RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/436145 / HA ZA 24-261 Vonnis van 18 december 2024 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij in verzet, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. B.S. Witteveen, tegen 1 [gedaagde 1] , te [woonplaats] ,2. [gedaagde 2], te [woonplaats] , gedaagde partijen in verzet, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. G. Willemsen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 juli 2024 - het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 november 2024. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Waar gaat de zaak over? 2.1. In deze zaak is de vraag aan de orde of [eiser] als bestuurder van de inmiddels gefailleerde [bedrijf 1] aansprakelijk is voor de door [gedaagden] geleden schade. [gedaagden] hebben in februari 2019 een overeenkomst met [bedrijf 1] gesloten voor het realiseren van een vrijstaande woning. Gedurende de bouw van de woning is [bedrijf 1] failliet verklaard. Het faillissement van [bedrijf 1] is inmiddels afgewikkeld. [gedaagden] vinden dat [eiser] als bestuurder aansprakelijk is voor de hen geleden schade, die zij begroten op ruim € 75.000,00. [eiser] betwist dat van bestuurdersaansprakelijkheid sprake is. 3De feiten 3.1. Op 15 februari 2019 hebben [gedaagden] een ‘Design and build’-overeenkomst met [bedrijf 1] (hierna te noemen: [bedrijf 1] ) gesloten voor het realiseren van een vrijstaande woning aan de [adres 1] voor een streefprijs van € 548.934,23 inclusief BTW. De enig bestuurder van [bedrijf 1] was [eiser] . In de overeenkomst is het volgende betaalschema afgesproken: 3.2. Op 21 augustus 2019 zijn [gedaagden] eigenaar geworden van de (bouw)kavel, waarna partijen op enig moment zijn begonnen met het uitvoeren van de eerder gesloten overeenkomst. 3.3. Bij e-mailbericht van 2 februari 2020 hebben [gedaagden] aan [bedrijf 1] geschreven dat [bedrijf 1] in strijd met het betaalschema factureert. Zij verzoeken [bedrijf 1] om de gezonden factuur die ziet op fase 9.7 te crediteren, omdat deze factuur volgens [gedaagden] nog niet had mogen worden verstuurd. 3.4. Bij e-mailbericht van 18 februari 2020 bericht [eiser] dat de verwachte oplevertermijn van de woning eind mei/begin juni 2020 is, maar dat dit een prognose is. 3.5. Diezelfde dag heeft [gedaagde 1] aan [eiser] gemaild dat hij blij is om te horen dat de oplevering begin juni 2020 zal zijn en dat dit – gezien de voortgang van de bouw –realistisch is. Hij verzoekt [eiser] om het betaalschema op de nieuwe planning aan te passen. 3.6. Op 19 februari 2020 heeft [eiser] gemaild dat hij een extra termijn in het betaalschema heeft toegevoegd, zodat de facturering weer gelijk loopt met de opleverdatum. Volgens [eiser] leidt dit er toe dat de nog niet door [gedaagden] betaalde termijn voor fase 9.7 en de resterende termijnen € 36.595,68 worden in plaats van € 54.893,52. [eiser] heeft [gedaagden] een creditfactuur gezonden voor een bedrag van € 18.297,84 en hen verzocht het restantbedrag van € 36.595,68 voor fase 9.7 te voldoen. 3.7. Op 23 februari 2020 heeft [gedaagde 1] [eiser] bericht dat hij niet akkoord is met dit voorstel. Hij meent dat er al een aanzienlijk bedrag (€ 167.000,00) teveel is betaald en dat hij een onaanvaardbaar risico loopt als [bedrijf 1] failliet gaat. Hij verzoekt [eiser] om de factuur voor fase 9.7 volledig te crediteren en deze half april 2020 opnieuw te versturen. Verder verzoekt hij [eiser] dat de factuur voor fase 9.8 bij oplevering wordt verstuurd. 