RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Tegenspraak Parketnummer : 84/145065-22 (ontneming) Datum uitspraak : 9 december 2025 uitspraak van de meervoudige economische kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [veroordeelde] , gevestigd aan de [adres] , [postcode] in [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] . Raadslieden: mr. R. de Bree, mr. Y.E.A. Buruma en mr. S.A.H. Vromen, allen advocaat in ’s-Gravenhage, en mr. P.J. Kugel, advocaat in Brussel. Inhoudsopgave
- De inhoud van de vordering 13 2 De procedure 13 3 De grondslag van de berekening 13 3.1 Algemeen 13 3.2 Het juridisch kader voor de berekening 14 3.2.1 De wetswijziging van 1 juli 2011 14 3.2.2 Voldoende aanwijzingen 14 3.2.3 De schatting van het voordeel 14 4 De beoordeling van de vordering 15 4.1 Algemeen 15 4.1.1 Toetsingskader met betrekking tot de Wet gewasbeschermingsmiddelen 16 4.1.1.1 Toetsingskader met betrekking tot re-export 16 4.1.1.2 Voorwaardelijk verzoek om getuigen te horen 17 4.1.1.3 Het opzet bij de Wgb-feiten 18 4.2 De uitgangspunten voor de schatting van het voordeel 18 4.3 Voordeel uit de in de strafzaak bewezen verklaarde feiten 19 4.3.1 Zaaksdossier 1 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149059) 19 4.3.2 Zaaksdossier 2 vrijspraak (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138007) (geen voordeel) 20 4.3.3 Zaaksdossier 3A (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20127263) (geen voordeel) 20 4.3.4 Zaaksdossier 3B (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20127157) 20 4.3.5 Zaaksdossier 4 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138327) 21 4.3.6 Zaaksdossier 5 vrijspraak (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149160) (geen voordeel) 22 4.3.7 Zaaksdossier 6 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138326) 23 4.3.8 Zaaksdossier 7 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149135) (geen voordeel) 24 4.3.9 Proces-verbaal 83799 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20151000) (geen voordeel) 24 4.3.10 Wederrechtelijk verkregen voordeel uit de bewezenverklaarde feiten 24 4.4 Wederrechtelijk voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op het overtreden van artikel 20 Wgb 24 4.4.1 Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel 24 4.4.2 Beoordeling van het bulkgoederenverweer 26 4.4.3 Beoordeling van de orders 32 4.4.3.1 Afnemer [bedrijf] 32 4.4.3.1.1 Order 20095190 (p. 2111-2113) 33 4.4.3.1.2 Order 20095228 (p. 2114-2116) 33 4.4.3.1.3 Order 20105508 (p. 2117-2119) 34 4.4.3.1.4 Order 20105563 (p. 2120-2122) 35 4.4.3.1.5 Order 20105610 (p. 2123-2125) 35 4.4.3.1.6 Order 20105708 (p. 2126-2128) 36 4.4.3.1.7 Order 20105730 (p. 2129-2133) 37 4.4.3.1.8 Order 20105803 (p. 2134-2136) 38 4.4.3.1.9 Order 20116009 (p. 2137-2139) 38 4.4.3.1.10 Order 20116010 (p. 2140-2144) 39 4.4.3.1.11 Order 20116016 (Bijlage II bij de Conclusie van repliek) 40 4.4.3.1.12 Order 20116104 (p. 2145-2150) 41 4.4.3.1.13 Order 20127027 (p. 2151-2153) 41 4.4.3.1.14 Order 20127235 (p. 2154-2158) 42 4.4.3.1.15 Order 20149069 (p. 2159-2169) 43 4.4.3.2 Afnemer [bedrijf] 44 4.4.3.2.1 Order 20105817 (p. 2170-2172) 44 4.4.3.2.2 Order 20116011 (p. 2173-2175) 44 4.4.3.2.3 Order 20116037 (p. 2176-2179) 45 4.4.3.2.4 Order 20127077 (p. 2180-2185) 46 4.4.3.3 Afnemer [bedrijf] 47 4.4.3.3.1 Order 20127247 (p. 2186-2195) 47 4.4.3.3.2 Order 20138202 (p. 2196-2205) 48 4.4.3.4 Afnemer [bedrijf] 48 4.4.3.4.1 Order 20127128 (p. 2206-2211) 48 4.4.3.5 Afnemer [bedrijf] 49 4.4.3.5.1 Order 20116123 (p. 2214-2240) 50 4.4.3.5.2 Order 20116306 (p. 2241-2260) 52 4.4.3.5.3 Order 20127051 (p. 2261-2270) 53 4.4.3.6 Afnemer [bedrijf] / [bedrijf] / [bedrijf] 54 4.4.3.6.1 Order 20095320 (p. 1032-1039) 54 4.4.3.6.2 Order 20105538 (p. 1040-1049) 56 4.4.3.6.3 Order 20105875 (p. 1050-1058) 58 4.4.3.6.4 Order 20116246 (p. 1059-1072) 60 4.4.3.6.5 Order 20127252 (p. 1073-1079) 62 4.4.3.6.6 Order 20138124 (p. 1080-1092) 64 4.4.3.6.7 Order 20138320 (p. 1093-1102) 66 4.4.3.6.8 Order 20149102 (p. 1103-1113) 68 4.4.3.7 Afnemer [bedrijf] 70 4.4.3.7.1 Order 20127207 70 4.4.3.7.2 Order 20127353 (p. 2277-2294) 71 4.4.3.7.3 Order 20138072 (p. 2295-2314) 73 4.4.3.7.4 Order 20138078 (p. 2315-2320 en Bijlage X bij de Conclusie van repliek) 74 4.4.3.7.5 Order 20138186 (p. 2321-2337) 75 4.4.3.7.6 Order 20138226 (p. 2338-2353) 76 4.4.3.7.7 Order 20138275 (p. 2354-2358) 78 4.4.3.7.8 Order 20138358 (p. 2359-2365) 78 4.4.3.7.9 Order 20149018 (p. 2366-2373) 79 4.4.3.7.10 Order 20149024 (p. 2374-2378) 80 4.4.3.7.11 Order 20149252 (p. 2379-2386) 81 4.4.3.8 Afnemer [bedrijf] 82 4.4.3.8.1 Order 20095178 (p. 2387-2390) 82 4.4.3.8.2 Order 20095284 (p. 2392-2396) 83 4.4.3.8.3 Order 20105502-D (p. 2397-2406) 84 4.4.3.8.4 Order 20105515 (p. 2407-2414) 84 4.4.3.8.5 Order 20105631 (p. 2415-2420) 86 4.4.3.8.6 Order 20105845 (p. 2421-2426) 87 4.4.3.8.7 Order 20116240 (p. 2427-2433) 88 4.4.3.8.8 Order 20116263 (p. 2434-2440) 90 4.4.3.8.9 Order 20116343 (p. 2441-2449) 91 4.4.3.8.10 Order 20127177 (p. 2450-2454) 92 4.4.3.8.11 Order 20127244 (p. 2455-2459) 93 4.4.3.8.12 Order 20127347 (p. 2460-2465) 94 4.4.3.8.13 Order 20138043 (p. 2466-2479) 95 4.4.3.8.14 Order 20138136 (p. 2480-2488) 97 4.4.3.9 Afnemer [bedrijf] 99 4.4.3.10 Afnemer [bedrijf] en [bedrijf] 99 4.4.3.10.1 Order 20138089 (p. 2505-2510) 99 4.4.3.10.2 Order 20138251 (p. 2511-2517) 101 4.4.3.10.3 Order 20127017 (p. 2726-2730) 101 4.4.3.10.4 Order 20127274 (p. 2720-2725) 102 4.4.3.11 Afnemer [bedrijf] 103 4.4.3.11.1 Order 20127041 (p. 2518-2543) 103 4.4.3.11.2 Order 20138044 (p. 2544-2552) 107 4.4.3.11.3 Order 20138108 (p. 2554-2563) 108 4.4.3.11.4 Order 20138200 (p. 2564-2572) 110 4.4.3.11.5 Order 20138201 (p. 2573-2583) 111 4.4.3.11.6 Order 20149161 (p. 2584-2592) 113 4.4.3.12 Afnemer [bedrijf] 114 4.4.3.12.1 Order 20095004 (p. 2593-2599) 114 4.4.3.12.2 Order 20095051 (p. 2600-2604) 115 4.4.3.12.3 Order 20095075 (p. 2605-2615) 116 4.4.3.12.4 Order 20095127 (p. 2616-2618) 117 4.4.3.12.5 Order 20095207 (p. 2619-2626) 118 4.4.3.12.6 Order 20095243 (p. 2627-2632) 118 4.4.3.12.7 Order 20095315 (p. 2633-2639) 119 4.4.3.12.8 Order 20095331 (p. 2640-2643) 121 4.4.3.12.9 Order 20105520 (p. 2644-2650) 121 4.4.3.12.10 Order 20105535 (p. 2651-2658) 122 4.4.3.12.11 Order 20105752 (p. 2659-2666) 123 4.4.3.12.12 Order 20105868 (p. 2667-2675) 124 4.4.3.12.13 Order 20116012 (p. 2676-2681) 125 4.4.3.12.14 Order 20116222 (p. 2682-2708) 126 4.4.3.12.15 Order 20127082 (p. 2709-2717) 128 4.4.3.13 Afnemer [bedrijf] 129 4.4.3.13.1 Order 20095142 (p. 2735-2740) 130 4.4.3.13.2 Order 20095275 (p. 2731-2734) 131 4.4.3.13.3 Order 20116000 (p. 2741-2759) 131 4.4.3.13.4 Order 20116013 (p. 2760-2773) 133 4.4.3.13.5 Order 20116090 (p. 2774-2781) 135 4.4.3.13.6 Order 20116311 (p. 2782-2789) 136 4.4.3.13.7 Order 20127093 (p. 2790-2796) 137 4.4.3.13.8 Order 20127145 (p. 2797-2801) 138 4.4.3.13.9 Order 20127146 (p. 2802-2809) 139 4.4.3.13.10 Order 20127213 (p. 2810-2823) 140 4.4.3.13.11 Order 20127329 (p. 2824-2832) 141 4.4.3.13.12 Order 20138021 (p. 2833-2848) 142 4.4.3.13.13 Order 20138086 (p. 2849-2858) 144 4.4.3.13.14 Order 20138177 (p. 2859-2868 en Bijlage IX bij de Conclusie van repliek) 146 4.4.3.14 Afnemer [bedrijf] 148 4.4.3.14.1 Order 20138091 (p. 2869-2877) 148 4.4.3.14.2 Order 20138101 (p. 2878-2880) 149 4.4.3.14.3 Order 20138301 (Bijlage IV bij de Conclusie van repliek) 150 4.4.3.15 Afnemer [bedrijf] 150 4.4.3.15.1 Order 20095097 (p. 2881-2885) 151 4.4.3.15.2 Order 20095254 (p. 2886-2890) 152 4.4.3.15.3 Order 20095287 (p. 2891-2894) 153 4.4.3.16 Afnemer [bedrijf] 153 4.4.3.16.1 Order 20116232 (p. 2895-2904) 153 4.4.3.17 Afnemer [bedrijf] 155 4.4.3.17.1 Order 20095128/20095130 (p. 2905-2910) 155 4.4.3.17.2 Order 20095189 (p. 2911-2914) 157 4.4.3.17.3 Order 20105648 (p. 2915-2920) 158 4.4.3.17.4 Order 20116231 (p. 2921-2924) 159 4.4.3.18 Afnemer [bedrijf] 159 4.4.3.18.1 Order 20138097 (p. 2925-2942 en Bijlage VIII bij de Conclusie van repliek) 160 4.4.3.19 Afnemer [bedrijf] 163 4.4.3.20 Afnemer [bedrijf] 163 4.4.3.20.1 Order 20116121 (p. 2960-2962) 163 4.4.3.21 Afnemer [bedrijf] 164 4.4.3.21.1 Order 20095122 (p. 2963-2973) 165 4.4.3.21.2 Order 20095123 (p. 2974-2978) 166 4.4.3.21.3 Order 20105502 (p. 2979-2986 + Bijlage VI bij Conclusie van repliek) 167 4.4.3.21.4 Order 20105503 (p. 2987-2989 + Bijlage VII bij de Conclusie van repliek) 170 4.4.3.21.5 Order 20116353 (p. 2990-2992 en Bijlage XII bij de Conclusie van repliek) 171 4.4.3.21.6 Order 20127165 (p. 2993-3006 en Bijlagen 15 en 16 bij Conclusie van Antwoord) 172 4.4.3.21.7 Order 20127334 (p. 3007-3012) 174 4.4.3.21.8 Order 20127356 (p. 3013-3017 en Bijlage 18 bij Conclusie van Antwoord) 175 4.4.3.21.9 Order 20138096 (p. 3018-3029 en Bijlage 19 bij de Conclusie van Antwoord) 176 4.4.3.21.10 Order 20138327 (p. 3030-3048) 177 4.4.4 Wederrechtelijk verkregen voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op overtreden van artikel 20 Wgb 178 4.5 Andere (soortgelijke) strafbare feiten: valsheid in geschrift 178 4.5.1 Beoordeling verweer ‘origin/provenance’ 178 4.5.2 Orders [bedrijf] 183 4.5.3 Beoordeling van het verweer ‘manufacturer’ 185 4.5.3.1 De standpunten 185 4.5.3.1.1 De verdediging 185 4.5.3.1.2 Het openbaar ministerie 185 4.5.3.2 De beoordeling door de rechtbank 185 4.5.4 Ordernummer 20105622 van afnemer [bedrijf] 190 4.5.4.1 De standpunten 190 4.5.4.1.1 De verdediging 190 4.5.4.1.2 Het openbaar ministerie 190 4.5.4.2 De beoordeling door de rechtbank 190 4.5.5 Het opzet 191 4.5.5.1 De standpunten 191 4.5.5.1.1 De verdediging 191 4.5.5.1.2 Het openbaar ministerie 191 4.5.5.2 De beoordeling door de rechtbank 191 4.5.6 Causaal verband tussen de valsheid en de winst uit de orders 195 4.5.6.1 De standpunten 195 4.5.6.1.1 De verdediging 195 4.5.6.1.2 Het openbaar ministerie 195 4.5.6.2 De beoordeling door de rechtbank 195 4.5.6.3 Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel 197 4.5.6.3.1 De standpunten 197 4.5.6.3.2 De beoordeling door de rechtbank 197 4.5.6.4 Voorwaardelijk verzoek horen getuigen 198 4.5.6.4.1 De standpunten 198 4.5.6.4.2 De beoordeling door de rechtbank 198 4.5.7 Conclusie 198 4.5.8 Beoordeling van de afzonderlijke ordernummers 199 4.5.8.1 Afnemer [bedrijf] 199 4.5.8.1.1 Order 20149134 199 4.5.8.2 Afnemer [bedrijf] 199 4.5.8.2.1 Order 20127035 199 4.5.8.2.2 Order 20138000 200 4.5.8.2.3 Order 20138015 201 4.5.8.3 Afnemer [bedrijf] 202 4.5.8.3.1 Order 20149080 203 4.5.8.4 Afnemer [bedrijf] 203 4.5.8.4.1 Order 20095301 203 4.5.8.4.2 Order 20116057 204 4.5.8.4.3 Order 20116203 205 4.5.8.4.4 Order 20127199 206 4.5.8.4.5 Order 20138354 206 4.5.8.5 Afnemer [bedrijf] 207 4.5.8.5.1 Order 20116191 208 4.5.8.5.2 Order 20127052 209 4.5.8.5.3 Order 20127361 210 4.5.8.5.4 Order 20149046 211 4.5.8.6 Afnemer [bedrijf] 212 4.5.8.6.1 Order 20127362 213 4.5.8.7 Afnemer [bedrijf] 213 4.5.8.7.1 Order 20095005 214 4.5.8.7.2 Order 20095100 214 4.5.8.7.3 Order 20095235 216 4.5.8.7.4 Order 20105534 217 4.5.8.7.5 Order 20105576 218 4.5.8.7.6 Order 20105662 219 4.5.8.7.7 Order 20105675 220 4.5.8.7.8 Order 20105796 221 4.5.8.7.9 Order 20116064 223 4.5.8.7.10 Order 20116095 224 4.5.8.7.11 Order 20116125 225 4.5.8.7.12 Order 20116247 227 4.5.8.7.13 Order 20127125 228 4.5.8.7.14 Order 20137138 229 4.5.8.7.15 Order 20138048 230 4.5.8.7.16 Order 20138165 231 4.5.8.7.17 Order 20149011 232 4.5.8.7.18 Order 20149012 234 4.5.8.7.19 Order 20149137 236 4.5.8.8 Afnemer [bedrijf] 237 4.5.8.8.1 Order 20095006 238 4.5.8.8.2 Order 20105517 238 4.5.8.8.3 Order 20116015 239 4.5.8.8.4 Order 20116069 241 4.5.8.9 Afnemer [bedrijf] 242 4.5.8.9.1 Order 20116035 242 4.5.8.9.2 Order 20116142 244 4.5.8.9.3 Order 20116237 245 4.5.8.9.4 Order 20127024 246 4.5.8.9.5 Order 20127126 247 4.5.8.9.6 Order 20127357 248 4.5.8.10 Afnemer [bedrijf] 249 4.5.8.10.1 Order 20095168 249 4.5.8.10.2 Order 20105592 250 4.5.8.10.3 Order 20116052 251 4.5.8.10.4 Order 20138002 252 4.5.8.10.5 Order 20138190 253 4.5.8.11 Afnemer [bedrijf] 254 4.5.8.11.1 Order 20149070 255 4.5.8.12 Afnemer [bedrijf] 255 4.5.8.12.1 Order 20095079 255 4.5.8.12.2 Order 20105849 256 4.5.8.12.3 Order 20127201 256 4.5.8.12.4 Order 20138300 257 4.5.8.12.5 Order 20138316 258 4.5.8.13 Afnemer [bedrijf] 258 4.5.8.13.1 Order 20105516 258 4.5.8.13.2 Order 20105804 259 4.5.8.13.3 Order 20116332 260 4.5.8.13.4 Order 20127096 260 4.5.8.13.5 Order 20138319 261 4.5.8.14 Afnemer [bedrijf] 262 4.5.8.14.1 Order 20105643 262 4.5.8.14.2 Order 20127016 265 4.5.8.15 Afnemer [bedrijf] 266 4.5.8.15.1 Order 20105526 266 4.5.8.15.2 Order 20116132 267 4.5.8.16 Afnemer [bedrijf] 267 4.5.8.16.1 Order 20095238 268 4.5.8.16.2 Order 20105733 268 4.5.8.16.3 Order 20105805 269 4.5.8.16.4 Order 20116211 270 4.5.8.16.5 Order 20116336 271 4.5.8.17 Afnemer [bedrijf] 272 4.5.8.17.1 Order 20095000 272 4.5.8.17.2 Order 20095001 274 4.5.8.17.3 Order 20095046 277 4.5.8.17.4 Order 20095261 278 4.5.8.17.5 Order 20105510 281 4.5.8.17.6 Order 20105514 282 4.5.8.17.7 Order 20105518 283 4.5.8.17.8 Order 20105539 285 4.5.8.17.9 Order 20105591 287 4.5.8.17.10 Order 20105613 288 4.5.8.17.11 Order 20105798 289 4.5.8.17.12 Order 20105838 289 4.5.8.17.13 Order 20116003 290 4.5.8.17.14 Order 20116005 292 4.5.8.17.15 Order 20116007 293 4.5.8.17.16 Order 20116008 293 4.5.8.17.17 Order 20116022 294 4.5.8.17.18 Order 20116025 295 4.5.8.17.19 Order 20116085 297 4.5.8.17.20 Order 20116092 298 4.5.8.17.21 Order 20116136 299 4.5.8.17.22 Order 20116292 300 4.5.8.17.23 Order 20127003 301 4.5.8.17.24 Order 20127005 302 4.5.8.17.25 Order 20127006 303 4.5.8.17.26 Order 20127029 304 4.5.8.17.27 Order 20127030 305 4.5.8.17.28 Order 20127031 306 4.5.8.17.29 Order 20127036 308 4.5.8.17.30 Order 20127061 309 4.5.8.17.31 Order 20127127 310 4.5.8.17.32 Order 20127139 310 4.5.8.17.33 Order 20127256 311 4.5.8.17.34 Order 20127262 312 4.5.8.17.35 Order 20127264 313 4.5.8.17.36 Order 20127266 314 4.5.8.17.37 Order 20127267 315 4.5.8.17.38 Order 20138003 315 4.5.8.17.39 Order 20138007 316 4.5.8.17.40 Order 20138009 317 4.5.8.17.41 Order 20138013 318 4.5.8.17.42 Order 20138014 319 4.5.8.17.43 Order 20138020 320 4.5.8.17.44 Order 20138058 321 4.5.8.17.45 Order 20138060 321 4.5.8.17.46 Order 20149003 323 4.5.8.17.47 Order 20149034 325 4.5.8.17.48 Order 20149047 326 4.5.8.18 Afnemer [bedrijf] 327 4.5.8.18.1 Order 20095036 328 4.5.8.18.2 Order 20095053 328 4.5.8.18.3 Order 20095157 329 4.5.8.18.4 Order 20095186 330 4.5.8.18.5 Order 20095209 331 4.5.8.18.6 Order 20095227 332 4.5.8.18.7 Order 20095231 333 4.5.8.18.8 Order 20105559 334 4.5.8.18.9 Order 20105567 335 4.5.8.18.10 Order 20105696 336 4.5.8.18.11 Order 20105713 338 4.5.8.18.12 Order 20105749 338 4.5.8.18.13 Order 20105783 339 4.5.8.18.14 Order 20105833 340 4.5.8.18.15 Order 20116043 341 4.5.8.18.16 Order 20116062 342 4.5.8.18.17 Order 20116154 344 4.5.8.18.18 Order 20116177 345 4.5.8.18.19 Order 20116205 346 4.5.8.18.20 Order 20116206 347 4.5.8.18.21 Order 20116220 348 4.5.8.18.22 Order 20116260 348 4.5.8.18.23 Order 20116359 350 4.5.8.18.24 Order 20127023 351 4.5.8.18.25 Order 20127045 352 4.5.8.18.26 Order 20127161 353 4.5.8.18.27 Order 20127184 355 4.5.8.18.28 Order 20127190 356 4.5.8.18.29 Order 20127210 357 4.5.8.18.30 Order 20127212 358 4.5.8.18.31 Order 20127320 359 4.5.8.18.32 Order 20138068 360 4.5.8.18.33 Order 20138104 362 4.5.8.18.34 Order 20138116 363 4.5.8.18.35 Order 20138318 364 4.5.8.18.36 Order 20138363 364 4.5.8.18.37 Order 20149014 365 4.5.8.18.38 Order 20149190 367 4.5.8.18.39 Order 20149191 368 4.5.9 Wederrechtelijk verkregen voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op valsheid in geschrift 369 4.6 Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel 369 5 De betalingsverplichting 370 5.1 De standpunten 370 5.2 De beoordeling door de rechtbank 370 6 De toegepaste wettelijke bepalingen 370 7 De beslissing 371 Bijlage – het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel per order 372 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 2.608.672,
