← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:10993

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer: 05/095543-25 Datum uitspraak : 19 november 2025 Tegenspraak (artikel 279 Sv) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. F. Luinstra, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: feit 1 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de pleegperiode tussen 28 november 2024 en 11 december 2024 te Arnhem, althans een of meerdere plaatsen in Nederland en/of België en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde MDMA en/of cocaïne en/of 3-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2 zij op of omstreeks 11 december 2024 te Arnhem opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2970 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 41,81 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2Vormverzuimen Standpunten De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De doorzoeking van de auto is onrechtmatig geweest omdat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Het openen van de bijrijdersportier door de verbalisant is het begin van een doorzoeking, waarbij de raadsvrouw wijst op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 september 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:7962). De gedragingen van verdachte waren echter niet dusdanig ongebruikelijk dat men daar op dat moment al een redelijk vermoeden van schuld op kon baseren. Het vormverzuim van de onrechtmatige doorzoeking kan niet meer worden hersteld en levert een schending van artikel 8 van het EVRM op en een schending van de onschuldpresumptie. Verder mag verdachte niet zomaar als verdachte worden aangemerkt omdat dit in strijd is met artikel 6 van het EVRM. De raadsvrouw verzoekt het bewijs dat voortgekomen is uit de onrechtmatige doorzoeking uit te sluiten van het bewijs. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat er sprake is van een ander onherstelbaar vormverzuim omdat verdachte voorafgaande aan het verhoor niet is gewezen op haar recht op verhoorbijstand door een advocaat. Verdachte mocht niet bellen met haar advocaat, terwijl zij hier wel om vroeg. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er allereerst een controle conform artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 plaatvond. Hierbij kan gevraagd worden om papieren te tonen en kunnen er vragen worden gesteld. De verbalisanten hebben hun vragen en de reactie van verdachte daarop uitgebreid beschreven in het proces-verbaal van bevindingen. Verdachte wordt tijdens het stellen van de vragen steeds zenuwachtiger, gaat trillen en geeft tegenstrijdige antwoorden. Verder zien verbalisanten twee telefoons op de schoot van verdachte liggen, terwijl hen ambtshalve bekend is dat personen die zich bezighouden met de handel in verdovende middelen vaak meerdere telefoons hebben. De verbalisant beschrijft ook dat zij een geur ruiken die zij niet kunnen plaatsen. Ook zien zij geld opgerold in het middenconsole in grote coupures. Dit zijn opmerkelijke bevindingen die in combinatie met het gedrag van verdachte hebben geleid tot een redelijk vermoeden van schuld al voorafgaand aan het openen van de bijrijdersportier. De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat verdachte weliswaar niet gewezen is op het recht op verhoorbijstand, maar omdat verdachte niet belastend heeft verklaard, hoeft er geen rechtsgevolg aan dit onherstelbaar vormverzuim verbonden te worden. Tot slot gaat de officier van justitie er niet van uit dat verbalisanten die op ambtsbelofte verbaliseren verdachte hebben onthouden van het bellen van haar advocaat. Beoordeling rechtbank De rechtbank is van oordeel dat er door het openen van de bijrijdersportier, anders dan in het aangehaalde arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, geen sprake was van een begin van een doorzoeking. In de onderhavige situatie is de portier door de verbalisanten namelijk niet geopend om een controle, van passagiers of anderszins, uit te voeren. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt immers dat één van de verbalisanten het bijrijdersportier heeft geopend om het gesprek tussen verdachte en de andere verbalisant beter te kunnen horen. Bovendien heeft deze verbalisant niet beschreven na het openen van de portier doorzoekingshandelingen te hebben verricht. Wel hebben verbalisanten daarna nog aanvullende verdachte omstandigheden waargenomen in de houding en antwoorden van verdachte. Op dat moment is bij de agenten – gelet op alle door de verbalisanten uitgebreid beschreven omstandigheden in het proces-verbaal van bevindingen – een naar het oordeel van de rechtbank terecht redelijk vermoeden van schuld ontstaan. Toen is verdachte ook aangemerkt als verdachte, is aan haar de cautie verleend en is de doorzoeking gestart. De rechtbank oordeelt derhalve dat de doorzoeking rechtmatig was. Het eerste verweer van de verdediging mist feitelijke grondslag en slaagt dus niet. Het tweede verweer van de verdediging slaagt evenmin. De rechtbank constateert dat er sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim door verdachte niet te wijzen op het recht op verhoorbijstand van een advocaat. Omdat verdachte echter geen belastende verklaring heeft afgelegd, heeft dit vormverzuim niet geleid tot enig nadeel bij verdachte. De rechtbank zal derhalve enkel constateren dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim en hieraan geen rechtsgevolg verbinden.

