroerende zaak rustende publiekrechtelijke beperkingen voor zover dat geen ‘bijzondere lasten’ zijn.” “6.3. De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woonhuis met siertuin voor eigen bewoning. Indien de feitelijke levering eerder plaatsvindt, zal de onroerende zaak op dat moment de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn. Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn. Gebreken die het normale gebruik belemmeren en die aan koper bekend of kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst komen voor rekening en risico van koper. Voor gebreken die het normale gebruik belemmeren en die niet aan koper bekend of kenbaar waren op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst is verkoper uitsluitend aansprakelijk voor de herstelkosten. Bij het vaststellen van de herstelkosten wordt rekening gehouden met de aftrek ‘nieuw voor oud’. Verkoper is niet aansprakelijk voor overige (aanvullende) schade, tenzij verkoper een verwijt treft.” 2.3. Op 15 mei 2023 is de woning aan [eiser] geleverd. 2.4. Op 27 september 2023 schrijft [eiser] via WhatsApp aan [gedaagden] dat de pvc vloer op de begane grond “(…) gaat bolstaan”. En op 17 oktober 2023 laat hij weten: “Breken nu ook stukken af..”. 2.5. Op 21 december 2023 onderzoekt een deskundige van de verzekeraar van [gedaagden] de vloer. In een e-mail van 8 januari 2024 schrijft [eiser] hierover het volgende aan [gedaagden] : “Op 21-12-2023 is er een expert, welke door uw verzekeraar is ingeschakeld, in mijn woning geweest om de problemen met de pvc-vloer te onderzoeken en te beoordelen. Hij gaf aan dat het los-/ en omhoogkomen van deze vloer het gevolg is van het niet correct leggen van de vloer. Naar zijn mening ligt deze aan beide zijden vastgeklemd onder de keukendelen, waardoor de vloerdelen niet kunnen “werken” (krimpen/uitzetten), maar alleen maar omhoog kunnen komen. Hierdoor liggen deze niet meer vlak op de vloer en raken de vloerdelen op deze plaatsen beschadigd. De expert meent dat de oplossing ligt in het vervangen en het op de juiste wijze aanbrengen van de vloer. (…) Graag verneem ik hoe het probleem zal worden opgelost.” 2.6. Op 2 februari 2024 ontvangen [gedaagden] een brief van [eiser] waarin staat dat zij aansprakelijk worden gehouden voor de kosten die gemoeid zijn met de vervanging van de vloer. De brief sluit af met een sommatie om binnen 14 dagen na dagtekening een bedrag van € 7.508,44 te betalen. 2.7. [gedaagden] hebben niet aan de sommatie voldaan. 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser] vordert - samengevat - dat: i. [gedaagden] primair hoofdelijk worden veroordeeld om een schriftelijk voorstel tot vervanging van de vloer te presenteren en, bij akkoord van [eiser] , deze vloer door een erkend bedrijf te laten plaatsen, op straffe van een dwangsom, ii. [gedaagden] subsidiair hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.451,58, met rente en kosten, iii. [gedaagden] zowel primair als subsidiair hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, met rente. 3.2. Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag dat de woning non-conform is, omdat de vloer op de begane grond dusdanig gebrekkig is, dat deze vervangen moet worden. 3.3. [gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.1. [gedaagden] vorderen dat [eiser] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.900,00. 4.2. Aan hun tegenvordering leggen [gedaagden] ten grondslag dat [gedaagde sub 1] veel uren aan onderhavige zaak heeft moeten besteden. Die uren heeft hij niet kunnen werken en daardoor is hij inkomsten misgelopen. 4.3. [eiser] voert verweer tegen de tegenvordering en concludeert tot afwijzing daarvan, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten, met rente. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.1. Tussen partijen is in essentie in geschil of [eiser] recht heeft op een schadevergoeding voor de door hem gestelde gebreken aan de vloer. De afspraak over gebreken 5.2. Bij de beantwoording van deze vraag neemt de kantonrechter de koopovereenkomst als vertrekpunt, want daarin hebben partijen een afspraak vastgelegd over hoe om te gaan met eventuele gebreken. De hoofdregel van die afspraak houdt in dat [eiser] de woning heeft aanvaard in de staat waarin deze zich bij de totstandkoming van de koopovereenkomst bevond. Dat betekent dat [eiser] in beginsel dus het risico draagt van alle zichtbare en onzichtbare gebreken. Hierop geldt een belangrijke uitzondering: [gedaagden] staan bij de eigendomsoverdracht in voor de afwezigheid van gebreken die het normaal gebruik van de woning belemmeren. Daarmee wordt bedoeld dat [gedaagden] garanderen dat in de woning gewoond kan worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast. Gebreken die het normaal gebruik belemmeren maar die aan [eiser] bekend of kenbaar waren, vallen niet onder deze uitzondering. Wat moet de kantonrechter beoordelen? 5.3. Gelet op het voorgaande moet dus worden beoordeeld of sprake is van een gebrek dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.