- 2De procedure Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de vordering ter zitting heeft een schriftelijke ronde plaatsgevonden. De officieren van justitie hebben op 4 april 2023 een Conclusie van Eis ingediend. Op 11 oktober 2023 heeft de rechtbank een aanvullende Conclusie van Eis ontvangen. De officieren van justitie brengen daarin naar voren dat de vordering dient te worden bijgesteld tot een bedrag van € 2.595.213,
- De verdediging heeft een Conclusie van Antwoord ingediend op 7 december
- Op 2 januari 2024 is een Conclusie van Repliek van de officieren van justitie ontvangen en op 1 februari 2024 een Conclusie van Dupliek van de verdediging. De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2024 en vervolgens aangehouden. Op 6 november 2024 is een schrijven van de verdediging ontvangen waarin de verdediging ingaat op vragen van de rechtbank. Op 21 januari 2025 hebben de officieren van justitie hierop bij extra conclusie een reactie ingediend. Op 28 oktober 2025 is de zaak nogmaals op zitting behandeld. De officieren van justitie hebben op deze zitting gepersisteerd bij de in de aanvullende Conclusie van Eis aangepaste vordering. 3De grondslag van de berekening 3.1 Algemeen De rechtbank heeft op 29 juni 2023 vonnis gewezen in de hoofdzaak (verder: het vonnis), waarbij [veroordeelde] is veroordeeld voor (het medeplegen van) overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna: Wgb), (het medeplegen van) valsheid in geschrift, en (het medeplegen van) opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, alle meermalen gepleegd en alle begaan door een rechtspersoon. Aan [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde) is een geldboete van € 400.000,00 opgelegd. De officieren van justitie hebben de (bijgestelde) vordering gebaseerd op het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel eenvoudige kasopstelling en wederrechtelijk voordeel per delict’ ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van23 november 2016 (hierna: het rapport) en het ‘Proces-verbaal van bevindingen Invloed uitspraak 1e aanleg op WVV berekening’ van 6 oktober
- De periode waarover het voordeel is berekend loopt van 1 januari 2009 tot en met 9 september
- In het rapport is het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op basis van de ten laste gelegde en deels bewezen verklaarde feiten en andere (soortgelijke) feiten. Dat betekent dat in het rapport gekozen is voor artikel 36e, tweede lid, Sr als grondslag voor de berekening. De rechtbank zal in haar berekening uitgaan van dezelfde grondslag. 3.2 Het juridisch kader voor de berekening 3.2.1 De wetswijziging van 1 juli 2011 Tijdens de periode waarover het voordeel is berekend, is artikel 36e, tweede lid, Sr gewijzigd, namelijk op 1 juli
- Die wijziging houdt in dat tot die datum gold dat voordeel kon worden berekend over bewezen verklaarde feiten, soortgelijke feiten en feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kon worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door de veroordeelde zijn begaan. Per 1 juli 2011 is deze bepaling verruimd, in die zin dat voordeel kan worden ontnomen voor bewezen verklaarde feiten en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door de veroordeelde zijn begaan. De rechtbank stelt vast dat het voordeel in het rapport is berekend over de bewezen verklaarde feiten en soortgelijke feiten. Het betreffen steeds feiten die zien op overtreding van artikel 20 Wgb en valsheid in geschrift, telkens met betrekking tot de handel in gewasbeschermingsmiddelen. Dat betekent dat ook de in het rapport meegenomen andere (soortgelijke) feiten die zien op de periode van vóór 1 juli 2011 kunnen worden betrokken in de berekening. 3.2.2 Voldoende aanwijzingen Artikel 36e, tweede lid, Sr stelt als eis (zowel voor als na de wetswijziging van 1 juli 2011), dat ten aanzien van de andere (soortgelijke) feiten voldoende aanwijzingen moeten bestaan dat die door de veroordeelde zijn begaan. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet het oordeel van de rechter in de ontnemingsprocedure dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e, tweede lid, Sr heeft begaan, binnen het eigen kader voor het bewijs in de ontnemingsprocedure, in overeenstemming zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e, tweede lid, Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de veroordeelde zijn begaan. Uit de uitspraak moet blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter voldoende aanwijzingen heeft ontleend dat de veroordeelde die andere strafbare feiten als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr heeft begaan. Gelet op het Geerings-arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (1 maart 2007, nr. 30810/03, NJ 2007/349) kan geen voordeel worden ontnomen voor feiten waarvan veroordeelde eerder is vrijgesproken. 3.2.3 De schatting van het voordeel Voor de schatting van het voordeel dat de rechter vervolgens berekent over de bewezen verklaarde feiten en de andere (soortgelijke) strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door de veroordeelde zijn begaan, is zij gebonden aan artikel 511f van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarin is bepaald dat de rechter die schatting slechts kan ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen, die in de uitspraak op een vordering tot ontneming dienen te worden vermeld. In verband daarmee gelden in de ontnemingsprocedure andere regels van procesrecht dan in de strafprocedure. Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staat er daarbij niet aan in de weg dat de rechter in de ontnemingsprocedure gebruik maakt van bewijsrechtelijke vermoedens en dat de bewijslast ter zake van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op redelijke en billijke wijze wordt verdeeld tussen het openbaar ministerie en de veroordeelde. De rechtbank zal beoordelen of wordt voldaan aan de genoemde van toepassing zijnde criteria voor de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en, voor zover van toepassing, de feiten en omstandigheden en de bewijsmiddelen opnemen waarop zij haar oordeel baseert. 4De beoordeling van de vordering 4.1 Algemeen De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van het openbaar ministerie integraal moet worden afgewezen omdat het dossier niet voldoende inzichtelijk is om te kunnen beoordelen of buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat veroordeelde strafbare gedragingen heeft begaan. De rechtbank overweegt dat het openbaar ministerie in het rapport niet expliciet is ingegaan op iedere afzonderlijke order die in de berekening is meegenomen. Maar zoals de rechtbank ook tijdens de regiezitting van 26 maart 2024 kenbaar heeft gemaakt, zal zij op basis van de beschikbare stukken zelfstandig beoordelen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat sprake is van strafbare orders. De rechtbank zal dit in het onderstaande per order beoordelen. Het primaire verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. De rechtbank zal bij de beoordeling van de vordering van het openbaar ministerie dezelfde structuur aanhouden als die van het rapport. In paragraaf 4.3 zal de rechtbank beoordelen in hoeverre veroordeelde voordeel heeft behaald uit de bewezen verklaarde feiten. In paragraaf 4.4 zal de rechtbank ingaan op het voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op het overtreden van artikel 20 Wgb, en tot slot zal de rechtbank in paragraaf 4.5 hetzelfde doen voor het voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op valsheid in geschrift. Voor zover de beoordeling ziet op de andere (soortgelijke) feiten zal de rechtbank tevens bespreken of sprake is van een strafbare gedraging en of buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat veroordeelde die strafbare gedraging heeft begaan. 4.1.1 Toetsingskader met betrekking tot de Wet gewasbeschermingsmiddelen 4.1.1.1 Toetsingskader met betrekking tot re-export In het vonnis in de hoofdzaak is geoordeeld over orders waarop Verordening 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (hierna: de Verordening) en de met ingang van 26 november 2011 geldende Wgb van toepassing zijn. Artikel 20, eerste lid, van de Wgb bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met (onder andere) artikel 28, eerste lid, van de Verordening. In artikel 28, eerste lid, van de Verordening is bepaald dat een gewasbeschermingsmiddel alleen op de markt wordt gebracht of gebruikt wanneer het in de betrokken lidstaat overeenkomstig deze verordening is toegelaten. In artikel 3 onder 10 van de Verordening is ‘toelating van een gewasbeschermingsmiddel’ omschreven als: bestuursrechtelijk besluit waarmee de bevoegde instantie van een lidstaat toelaat dat een gewasbeschermingsmiddel op zijn grondgebied op de markt wordt gebracht. Onder ‘op de markt brengen’ wordt overeenkomstig artikel 3 onder 9 van de Verordening verstaan: het voorhanden hebben met het oog op verkoop binnen de Gemeenschap, met inbegrip van het ten verkoop aanbieden of enige andere vorm van overdracht, al dan niet gratis, alsmede de eigenlijke verkoop, de distributie en andere vormen van overdracht zelf, maar niet het retourneren aan de oorspronkelijke verkoper. Het in het vrije verkeer brengen op het grondgebied van de Gemeenschap geldt in het kader van deze Verordening als op de markt brengen. De rechtbank heeft in het vonnis met het openbaar ministerie en de verdediging vastgesteld dat een uit een derde land afkomstig gewasbeschermingsmiddel op de markt is gebracht als het EU is ingeklaard, ook wel T2-inklaren genoemd. In het tweede lid van artikel 28 van de Verordening is bepaald dat in een aantal gevallen geen toelating vereist is. In die bepaling is onder d de volgende uitzonderingssituatie opgenomen: “de productie, de opslag en het vervoer van een gewasbeschermingsmiddel dat voor gebruik in een derde land is bestemd, op voorwaarde dat de lidstaat van productie, opslag of vervoer inspectievoorschriften heeft vastgesteld om ervoor te zorgen dat het gewasbeschermingsmiddel vanaf zijn grondgebied wordt uitgevoerd”. Het openbaar ministerie heeft in de hoofdzaak naar voren gebracht dat veroordeelde niet heeft voldaan aan het inspectievoorschrift dat een zogenoemd kettingbeding moet zijn opgemaakt. Vanaf 16 december 2011 is dit voorschrift opgenomen in artikel 7.1 van de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De rechtbank heeft in het vonnis geoordeeld dat voor een geslaagd beroep op de uitzonderingssituatie van artikel 28, tweede lid, onder d, van de Verordening, waarin enkel staat dat er voorschriften moeten zijn vastgesteld, niet is vereist dat veroordeelde een kettingbeding heeft opgenomen in overeenkomsten met betrekking tot opslag, vervoer of levering aan een ander van een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel. Wel dient door veroordeelde aannemelijk te worden gemaakt dat het niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel bestemd was voor gebruik in een derde land. In het vonnis heeft de rechtbank ten aanzien van de ten laste gelegde orders beoordeeld of dat het geval is geweest en in de gevallen waarin dit niet aannemelijk is gemaakt, heeft de rechtbank geconcludeerd dat is gehandeld in strijd met artikel 28, eerste lid, van de Verordening. De rechtbank stelt vast dat in de ontnemingsberekening ook orders zijn meegenomen die plaats hebben gevonden vóór de inwerkingtreding van de Verordening op 21 oktober
