beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/452992 / FA RK 25-2041 Datum uitspraak: 7 november 2025 beschikking gezag en geslachtsnaam in de zaak van [naam moeder] (hierna: de moeder), en [naam stiefvader] (hierna: de stiefvader), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. A.J. Somhorst te Arnhem, tegen [naam vader] (hierna: de vader), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. K.J.M. Slangen te Arnhem. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift ingekomen bij de griffie op 12 juni 2025; - de referteverklaring van de vader, namens hem ingediend door mr. Slangen, ingekomen bij de griffie op 17 juni 2025; - het bericht van mr. Somhorst met de nagezonden producties 1 en 3, ingekomen bij de griffie op 11 juli 2025; - twee beschikkingen, ter zitting overgelegd door mr. Somhorst. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025 zijn gehoord: - de moeder en de stiefvader, bijgestaan door mr. A.J. Somhorst; - de vader, bijgestaan door mr. K.J.M. Slangen; - een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 2De feiten 2.1. Uit de relatie tussen de ouders is geboren het minderjarige kind: - [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . 2.2. De moeder en de vader zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . 2.3. De ouders van [minderjarige] zijn uit elkaar. De moeder is op 31 maart 2014 getrouwd met de stiefvader. 2.4. [minderjarige] woont bij de moeder en de stiefvader. 3Het verzoek 3.1. De moeder en de stiefvader verzoeken de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. Te bepalen dat het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige] wordt beëindigd en dat aan de moeder voortaan het eenhoofdig gezag toekomt; II. De heer [naam stiefvader] (stiefvader) voortaan samen met de moeder te belasten met het gezag over [minderjarige] ; III. Vast te stellen dat de achternaam van [minderjarige] na het gezamenlijk gezag zal worden gewijzigd van “ [achternaam vader] ” naar “ [achternaam stiefvader] ”; IV. De griffier op te dragen, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en van deze beschikking aantekening te doen maken in het gezagsregister. 4De standpunten ter zitting 4.1. De moeder en de stiefvader hebben tijdens de zitting het verzoek gehandhaafd. 4.2. Namens de vader is eerder een referteverklaring ingediend. De vader geeft ook tijdens de zitting aan dat hij het eens is met het verzoek. Wel doet de vader een appèl op de moeder en de stiefvader om tot contactherstel te komen tussen hemzelf en [minderjarige] . 4.3. De zittingsvertegenwoordigster van de Raad adviseert de rechtbank om het verzoek toe te wijzen. De Raad benadrukt dat het een gezamenlijke beslissing van de volwassenen is geweest om [minderjarige] eerder in haar leven niet te informeren. Het is in haar belang dat de mensen om haar heen ook in de nieuwe situatie samen optrekken en in goed overleg de volgende stappen zetten, waaronder contactherstel met de vader. 5De beoordeling Gezagsbeëindiging vader 5.1. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van (één van) de niet met elkaar gehuwde ouders het gezamenlijk gezag beëindigen. Hiervoor moet er sprake zijn van gewijzigde omstandigheden. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt. Artikel 1:251a lid 1 en 3 BW zijn van overeenkomstige toepassing. 5.2. Uit artikel 1:251a BW volgt dat de rechter het verzoek tot beëindiging van gezamenlijk gezag kan toewijzen als aan één of meer van de volgende redenen wordt voldaan: er moet een onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, of de wijziging van het gezag moet om andere redenen in het belang van het kind noodzakelijk zijn. 5.3. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat de wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Onweersproken is gesteld dat het nemen van gezagsbeslissingen over [minderjarige] bemoeilijkt wordt door het feit dat de vader mede met het gezag is belast. In het verzoekschrift komt naar voren dat [minderjarige] spanning ervaart van het feit dat belangrijke onderwerpen en (op handen zijnde) beslissingen aan de vader moeten worden voorgelegd en zij wil bepaalde onderwerpen liever niet met hem bespreken. De rechtbank onderschrijft daarom dat het in haar belang noodzakelijk is dat de vader niet langer mede met het ouderlijk gezag over haar is belast. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vader een getekende referteverklaring heeft ingediend. 5.4. De rechtbank zal daarom dit verzoek toewijzen en het gezag van de vader over [minderjarige] beëindigen. Dit heeft als eerste tot gevolg dat de moeder als enige met het gezag over [minderjarige] wordt belast. Gezag stiefvader 5.5. In de wet is bepaald dat de rechtbank het gezag over een kind ook mede kan toekennen aan een ander, te weten een persoon die niet de ouder van het kind is maar die wel in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (artikel 1:253t van het BW). Dit is het tweede verzoek van de moeder, dat zij nu samen met de stiefvader doet. De rechtbank moet dus beslissen of de stiefvader mede met het gezag over [minderjarige] wordt belast. 5.6. De rechtbank stelt vast dat de stiefvader in een nauwe persoonlijke betrekking tot [minderjarige] staat. Vaststaat dat de stiefvader al lange tijd betrokken is bij het dagelijks leven en de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Het gezin met de moeder en de stiefvader is voor [minderjarige] haar vaste, vertrouwde opvoedomgeving. De stiefvader heeft dan ook een nauwe, persoonlijke betrekking tot haar. 5.7. Artikel 1:253t stelt extra eisen aan het verzoek van de moeder en de stiefvader (lid 2, sub a en b). Aan de eerste eis (sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.