RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Arnhem raadkamernummer : 24-026369 parketnummer : 05-253972-24 datum : 24 december 2024 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster/beslagene] , geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] , hierna te noemen: klaagster, tevens beslagene. Advocaat: mr. M. van der Steeg, advocaat te Deventer. Feiten Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a Sv blijkt dat op 3 april 2022 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [belanghebbende] het vakantiechalet gelegen aan [adres 2] te [plaats] in beslag is genomen. Procedure Het klaagschrift is op 24 oktober 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 11 december 2024 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft klaagster, de advocaat en de officier van justitie op zitting gehoord. De belanghebbende [belanghebbende] is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Beklag Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen chalet. Namens klaagster is aangevoerd dat buiten redelijke twijfel is dat klaagster eigenaar is van het inbeslaggenomen onroerend goed. Het chalet is in conservatoir beslag genomen ten laste van [belanghebbende] (hierna: [belanghebbende] ). Namens klaagster is de officier van justitie op 15 mei 2024 verzocht om het conservatoir beslag op te heffen. Daarop is geen reactie gekomen. Inmiddels is klaagster ook als verdachte aangemerkt, maar er zijn geen aanwijzingen dat het conservatoir ten laste van haar is gelegd. Er zijn geen aanwijzingen dat het chalet aan klaagster is gaan toebehoren met het kennelijk doel om de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, terwijl klaagster dit wist of redelijkerwijze kon vermoeden. Klaagster was volledig te goeder trouw toen het chalet van [belanghebbende] aan haar in eigendom is overgedragen. Het chalet is aan haar overgedragen vanwege de broze gezondheid van [belanghebbende] en om te voorkomen dat het chalet na zijn dood naar zijn broer zou gaan. Al vanaf 2018 heeft klaagster bedragen overgemaakt naar [belanghebbende] ter aanbetaling op het chalet. Nu zich niet een situatie voordoet zoals genoemd in artikel 94a, vierde en vijfde lid, Sv, dient het conservatoir beslag te worden opgeheven. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen onroerend goed aan klaagster. Op basis van de OVC-gesprekken en de wijze waarop het eigendom van [belanghebbende] naar klaagster is overgegaan, meent het Openbaar Ministerie dat sprake is van een papieren werkelijkheid ten aanzien van het eigendom van het chalet en dat [belanghebbende] zijn feitelijke macht over de chalet heeft proberen te verhullen door klaagster op papier eigenaar te laten zijn. Dat het voorwerp aan de ander is gaan toebehoren vlak vóór de sluiting van het huwelijk en zonder dat hier een reële economische transactie aan ten grondslag lag, onderschrijft het doel van [belanghebbende] om de uitwininning van het chalet te bemoeilijken of verhinderen. Aannemelijk is dat de eigendomsoverdracht ertoe diende om uitwinning daarvan te bemoeilijken en dat zodoende sprake is van verhaalsfrustratie. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat bij klaagster daadwerkelijk de wetenschap bestond van de intentie tot verhaalsfrustratie van [belanghebbende] . Dat vermoeden is er echter wel. Het Openbaar Ministerie meent dat (op zijn minst) sprake is van een situatie waarin klaagster dit had kunnen vermoeden. Daarom kan niet worden gezegd dat zij te goeder trouw was. Zodoende stelt het Openbaar Ministerie zich op het standpunt dat sprake is van verhaalsfrustratie. Daarom is het chalet meegenomen in de aanvraag tot machtiging van conservatoir beslag, wat door de rechter-commissaris aldus is toegewezen. Het conservatoir beslag is rechtmatig gelegd en het beklag dient ongegrond verklaard te woden. Beoordeling De rechtbank is bevoegd. Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag. De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het chalet is door [belanghebbende] overgedragen aan klaagster op 2 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.