  1. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit dat er geen wettig en overtuigend bewijs is als het onrechtmatig verkregen bewijs uit de auto wordt uitgesloten. Beoordeling door de rechtbank Op 11 december 2024 werd verdachte door twee verbalisanten staande gehouden in Arnhem. Tijdens het doorzoeken van de auto waar verdachte in zat trof de politie een groot geldbedrag in het middenconsole aan en op de passagiersstoel stond een tas met daarin 41,81 gram cocaïne en 2970 gram MDMA. In de woning van verdachte werden grote geldbedragen – gezamenlijk ten bedrage van €27.110,00 – aangetroffen. In de navigatie van het voertuig van verdachte stonden meerdere adressen in Nederland, België en Duitsland. Op de telefoon van verdachte zijn diverse foto’s aangetroffen waarbij grote pakken geld te zien zijn in coupures van €500,-, €200,-, €100,-, €50,-, €20,- en €10,-. Ook zijn er foto’s aangetroffen van een €5,- biljet waarbij het serienummer wordt getoond. Bij de verbalisant is ambtshalve bekend dat bij grote drugstransporten zogeheten tokens gebruikt worden waarbij een biljet te zien is met een serienummer. Op deze foto’s is een hand te zien met cosmetische nagels. De politie heeft de nagels van verdachte vergeleken met de nagels op de foto’s en concludeert dat de nagels op de foto’s met de geldbedragen overeenkomen met de nagels van verdachte. Op de telefoon van verdachte werden WhatsApp-gesprekken aangetroffen waarvan de gebruiker wordt geïdentificeerd als verdachte. In het gesprek met contact ‘ [contactnaam 1] ’ wordt gesproken over het tellen van geld en het adres van een shishalounge wordt toegezonden. Dit adres wordt door de politie in verband gebracht met de handel in verdovende middelen. Uit een ander gesprek waaraan verdachte, contact ‘ [contactnaam 1] ’ en contact ‘ [contactnaam 2] ’ deelnemen wordt door [contactnaam 2] op 15 oktober 2024 een zogenoemde token verstuurd. Meteen daarna verstuurt [contactnaam 2] een adres door in Vlaardingen. [contactnaam 1] zegt "Als je zo die paps (dat is straattaal voor geld, toevoeging rechtbank) afgooit en die token aan neemt maak daar een foto en stuur hier in de groep". In het gesprek tussen verdachte en contact Dubbb wordt op 28 november 2024 door verdachte een foto gestuurd van een woning en vraagt zij zich af of zij voor het juiste adres staat. [contactnaam 2] geeft aan dat de bewoner al komt en daarna stuurt [contactnaam 2] "Hierna na rijkerswoerd. Geld pakken". Uit de berichten blijkt dat verdachte door [contactnaam 2] naar verschillende adressen wordt gestuurd. Verder zegt verdachte: "Verdien k vandaag beetje leuk zoveel adressen of". [contactnaam 2] antwoord hierop "jaa 1 k. En morgen kan je nog 250 pakken bin het geven aan meisje. Dus 1250 totaal". In het gesprek geeft [contactnaam 2] aan dat het wel in de vriezer moet. Het moet koud liggen, waarop verdachte aangeeft dat ze maar één vriezer heeft in de keuken en haar moeder het dan ziet. [contactnaam 2] geeft aan dat ze het ook in de auto kan laten liggen omdat het toch goedkope shit is. Het zou € 650,- waard zijn zegt [contactnaam 2] . Verdachte zegt dat ze het voor nu dan in de auto laat liggen. [contactnaam 2] geeft aan dat het normaal dure dingen zijn, maar dat hij over die € 650,- niet moeilijk doet. De verbalisant merkt op dat het haar ambtshalve bekend is dat speed in de vriezer bewaard wordt. Later geeft [contactnaam 2] aan dat verdachte in Arnhem iemand meteen paps kan geven. Verdachte wil weten hoeveel ze moet geven, waarop [contactnaam 2] aangeeft dat verdachte alles moet geven behalve de 1250 die voor haarzelf bedoeld is. Verdachte wil weten waarheen ze het moet meenemen, waarop [contactnaam 2] aangeeft dat ze de 5 k bij zich moet houden. Vervolgens stuurt verdachte "15250”, waarop [contactnaam 2] aangeeft: "Sii top. -1250 = 14 k. Maar je moet niet alles geven ffe rekenen. Haal 260 er af. En geef 13.740". Verdachte geeft aan "En erna ik blok haalde in Leiden". Ook wordt er gesproken over "blokken". Het is de verbalisant ambtshalve bekend dat als er over blokken gesproken wordt dit vaak om pakketten met verdovende middelen gaat. Er wordt