RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: C/05/449327 / HA RK 25-35 / 1607 / 876 Beschikking van 11 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. C.L.J.A. Spiertz te Heilig Landstichting, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN FINANCIËN), zetelende te Den Haag, verwerende partij, hierna te noemen: de Staat, advocaat: mr. H.J.S.M. Langbroek te Den Haag. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de brief van de Staat van 26 mei 2025 - de mondelinge behandeling gehouden op 2 juni 2025. Verschenen zijn mevrouw [eiser] , bijgestaan door mr. Spiertz voornoemd en mr. M. Jans, en, namens de Staat, [betrokkene] , jurist bij de dienst Toeslagen, bijgestaan door mr. Langbroek voornoemd. 2De feiten 2.1. [eiser] is gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Haar kinderopvangtoeslag is stopgezet, ingetrokken en teruggevorderd voor een totaalbedrag van € 7.600,00 over de jaren 2008, 2010 en 2011. 2.2. Op 6 juli 2022 heeft [eiser] een bedrag van € 30.000,00 ontvangen, de zogeheten Catshuisvergoeding. De Staat heeft vanwege gemaakte fouten bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag een compensatiebedrag vastgesteld van € 21.951,00. De Staat ziet af van het terugvorderen van het verschil tussen de Catshuisvergoeding en dit compensatiebedrag. 2.3. Bij brief van 26 augustus 2024 heeft [eiser] de Staat aansprakelijk gesteld voor de schade die zij stelt te hebben geleden door de onrechtmatige besluiten kinderopvangtoeslag over de periode 2008, 2010 en 2011. 2.4. Bij brief van 10 september 2024 heeft de Staat aansprakelijkheid erkend voor de besluiten met betrekking tot de jaren waarvoor door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) compensatie is toegekend. Voor aanvullende schade verwijst de Staat naar de Commissie Werkelijke Schade (CWS). 3Het verzoek en het verweer 3.1. [eiser] verzoekt de rechtbank tot benoeming van een psychiater en een arbeidsdeskundige over te gaan. Zij stelt dat zij meer schade heeft geleden dan het uitgekeerde compensatiebedrag en wil de resterende schade verhalen door middel van de civielrechtelijke weg. Hiervoor heeft zij een beoordeling nodig van onafhankelijke deskundigen die de schade en het causaal verband tussen de schade en het onrechtmatig handelen van de Staat in kaart kunnen brengen. Voor de psychische gevolgen van de onrechtmatige besluiten wil [eiser] een onderzoek door een psychiater. Aansluitend moet dan een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsvinden, waarmee naast de psychische gevolgen ook de eventuele functionele beperkingen en de gevolgen daarvan voor het inkomen, de studie en het carrièreperspectief in kaart kunnen worden gebracht. 3.2. De Staat voert aan dat [eiser] in een bestuursrechtelijke procedure heeft verzocht om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. In die procedure zal de bestuursrechter bij de toetsing van het besluit van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen aansluiting zoeken bij het civiele schadevergoedingsrecht. Hierbij geldt echter een ruimhartigere toets, nu de aanvrager de schade niet hoeft te bewijzen, maar alleen aannemelijk hoeft te maken. Volgens de Staat kan het niet zo zijn dat [eiser] haar eventuele schade gelijktijdig op twee sporen kan laten beoordelen. De Staat stelt zich op het standpunt dat van haar niet verwacht kan worden dat zij de kosten van een onderzoek voorschiet dat gericht is op het inventariseren van schade met het oog op een civielrechtelijke procedure terwijl die schade al voor vergoeding in aanmerking komt in de bestuursrechtelijke procedure waarvan de Staat de kosten draagt. 4De beoordeling De toewijsbaarheid van het verzoek 4.1. Een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in artikel 196 Rv-nieuw biedt een partij de mogelijkheid om aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en daardoor beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is de procedure te beginnen of voort te zetten. Een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht moet in beginsel worden toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is dat de informatie die verlangd wordt niet voldoende bepaald is, onvoldoende belang bij het voorlopig deskundigenbericht bestaat, het verzoek in strijd is met de goede procesorde, sprake is van misbruik van bevoegdheid of andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopige deskundigenbericht. 