- Voor die orders geldt dat het toetsingskader wordt gevormd door de Richtlijn betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (91/414/EEG, verder: Richtlijn 91/414) en artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (geldend vanaf 17 oktober 2007). In artikel 3, tweede lid, van Richtlijn 91/414 was bepaald dat de lidstaten de productie, de opslag en het verkeer van een gewasbeschermingsmiddel waarvan het gebruik op hun grondgebied niet is toegelaten, maar dat voor gebruik in een andere lidstaat is bestemd, niet belemmeren voor zover - het gewasbeschermingsmiddel in een andere lidstaat is toegelaten; - wordt voldaan aan de voorschriften inzake controle die de lidstaten hebben vastgesteld om ervoor te zorgen dat het bepaalde in lid 1 wordt nageleefd. Artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (oud) bepaalde dat het verboden is gewasbeschermingsmiddelen of biociden op de markt te brengen, voorhanden of in voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of te gebruiken, die niet ingevolge deze wet zijn toegelaten of, voor zover het biociden met een gering risico betreft, zijn geregistreerd. Het voorschrift met betrekking tot het kettingbeding was opgenomen in artikel 20, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden j° artikel 7.1 van de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De rechtbank stelt vast dat in Richtlijn 91/414, anders dan in de Verordening, staat dat moet worden voldaan aan de controlevoorschriften. Dit roept de vraag op wat het enkel ontbreken van een kettingbeding bij orders waarvan de re-export aannemelijk is gemaakt, betekent voor de beoordeling van die gevallen in het kader van de ontnemingsvordering. De rechtbank is van oordeel dat het enkel ontbreken van een kettingbeding, zelfs als dat een strafbaar feit oplevert, nog niet maakt dat met die order wederrechtelijk voordeel is verkregen. De rechtbank betrekt daarbij dat het overeenkomen en opmaken van een kettingbeding geringe kosten met zich zou brengen en daardoor niet of nauwelijks kostenverhogend zou zijn geweest. Dat betekent dat de rechtbank voor alle transacties waarbij het verweer wordt gevoerd dat sprake is van re-export uit zal gaan van de kaders zoals die zijn vastgesteld in de hoofdzaak en daarbij dus niet zal betrekken of al dan niet sprake was van een kettingbeding. 4.1.1.2 Voorwaardelijk verzoek om getuigen te horen De verdediging heeft, indien de rechtbank de ontnemingsvordering zou toewijzen ten aanzien van de orders waarbij het re-export verweer wordt gevoerd, verzocht enkele getuigen te horen. Deze vertegenwoordigers van de afnemers van veroordeelde kunnen nadere concretisering bieden over de re-export. De rechtbank is, zoals zij tijdens de zitting van 26 maart 2024 ook naar voren heeft gebracht, van oordeel dat de re-export enkel door middel van stukken kan worden onderbouwd. Hierbij is van belang dat zowel de oude regelgeving als de nieuwe regelgeving eisen stelt aan de administratie als het gaat om re-export. Deze stukken hoeven niet uit de administratie van veroordeelde te komen, maar kunnen ook afkomstig zijn van de afnemers. In de reactie van de verdediging, die op 6 november 2024 door de rechtbank is ontvangen, is vermeld dat het de verdediging niet is gelukt de orders betreffende re-export van een nadere onderbouwing te voorzien. Naar het oordeel van de rechtbank kan het horen van de gevraagde getuigen niets opleveren wat van belang kan zijn voor de beoordeling van de door het openbaar ministerie ingediende ontnemingsvordering. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van de getuigen daarom af. 4.1.1.3 Het opzet bij de Wgb-feiten Zoals de rechtbank in het vonnis heeft overwogen is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het uitgangspunt bij de beoordeling van economische delicten het zogenoemde ‘kleurloze’ opzet is. Dit houdt in dat opzet op handelen in strijd met het wettelijke verbod niet is vereist, maar dat opzet op de feitelijke gedraging volstaat. Dat betekent in dit geval dat beoordeeld moet worden of veroordeelde, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet had op het zonder toelating op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel en niet op de wederrechtelijkheid van die gedraging. Ten aanzien van die toelating overweegt de rechtbank nog dat het opzet dus enkel hoeft te zien op het ontbreken van een toelating en niet op het feit dat die toelating (mogelijk) vereist was. Dat veroordeelde niet wist dat voor het op de markt brengen van (hierna te bespreken) gewasbeschermingsmiddelen een toelating was vereist, staat aan het bewijs van opzet daarom niet in de weg. 4.2 De uitgangspunten voor de schatting van het voordeel In het rapport is het wederrechtelijk voordeel telkens geschat door de verkoopopbrengst per order te bepalen en vervolgens daarvan af te trekken de op de order geboekte directe kosten, de niet op de order geboekte directe kosten en de overige kosten die in directe relatie staan tot de (strafbare) order (p. 11 en p. 76 e.v.). De verkoopopbrengst en de op de order geboekte directe kosten zijn telkens bepaald aan de hand van de financiële kostenplaatsregistratie in de administratie van de veroordeelde welke zijn geregistreerd per order. Door per order van de verkoopopbrengst de direct op de order geboekte kosten af te trekken is de brutomarge per order bepaald (p. 11-12). Een klein gedeelte van de directe kosten (vrachtkosten e.d., provisies en kortingen, transportverzekeringen, legalisatiekosten en monsterkosten) was niet op een specifieke order geboekt. Voor het vaststellen van deze kosten per order is over de jaren 2009 tot en met 2013 berekend wat het percentage is van deze kosten ten opzichte van de totale omzet van dat jaar. Vervolgens is dat percentage gebruikt om per order de niet op de order geboekte directe kosten te bepalen. Omdat tijdens de doorzoeking boekjaar 2014 nog niet was afgerond, is voor dat jaar in het voordeel van veroordeelde uitgegaan van het hoogste percentage dat is berekend in één van de voorgaande jaren (p. 12, 76-77). Op dezelfde manier zijn per order de overige kosten die in directe relatie staan tot de order bepaald, met dien verstande dat voor het boekjaar 2014 voor deze post wel een zelfstandige berekening is gemaakt (p. 13, 77-80). De rechtbank neemt deze algemene uitgangspunten voor de berekening van het wederrechtelijk voordeel per order over. De verdediging heeft deze uitgangspunten en de op basis daarvan in het rapport gemaakte berekening op zichzelf niet betwist. Wel zal de rechtbank hierna per order, dan wel groep van orders, bespreken of het gehele in het rapport berekende voordeel dient te worden meegenomen of slechts een gedeelte daarvan, zoals door de verdediging betoogd. 4.3 Voordeel uit de in de strafzaak bewezen verklaarde feiten Het openbaar ministerie heeft op 11 oktober 2023 een aanvullende conclusie van eis ingediend waarin is ingegaan op de gevolgen van het vonnis in de hoofdzaak voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarin is vermeld dat in zaaksdossier 5 een vrijspraak is gevolgd, zodat de vordering met € 1.925,85 moet worden verminderd. De overige (gedeeltelijke) vrijspraken hebben geen gevolgen voor de berekening, omdat er al geen voordeel was berekend dan wel omdat er naast een gedeeltelijke vrijspraak ook een veroordeling is gevolgd. Verder is in de aanvullende Conclusie van Eis ingegaan op de werkzame stof Cypermethrin, onder verwijzing naar een proces-verbaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van 6 oktober 2023 en een proces-verbaal van bevindingen over Cypermethrin als biocide. Naar aanleiding van het onderzoek naar deze stof worden negen orders met leveringen van deze stof in de concentraties tussen de 1% en 10% niet langer meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit betekent volgens het openbaar ministerie dat een bedrag van € 11.532,99 in mindering moet worden gebracht op de oorspronkelijke vordering. De rechtbank zal hieronder per zaaksdossier ingaan op de vraag of voordeel is verkregen door middel van of uit de baten van de in de strafzaak bewezen verklaarde feiten. 4.3.1 Zaaksdossier 1 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149059) [bedrijf] , gevestigd in [plaats] in China, heeft op 20 februari 2014 een ‘Commercial Invoice’ naar veroordeelde gestuurd betreffende de aankoop door veroordeelde van 5.000 liter Azoxystrobin 23% SC voor een bedrag van USD 73.
- Veroordeelde heeft een op 17 maart 2014 gedateerde ‘Invoice’ met ordernummer 20149059-A gestuurd naar [bedrijf] voor de verkoop van 5.000 liter Azoxystrobin 23% e.c. voor een bedrag van USD 83.
- Onder de opmerkingen is veroordeelde vermeld als ‘manufacturer’. Ook bevat het dossier een ‘Certificate of Origine’ van 17 maart 2014 voor [bedrijf] betreffende ordernummer
- Dit betreft 5.000 liter Wopro Azoxystrobin 23% s.c., waarbij [bedrijf] als “manufacturer / Toll producer for [veroordeelde] ” is vermeld. De goederen zouden in maart 2014 worden verscheept vanuit een Europese haven via Singapore naar de haven van Kaosiung in Taiwan. Op het ‘Certificate of Origin’ is vermeld: “We herewith certify that the above mentioned goods are of Dutch origin / provenance”. In het vonnis in de hoofdzaak is geoordeeld dat veroordeelde de Certificaten van Origine, behorende bij ordernummer 20149059, valselijk heeft opgemaakt, waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met [naam] . Het ging daarbij om twee Certificates of Origine, gedateerd 1 maart 2014 en twee Certificates of Origine, gedateerd 17 maart
- Zoals hierna onder 4.5.5.1 zal worden besproken, gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 47% van het in het rapport berekende voordeel. Voordeel: Omzet € 62.037,04 Brutomarge € 7.888,74 Extra aftrek directe kosten € 210,93 Aftrek overige kosten € 335,- Wederrechtelijk verkregen voordeel € 7.342,81 * 47% = € 3.451,12 4.3.2 Zaaksdossier 2 vrijspraak (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138007) (geen voordeel) In de hoofdzaak heeft de rechtbank veroordeelde vrijgesproken van het overtreden van het verbod van artikel 28 Verordening met betrekking tot dit zaaksdossier. Daarom kan niet automatisch voordeel worden ontnomen voor dit zaaksdossier. Overigens speelt in deze zaak ook een valsheid in geschrift, zodat dit ordernummer hierna onder 4.5.7.17.39 alsnog zal worden besproken. 4.3.3 Zaaksdossier 3A (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20127263) (geen voordeel) In het vonnis in de hoofdzaak is geoordeeld dat de beoogde doorvoer van de partij Imidacloprid, waarvoor veroordeelde geen toelating had, niet aannemelijk is geworden en dat veroordeelde geen geslaagd beroep kan doen op artikel 28 van de Verordening. Uit het overzicht van het wederrechtelijk voordeel per order, dat door het openbaar ministerie is opgemaakt, volgt dat sprake is van een voordeel van - € 216,
- Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat met deze order geen wederrechtelijk voordeel is behaald. 4.3.4 Zaaksdossier 3B (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20127157) Imidacloprid 70% WDG en Oxamyl 24% w/v SL zijn gewasbeschermingsmiddelen en de partijen van respectievelijk 250 kilogram en 1200 liter van deze middelen zijn EU-ingeklaard in Nederland. Beide middelen hadden in de relevante periode geen toelating in Nederland. Het ordernummer van deze order is
- In het vonnis in de hoofdzaak heeft de rechtbank vastgesteld dat niet aannemelijk is geworden dat de Imidacloprid en de Oxamyl bestemd waren voor gebruik in China en beide gewasbeschermingsmiddelen feitelijk zijn geleverd in [plaats] en dat de order contant zou zijn betaald en vervolgens gestort op de rekening van [veroordeelde] . [veroordeelde] kon geen geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 28, tweede lid, onder d, van de Verordening. De rechtbank is daarom tot een bewezenverklaring gekomen van het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 20, eerste lid, van de Wgb, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Voor deze en de hierna volgende orders die zien op het zonder toelating op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, geldt dat de kosten van een procedure om toelating te krijgen voor de middelen (zeer) hoog zijn. De rechtbank acht het daarom niet aannemelijk dat deze orders doorgang zouden hebben gevonden als tevens een verzoek om toelating bij de autoriteiten zou zijn gedaan. De rechtbank zal daarom het volledige in het rapport berekende voordeel meenemen in de berekening. Voordeel: Omzet € 19.380,- Brutomarge € 4.391,72 Extra aftrek directe kosten € 52,33 Aftrek overige kosten € 104,65 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 4.234,74 4.3.5 Zaaksdossier 4 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138327) Op 26 september 2013 heeft [naam] van het Italiaanse bedrijf [bedrijf] eene-mail naar [vertegenwoordiger 1] gestuurd met een lijstje met producten, waarvoor ze een offerte wilde hebben. Bij de genoemde producten stonden onder meer 30.000 x 20 [bedrijf] (Hydrogen – Cyanamide) en 500 x 0,010 Tiber Star (Tribenuron Metile 75%). Op 3 oktober 2013 heeft veroordeelde een ‘Confirmation of Sale’ gestuurd naar [bedrijf] voor onder meer de verkoop van 30.000 liter Hydrogen Cyanamide 520 gr/liter (blue coloured) in 20 liter blikken en 1.000 kilo Tribenuron Methyl 75% WG in aluminium zakjes van 10 gram. Op 7 oktober 2013 is de order [bedrijf] uitgebreid naar 33.000 liter. De herziene ‘Confirmation of Sale’, gedateerd 8 oktober 2013, is op 9 oktober 2013 ondertekend en voorzien van de tekst “for acceptance” van [bedrijf] terug ontvangen. Het nummer van deze order is
- In het vonnis in de hoofdzaak is vastgesteld dat de middelen op 16 december 2013 EU-ingeklaard zijn en (in de hier relevante periode) niet zijn toegelaten in Nederland of in een andere lidstaat van de EU. Veroordeelde kon geen geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 28, tweede lid, onder d, van de Verordening. De rechtbank is daarom tot een bewezenverklaring gekomen van het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 20, eerste lid, van de Wgb, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Ten aanzien van de valsheid in geschrift overweegt de rechtbank als volgt. Op 17 december 2013 heeft veroordeelde een factuur naar [bedrijf] in Italië gestuurd met het nummer 20138327-A. Op de factuur zijn onder meer in rekening gebracht: [bedrijf] x 20 Liquid Fertilizer 5-20 (blue coloured), hoeveelheid 33.000 liter; [bedrijf] x 0.010, hoeveelheid 1.000 kilo. Op de factuur staat “our ref. G/DV”. In de administratie van veroordeelde zijn twee vrachtbrieven aangetroffen met de datum 17 december
- Beide vrachtbrieven zijn opgemaakt door [naam] van expediteur [bedrijf] en betreffen het vervoer vanuit [plaats] naar [bedrijf] in [plaats] in Italië. De vrachtbrief (CMR) met nummer 03313837 betreft het vervoer van blikken [bedrijf] x 20 Liquid Fertilizer 5-20 en 200 dozen [bedrijf] x 0.