3.8. Een dag later heeft [eiser] uitgelegd hoe de facturatie vanuit [bedrijf 1] tot stand komt en heeft hij het volgende betaalschema voorgesteld: Maand / 2020 Termijnen-oud Termijnen-nieuw Resterende oude termijnen Gecorrigeerde termijnen Januari F9.6 – 10% - bouwtermijn 54.893,52 F9.6 – regulier – voldaan 54.893,52 Februari F9.7 – 10% - bouwtermijn 54.893,52 F9.7 – gecorrigeerd – open 36.595,68 Maart F9.8 – 10% - bouwtermijn 54.893,52 F9.8 – gecorrigeerd – nog te factureren 36.595,68 April F9.9 – 5% - bouwtermijn 27.446,76 F9.9 – gecorrigeerd – nog te factureren 36.595,68 Mei F9.10 – regulier – nog te factureren 27.446,76 3.9. Op 2 maart 2020 heeft [gedaagde 1] onder meer aan [eiser] bericht dat hij akkoord kan gaan met het hierboven opgenomen voorstel, met als aanvulling dat de projectplanning wordt gedeeld en er regelmatig een bouwvergadering wordt gepland om de voortgang te volgen. Hij merkt verder op dat hij in de bespreking eerder op die dag aan [eiser] heeft voorgesteld factuur 9.7 direct over te maken na het verkrijgen van de projectplanning, factuur 9.8 eind maart, 9.9 eind april, en 9.10 direct na oplevering. 3.10. Kort nadien hebben [gedaagden] de factuur voor fase 9.7 voldaan. 3.11. Vervolgens heeft [eiser] op 16 maart 2020 de factuur voor fase 9.8 aan [gedaagden] gezonden. 3.12. In reactie hierop heeft [gedaagde 1] [eiser] op 19 maart 2020 verzocht om de gezonden factuur te crediteren, omdat de factuur voor fase 9.8 niet conform afspraak, te weten eind maart, is verzonden en de bouw niet conform planning verloopt. 3.13. Op 20 maart 2020 heeft [eiser] [gedaagde 1] gemaild dat door de Corona-uitbraak sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waardoor op de bouwplaats speciale maatregelen getroffen moeten worden en dat de factuur voor fase 9.8 conform afspraak is verzonden. Verder heeft hij geschetst wat de planning voor de aankomende periode zal zijn, dat hij de betaaltermijn van factuur 9.8 zal afwachten en zal bezien of de factuur dan voldaan is. Tot slot heeft hij geschreven: (…) Mocht dit uitblijven dan zal ik de afweging maken of we op dat moment door kunnen blijven werken. We hebben diverse projecten waar we goed vooruit kunnen zonder deze discussie (…). 3.14. Een dag later heeft [gedaagde 1] de factuur voor fase 9.8 (€ 36.595,68) betaald. In een e-mailbericht van diezelfde dag heeft [gedaagde 1] aan [eiser] geschreven: (…) Bedankt, de planning zoals je uitlegt is duidelijk. Fijn dat de voortgang erin blijft (…). 3.15. In mei/juni 2020 heeft geen oplevering van de woning plaatsgevonden. 3.16. Op 5 juli 2020 heeft [bedrijf 1] de factuur voor fase 9.9 aan [gedaagden] gezonden. [gedaagde 1] heeft [eiser] daarop gevraagd wanneer de woning definitief wordt opgeleverd. 3.17. Omstreeks 15 juli 2020 heeft Vereniging Eigen Huis de woning tussentijds gekeurd. 3.18. Medio juli/eind augustus 2020 hebben partijen gecorrespondeerd over een eventuele opleverdatum van de woning. In de desbetreffende correspondentie heeft [gedaagde 1] aan [eiser] medegedeeld dat hij de factuur voor fase 9.9 zal betalen als er een definitieve opleverdatum bekend is. [eiser] heeft daarop geantwoord dat betaling van de factuur voor fase 9.9 niet afhankelijk is van een opleverdatum en dat dit ook niet zo is besproken of vastgelegd. [eiser] meldt dat hij ervan uitgaat dat eind september/eerste week van oktober 2020 de woning kan worden opgeleverd mits de openstaande factuur per omgaande voldaan wordt. 3.19. Op 31 augustus 2020 heeft [eiser] aan [gedaagden] geschreven dat geen betaling is ontvangen en dat na intern overleg is besloten om de werkzaamheden op andere projecten boven het project van [gedaagden] te prioriteren. 3.20. In reactie hierop hebben [gedaagden] [eiser] bij e-mailbericht van 1 september 2020 voorgehouden welke werkzaamheden nog gedaan moeten worden. Zij hebben nogmaals betoogd dat de factuur voor fase 9.9 een koppeling met de opleverdatum heeft. Zij stellen daarom voor om af te spreken dat de woning uiterlijk 9 oktober zal worden opgeleverd en dat voor iedere dag dat na 9 oktober te laat wordt opgeleverd [gedaagden] een bedrag van € 100,00 mogen verrekenen. Als [eiser] met dit voorstel akkoord gaat, zal de factuur voor fase 9.9 direct worden betaald. 