4.2. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of de civielrechtelijke procedure voorlopig deskundigenbericht mogelijk is naast een bestuursrechtelijk traject. Daarbij is van belang dat een procedure voorlopig deskundigenbericht ex artikel 196 Rv-nieuw een instrument is om een inschatting te maken of het raadzaam is een procedure te starten. De toets die de rechter moet hanteren is een terughoudende toets. Het enkele feit dat er al voor een bestuursrechtelijk traject is gekozen leidt niet tot één van de onder 4.1. opgenomen afwijzingsgronden. [eiser] heeft immers gemotiveerd gesteld dat belang bestaat bij een deskundigenonderzoek in een civielrechtelijke procedure, omdat vooraf niet valt vast te stellen of er in het bestuursrechtelijk traject bij CWS een deskundige zal worden benoemd en omdat [eiser] in dat geval geen invloed zou hebben op de persoon en deskundigheid van die deskundige en op de vraagstelling. Dit betekent dat het bestuursrechtelijke traject op zichzelf geen reden oplevert om het onderhavige verzoek af te wijzen. 4.3. Dit laat onverlet dat, ondanks dat er vanuit de Staat geen verweer is gevoerd tegen de verzoeken, het wel aan [eiser] is om voldoende feiten en omstandigheden naar voren te brengen die wijzen op het mogelijke bestaan van psychische klachten als gevolg van het onrechtmatig handelen van de Staat. [eiser] heeft in het verzoekschrift niet specifiek toegelicht dat een expertise door een psychiater is aangewezen, bijvoorbeeld door het overleggen van daarop van toepassing zijnde medische informatie of een advies van een medisch adviseur. Ter zitting heeft [eiser] echter toegelicht dat zij wegens psychische klachten jarenlang onder behandeling is geweest van een psycholoog, dat zij diverse EMDR behandelingen heeft ondergaan en dat zij medicatie heeft gekregen voor haar psychische klachten. Daarnaast kon haar zoon vanwege de financiële problemen niet meer bij haar wonen en is hij bij haar familie in Curaçao gaan wonen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende toegelicht dat een psychiatrisch onderzoek ter zake dienend is. 4.4. Ten aanzien van het verzochte arbeidsdeskundig onderzoek heeft te gelden dat [eiser] heeft toegelicht dat zij vanwege het stopzetten van de kinderopvangtoeslag gedwongen werd om te stoppen met haar studie. De rechtbank acht deze onderbouwing voldoende om aan te nemen dat er aanknopingspunten zijn dat [eiser] inkomensschade heeft geleden als gevolg van de toeslagenaffaire, zodat een arbeidsdeskundig onderzoek daarover uitsluitsel kan geven. Het verzoek wordt dan ook als ter zake dienend toegewezen. 4.5. Ter zitting is besproken dat, ter voorkoming van onnodige kosten en tijdrovende onderzoeken, het arbeidsdeskundig onderzoek alleen aan de orde is als het psychiatrisch onderzoek daartoe aanleiding geeft. De te benoemen deskundigen 4.6. De Staat heeft geen verweer gevoerd tegen de door [eiser] voorgestelde deskundige, psychiater [naam deskundige] , verbonden aan WPEX B.V. te Amersfoort. [naam deskundige] heeft desgevraagd verklaard vrij te staan ten opzichte van partijen en bereid en in staat te zijn om het onderzoek te verrichten. Bij het onderzoek zal hij gebruik maken van een GZ psycholoog. [naam deskundige] verbindt aan zijn aanvaarding van de benoeming de voorwaarde dat partijen instemmen met zijn aansprakelijkheidsbeperking die is opgenomen onder artikel 9 van de algemene voorwaarden van WPEX. Desgevraagd heeft de Staat laten weten niet in te kunnen stemmen met een deel van deze voorwaarde. Hierop heeft [naam deskundige] de bepaling aangepast. Vervolgens hebben partijen de rechtbank bericht in te stemmen met de aangepaste algemene voorwaarden. De rechtbank zal dan ook overgaan tot benoeming van [naam deskundige] . De rechtbank zal bij de benoeming opnemen dat [naam deskundige] zich ervan moet vergewissen dat ook de door hem in te schakelen psycholoog vrij staat ten opzichte van partijen. 