- Het aantal blikken [bedrijf] is op de vrachtbrief slecht leesbaar, maar de rechtbank gaat er gelet op de e-mail van [naam] van 17 december 2013, vanuit dat het om 800 blikken gaat. De vrachtbrief (CMR) met nummer 03313838 betreft het vervoer van 850 blikken [bedrijf] x 20 Liquid Fertilizer 5-20 en enkele andere stoffen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de factuur ten aanzien van ordernummer 20138327 door veroordeelde valselijk is opgemaakt, waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [vertegenwoordiger 1] en [naam] enerzijds en [bedrijf] anderzijds. De rechtbank heeft met betrekking tot de CMR’s geoordeeld dat [naam] de CMR’s niet zelf heeft opgesteld. Wél heeft [naam] aan [bedrijf] opdracht gegeven de handelsnamen [bedrijf] en [bedrijf] op de CMR’s te vermelden, terwijl aangenomen kan worden dat [bedrijf] niet op de hoogte was van de onjuistheid hiervan. De rechtbank achtte daarom het doen plegen van het valselijk opmaken van de CMR’s bewezen. Ook achtte de rechtbank bewezen dat daarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [vertegenwoordiger 1] en [naam] enerzijds en [bedrijf] anderzijds. [plaats] gelet op het overwogene in paragraaf 4.3.4 zal de rechtbank het volledige in het rapport berekende voordeel meenemen in de berekening. Voordeel: Omzet € 137.755,55 Brutomarge € 5.227,62 Extra aftrek directe kosten € 468,37 Aftrek overige kosten € 991,84 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.767,41 4.3.6 Zaaksdossier 5 vrijspraak (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149160) (geen voordeel) Veroordeelde is in de hoofdzaak vrijgesproken voor zover het gaat om dit zaaksdossier. Dat betekent dat in de onderhavige procedure geen voordeel kan worden meegenomen in de berekening. 4.3.7 Zaaksdossier 6 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20138326) In het dossier bevindt zich een conformation of sale met ordernummer 20138326 waarin de verkoop wordt bevestigd van een partij 127.200 liter Stargezan (Prometryn 500 g/l SC) en 200 kilo Eclat (Rimsulfuron+Thifensulfuron 50/25% WDG) met als verkoper veroordeelde en als koper [bedrijf] ., vertegenwoordigd door [naam] te [plaats] . Op de overeenkomst staat als e-mailadres van de koper vermeld [e-mailadres] . Verder staat vermeld: “Delivery: For delivery [plaats] region around middele December.” [bedrijf] heeft op 2 november 2013 een ‘Commercial Invoice’ gestuurd naar veroordeelde voor 127.200 liter Stargezan (Prometryn 500 g/l SC) voor een bedrag van USD 513.888 en 200 kilo Eclat (Rimsulfuron+Thifensulfuron 50/25% WDG) voor een bedrag van USD 13.
- De goederen zouden volgens de invoice vanuit [plaats] naar [plaats] worden verscheept. Op 4 december 2013 heeft veroordeelde een ‘Invoice’ met ordernummer 20138326-A gestuurd naar [bedrijf] voor de verkoop van: 127.200 liter Stargezan (Prometryn, 500 g/l) voor een bedrag van USD 636.000 en 00 kilo Eclat (Rimsulfuron+thifensulfuron 50/25% WDG) voor een bedrag van USD 16.
- Het dossier bevat onder meer: - de leveranciersverklaringen van [bedrijf] , gedateerd respectievelijk 23 oktober 2013 en 7 maart 2013; - de facturen met de nummers S2210113, S2220113, S2230113, S2240113, S2250113, S2260113, S2270113 en S2280113; - de aanvragen tot afgifte van een certificaat van oorsprong van de Europese Gemeenschap met de nummers 82913, 82914, 82915, 82916, 82917, 82918, 82919 en
- Uit deze documenten leidt de rechtbank af dat de goederen in de order door [bedrijf] worden doorverkocht aan het Oekraïense bedrijf [bedrijf] en dat de goederen door veroordeelde direct worden geleverd aan [bedrijf] in Oekraïne. De rechtbank heeft in het vonnis in de hoofdzaak geoordeeld dat veroordeelde valse leveranciersverklaringen heeft opgemaakt, waarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met Slootweg. Daarnaast achtte de rechtbank het opmaken van valse geschriften, te weten de facturen en de aanvragen van de certificaten van oorsprong en het gebruikmaken van valse geschriften, te weten de leveranciersverklaringen en de facturen bewezen. Zoals hierna onder 4.5.5.1 zal worden besproken, gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 47% van het in het rapport berekende voordeel, omdat de rechtbank uitgaat van het alternatieve scenario dat zonder de valsheid de stoffen in Nederland zouden zijn geproduceerd tegen hogere kosten. Voordeel: Omzet € 484.055,56 Brutomarge € 34.221,53 Extra aftrek directe kosten € 1.645,79 Aftrek overige kosten € 3.485,20 Wederrechtelijk. verkregen voordeel € 29.090,54 * 47% = € 13.672,55 4.3.8 Zaaksdossier 7 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20149135) (geen voordeel) Voor deze order is in het rapport geen voordeel berekend. De rechtbank zal het (mogelijk) behaalde voordeel van deze order dan ook niet meenemen in haar berekening. 4.3.9 Proces-verbaal 83799 (afnemer [bedrijf] , ordernummer 20151000) (geen voordeel) In het rapport is geen voordeel berekend voor deze order. De rechtbank zal het (mogelijk) behaalde voordeel van deze order dan ook niet meenemen in haar berekening. 4.3.10 Wederrechtelijk verkregen voordeel uit de bewezenverklaarde feiten Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de bewezenverklaarde feiten komt hiermee op een bedrag van € 25.125,
- 4.4 Wederrechtelijk voordeel uit andere (soortgelijke) strafbare feiten die zien op het overtreden van artikel 20 Wgb 4.4.1 Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel De standpunten De verdediging De NVWA heeft in het rapport aangegeven een aantal orders buiten de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel te hebben gelaten, onder andere: “alle orders waarbij de niet toegelaten middelen niet uit China afkomstig waren maar uit een ander land”. Er zijn echter 21 orders -naar mag worden aangenomen- abusievelijk in de berekening betrokken, ook al gaat het (evenzeer) niet om gewasbeschermingsmiddelen afkomstig uit China. In een deel van de gevallen was het technisch materiaal volgens het rapport uit China afkomstig, maar zijn de gewasbeschermingsmiddelen in Nederland geformuleerd en waren de ‘niet toegelaten middelen’ dus niet uit China afkomstig. In de overige gevallen kwam ook het technisch materiaal niet uit China. Aangezien de veroordeelde mag vertrouwen op het door de NVWA aangelegde criterium, dienen deze orders daarom buiten beschouwing te worden gelaten bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het openbaar ministerie Voorafgaand aan het door de verdediging opgenomen citaat is duidelijk beschreven dat de gemaakte selectie onder A, naast middelen afkomstig uit China, ook gemaakt is inclusief middelen die in opdracht van de veroordeelde bij [bedrijf] te [plaats] (verder: [bedrijf] ) zijn geproduceerd en vervolgens op de EU-markt zijn gebracht. De beoordeling door de rechtbank In het rapport staat onder het kopje “6.
- Andere strafbare feiten” het volgende vermeld: “Naast de feiten zoals opgenomen in het strafdossier is uit het financieel onderzoek naar voren gekomen dat betrokkenen zich eveneens schuldig gemaakt hebben aan overtreding van dezelfde strafbare feiten in een aantal andere dossiers: A. gewasbeschermingsmiddelen uit China welke geen toelating hebben op de NL/EU markt brengen. Deze middelen werden ofwel - in opdracht van [veroordeelde] ingeklaard en daarmee op dat moment op de Nederlandse/EU markt gebracht - in opdracht van [veroordeelde] bij [bedrijf] geproduceerd en vervolgens op de NL/EU markt gebracht. B. (…)” Onder ditzelfde kopje 6.2, ten aanzien van de categorie onder A, volgt het door de verdediging vermelde citaat. Indien beide citaten in samenhang worden gelezen, is het naar het oordeel van de rechtbank volstrekt helder dat de NVWA voor ogen had om ook gewasbeschermingsmiddelen die in opdracht van veroordeelde door [bedrijf] in Nederland zijn geformuleerd, met gebruikmaking van uit China geïmporteerde technische (werkzame) stoffen, in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betrekken. Dat dit vervolgens daadwerkelijk is gedaan was voor veroordeelde ook duidelijk kenbaar, namelijk uit het rapport gelezen in samenhang met het overzicht van meegenomen orders. Er is ook overigens niet een goede reden te bedenken waarom de NVWA deze orders buiten beschouwing zou hebben willen laten. Reeds hierom slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet en kunnen de orders in kwestie, indien daarbij sprake is van het plegen van ‘andere strafbare feiten’ -waarover hierna meer- in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden betrokken. Tot slot heeft de verdediging nog aangevoerd dat, ook als ervan moet worden uitgegaan dat de NVWA door [bedrijf] met technische (werkzame) stoffen uit China geproduceerde gewasbeschermingsmiddelen in de berekening heeft willen betrekken, er ook dan nog een aantal orders is waarbij de technische (werkzame) stoffen niet uit China kwamen. Hiertoe heeft de verdediging verwezen naar de in voetnoot 25 van de Conclusie van Dupliek vermelde orders. De rechtbank stelt vast dat dit verweer nog van belang is voor een vijftal in de voetnoot genoemde orders, te weten [bedrijf] / order 20149069, [bedrijf] / order 20149252, [naam] / order 20116232, [bedrijf] / order 20138097-E en [bedrijf] / order 20127165-A. Ook stelt de rechtbank vast dat uit het procesdossier enkel ten aanzien van de eerstgenoemde order blijkt dat sprake was van inkoop van technische (werkzame) stoffen uit een ander land dan China, namelijk het Verenigd Koninkrijk. Waar de technische (werkzame) stoffen ten behoeve van de andere orders zijn ingekocht, wordt uit het procesdossier niet duidelijk. Wat daar ook van zij, al aangenomen dat alle gewasbeschermingsmiddelen waarop deze vijf orders zien inderdaad zijn geproduceerd met technische (werkzame) stoffen uit andere landen dan China, dan nog slaagt ook ten aanzien van deze orders het beroep op het vertrouwensbeginsel niet. Aan de verdediging kan weliswaar worden toegegeven dat in het rapport vermeld staat dat (onder andere) “alle orders waarbij de niet toegelaten middelen niet uit China afkomstig waren maar uit een ander land” buiten de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zijn gelaten, maar ook hier geldt, zoals hiervóór al overwogen ten aanzien van de met technische (werkzame) stoffen uit China geproduceerde gewasbeschermingsmiddelen, dat voor de veroordeelde duidelijk kenbaar was dat de vijf orders niettemin in de berekening waren betrokken. De veroordeelde heeft daarom (enkel) aan de voornoemde vermelding niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat deze orders buiten beschouwing zouden blijven. Ook deze orders kunnen, indien daarbij sprake is van het plegen van ‘andere strafbare feiten’ -waarover hierna meer- daarom in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden betrokken. 4.4.2 Beoordeling van het bulkgoederenverweer De reikwijdte van de verordening: wat is bedoeld met ‘middelen, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd’? In artikel 1, eerste lid, van de Verordening is bepaald dat bij deze verordening regels worden vastgesteld voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in hun commerciële aanbiedingsvorm en voor het op de markt brengen, het gebruik en de controle ervan binnen de Gemeenschap. In artikel 2, eerste lid, staat de werkingssfeer van de Verordening beschreven, als volgt: “
- Deze verordening is van toepassing op middelen, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd, die geheel of gedeeltelijk bestaan uit werkzame stoffen, beschermstoffen of synergisten, en die bestemd zijn voor een van de volgende toepassingen: (…) Deze middelen worden hierna “gewasbeschermingsmiddelen” genoemd.” Voor het beoordelen van de vraag of bij de orders die hierna in paragraaf 4.4.3 worden besproken sprake is geweest van (andere) strafbare feiten is van belang de vraag wat dient te worden verstaan onder de zinsnede “in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd”. De standpunten De verdediging De verdediging heeft onder verwijzing naar de voormelde artikelleden gesteld dat zogenaamde ‘bulkgoederen’ niet onder de reikwijdte van de Verordening vallen. Onder ‘vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd’ dient de verpakkingsvorm te worden verstaan die aan de (eind)gebruiker wordt geleverd en door deze (eind)gebruiker, bijvoorbeeld een boer of tuinder, daadwerkelijk gebruikt kan worden. De middelen die in bulkverpakkingen worden vervoerd kunnen niet aangemerkt worden als gewasbeschermingsmiddelen onder de Verordening. Het gaat bij ‘bulkgoederen’ om verpakkingen die onbruikbaar zijn voor de (eind)gebruiker omdat die eerst nog moeten worden omgepakt en van etiketten met gebruiksinstructies moeten worden voorzien. De vraag vanaf welke hoeveelheid sprake is van een ‘bulkgoed’ is afhankelijk van de aard van het product en het type (eind)gebruiker. Het openbaar ministerie Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de zinsnede “in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd” de werkzame stof is bedoeld en dat de verpakking en etikettering niet van belang zijn. Dat de Verordening niet van toepassing zou zijn op gewasbeschermingsmiddelen die zijn verpakt in zogenoemde ‘bulkverpakkingen’, door de verdediging ‘bulkgoederen’ genoemd, is dan ook onjuist. De beoordeling door de rechtbank Inleidende overwegingen Niet in discussie is dat de orders ten aanzien waarvan de verdediging het bulkgoederenverweer voert zien op chemische mengsels met daarin werkzame stoffen in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Verordening en dat de mengsels geschikt zijn voor toepassing als gewasbeschermingsmiddel. Ook is niet in discussie dat de chemische mengsels in Nederland op de markt zijn gebracht. Enkel ter discussie staat of hiervoor een toelating was vereist. De rechtbank begrijpt het standpunt van de verdediging aldus dat de chemische mengsels waarop de orders zien pas als gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden aangemerkt, en daarmee toelatingsplichtig zijn, zodra de mengsels zijn verpakt in voor de (eind)gebruiker geschikte verpakkingen met etiketten met gebruiksvoorschriften. De rechtbank stelt voorop dat de Verordening geen nadere duiding geeft ten aanzien van de vraag wat is bedoeld met de zinsnede “in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd”. Ook de (Europese) jurisprudentie biedt geen nadere duiding. Verder stelt de rechtbank voorop dat het door de verdediging gebezigde begrip ‘bulkgoederen’ in de Verordening en overige wet- en regelgeving niet voorkomt en dat dit begrip, zoals ter zitting van 26 maart 2024 wel is gebleken, ook moeilijk te definiëren valt en aan enige willekeur onderhevig is. Wat daar ook van zij, dat gewasbeschermingsmiddelen in bulkverpakkingen (‘bulkgoederen’), zoals gedefinieerd door de verdediging, niet binnen het toepassingsbereik van de Verordening vallen, vindt in ieder geval geen directe bevestiging in de Verordening, noch in enig ander hier gezaghebbend document. De rechtbank zal hierna nader ingaan op wat de verdediging ter staving van haar standpunt naar voren brengt, en daarbij onder meer ook aandacht besteden aan de zogenoemde SANCO-documenten. Cumulatieve voorwaarden in artikel 2, eerste lid, van de Verordening De verdediging heeft haar standpunt onderbouwd allereerst door te stellen dat artikel 2, eerste lid, van de Verordening bestaat uit cumulatieve voorwaarden. De eerste voorwaarde ziet op de vorm waarin de gewasbeschermingsmiddelen aan de (eind)gebruiker worden geleverd en ziet daarbij ook op de verpakking en etikettering. De tweede voorwaarde in dit lid ziet op de chemische samenstelling. De verdediging wijst daarbij mede op de gebruikte formulering in de artikelen 3, tweede lid, onder 2 en 52, derde lid, onder b en c, van de Verordening, waarin ten aanzien van chemische samenstellingen niet over ‘vorm’ maar over ‘stoffen’ of ‘werkzame stoffen’ wordt gesproken. De rechtbank volgt de verdediging niet in deze lezing van artikel 2, eerste lid, van de Verordening. Naar het oordeel van de rechtbank dient de zinsnede ‘die geheel of gedeeltelijk bestaan uit’ te worden gezien als een nadere duiding van de woorden ‘middelen, in de vorm’. Met die zinsnede is naar het oordeel van de rechtbank bedoeld een nadere omschrijving te geven van de vorm van de middelen, anders gezegd de stoffen/preparaten waaruit het chemische mengsel is samengesteld. Voor de lezing dat met ‘de vorm’ de (chemische) samenstelling van het middel wordt bedoeld, vindt de rechtbank bevestiging in de wijze waarop het begrip ‘gewasbeschermingsmiddelen’ was gedefinieerd in de eerdergenoemde Richtlijn 91/