een bedrag genoemd van totaal 41.210 euro dat ze hebben liggen. Op 30 november 2024 gaat het eroverdat het 55 k had moeten zijn maar nu 49.470 is. [contactnaam 2] zegt "Maar nu word er ook gwn 49.470 gerekend met de klant snap je. Inplaats van 55 k". Verdachte vraagt: "Ma morgen eh is alleen die ene tas voor Brussel die k thuis heb of", waarop [contactnaam 2] antwoordt: "Moet nog 1 mdma fixen. Ergens". Op 11 december 2024 gaat het ook weer over MDMA. Verdachte stuurt: "Hallo I need werken". [contactnaam 2] stuurt "Moeten wat mdma halen in den haag. En moeten 18.500 naar herenbeeen brengrn. weet je vind dat niks maar kgeef je wel 200 euro voor die geld brengen. En op den haag spulletjes halen verdien je ook wat". Verdachte zegt: "Ik heb die 7150 bij me". [contactnaam 2] antwoordt: “ Jaa je kan opzich den haag alvast 3 mdma ophalen en arnhem droppen dan krijg je in arnhem 14k”. Op 8 december 2024 stuurt [contactnaam 2] naar verdachte: “3mmc ophalen”, “in arnhem en naar” en “Brussel brengen”. Verdachte reageert: “Okee is goed dan ben K half 12 bij hem 12”. Op de Signal-app die in één van de telefoons van verdachte is aangetroffen (iPhone 12) vindt een berichtenwisseling plaats tussen ‘ [contactnaam 3] ’ en ‘ [contactnaam 4] ’, waarbij [contactnaam 3] door de politie wordt geïdentificeerd als verdachte. De politie vat het chatgesprek als volgt samen. Uit de chat blijkt dat owner vermoedelijk geld in ontvangst neemt en dat [contactnaam 4] haar aanstuurt. Op 11 december 2024 blijkt uit de chat dat owner op iemand wacht, vermoedelijk op de Klaverlaan 8 in Arnhem aangezien owner dit adres doorstuurt kort nadat [contactnaam 4] vraagt waar zij staat. Uit de chat blijkt dat owner daadwerkelijk iemand ontmoet en van hem 1300 heeft gekregen. [contactnaam 4] geeft dan aan "Pak 300", waarop owner vraagt "Is MDMA meer waard als blok?". Veel berichten uit deze chat zijn door [contactnaam 4] verwijderd. feit 1 Uit de voorgaande bewijsmiddelen is gebleken dat verdachte fungeerde als een drugskoerier. Zij heeft in opdracht van ‘ [contactnaam 2] ’ harddrugs rondgebracht voor bepaalde, in de chat genoemde, prijzen. [contactnaam 2] heeft verdachte betaald voor het vervoeren en verkopen van de harddrugs. Uit de chatberichten blijkt tevens dat verdachte in de periode van 28 november 2024 tot het moment dat zij wordt aangehouden, te weten 11 december 2024, veelvuldig en in verschillende hoeveelheden cocaïne, 3-MMC en MDMA moet ophalen, vervoeren en afleveren aan verschillende adressen in Nederland, België en Duitsland. Bovendien vindt de rechtbank extra ondersteuning voor de vaststelling door de politie dat verdachte gebruiker van de telefoon iPhone 12 is (en dus fungeerde als drugskoerier) in het feit dat de gebruiker van deze telefoon op 11 december 2024 in een bericht aan ‘ [contactnaam 4] ’ aangeeft zojuist van iemand 1300 (de rechtbank begrijpt: € 1.300,-) te hebben gekregen. Dit correspondeert met het geldbedrag dat verbalisanten diezelfde dag bij de aanhouding van verdachte in het middenconsole aantroffen. De chatberichten laten ook zien dat er sprake is van medeplegen. Verdachte en [contactnaam 2] hebben veelvuldig contact over waar de harddrugs naar toe moet, hoe laat en waar verdachte moet zijn, hoeveel hiervoor betaald moet worden en welk deel van de opbrengst voor verdachte is. Dit geeft blijk van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de onbekend gebleven mededader [contactnaam 2] . De rechtbank acht het derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit onder
  2. feit 2 In de auto van verdachte is op 11 december 2024 in Arnhem een tas gevuld met harddrugs aangetroffen. Er bleek in de tas 2970 gram MDMA te zitten. In de armsteunmiddenconsole bleek een zakje met 41,85 gram cocaïne te zitten. Uit de gesprekken gevoerd met contact [contactnaam 2] op 11 december 2024 blijkt dat verdachte in Den Haag MDMA moest ophalen en die in Arnhem kon ‘droppen’ voor ‘14k’, waarvan de rechtbank begrijpt dat dit een geldbedrag representeert ter hoogte van €14.000,
