RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/4577 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser] verblijvende in de penitentiaire inrichting van [plaats] , eiser, en de minister van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: mr. M. Moddejonge). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 5 augustus
- In die aanvraag heeft eiser verzocht om informatie op grond van artikel 18 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 1.
- De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- Het is niet nodig dat partijen op een zitting worden gehoord. Het beroep is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zij zonder zitting uitspraak. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt en welke gevolgen dat heeft. Beoordeling door de rechtbank
- Als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk?
- De rechtbank heeft op 8 oktober 2025 het beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag van 5 augustus 2025 ontvangen. De rechtbank stelt echter vast dat in dit geval de (plv.) vestigingsdirecteur PI [plaats] op 16 september 2025 al op de aanvraag heeft beslist. De minister heeft meegedeeld dat besluit voor zijn rekening te nemen. Tegen dat besluit kon bezwaar worden gemaakt. 3.
- Er is dus geen sprake van het niet tijdig beslissen. Dat betekent dat het beroep niet tijdig beslissen, dat is ingediend na het besluit van 16 september 2025, niet ontvankelijk is. Het besluit van 16 september 2025
- Onder het besluit van 16 september 2025 staat geen bezwaarclausule. De rechtbank vat het beroepschrift daarom ook op als bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 16 september
- De rechtbank zal dat onder verwijzing naar artikel 6:15 van de Awb doorzenden naar de minister om als bezwaarschrift af te handelen Conclusie en gevolgen
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van de griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dat volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Vergelijk ABRvS 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2830.