- De Richtlijn definieerde ‘gewasbeschermingsmiddelen’ in artikel 2, eerste lid, als ‘werkzame stoffen en één of meer werkzame stoffen bevattende preparaten, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd (…)’. Deze definitie maakt nog meer duidelijk dat het bij ‘de vorm’ gaat over de samenstelling van het uit stoffen/preparaten bestaande mengsel dat aan de gebruiker wordt geleverd. Uit niets blijkt dat bij vervanging van de Richtlijn door de Verordening een andere invulling van het begrip ‘gewasbeschermingsmiddelen’ is beoogd. In de redactie van de artikelen 3, tweede lid, onder 2 en 52, derde lid, onder b en c, van de Verordening ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen. Het document SANCO/12415/2013 Verdere bevestiging voor haar voornoemde lezing van de zinsnede in kwestie kan naar het oordeel van de rechtbank gevonden worden in het in het dossier gevoegde Questions and Answers document inzake de regulatie van de Verordening (SANCO/12415/2013, rev. 6, 15 November 2015, p. DOC-015770-1600). Dit SANCO-document is gepubliceerd door het Directorate-General Health and Food Safety (DG SANTE), voorheen genaamd Health and Consumers Directorate-General (DG SANCO), van de Europese Commissie. Zoals in het document aangegeven, is het een document met vragen en antwoorden met betrekking tot de interpretatie van de Verordening. Het doel van het document is om een richtsnoer (‘guidance’) te bieden aan lidstaten en actoren in de economie (p. 4 van het document). In paragraaf 2 staat over de reikwijdte van artikel 2 van de Verordening onder ander het volgende vermeld: “ Definition of plant protection products and products in bulk The definition of plant protection products in Article 2 of Regulation (EC) No 1107/2009 reads: “This Regulation shall apply to products, in the form in which they are supplied to the user, consisting of or containing active substances, safeners of synergists, and intended for one of the following uses (…)” The question arose whether the terms ‘the form in which they are supplied to the user’ refer to the content of the plant protection product, or whether this wording should be interpreted as referring to the form in which the plant protection products is placed on the market such as the way they are packaged and labelled for the end users. [bedrijf] is considered that the terms ‘in the form in which they are supplied to the user’ refer to the content of the plant protection products because the second part of Article 2 refers to the substances contained in the plant protection products with the intended uses and appears to place the emphasis on the content of the product and [bedrijf] uses and not on [bedrijf] form such as package and label. (…) Moreover, the fact that according to Article 28
(1)a “plant protection product shall not be placed on the market or used unless [bedrijf] has been authorized” (emphasis added) in accordance with Regulation (EC) No 1107/2009 confirms that the definition of PPP is focused on the composition of the product and not on the fact that they are packaged and labelled. In fact, for the use of PPPs the fact that they are packaged and labelled for the end users is irrelevant. As a consequence, plant protection products whose composition allows them to be used by end-users without further manufacturing steps are regulated under Regulation (EC) No 1107/
- This interpretation is in line with a number of provisions. For instance, the provisions on record keeping (Article 67) cover all actors involved in the whole distribution chain (producers, suppliers, distributors, importers and exporters) and these actors deal with PPPs whether or not they are in a packaging for the end users or in bulk. In the same way, provisions on controls (Article 68 ) foresee that controls should cover all steps in the process including manufacture, distribution and use of plant protection products. Also this Article concerns companies that trade plant protection products both packaged for the end users or in bulk. This interpretation will allow control of bulk plant protection products traded in the EU and imported from third countries.” In versie 7 van dit document, gedateerd 31 maart 2022, welk document ‘under revision’ is, is de bovenstaande passage niet aangepast. Duidelijk is dat de richtsnoer niet (juridisch) bindend is. Dat staat er echter niet aan in de weg dat de rechtbank de inhoud daarvan in aanmerking neemt bij haar beoordeling van de vraag hoe het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Verordening moet worden uitgelegd. Dat doet de rechtbank dan ook. Gelet op wat de rechtbank hiervóór al heeft overwogen over de lezing van artikel 2, eerste lid, van de Verordening, onderschrijft zij volledig de voornoemde redenering en de daaraan ten grondslag liggende argumenten. De beantwoording van de vraag sterkt de rechtbank in haar conclusie dat met ‘de vorm’ wordt gedoeld op de inhoud (de samenstelling) van het chemisch mengsel en niet (ook) op de verpakking of de etikettering van de verpakking. De verdediging heeft nog gewezen op een tweetal andere documenten, te weten het ‘Guidance document concerning the parallel trade of plant protection products’ (SANCO/10524/2012) en de ‘Note for discussion with Competent Authorities for Biocidal Products, ongedateerd, nummer CA-sept15-Doc. 7.6 - Final, SANTE 2015-
- De rechtbank heeft goede nota genomen van de inhoud van beide documenten. Zij ziet daarin echter geen aanleiding voor een andere interpretatie van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Verordening. Over het SANCO document overweegt de rechtbank ten overvloede nog dat zij niet vermag in te zien dat het door de verdediging daaruit aangehaalde citaat (“Finally, with regard to the form of the packaging this usually refers to the form of the package as [bedrijf] is sold and used by end-users e.g. bottles, cans, drums etc. This should not be confused with the outer package that eventually is used for the transport of products.”) steun biedt aan haar stelling dat ‘de vorm’ in artikel 2 lid 1 van de Verordening niet kan zien op een chemische samenstelling. De context van het citaat gaat immers niet over de definitie van gewasbeschermingsmiddelen en de bewoordingen “the form of the packaging” zijn ook anders dan die in de definitie van gewasbeschermingsmiddelen in artikel 2, eerste lid, van de Verordening (“the form in which they are supplied to the user”). Wat betreft het SANTE document geldt dat dit ziet op de Verordening (EU) Nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012, betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden. Daarin wordt voor de definitie van biociden een gelijke tekst gebruikt als in artikel 2, eerste lid, van de Verordening voor de definitie van gewasbeschermingsmiddelen. Hierover overweegt de rechtbank nog, eveneens ten overvloede, dat aan de verdediging kan worden toegegeven dat het door haar uit dit (eveneens -juridisch- niet bindende) document aangehaalde citaat steun biedt aan de uitleg die zij wenst te geven aan de zinsnede ‘in de vorm waarin deze aan de gebruiker worden geleverd’; terecht wijst de verdediging erop dat in dit opzicht geen goede reden lijkt te bestaan voor verschillende regimes of beoordelingskaders ten aanzien van biociden en gewasbeschermingsmiddelen. De rechtbank volgt de uitleg in het SANTE document echter niet en wijst op wat zij hiervóór heeft overwogen ten aanzien van de aan artikel 2, eerste lid, van de Verordening te geven uitleg. Daarbij verdient nog opmerking dat het document van eerdere datum is dan zowel de 6de als 7de versie van het hiervóór besproken document SANCO/12415/
- In zoverre is de uitleg in het SANTE document ‘ingehaald’ door de uitleg in het (latere op gewasbeschermingsmiddelen betrekking hebbende) SANCO document. De toelating door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) De verdediging heeft voorts nog gesteld dat het Ctgb alleen toelatingsaanvragen beoordeelt voor producten die bestemd zijn voor de eindgebruiker en die dus zijn verpakt in een voor de eindgebruiker geschikte verpakking met gebruikersetiketten, en dus niet voor bulkverpakkingen. Dit biedt volgens de verdediging steun aan haar standpunt dat de Verordening niet van toepassing is op bulkverpakkingen. Ter toetsing van deze stelling van de verdediging heeft de rechtbank met tussenkomst van het openbaar ministerie een aantal vragen voorgelegd aan het Ctbg. Uit de rapportage van het Ctbg van 24 april 2024 maakt de rechtbank op dat de grootte van de verpakking, bijvoorbeeld vaten van 180-200 liter of verpakkingen van 25 kilogram, geen reden zijn om een toelatingsaanvraag niet te beoordelen; ook een toelatingsaanvraag voor een gewasbeschermingsmiddel in een dergelijke grote verpakking wordt door het Ctgb beoordeeld. De stelling van de verdediging gaat dus niet op. Dat de Verordening niet van toepassing zou zijn op gewasbeschermingsmiddelen in bulk vindt geen steun in de van het Ctgb verkregen informatie. De Reach-verordening en de PIC-verordening De verdediging heeft tot slot gesteld dat de invoer van chemische mengsels in de EU, los van sectorspecifieke wetgeving, wordt gereguleerd door de Reach-verordening en de PIC-verordening en andere relevante EU-wetgeving inzake het transport van gevaarlijke stoffen. Er ontstaat dus geen juridisch vacuüm voor invoer van bulkgoederen, zo stelt de verdediging, als die gewasbeschermingsmiddelen buiten het regime van de Verordening zouden vallen. Zoals de verdediging zelf ook stelt, staan de genoemde verordeningen niet in de weg aan de werkingssfeer van sectorspecifieke wetgeving zoals de Verordening. Dat betekent dat als een chemisch mengsel, dat is aan te merken als een gewasbeschermingsmiddel, valt onder de werkingssfeer van de Verordening, aan de regeling in de Verordening moet worden voldaan én aan de overige geldende regelingen. Dat een chemisch mengsel onder bijvoorbeeld de REACH-verordening en/of de PIC-verordening valt, betekent dus niet dat niet tevens de Verordening van toepassing kan zijn. De rechtbank ziet, gelet op haar conclusie hierna, geen reden verder in te gaan op de werkingssfeer van genoemde verordeningen. Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht om een antwoord te geven op de vraag hoe artikel 2, eerste lid, van de Verordening dient te worden uitgelegd en wijst het (subsidiaire) verzoek van de verdediging tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie daarom af. Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank concludeert dat met de zinsnede ‘in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd’ (enkel) de samenstelling van het chemische mengsel is bedoeld en niet (ook) de verpakking en de etikettering. Dat maakt dat de chemische mengsels, waarop de orders die hieronder in paragraaf 4.4.3 besproken betrekking hebben, als zijnde gewasbeschermingsmiddelen onder het toepassingsbereik van de Verordening vallen en daarmee ingevolge artikel 28 van de Verordening zonder toelating niet op de markt mochten worden gebracht, tenzij sprake was van een van de in dat artikel genoemde uitzonderingssituaties. 4.4.3 Beoordeling van de orders 4.4.3.1 Afnemer [bedrijf] De onderstaande orders zien op gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wgb, waarvoor veroordeelde en [bedrijf] in Nederland geen toelating hadden. De rechtbank stelt vast dat de verdediging met betrekking tot alle orders van deze afnemer het verweer heeft gevoerd dat sprake is van bulkgoederen zodat de Verordening niet op deze orders van toepassing is. Ten aanzien van order 20149069 is ook het verweer gevoerd dat het product niet uit China kwam. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen in paragrafen 4.4.1 en 4.4.2 slagen deze verweren niet. 4.4.3.1.1 Order 20095190 (p. 2111-2113) Veroordeelde heeft op 10 juni 2009 een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Hierin staat vermeld: “For the transportation in July 2009 from [veroordeelde] to Bulgaria“ van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (eq. Nurelle D). Het totaalbedrag van deze order is € 69.536,-. [bedrijf] heeft op 2 juli 2009 een ‘Commercial Invoice’ opgemaakt. Deze is gericht aan veroordeelde en heeft betrekking op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC voor een bedrag van USD 74.400,-. Deze partij zal worden vervoerd van [plaats] naar [plaats] . Op 22 juli 2009 is namens veroordeelde een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] , die betrekking heeft op het in ontvangst nemen van goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije. Vermeld is: “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te transporteren.” Het betreft 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% en als verwachte aankomstdatum is 5 augustus 2009 vermeld, met daarbij handgeschreven: “09.08.09 – R`d = 11.08.09 bij K.R.” Het verzendadres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. De rechtbank concludeert dat veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht. Voordeel: Omzet € 69.536,- Brutomarge € 9.023,10 Extra aftrek directe kosten € 104,30 Aftrek overige kosten € 229,47 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 8.689,33 4.4.3.1.2 Order 20095228 (p. 2114-2116) Veroordeelde heeft op 31 augustus 2009 een ‘Invoice’ opgemaakt. Deze heeft betrekking op de levering in oktober 2009 van 16.000 liter Linuron 45% S.C. aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Het totaalbedrag van de order is € 101.217,
- Veroordeelde heeft een ‘Commercial Invoice’, gedateerd op 14 september 2009, ontvangen van [bedrijf] over de levering van 16.000 liter Linuron 450 gr/liter SC. Deze partij zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Het bedrag van USD 113.600,- is blijkens de geplaatste stempel betaald op 11 september
- Namens veroordeelde is op 24 september 2009 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] , die betrekking heeft op het in ontvangst nemen van goederen vanuit China. Vermeld is: “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te transporteren.” Het betreft 16.000 liter Linuron 45% S.C.. De verwachte aankomstdatum is 15 oktober