3.21. Diezelfde dag hebben partijen nog verder gecorrespondeerd. [eiser] heeft onder meer geschreven: (…) Ik ga akkoord met oplevering op vrijdag 9 oktober. (…) De overeenkomst beschrijft de situatie indien wij niet voldoen aan deze afspraak. (…) [gedaagden] hebben daarna geschreven: (…) Fijn dat 9 oktober dan staat. Hoewel wij graag wat druk op de ketel zouden willen houden, zullen we onze voorwaarde van de boeteclausule laten varen. In plaats daarvan stellen we dan voor dat je ons, zodra je [naam 1] hebt gesproken, de meer concrete planning stuurt waaruit duidelijk blijkt wanneer de resterende punten daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Met name wil ik graag weten wanneer het installatiewerk door [bedrijf 2] uitgevoerd zal worden en wanneer de gietvloer en het sanitair erin komt. Zodra we die planning ontvangen hebben, zullen we gaan betalen en vertrouwen we op een juiste verdere voortgang. (…) [eiser] heeft vervolgens geschreven: (…) Ik heb de opleverdatum toegezegd. Daaraan hebben we de facturatie gekoppeld. Een detailplanning maken we vooral voor onszelf omdat deze nog wel eens veranderd. Die informatie delen we in de regel niet met klanten want dat schept alleen maar onduidelijkheid. (…) Ik wil graag verder kunnen zodat ik de vaart erop kan zetten. (…) 3.22. Bij e-mailbericht van 2 september 2020 hebben [gedaagden] daarop als volgt gereageerd: (…) Wij willen vooral graag verder en als financiën op dit moment de werkelijke oorzaak is voor niet direct door kunnen gaan, dan willen we dat graag van jou weten. Wij zijn best bereid alvast een deel over te maken, maar wij willen dan wel direct voortgang zien. Afhankelijk van de voortgang zou dan weer een deel betaald kunnen worden. Alles in redelijke verhouding. Mochten er leveranciers zijn die nog betalingen willen ontvangen voordat ze willen leveren bij ons, dan zouden we wellicht kunnen afspreken dat wij rechtstreekse betalingen aan die leveranciers doen en dit bedrag aftrekken van het nog verschuldigde. (…) 3.23. Op 3 september 2020 heeft [eiser] het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: Ik denk dat ik er achter ben wat hier mis gaat. De factuur die jullie ontvangen hebben is geen opleverfactuur. Die volgt pas bij oplevering. Dit is een reguliere termijn factuur maar wel de laatste van die soort. Hierna volgt de slot termijn bij oplevering. Ik begreep ook al niet waarom jullie een opleverdatum perse wilde hebben in combinatie met de factuur. Dat is heel ongebruikelijk. Bij een slottermijn kan ik me dat voorstellen maar dit is dus een reguliere tussentermijn. Voor ons is dit dus een gewone normale situatie. Als facturen te lang open blijven staan dan komt er een punt dat we gaan stoppen. Deze factuur hebben we langere tijd open laten staan omdat we vertraging opliepen maar die is ingelopen en het een en ander is nu weer in verhouding tot elkaar. Graag zie ik daarom deze factuur dan ook zsm voldaan zodat we verder kunnen want hij staat nu te lang open. (…) 3.24. In reactie hierop hebben [gedaagden] diezelfde dag het volgende aan [eiser] gezonden: Hoe we de factuur nu verder ook noemen, de factuur impliceert in elk geval een bepaalde voortgang en stand van zaken in de bouw. Er is volgens ons € 22.661 meer betaald dan wat er aan werkzaamheden is uitgevoerd (…). Dit is de reden waarom wij zo terughoudend zijn en meer voortgang zouden willen zien. (…) Wij zijn bereid je per direct de helft van de factuur over te maken, te weten € 18.297,84, onder de voorwaarde dat je er nu vaart achter zet en dat dit voorschot exclusief wordt ingezet voor de afwerking van ons huis en met name voor het afwerken van de installaties door [bedrijf 2] . Zodra [bedrijf 2] geheel gereed is, en [bedrijf 1] klaar is met de berging, afwerking buitenzijde van het huis, de binnendeuren zijn geplaatst, zijn wij bereid per direct ook de tweede helft over te maken, weer onder de voorwaarden dan, dat hiermee de resterende punten worden afgemaakt. (…) Na jouw akkoord hierop zullen we per direct onze toezegging gestand doen. 3.25. [eiser] heeft niet ingestemd met dit voorstel. In zijn e-mailbericht van 3 september 2020 aan [gedaagden] is te lezen: (…) Bouwprojecten zijn kapitaalintensief en wij houden altijd vinger aan de pols zoals veel ondernemingen in de bouw moeten doen. Dat is heel normaal en soms vervelend. Echter het is juist uitstelgedrag (mede ook door corona) en trage betaling die erg nadelig werken voor bouwondernemingen