4.7. De Staat heeft ook geen verweer gevoerd tegen de door [eiser] voorgestelde deskundige, arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige] , verbonden aan BSH Arbeidsdeskundig Advies te Uden. De rechtbank heeft de heer [naam arbeidsdeskundige] daarom benaderd. De heer [naam arbeidsdeskundige] heeft hierop aan de rechtbank meegedeeld dat hij de opdracht niet kan aanvaarden, omdat hij hiervoor geen tijd heeft, nu hij al in een groot aantal soortgelijke onderzoeken als deskundige is benoemd. Dit betekent dat een andere arbeidsdeskundige zal moeten worden gezocht. De vraagstelling in het psychiatrisch onderzoek 4.8. De rechtbank zal in de inleiding van de door [eiser] voorgestelde vraagstelling het benoemde ‘voorval’ verder concretiseren door op te nemen dat de deskundige uit moet gaan van het moment van de eerste beschikking waarin de kinderopvangtoeslag is stopgezet, ingetrokken dan wel teruggevorderd. Het is aan partijen om de deskundige daaromtrent duidelijkheid te geven. De door [eiser] voorgestelde vraag 3 heeft de rechtbank anders geformuleerd, nu het niet aan de deskundige is om causaal verband vast te stellen. Tot slot heeft de rechtbank de vraag toegevoegd in hoeverre de deskundige onderzoek door een arbeidsdeskundige aangewezen acht. Voor het overige is de vraagstelling gehanteerd zoals deze is voorgesteld. De vraagstelling in het arbeidsdeskundig onderzoek 4.9. De rechtbank acht de voorgestelde vraagstelling op een aantal punten te sturend en zal ook hierin het in de inleiding benoemde ‘voorval’ verder concretiseren door op te nemen dat de deskundige moet uitgaan van het moment van de eerste beschikking waarin de kinderopvangtoeslag is stopgezet, ingetrokken dan wel teruggevorderd. Ook hier is het aan partijen om de deskundige daaromtrent duidelijkheid te geven. Daarnaast moet de vraagstelling iets worden aangepast bij de mogelijkheid van het inschakelen van een rekenkundige. De kosten 4.10. De kostenbegroting van [naam deskundige] komt uit op een bedrag van € 8.658,00 inclusief btw. Partijen hebben de gelegenheid gehad om te reageren op deze kostenbegroting en de daaraan ten grondslag liggende specificatie. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze kostenbegroting. 4.11. De kosten die gemoeid zijn met het arbeidsdeskundig onderzoek zijn nog niet te begroten, nu er nog geen arbeidsdeskundige bereid is gevonden de opdracht te aanvaarden. 4.12. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel van artikel 187 Rv-nieuw dat verzoekende partij de kosten van het deskundigenonderzoek moet voorschieten. Daarvoor acht de rechtbank van belang dat niet is betwist dat er al een traject beschikbaar is voor de vaststelling van schade wegens de aansprakelijkheid van de Staat, dat [eiser] ervoor heeft gekozen ook van dat traject gebruik te maken en dat de schade in dat traject civielrechtelijk wordt getoetst. In deze stand van de procedure is niet duidelijk dat [eiser] meer schade heeft geleden dan wat in die procedure kan worden toegewezen. Ter zitting heeft de Staat gemotiveerd aangevoerd dat in die procedure ook toekomstschade wordt meegenomen. [eiser] heeft dit niet of althans onvoldoende betwist. 4.13. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat zij in dat geval een inkomensverklaring wil overleggen, waardoor de kosten van de deskundige in debet zullen worden gesteld. De rechtbank zal dan, in afwachting van deze nog door [eiser] over te leggen inkomensverklaring, aan [eiser] geen voorschot opleggen, maar het voorschot ten laste van ’s Rijks kas brengen en voorlopig in debet stellen. De rechtbank wijst partijen er op dat zij er rekening mee moeten houden dat na gereedkoming van het deskundigenrapport op de voet van artikel 202 lid 2 Rv-nieuw zal worden beslist welk deel van dit voorschot elk van de partijen dient te dragen. Indien er op dat moment een geding tussen partijen aanhangig is, zal de vraag wie deze kosten dient te dragen bij de proceskostenveroordeling in dat geding worden beoordeeld. Hoe nu verder? 4.14. Nu het nog niet is gelukt om een arbeidsdeskundige te vinden die bereid is om de opdracht te aanvaarden, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen arbeidsdeskundige. De rechtbank verzoekt (de advocaten van) partijen om hierover met elkaar in overleg te treden. De rechtbank acht het wenselijk dat partijen gezamenlijk een (of meerdere) perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.