- Het verzendadres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht zonder de benodigde toelating. Voordeel: Omzet € 101.217,60 Brutomarge € 11.443,38 Extra aftrek directe kosten € 151,83 Aftrek overige kosten: € 334,02 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 10.957,53 4.4.3.1.3 Order 20105508 (p. 2117-2119) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 24 december 2009 verzonden aan veroordeelde. Deze heeft betrekking op 16.000 liter Oxyfluorfen 240 gr/liter EC, waarvoor veroordeelde op 17 februari 2010 een bedrag van USD 104.000,- heeft betaald. De ‘port of loading’ is Shanghai en de ‘port of discharge’ is Rotterdam . Veroordeelde heeft op 12 januari 2010 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] , betreffende het ontvangst nemen van goederen vanuit China. Vermeld is: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” Het betreft 16.000 liter Oxyfluorfen 24% e.c. en als afleveradres staat vermeld: [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 22 januari 2010 heeft veroordeelde een ‘Invoice’ opgemaakt die is gericht aan [bedrijf] , gevestigd [adres] , Bulgarije. Als omschrijving staat vermeld: “For the transportation in week 4-2010 from [veroordeelde] to Bulgaria” van 16.000 liter Oxyfluorfen 24% e.c.. Het totaalbedrag van deze order is USD 131.313,
- De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde deze partij gewasbeschermingsmiddelen zonder de vereiste toelating op de markt heeft gebracht. Voordeel: Omzet € 93.795,43 Brutomarge € 11.110,59 Extra aftrek directe kosten € 300,15 Aftrek overige kosten € 393,94 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 10.416,50 4.4.3.1.4 Order 20105563 (p. 2120-2122) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 18 februari 2010 verzonden naar veroordeelde. Dit document heeft betrekking op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC voor USD 74.400,-. De “port of loading” is Shanghai en de “port of discharge” is Rotterdam . Veroordeelde heeft op 22 februari 2010 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] . Daarin staat: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” De partij bestaat uit 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%. De verwachte aankomstdatum is 17 maart
- Het verzendadres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 24 maart 2010 heeft veroordeelde een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Het gaat om 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (eq. Nurelle D) die in maart 2010 van Nederland naar Bulgarije zal worden vervoerd. Met deze order is een bedrag gemoeid van € 70.240,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht zonder de benodigde toelating. Voordeel: Omzet € 70.240,- Brutomarge € 9.879,70 Extra aftrek directe kosten € 224,77 Aftrek overige kosten € 295,01 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 9.359,92 4.4.3.1.5 Order 20105610 (p. 2123-2125) [bedrijf] heeft op 24 maart 2010 een ‘Invoice’ verstrekt aan veroordeelde over de aankoop door veroordeelde van 10.000 kilo Terbufos 5% Granular voor USD 17.500,-. Vermeld is dat de partij vanuit Shanghai naar Rotterdam zal worden vervoerd. Blijkens de geplaatste stempel heeft de betaling plaatsgevonden op 23 juni. Op 6 april 2010 heeft veroordeelde een ‘Transportinstructie’ gegeven aan [bedrijf] . Vermeld is: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” Het betreft 10.000 kilo Terbufos 5% Granular. Als verwachte aankomstdatum is 21 april 2010 vermeld en als afleveradres [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Het dossier bevat een ‘Invoice’ van 16 april 2010, gericht aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Dit stuk gaat over “the transportation in April 2010 from Holland to Bulgaria” van 10.000 liter (de rechtbank begrijpt: kilo) Terbufos 5% Granules. Het totaalbedrag van de order is USD 28.500,-. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde een partij gewasbeschermingsmiddelen op de markt heeft gebracht zonder de vereiste toelating. Voordeel: Omzet € 20.357,14 Brutomarge € 3.285,38 Extra aftrek directe kosten € 65,14 Aftrek overige kosten € 85,50 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.134,74 4.4.3.1.6 Order 20105708 (p. 2126-2128) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ verzonden aan veroordeelde, die ziet op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Tebuconazole 6 FS voor een bedrag van USD 39.200,-. Dat bedrag is blijkens het geplaatste stempel betaald op 8 september. Met betrekking tot het transport is vermeld dat Shanghai de ‘port of loading’ is en Rotterdam de ‘port of discharge’. Veroordeelde heeft op 9 juli 2010 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] . Vermeld is: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” Het betreft 16.000 liter Tebuconazole 6 FS. De verwachte aankomstdatum is 21 augustus 2010 en het afleveradres [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Veroordeelde heeft op 20 juli 2010 een ‘Invoice’ opgemaakt, die is gericht aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgaria, verstuurd naar e-mailadres [e-mailadres] . Dit document heeft betrekking op “the transportation end of July from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Tebuconazole 6 FS. Veroordeelde heeft hiermee een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht zonder de vereiste toelating. Voordeel: Omzet € 60.000,- Brutomarge € 26.212,47 Extra aftrek directe kosten € 192,- Aftrek overige kosten € 252,- Wederrechtelijk verkregen voordeel € 25.768,47 4.4.3.1.7 Order 20105730 (p. 2129-2133) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 28 juni 2010 verzonden aan veroordeelde. Vermeld is dat veroordeelde 32.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% W/V EC heeft gekocht voor USD 156.800,-. Blijkens de geplaatste stempel is dit bedrag betaald op 25 augustus. De partij zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Op 30 juni 2010 is een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] . Vermeld is: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” Het betreft 32.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%. Als verwachte aankomstdatum staat 23 juli 2010 genoemd en als afleveradres [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Veroordeelde heeft een ‘Invoice’, gedateerd op 6 juli 2010, verzonden aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgaria. Deze order betreft 32.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD), die door veroordeelde is verkocht voor USD 194.880,- en die in juli 2010 zal worden vervoerd van Nederland naar Bulgarije. In de vrachtbrief is vermeld dat de partij, die op 29 juli 2010 in ontvangst zal worden genomen door [bedrijf] , zal worden vervoerd naar [bedrijf] , [plaats] , Bulgarije. Op 2 augustus 2010 is de volgende e-mail verstuurd vanaf e-mailadres [e-mailadres] : “Would you be so kind to remind the person, responsible for CMR filling data that delivery address for both Nur D trucks and Terbufos is: [bedrijf] [plaats] .” [naam] heeft in reactie daarop het volgende bericht gemaild: “Last Friday the goods have been dispatched to the address you mentioned below. However not in name of [bedrijf] But to [bedrijf] .” Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 139.200,- Brutomarge € 11.433,18 Extra aftrek directe kosten € 445,44 Aftrek overige kosten € 584,64 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 10.403,10 4.4.3.1.8 Order 20105803 (p. 2134-2136) Veroordeelde heeft een ‘Commercial Invoice’ van 20 september 2010 ontvangen van [bedrijf] in verband met de aankoop van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% W/V EC voor USD 78.400,-. Deze partij zal vervoerd worden van [plaats] naar [plaats] . Blijkens de geplaatste stempel is op 24 november betaald. In de ‘Transportinstructie’ van 29 september 2010, aangetekend verzonden aan [bedrijf] op 4 oktober, is het volgende vermeld: “Vanuit China verwachten wij onderstaande goederen. Wij verzoeken jullie vriendelijk deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Bulgarije te laten vervoeren.” Het betreft 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%. Als verwachte aankomstdatum is 21 oktober 2010 genoemd en als afleveradres [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Verder is vermeld: “2 containers met dezelfde goederen voor 2 verschillende klanten in Bulgarije aan boord!!!!!!! Let op dat de goede container naar de juiste klant gaat!!!!!!” Veroordeelde heeft een ‘Invoice’ van 27 oktober 2010 verzonden aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Dit document heeft betrekking op “the transportation in October 2010 from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD). Het met deze order gemoeide bedrag is USD 97.600,-. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht zonder de benodigde toelating te hebben. Voordeel: Omzet € 69.714,29 Brutomarge € 863,69 Extra aftrek directe kosten € 223,09 Aftrek overige kosten € 292,80 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 347,80 4.4.3.1.9 Order 20116009 (p. 2137-2139) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 10 december 2010 aan veroordeelde gestuurd. Dit document heeft betrekking op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Oxyfluorfen 240 G/L EC voor een bedrag van USD 105.600,-. De partij zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Blijkens de geplaatste stempel is op 23 februari betaald. Veroordeelde heeft op 15 december 2010 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] . Dit betreft “In ontvangst nemen goederen vanuit China binnenkomend met m.s. ‘Hanjin Port Kelang’, voor transport naar Bulgarije.” Het gaat om 16.000 liter Oxyfluorfen 24% e.c.. De verwachte aankomstdatum is 17 januari 2011 en het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 18 januari 2011 is een ‘Invoice’ opgemaakt die is gericht aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije, met vermelding van e-mailadres [e-mailadres] . Vermeld is dat het gaat om “the tranportation in week 4-2011 from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Oxyfluorfen 24% e.c. Het vermelde bedrag van de order is USD 135.360,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht zonder de vereiste toelating. Voordeel: Omzet € 100.266,67 Brutomarge € 12.176,57 Extra aftrek directe kosten € 210,56 Aftrek overige kosten € 421,12 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 11.544,89 4.4.3.1.10 Order 20116010 (p. 2140-2144) Het dossier bevat twee ‘Commercial Invoices’ van [bedrijf] van 25 januari
- Beide stukken hebben betrekking op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter 50% Chlorpyrifos + 5% Cypermethrin EC voor een bedrag van USD 78.400,-. Beide partijen zullen worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Uit de geplaatste stempels volgt dat op 13 april is betaald. Aan [bedrijf] zijn op 16 februari 2011 ‘Transportinstructies’ verstrekt, waarbij is vermeld dat het gaat om “in ontvangst nemen goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije”, met referentienummer 20116010 A+B. Het betreft 32.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%, met als verwachte aankomstdatum 6 maart
- Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 6 maart 2011 heeft veroordeelde een ‘Invoice’ opgemaakt onder nummer 20116010-A, die gericht is aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Vermeld is dat het gaat om “the transportation in March 2011 from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD). Het verkoopbedrag van deze order is USD 97.600,-. Op dezelfde datum is nog een ‘Invoice’ voor [bedrijf] opgemaakt onder nummer 20116010-B. Ook deze order ziet op 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD) voor USD 97.600,-. De rechtbank is van oordeel dat een gewasbeschermingsmiddel op de markt is gebracht door veroordeelde zonder dat zij de vereiste toelating had. Voordeel: Omzet € 144.592,60 Brutomarge € 11.475,32 Extra aftrek directe kosten € 303,64 Aftrek overige kosten € 607,29 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 10.564,39 4.4.3.1.11 Order 20116016 (Bijlage II bij de Conclusie van repliek) [bedrijf] in [plaats] , China, heeft een ‘Commercial Invoice’ van 21 december 2010 aan veroordeelde gestuurd, die ziet op de aankoop door veroordeelde van 2.000 liter Amitraz 20 EC en 8.000 liter Ethoprophos 72 EC. De partij zal per boot worden vervoerd van [plaats] naar [plaats] . Het vermelde bedrag is USD 78.800,-. Namens veroordeelde zijn op 17 januari 2011 ‘Transportinstructies’ afgegeven aan [bedrijf] . Het betreft een transportopdracht naar [plaats] , Griekenland. Vermeld is: “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen en in te klaren en naar Griekenland te transporteren.” Het gaat om 2.000 liter Amitraz 20 EC en 8.000 liter Ethoprophos 72 EC. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] . Op 31 januari 2011 heeft veroordeelde een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] , gevestigd in [plaats] , Griekenland. Het betreft een order van 2.000 liter Amitraz 20 EC en 8.000 liter Ethoprophos 72 EC, te leveren in februari 2011, voor een verkoopprijs van USD 107.400,-. De rechtbank merkt op dat deze order dus betrekking heeft op [bedrijf] in plaats van [bedrijf] als afnemer. Omwille van de leesbaarheid van deze uitspraak voor partijen, die beiden deze order 20116016 hebben besproken in het kader van de orders van [bedrijf] , bespreekt de rechtbank deze vordering daarom ook onder het kopje van afnemer [bedrijf] , zodat de volgorde van de vorderingen overeen blijft komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 79.555,56 Brutomarge € 7.697,13 Extra aftrek directe kosten € 167,07 Aftrek overige kosten € 334,13 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 7.195,93 4.4.3.1.12 Order 20116104 (p. 2145-2150) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 11 februari 2011 aan veroordeelde gestuurd, die betrekking heeft op de aankoop door veroordeelde van 5.000 liter Tebuconazole 250 EW voor een bedrag van USD 38.750,-. De partij zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Volgens de geplaatste stempel is op 4 mei betaald. Op 3 maart 2011 zijn ‘Transportinstructies’ gegeven aan [bedrijf] , betreffende het ontvangst nemen goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije. Het gaat om 5.000 liter Tebuconazole 250 EW, binnenkomend rond 2 april
- Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 4 april 2011 is een ‘Invoice’ opgemaakt voor [bedrijf] in [plaats] , Bulgaria, waarop is vermeld dat het gaat om “transportation beginning of April from Holland to Bulgaria” van 5.000 liter Tebuconazole 250 EW (Folicur 250 EW). Het vermelde verkoopbedrag is USD 55.500,-. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht zonder de daarvoor benodigde toelating. Voordeel: Omzet € 41.111,11 Brutomarge € 7.922,64 Extra aftrek directe kosten € 86,33 Aftrek overige kosten € 172,67 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 7.663,64 4.4.3.1.13 Order 20127027 (p. 2151-2153) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 12 januari 2012 verzonden aan veroordeelde. Deze ziet op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% W/V EC voor een bedrag van USD 98.240,-. Volgens de geplaatste stempel is op 21 maart 2012 betaald. De partij zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Veroordeelde heeft op 31 januari 2012 ‘Transportinstructies’ verstrekt aan [bedrijf] . Dit betreft “in ontvangst nemen goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije.” Vermeld is dat het gaat om 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% en dat de verwachte aankomstdatum 19 februari 2012 is. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije, is een ‘Invoice’ van 29 februari 2012 verzonden. Dit betreft “the transportation in February 2012 from [veroordeelde] to Bulgaria” van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD). Het bedrag van deze order is USD 116.640,-. De rechtbank concludeert dat veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht zonder de vereiste toelating te hebben. Voordeel: Omzet € 86.921,34 Brutomarge € 3.790,13 Extra aftrek directe kosten € 234,69 Aftrek overige kosten € 469,38 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.086,06 4.4.3.1.14 Order 20127235 (p. 2154-2158) Op 5 juli 2012 is een ‘Confirmation of Sale’ verzonden naar [bedrijf] in [plaats] , Bulgaria, met vermelding van e-mailadres [e-mailadres] . Deze bevestiging ziet op de verkoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC, met de opmerking dat “All the goods to be delivered to rental facilities in [bedrijf] in [plaats] (the same adress as [bedrijf] ).” [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 19 juli 2012 verzonden aan veroordeelde. Deze ziet op de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% W/V EC voor een bedrag van USD 99.520,- Volgens de geplaatste stempel is op 26 september 2012 betaald. De partij zal worden vervoerd van [plaats] naar [plaats] . Aan [bedrijf] zijn op 13 augustus 2012 ‘Transportinstructies’ verstrekt, die gaan over “het in ontvangst nemen van goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije”. Het betreft 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%. De partij heeft 25 augustus 2012 als verwachte aankomstdatum. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 30 augustus 2012 is een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] , gevestigd in [plaats] , Bulgaria. Deze gaat over “the transportation in August 2012 from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC (NurelleD). Het bedrag van deze order is USD 118.240,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 87.585,19 Brutomarge € 4.132,16 Extra aftrek directe kosten € 236,48 Aftrek overige kosten € 472,96 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.422,72 4.4.3.1.15 Order 20149069 (p. 2159-2169) [bedrijf] , gevestigd in Engeland, heeft op 29 januari 2014 een ‘Invoice’ aan veroordeelde verstuurd. Deze order ziet op 825 kilo Cypermethrin Technical 92 pct 40:60 (old). Deze partij is door veroordeelde gekocht voor USD 9.900,-. Op 30 januari 2014 heeft [bedrijf] nogmaals een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan veroordeelde. Deze order heeft betrekking op 1.850 kilo Cypermethrin Technical 92 pct min 40:60, door veroordeelde gekocht voor USD 24.975,-. Vermeld is dat USD 21.316,50 voor order 20149069 is bestemd en dat het totaalbedrag op 5 maart 2014 is betaald. Namens [bedrijf] Sales is op 24 februari 2014 het volgende gemaild aan veroordeelde: “Hierbij kunnen wij melden dat jullie order 20149069 Cypermethrin 25% 30x 200 liter zojuist klaar is.” Op 7 februari 2014 zijn ‘Transportinstructies’ verstrekt aan [bedrijf] , met het volgende bericht: “ [bedrijf] produceert in de loop van volgende week onderstaand goederen voor ons. Deze graag in combinatie met onze order 20149027 verzenden.” Het betreft 6.000 liter Cypermethrin 25% w/v e.c. / Supersect Extra, met als afleveradres [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. [bedrijf] heeft op 25 februari 2014 een factuur verzonden aan veroordeelde. Het gaat om 200 liter Cypermethrin 25% EC en het bedrag van deze rekening is € 13.285,
- Op 28 februari 2014 is een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] , gevestigd [plaats] , Bulgaria. Deze order betreft 6.000 liter Cypermethrin 25% w/v EC / Supersect Extra, die in februari 2014 zal worden vervoerd naar Bulgarije. Het vermelde bedrag is € 31.020,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 31.020,- Brutomarge € 1.387,62 Extra aftrek directe kosten € 105,47 Aftrek overige kosten € 167,51 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.114,64 4.4.3.2 Afnemer [bedrijf] Veroordeelde had geen toelating in Nederland voor de gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wgb waarop de onderstaande orders zien. De rechtbank stelt vast dat de verdediging met betrekking tot de vier orders van deze afnemer heeft aangevoerd dat sprake was van bulkgoederen en dat de Verordening daarom niet van toepassing is. De rechtbank verwerpt dat verweer onder verwijzing naar hetgeen zij in paragraaf 4.4.2 heeft overwogen. 4.4.3.2.1 Order 20105817 (p. 2170-2172) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 20 september 2010 gestuurd aan veroordeelde in verband met de aankoop door veroordeelde van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% W/V EC voor een bedrag van USD 78.400,-. Als ‘port of loading’ is Shanghai vermeld en als ‘port of discharge’ Rotterdam . Volgens de geplaatste stempel is betaald op 24 november. Aan [bedrijf] zijn op 29 september 2010 ‘Transportinstructies’ verstrekt betreffende het in ontvangst nemen van goederen uit China voor transport naar Bulgarije. Het gaat om een partij van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5%, met 21 oktober 2010 als verwachte aankomstdatum. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 28 oktober 2010 is een ‘Invoice’ opgemaakt, die is gericht aan [bedrijf] , [plaats] , Bulgarije. Deze ziet op “the transportation in October 2010 from Holland to Bulgaria” van 16.000 liter Chlorpyrifos 50% + Cypermethrin 5% EC. De verkoopprijs is USD 97.600,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 69.714,29 Brutomarge € 5.902,49 Extra aftrek directe kosten € 223,09 Aftrek overige kosten € 292,80 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 5.386,60 4.4.3.2.2 Order 20116011 (p. 2173-2175) [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 10 december 2010 aan veroordeelde gestuurd. Dit document heeft betrekking op de aankoop door veroordeelde van 10.000 liter Tebuconazole 25% EW voor een bedrag van USD 58.700,-. Het middel zal worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Veroordeelde heeft op 13 december 2010 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] betreffende het in ontvangst nemen van goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije. Het gaat om 10.000 liter Tebuconazole 25% EW, waarvan de verwachte aankomstdatum 12 januari 2011 is. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Op 17 januari 2011 is een ‘Invoice’ verzonden naar [bedrijf] , Drujba bl. 280, Sofia , Bulgaria. Daarin is vermeld: “For the transportation in January 2010 from Holland to Bulgaria” en het gaat om 10.000 Tebuconazole 25% EW. De verkoopprijs is USD 89.000,-. De rechtbank is van oordeel dat door veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt is gebracht zonder dat zij de benodigde toelating had. Voordeel: Omzet € 65.925,93 Brutomarge € 16.653,97 Extra aftrek directe kosten € 138,44 Aftrek overige kosten € 276,89 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 16.238,64 4.4.3.2.3 Order 20116037 (p. 2176-2179) Veroordeelde heeft een ‘Commercial Invoice’ van 5 januari 2011 ontvangen van [bedrijf] in verband met de aankoop door veroordeelde van 2.400 liter Imidaclorprid 60% FS (in 12 drums) voor een bedrag van USD 34.320,-. Er zal transport plaatsvinden van Shanghai naar Rotterdam . Op 21 januari 2011 is een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] betreffende het in ontvangst nemen van goederen vanuit China voor transport naar Bulgarije. Het gaat om 2.400 liter Imidachlorprid 60% FS (in 12 drums), waarvan de verwachte aankomstdatum 12 februari 2011 is. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Veroordeelde heeft op 9 februari 2011 een ‘Invoice’ verstuurd naar [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Het betreft “the transportation in Febrary 2011 from [veroordeelde] to Bulgaria” van 2.400 liter Imidaclorprid 600 FS. De verkoopprijs is USD 40.200,-. Het dossier bevat een vrachtbrief die ziet op het transport van 12 drums Imidaclorprid 60% FS van [bedrijf] naar [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Deze goederen zijn op 25 februari 2011 ontvangen bij [bedrijf] . De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht zonder de vereiste toelating. Voordeel: Omzet € 29.777,78 Brutomarge € 1.171,30 Extra aftrek directe kosten € 62,53 Aftrek overige kosten € 125,07 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 983,70 4.4.3.2.4 Order 20127077 (p. 2180-2185) Op 24 januari 2012 is een e-mail ontvangen met als onderwerp “S-metolachlor 960 EC for greece.” Hierin staat onder meer: “The time is too [bedrijf] [vertegenwoordiger 1] and I am afraid that we will not manage to have the goods in Greece the 1st week of April.” [vertegenwoordiger 1] heeft op 24 januari 2012 als volgt gereageerd: “Yes we can still guarantee delivery collection Bulgaria first week of April, but we have to move (very) fast now and the re-packing and colouring must be finished in the next days!!” [bedrijf] heeft een ‘Commercial Invoice’ van 23 februari 2012 aan veroordeelde gestuurd, die ziet op de aankoop door veroordeelde van 10.000 liter Metolachlor 960 G/L EC voor een bedrag van USD 54.400,-. Deze partij zal per schip worden vervoerd van Shanghai naar Rotterdam . Aan [bedrijf] zijn op 9 maart 2012 ‘Transportinstructies’ verstrekt betreffende het in ontvangst nemen van goederen uit China voor transport naar Bulgarije. Het gaat om een partij van 10.000 liter Metolachlor 960 g/l, met 20 maart 2012 als verwachte aankomstdatum. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Het dossier bevat een vrachtbrief die gaat over het transport van 50 drums Metolachlor van [bedrijf] naar [bedrijf] , [plaats] , Bulgaria. Deze goederen zijn op 27 maart 2012 ontvangen bij [bedrijf] . Veroordeelde heeft op 29 maart 2012 een ‘Invoice’ opgemaakt, die is gericht aan [bedrijf] in [plaats] , Bulgarije. Dit stuk gaat over “the transportation in March 2012 from [veroordeelde] to Bulgaria” van 10.000 liter S-Metolachlor 960 EC. Het verkoopbedrag is USD 69.500,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 50.604,44 Brutomarge € 4.302,88 Extra aftrek directe kosten € 136,63 Aftrek overige kosten € 273,26 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.892,99 4.4.3.3 Afnemer [bedrijf] De middelen waarop onderstaande orders betrekking hebben, zijn gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wgb, waarvoor veroordeelde geen toelating in Nederland had. 4.4.3.3.1 Order 20127247 (p. 2186-2195) Met betrekking tot deze order is geen verweer gevoerd. Veroordeelde heeft op 22 maart 2012 een e-mail gestuurd aan ‘ [e-mailadres] , houdende een offerte voor Trifluralin 48% EC en Atrazin 50% EC. Op de uitdraai is de volgende handgeschreven tekst te lezen: “6/7 Both products out of EU now. Both big products in Hu. We can supply-> for re-export.” Op 10 juli 2012 heeft [vertegenwoordiger 1] de volgende e-mail verzonden aan [naam] , met als onderwerp “Atrazin 50% s.c. and trifluralin 48 e.c. for Hungary”: “ [naam] , we may have a chance to book 1-2 FCL of both products, for which we obtained earlier this year good prices from [bedrijf] (see enclosed; please treat as strictly confidential). 2 questions to you: 1) can you also offer the same prices and conditions? 2) Can you, like before, ship such goods as special liquid fertilizers?“ Op 11 juli 2012 heeft [vertegenwoordiger 1] de volgende e-mail verzonden aan ‘ [naam] ’, met als onderwerp “Atrazin 50% sc. and trifluralin 48 e.c.”: “Dear [naam] , as discussed during our meeting, we can basically do this business as special liquid fertilizers. Our prices, as offered to you on March 22, are still valid, although very marginal for us with big risks. Is there any opportunity for you to increase the prices?? After your positive reaction with hopefully some increased prices, we can move ahead and show the special labels for liquid fertilizers to you. Also need to know exactly what quantities for each product you need and in what preferred packings.” Op 24 juli 2012 heeft [bedrijf] uit China een ‘Proforma Invoice’ opgesteld. Deze is gericht aan veroordeelde en gaat over de aankoop door veroordeelde van 20 KL Atrazine 500 g/L SC, in 10 liter drums, en 10KL Trifluralin 480 g/l EC, in 10 liter drums. [bedrijf] uit China heeft op 22 augustus 2012 een ‘Commercial Invoice’ gericht aan veroordeelde. Deze ziet op een order van veroordeelde voor 20000 liter Woprofert liquid (A) en 10000 liter Seawinner Hap (T). Het totale bedrag van USD 120.000.00 is blijkens de geplaatste stempel betaald op 31 oktober
- Veroordeelde heeft op 14 september 2012 ‘Transportinstructies’ gegeven aan [bedrijf] . Dat betreft een transportopdracht naar [bedrijf] . Vermeld is: “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Hungary te transporteren.” Het gaat om 20.000 liter Woprofert liquid (A), in 10 liter drums, en 10.000 liter Seawinner HAP (T), ook in 10 liter drums. De verwachte aankomstdatum is 2 oktober 2012 en het afleveradres is: “ [bedrijf] , [plaats] , Hungary.” Op 24 september 2012 is een ‘Invoice’ opgemaakt die is gericht aan [bedrijf] in [plaats] Hongarije. Dit document heeft betrekking op de verkoop door veroordeelde van 20.000 liter Woprofert liquid (A) en 10.000 liter Seawinner HAP (T), allebei in 10 liter drums. Het totaalbedrag van deze order is € 133,300,-. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt heeft gebracht zonder de vereiste toelating. Voordeel: Omzet € 133.300,00 Brutomarge € 35.659,75 Extra aftrek directe kosten € 359,91 Aftrek overige kosten € 719,82 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 34.580,02 4.4.3.3.2 Order 20138202 (p. 2196-2205) De rechtbank stelt vast dat deze order betrekking heeft op een partij Cypermethrin. In de aanvullende Conclusie van Eis heeft het openbaar ministerie toegelicht dat en waarom orders die gaan over dit middel buiten de berekening zullen worden gehouden. De rechtbank zal het (mogelijk) behaalde voordeel van deze order dan ook niet meenemen in haar berekening. 4.4.3.4 Afnemer [bedrijf] Veroordeelde had noch in Nederland, noch in Luxemburg een toelating voor de gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wgb waarop de onderstaande order ziet. 4.4.3.4.1 Order 20127128 (p. 2206-2211) De verdediging heeft met betrekking tot de order van deze afnemer aangevoerd dat de middelen niet geformuleerd zijn in China en dat daarom op basis van het vertrouwensbeginsel had mogen worden aangenomen dat deze order niet zou worden meegenomen in de berekening. De rechtbank verwerpt dat verweer onder verwijzing naar hetgeen zij in paragraaf 4.4.1 heeft overwogen. Het dossier bevat een ‘Commercial Invoice’ van 16 januari 2012 van [bedrijf] uit China, die betrekking heeft op de aankoop door veroordeelde van 200 kilo Abamectin95% Tech, verpakt in 25 kilo drums, voor een bedrag van USD 17,600.