omdat het steeds weer een beroep op onze interne reserves doet. Daartoe ben ik niet langer bereid. Hoe vervelend ook is stilleggen ook soms nodig vanwege een verschil van inzicht om te voorkomen dat het uit de pas gaat lopen. De een of de andere kant op. Het spijt me maar ik ga geen facturatie opknippen met allerlei nieuwe voorwaarden onder de dreiging van het niet voldoen van een factuur en om er later dan weer opnieuw achteraan te moeten gaan. Dan moet ik er voor kiezen om te werken aan projecten waarin deze aanvullende voorwaarden niet gesteld worden. Wij kunnen goed vooruit overal maar maken het liefste dit mooie huis nu snel en goed af. We zijn nu ook al weer (…) een week aan het mailen. Dat werkt voor ons zo niet goed en het belemmert de voortgang. De termijnen lopen eruit volgens schema en afspraak. Deze termijnen zijn een percentage van de hoofdsom zoals afgesproken. Soms loopt dat gedurende het project iets voor en iets achter de voortgang. In de regel komt dat goed uit en ik zie geen reden om nu per punt te gaan verantwoorden en budgetten toe te wijzen. (…) Tot slot. De oplevertermijn is bedoeld voor een stok achter de deur en ik ga dat niet breder trekken naar voorliggende termijnen. Ik hoop dat je dit begrijpt en hoop dat we de discussie hiermee kunnen sluiten en we de eindfase in kunnen gaan. Ik hoor voor morgenochtend of het een en ander helder is en de facturatie ingelopen wordt morgen. Dan kan ik morgen de volgende week gaan inplannen. 3.26. Hierop hebben [gedaagden] op 4 september 2020 als volgt gereageerd: (…) Je zou niet de eerste zijn die het in deze grillige tijden niet redt en wij hopen natuurlijk van harte dat zulks jouw bespaard zal blijven. Maar welke zekerheid hebben wij? Het steekt ons dat je aangeeft dat je overal goed vooruit kunt en ons het gevoel geeft dat dat bij ons niet zou kunnen omdat wij lastig doen met betalen. Wij proberen dit echt op een hele nette en correct manier met je te regelen en af te spreken en willen daar ook echt wel wat risico nemen. Betaling vragen van de volledig factuur zonder ons ook maar enige zekerheid te bieden en mist naar ons idee een redelijke grondslag. Wij kunnen ons niet voorstellen dat jij eraan twijfelt of we wel kunnen betalen, want daar zit zeker geen probleem. De voorwaarden die wij aan ons voorstel hebben verbonden zijn niet zo onredelijk, hoewel jij dat blijkbaar wel zo ervaart. Wij zijn bang dat er niet geleverd zal worden en om die reden stelden wij de voorwaarde dat betalingen aan ons project besteed dienen te worden. Is dat zo onredelijk? Wij zullen betalen. Wij willen gewoon dat je er vaart achter zet en daarom zullen wij je tegemoet komen en jou het hele factuurbedrag betalen, zodat ons huis 9 oktober opgeleverd kan worden. We doen dit niet omdat we niet meer denken in ons recht te staan, maar enkel en alleen om vooruit te komen en besloten hebben jou de kans te bieden je toezeggingen waar te maken. Door dit te doen nemen wij het risico geheel voor onze rekening en geven wij jou het vertrouwen dat het goed gaat komen. Wij gaan er dan ook vanuit dat we de komende weken kunnen zien dat je er alles aan doet om ons dat vertrouwen te geven dat die 9 oktober gehaald zal worden. Zodra je met [naam 1] hebt gesproken zouden wij uiteraard graag de verdere planning ontvangen. Daar hoeft nu in elk geval niet op gewacht te worden. (…) 3.27. [eiser] heeft vervolgens op 4 september 2020 het volgende geantwoord: Ik zal er zorg voor dragen. (…) We zullen hard werken aan jullie project en het voortgang geven. Ik zie de verdere afhandeling graag spoedig tegemoet. 3.28. Op 7 september 2020 hebben [gedaagden] de factuur voor fase 9.9 betaald. 3.29. Op 11 september 2020 heeft [bedrijf 2] (een onderaannemer van [bedrijf 1] ) aan [eiser] geschreven dat zij de installatiewerkzaamheden voor de woning van [gedaagden] willen verrichten, maar dat [bedrijf 1] dan eerst de facturen dient te voldoen. 