RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 10895931 \ CV EXPL 24-737 Vonnis in het bevoegdheidsincident van 11 december 2024 in de zaak van [eiser in hoofdz] , wonende te [woonplaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiser in hoofdz] , gemachtigde: mr. L.M. Bischof, tegen SOMNIUM RECREATIE B.V., gevestigd te Apeldoorn, gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: Somnium, gemachtigde: mr. F.H. Hoogink. 1De procedure 1.1. Het (eerdere) verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 juli 2024 - de brief d.d. 24 juli 2024 met (opnieuw) productie 2 en aanvullende productie 19 namens [eiser in hoofdz] - de brief d.d. 25 juli 2024 met aanvullende producties 2 en 3 namens Somnium - de mondelinge behandeling van 7 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De zaak is na de mondelinge behandeling op verzoek van partijen aangehouden teneinde een minnelijke regeling te beproeven. 1.3. Nadat de gemachtigde van [eiser in hoofdz] aan de kantonrechter te kennen heeft gegeven vonnis in het incident te wensen is een datum voor dat vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling In het incident 2.1. De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 3 juli 2024 reeds is overwogen. 2.2. De vraag die in dit incident ter beoordeling voorligt, is of partijen een consumentenkoopovereenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 onder a BW hebben gesloten, waardoor de kantonrechter op basis van artikel 93 onderdeel c Rv bevoegd is van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen. De discussie tussen partijen ziet op twee vragen: 1) is sprake van een roerende of onroerende zaak? en 2) heeft [eiser in hoofdz] de overeenkomst in hoedanigheid van consument gesloten? 2.3. In het kader van de eerste vraag stelt de kantonrechter voorop dat op Somnium, die zich als eisende partij in het incident beroept op het rechtsgevolg van haar stelling dat sprake is van een onroerende zaak – namelijk verwijzing naar de handelskamer – de stelplicht rust van die stelling. Zij moet in dit geval voldoende feiten stellen om te onderbouwen dat het chalet een onroerende zaak is. 2.4. Somnium heeft gewezen op artikel 1.2 van notariële leveringsakte, waarin staat dat in de koop geen roerende zaken zijn begrepen. Dit is echter niet doorslaggevend in dit civiele bevoegdheidsincident waarin de kantonrechter zelfstandig oordeelt over de civielrechtelijke kwalificatie van het chalet. 2.5. Leidend is artikel 3:3 lid 1 BW, dat bepaalt dat onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 2.6. De vraag of het chalet duurzaam verenigd is met de grond en daarmee onroerend is, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaven uit het Portacabin-arrest, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat: a. een gebouw duurzaam met de grond verenigd kan zijn in de zin van artikel 3:3 BW, doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Niet van belang is dan meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen; b. bij beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is; c. de bestemming van een gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven naar buiten kenbaar dient te zijn; d. dat de verkeersopvattingen - anders dan voor de vraag of iets een bestanddeel van een zaak is in de zin van artikel 3:4 BW - niet kunnen worden gebezigd als een zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is. Zij kunnen echter wel in aanmerking worden genomen in de gevallen dat in het kader van de beantwoording van die vraag onzekerheid blijkt te bestaan of een object kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd, en voor de toepassing van die maatstaf nader moet worden bepaald wat in een gegeven geval als ‘duurzaam’, ‘verenigd’ en in verband daarmee als ‘bestemming’ en als ‘naar buiten kenbaar’ heeft te gelden. 2.7. De kantonrechter overweegt dat Somnium weinig onderbouwd heeft gesteld over de feiten en omstandigheden rondom en van (de aard en inrichting van) het chalet. Somnium heeft alleen gesteld dat het chalet is aangesloten op gas, water en licht en op riolering en heeft twee algemene foto’s van het chalet in het geding gebracht. Hiertegenover staat het gemotiveerde verweer van [eiser in hoofdz] , die op het volgende het gewezen: - in de verkoopbevestiging staat “koper verklaart uitdrukkelijk bovenstaand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.