- Blijkens de stempel is op 21 maart 2012 betaald. Veroordeelde heeft [bedrijf] te [plaats] op 15 maart 2012 een ‘inkooporder’ verstrekt, die gaat om een formuleringsopdracht, namelijk van “1.200 liter Abamectin 1.8% w/v e.c., nieuwe formulering.” Als bestemming is “Luxembourg zonder etiketten” vermeld. Verder staat vermeld: “Abamectin tech. van onze voorraad.” Op 16 april 2012 heeft veroordeelde ‘Transportinstructies’ gegeven aan [bedrijf] . Vermeld is: “Bij [bedrijf] staat de onderstaande order gereed. Svp afhalen en naar Luxemburg te laten vervoeren.” Het gaat om 1.200 liter Wopro-Abamectin 1.8% e.c.. Het verzendadres is: “ [bedrijf] , [plaats] .” Op 18 april 2012 is een ‘Invoice’ opgemaakt, gericht aan [bedrijf] in [plaats] . Dit stuk ziet op de verkoop door veroordeelde van 1200 liter Wopro-Abamectin 1.8% e.c.. Het totale bedrag van de order is € 6.712,
- [bedrijf] heeft op 18 april 2012 een factuur verzonden aan veroordeelde. Deze rekening gaat over “Wopro Abamectin 1.8 EC 1 L [veroordeelde] ” en vermeldt “Luxembourg” als bestemming. Het totale bedrag is € 3.816,- en dit is blijkens de geplaatste stempel betaald op 16 mei
- Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde zonder de vereiste toelating een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht. Voordeel: Omzet € 6.712,20 Brutomarge € 1.692,56 Extra aftrek directe kosten € 18,12 Aftrek overige kosten € 36,25 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.638,19 4.4.3.5 Afnemer [bedrijf] De middelen waarop de onderstaande orders betrekking hebben, zijn gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wgb, waarvoor veroordeelde geen toelating in Nederland had. De rechtbank stelt vast dat de verdediging ten aanzien van de orders van deze afnemer geen verweer heeft gevoerd. 4.4.3.5.1 Order 20116123 (p. 2214-2240) 20116123-A en/of B Op 23 februari 2011 heeft [naam] een e-mail verzonden aan ‘ [naam] ’ met onder meer de volgende inhoud: “Please find attached the suggested labels fort he [bedrijf] order. Tricyclazone = EDDHA.” Op 3 maart 2011 heeft ‘ [naam] ’ de volgende e-mail verzonden aan [vertegenwoordiger 1] : “Following our phone conversation I confirm to you this additional order that would be Invoiced to [bedrijf] (I will give you full coordinates later): Tryciclazole = kilo 3.000; Imidacloprid = liter 700; Azoxystrobin = kilo 500; Byspiripac sodium = kilo
- They would like to have the carton with following lables outside: Tryciclazole = Potassium sulphate (40-42); Imidacloprid = Potassium sulphate (42-44); Azoxystrobin = Potassium sulphate (38-40); Byspiripac sodium = Potassium sulphate (44-46).” Diezelfde dag heeft [vertegenwoordiger 1] de volgende reactie gestuurd: “Dear [naam] , this is not a good idea; we should mark the godos in the same way as for the pending order but keep the goods on separate pallets and with separate markings. So the 3 mt tricyclazole as FE-EDDHA 6% ortho-ortho 3.6%; 700 liter imida as woprofert liquid. Both as pending order, but on separate pallets with marking on the outside to distinguish the pallets. Since the bispiribac and azoxystrobin are both liquids, [bedrijf] is better to mark both also as woprofert liquid, but with some distinctive markings on the outside. [bedrijf] is extremely important that we use only these 2 fertilizer labels and we will supply an import Invoice that corresponds with such goods for the prices etc. I will call you to further explain the situation.” [vertegenwoordiger 1] heeft op 4 maart 2011 de volgende e-mail verzonden aan ‘ [naam] ’: “Dear [naam] , we are pleased to confirm that we wnat to increase this order as follows: 1) + 3000 kilo tricyclazole 75% in 1 kilo; 2) + 700 liter imidacloprid 350 gr/liter s.c. in 1 liter; 3) + 500 liter azoxystrobin 25% s.c. in 1 liter; 4) + 120 liter bispiribac-sodium 414 gr/liter in 1 liter. Labelling 1) same as pending order for 5 tons: Fe-EDDHA 6%; 2) + 3) + 4): all as woprofert liquid. We only have to take care that all lots are separately marked on outside carton box or pallets like: A = 5 mt Tricyclazole; B = 3 mt Tricyclazole; C = 500 liter imida 35; D = 700 liter imida 35; E = 500 liter azoxystrobin; F = 120 liter bispiribac. I just want to continue using only 2 different labelings to avoid problems with customs here. So the only important matter here is that all these 6 lots are separately marked and separately packed on pallets, whereby [bedrijf] is no problem to combine E + F on one pallet, a long as the marking are correctly indicated with E + F on the right goods.” Op 4 maart 2011 heeft [vertegenwoordiger 1] de volgende e-mail verzonden: “Dear [naam] , please request your new client to confirm the order as follows: 3.000 kilo FE-EDDHA, marking B; 700 liter Woprofert liquid type D, marking D; 500 liter Woprofert liquid type E, marking E; 120 liter Woprofert liquid type F, marking F.” Op 4 maart 2011 heeft [vertegenwoordiger 1] een e-mail verzonden aan ‘ [naam] ’ met de volgende inhoud: “ Herewith agreed!! Please continue adding these products. Sen dus please 2 proforma Invoices, one correct and one for fertilizers, as per the Purchase order we will send you now. I will return your correct Proforma duly signed and stamped as a guarantee for you that we accept these prices. For customs purposes we will need however your proforma based in Fe-eddha and woprofert liquid, so only 2 different prices.” ‘ [naam] ’ heeft op 7 maart 2011 de volgende e-mail verstuurd: “Dear [vertegenwoordiger 1] , both clients told me today that Woprofert Fe EDDHA is not used in rice therefore could you please change this lable with Woprofert powder (same active ingredient as liquid but in powder). This is very important and would be valid for both clients. Please let me know your thoughts as soon as possible.” [bedrijf] uit China heeft een ‘Commercial Invoice’ van 8 april 2011 verzonden aan veroordeelde. Dit stuk heeft betrekking op de aankoop door veroordeelde van 8000 kilo Seawinner HAP en 1820 liter Woprofert liquid-chitosan voor een totaalbedrag van USD 82.230,-. 20116123-A Veroordeelde heeft ‘Transportinstructies’ verstrekt aan [bedrijf] , betreffende een transportopdracht naar Italië. “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Italie te transporteren.” Het gaat om order 20116123A: 5.000 kilo Woprofert Fe-EDDHA 6% (in kiloverpakkingen) en 500 liter Woprofert-Liquid (in literflessen), met als afleveradres [bedrijf] , [plaats] (VC). Veroordeelde heeft onder nummer 20116123-A een ‘Invoice’ van 5 mei 2011 verzonden aan [bedrijf] in [plaats] . Deze rekening ziet op de verkoop door veroordeelde van 5.000 kilo Woprofert Fe-EDDHA 6% (in kiloverpakkingen) en 500 liter Woprofert-liquid (in literflessen). Het totale bedrag van deze order is € 41.240,-, met vermelding “DDP [plaats] .” CMR voor vervoer van [plaats] naar [bedrijf] in [plaats] , met vermelding “5.000 kilo WOPROFERT Fe-EDDHA 6% (in kiloverpakking) en 500 liter WOPROFERT-LIQUID (in literflessen). 20116123-B Veroordeelde heeft ‘Transportinstructies’ verstrekt aan [bedrijf] , betreffende een transportopdracht naar Italië. “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Italie te transporteren.” Het gaat om order 20116123B: 3000 kilo Woprofert special fertilizer (in kiloverpakkingen); 700 liter Woprofert-liquid (in literflessen); 500 liter Woprofert-liquid (in literflessen) en 120 liter Woprofert-liquid (in literflessen), met als afleveradres [bedrijf] , [plaats] (PV). Onder nummer 20116123-B is een ‘Invoice’ van 5 mei 2011 opgemaakt en verzonden aan [bedrijf] in [plaats] . Dit betreft de verkoop door veroordeelde van 3.000 kilo Woprofert special fertilizer Type B (in kiloverpakkingen), 700 liter Woprofert-liquid, Type D (in literflessen), 500 liter Woprofert-liquid, Type E (in literflessen) en 120 liter Woprofert-liquid, Type F (in literflessen), voor een totaalbedrag van € 42.021,-, met vermelding “DDP [plaats] .” Het dossier bevat een CMR voor vervoer van [plaats] naar [bedrijf] in [plaats] , met vermelding “3.000 kilo Woprofert special fertilizer Type B (in kiloverpakkingen), 700 liter Woprofert-liquid, Type D (in literflessen), 500 liter Woprofert-liquid, Type E (in literflessen) en 120 liter Woprofert-liquid, Type F (in literflessen).” Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde een aantal partijen gewasbeschermingsmiddelen (orders 20116123-A en 20116123-B) op de markt gebracht zonder daarvoor de vereiste toelatingen te hebben. Voordeel: Omzet € 83.261,- Brutomarge € 6.517,95 Extra aftrek directe kosten € 174,85 Aftrek overige kosten € 349,70 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 5.993,40 4.4.3.5.2 Order 20116306 (p. 2241-2260) Er zijn voorcalculaties gemaakt voor 2.000 kilo Fe-EDDHA 6% 0-0 60%, 3.000 liter woprofert liquid en 2.000 kilo Fe-EDDHA 6% 0-0 80%. Op deze drie documenten staat “Italy” genoemd als bestemming. [bedrijf] uit China heeft een ‘Commercial Invoice’ van 27 oktober 2011 verstuurd aan veroordeelde. Dit document ziet op de aankoop door veroordeelde van 2.000 kilo Woprofert-fert Type A, 2.000 kilo Woprofert-fert Type B en 3.000 liter Seawinner HAP voor een totaalbedrag van USD 48.000,-. Blijkens de geplaatste stempel is op 4 januari 2012 betaald. Het dossier bevat een ‘Bill of Lading’ van 6 november 2011 over het transport van een partij Woprofert-fert Type A, Woprofert-fert Type B en Seawinner HAP van [plaats] naar [plaats] . Veroordeelde heeft op 22 november 2011 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] , betreffende een transportopdracht naar Italië. “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Italie te transporteren.” Het gaat om 2.000 kilo Woprofert WP Type A, 3.000 liter Seawinner HAP en 2.000 kilo Woprofert WP Type B, met 5 december 2011 als verwachte aankomstdatum. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] (VC). Veroordeelde heeft een ‘Invoice’ van 12 december 2011 verzonden aan [bedrijf] in [plaats] , Italië met betrekking tot de verkoop door veroordeelde van 2.000 kilo Woprofert WP Type A, 3.000 liter Seawinner HAP en 2.000 kilo Woprofert WP Type B voor een totaalbedrag van € 45.430,-. Vermeld is dat de levering zal plaatsvinden in week 50-
- De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde zonder de vereiste toelatingen gewasbeschermingsmiddelen op de markt heeft gebracht. Voordeel: Omzet € 45.430,- Brutomarge € 5.687,88 Extra aftrek directe kosten € 95,40 Aftrek overige kosten € 190,81 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 5.401,67 4.4.3.5.3 Order 20127051 (p. 2261-2270) Het dossier bevat een voorcalculatie over een levering van 5.000 kilo woprofert wp type A aan [bedrijf] , waarin “Italy” als bestemming is vermeld. [bedrijf] uit China heeft een ‘Commercial Invoice’ van 22 februari 2012 verstuurd aan veroordeelde. Dit document ziet op de aankoop door veroordeelde van 5.000 kilo Woprofert-WP Type A. voor USD 42.500,-. Blijkens de geplaatste stempel is op 25 april 2012 betaald. In het dossier zit een verzekeringsbewijs met betrekking tot het transport van 500 cartons Worpofert-WP Type A van [plaats] naar [plaats] . Op 8 maart 2012 zijn ‘Transportinstructies’ verstrekt aan [bedrijf] , betreffende een transportopdracht naar Italië. “Wij verzoeken jullie vriendelijk onderstaande goederen voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren en naar Italie te transporteren.” Het gaat om 5.000 kilo Woprofert WP Type A, met 29 maart 2012 als verwachte aankomstdatum. Het afleveradres is [bedrijf] , [plaats] (VC). Veroordeelde heeft een ‘Invoice’ van 13 april 2012 verzonden aan [bedrijf] in [plaats] . Deze heeft betrekking op “the delivery in week 16-2012” van 5.000 kilo Woprofert WP Type A. Het vermelde verkoopbedrag is € 39.600,-. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde een gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht zonder de benodigde toelating. Voordeel: Omzet € 39.600,- Brutomarge € 4.120,90 Extra aftrek directe kosten € 106,92 Aftrek overige kosten € 213,84 Wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.800,14 4.4.3.6 Afnemer [bedrijf] / [bedrijf] / [bedrijf] De rechtbank overweegt dat ordernummers 20127157 en 20127263 in de hoofdzaak aan de orde zijn geweest. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij in paragrafen 4.3.3 en 4.3.4 heeft overwogen ten aanzien van ordernummer 20127263 (zaaksdossier 3A uit de hoofdzaak) en ordernummer 20127157 (zaaksdossier 3B uit de hoofdzaak). Ten aanzien van de overige orders van deze afnemer is van belang dat veroordeelde geen toelating had in Nederland voor de gebruiksklare gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 Wgb waarop de onderstaande orders zien. 4.4.3.6.1 Order 20095320 (p. 1032-1039) In het dossier bevindt zich een ‘Commercial Invoice’ van 31 oktober 2009 van [bedrijf] gericht aan veroordeelde. Het betreft de aankoop van 250 kilo Difenoconazole TC, in 25 verpakkingen van 10 kilo. Verder staat er een bedrag van USD 6.500,- vermeld. Veroordeelde heeft op 5 november 2009 een ‘Transportinstructie’ verstrekt aan [bedrijf] betreffende luchtvracht China – Rotterdam . Daarbij is vermeld: “Begin volgende week verwachten wij uit China onderstaande goederen. We verzoeken je vriendelijke deze voor ons in ontvangst te nemen, in te klaren (!) en af te leveren in [plaats] .” Deze instructie ziet op 25 cartons van 10 x 1 kilo Difenoconazole. Als afleveradres staat vermeld [plaats] . Bij e-mail van 6 november 2009 is namens veroordeelde het volgende bericht verstuurd aan [naam] : “Een ongewone vraag: zouden jullie ons een dienst willen bewijzen? We krijgen een luchtvrachtzending in [plaats] binnen. Het is gevarengoed, maar de zending is niet gelabeld. Kunnen jullie daarom s.v.p. vandaag per post 25x IMO 6.1 + 25 x UN 1993 s