3.30. Medio september 2020 hebben [gedaagden] een rechtsbijstandverlener van Achmea, [naam 2] , ingeschakeld. Bij e-mailbericht van 14 september 2020 heeft [naam 2] aan [eiser] geschreven dat er geen tot weinig voortgang is op de bouw en dat [gedaagden] behoefte hebben aan duidelijkheid en zekerheid. Daarbij is opgemerkt dat [gedaagden] ervan op de hoogte zijn dat [bedrijf 2] op betaling van [bedrijf 1] wacht en dat zij daarom de planning tot en met 9 oktober 2020 wensen te ontvangen. 3.31. Omdat er geen concrete planning door [bedrijf 1] wordt gezonden, heeft [naam 2] [bedrijf 1] op 24 september 2020 op voorhand aansprakelijk gesteld voor alle extra te ontstane vertraging en de daarmee gepaard gaande schade. 3.32. Dezelfde dag heeft [eiser] in reactie daarop geschreven dat [bedrijf 1] volop met werkzaamheden aan de woning van [gedaagden] bezig is en dat [bedrijf 1] haar best doet om de woning zo spoedig mogelijk af te ronden. 3.33. Op 25 september 2020 heeft een bouwoverleg plaatsgevonden tussen de bouwopzichter van [bedrijf 1] , de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), en [gedaagden] . In het verslag daarvan, dat door [gedaagde 1] is opgesteld, is te lezen dat in de week van 18 tot en met 25 september 2020 geen noemenswaardige voortgang is geboekt en dat alle werkzaamheden die door onderaannemers moeten worden uitgevoerd niet zijn ingepland en dat alle materialen die nodig zijn voor de voortgang niet zijn besteld. 3.34. Op 30 september 2020 heeft [naam 2] [eiser] een persoonlijke aansprakelijkstelling als bestuurder van [bedrijf 1] gezonden, voor het geval [bedrijf 1] failliet zou gaan. 3.35. Op 2 oktober 2020 heeft [eiser] aan [naam 2] bevestigd dat oplevering op 9 oktober 2020 kan plaatsvinden, zij het met enkele relevante opleverpunten. Verder heeft [eiser] de aansprakelijkstellingen van de hand gewezen. 3.36. Op 6 oktober 2020 heeft [bedrijf 2] aan [gedaagde 1] bevestigd dat er geen betalingen door [bedrijf 1] zijn verricht en dat er ook geen contact (meer) tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] is geweest. 3.37. Naar aanleiding van dit bericht heeft [naam 2] [eiser] op 7 oktober 2020 geschreven dat [gedaagden] wensen dat de woning op 9 oktober 2020 wordt opgeleverd en dat [gedaagden] onder meer het recht voorbehouden om aanspraak te maken op de vergoeding van (vertragings)schade. 3.38. Bij e-mailbericht van 8 oktober 2020 heeft [eiser] onder meer gemaild dat de woning op 9 oktober 2020 zal worden opgeleverd en dat [bedrijf 1] met verschillende partijen in contact staat om de werkzaamheden aan de woning zo spoedig mogelijk af te ronden. 3.39. Op 9 oktober 2020 heeft [naam 1] namens [bedrijf 1] de woning aan [gedaagden] opgeleverd. Namens [gedaagden] is een bouwkundige van Vereniging Eigen Huis bij de oplevering aanwezig geweest om een rapport Opleveringskeuring op te stellen (hierna te noemen: het opleverrapport). 3.40. Bij e-mailbericht van 12 oktober 2020 heeft [naam 2] het opleverrapport aan [eiser] gezonden en is [bedrijf 1] de gelegenheid geboden om de daarin genoemde opleverpunten uiterlijk 6 november 2020 af te ronden. 3.41. Op 16 oktober 2020 heeft [eiser] inhoudelijk gereageerd op het opleverrapport en gemeld dat hij zich zal buigen over de planning met betrekking tot de afwerking van de openstaande punten. 3.42. Omdat er geen reactie meer vanuit [bedrijf 1] volgde, heeft de advocaat van [gedaagden] op 6 november 2020 de overeenkomst van 15 februari 2019 ontbonden en [eiser] uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de opname van het werk door [bedrijf 3] Daarnaast heeft de advocaat van [gedaagden] [eiser] als bestuurder van [bedrijf 1] nogmaals persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade die [gedaagden] (zullen) lijden. 3.43. Op 6 november 2020 heeft [bedrijf 3] de stand van het werk opgenomen en een overzicht gemaakt van de gebreken aan de woning. [eiser] is niet bij die opname aanwezig geweest. 3.44. Op 8 december 2020 is [bedrijf 1] failliet verklaard. [gedaagden] hebben op 23 december 2020 een vordering bij de curator ingediend. 3.45. Uit een door [gedaagden] overgelegd faillissementsverslag blijkt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.