  3. De rechtbank is van oordeel dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de harddrugs in haar auto omdat zij de MDMA moest afleveren in Arnhem, waar zij ook is aangehouden. Verdachte heeft ook feitelijke beschikkingsmacht over de harddrugs gehad omdat zij alleen in de auto zat waarbij de harddrugs zich bevond op de bijrijdersstoel. Hetzelfde geldt voor de aangetroffen cocaïne. Deze lag in de armsteunmiddelconsole, een plek waar alleen verdachte toegang toe had, aangezien zij alleen in de auto zat. De rechtbank acht het daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder feit
  4. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: feit 1 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de pleegperiode tussen 28 november 2024 en 11 december 2024 te in Arnhem, althans een of meerdere plaatsen in Nederland en/of België en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde MDMA en/of cocaïne en/of 3-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2 zij op of omstreeks 11 december 2024 te Arnhem opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2970 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 41,81 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, in vereniging gepleegd; feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat er bij een bewezenverklaring rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een zeer bewogen tijd achter de rug. Zij heeft verschillende auto-ongelukken gehad, waarvan zij fysiek en psychisch letsel heeft overgehouden. Bij verdachte is PTSS geconstateerd. Verder rouwt zij om het verlies van haar vader. Verdachte is onder behandeling van een psycholoog. Verdachte volgt een studie en heeft een steunvolle relatie. Ze heeft een zeer beperkt strafblad. De raadsvrouw verzoekt daarom – als tot oplegging van een straf wordt overgegaan – eventueel een taakstraf dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte. De ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren, verkopen en aanwezig hebben van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs. Zij fungeerde als drugskoerier. Verdachte heeft hierbij enkel oog gehad voor financieel gewin zonder zich te bekommeren over de veelheid aan negatieve effecten van harddrugs. Harddrugs zijn verslavend en zeer schadelijk voor de gezondheid. Daarnaast wordt de handel in harddrugs omgeven door ondermijnende criminaliteit waarbij geweld niet wordt geschuwd. Dit heeft een ontwrichtende werking op de maatschappij en versterkt gevoelens van onveiligheid. Uit de berichten die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen, in inhoud daarvan en de hoeveelheid harddrugs die bij haar tijdens de aanhouding in de auto zijn aangetroffen, blijkt dat verdachte een grote bijdrage heeft geleverd aan deze handel in harddrugs. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De reclassering heeft op 13 oktober 2025 de opdracht tot het opmaken van een reclasseringsadvies teruggezonden. Verdachte heeft zich meerdere malen afgemeld voor de afspraken met de reclassering. De straf De rechtbank heeft nauwelijks inzicht gekregen in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, ondanks hetgeen door de verdediging ter terechtzitting is toegelicht. Verdachte heeft namelijk bij de politie geen verklaring afgelegd (ook niet over haar persoonlijke omstandigheden), is niet ter terechtzitting verschenen en heeft ook niet gesproken met de reclassering. Verdachte heeft ernstige feiten gepleegd, waarvoor zij geen verantwoordelijkheid lijkt te nemen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de landelijke oriëntatiepunten, waardoor de rechtbank tot een hogere straf komt dan gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van het beslag De officier van justitie verzoekt de inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd te verklaren omdat er sprake is van grote sommen geld in gesorteerde coupures die eveneens worden getoond op foto’s. Er is geen verklaring van verdachte voor de herkomst van het geld, waardoor dit vermoedelijk is verdiend aan de handel in (hard)drugs. De raadsvrouw heeft bepleit dat de inbeslaggenomen geldbedragen geretourneerd moeten worden aan verdachte. Dit geld is gespaard door verdachte. De rechtbank zal de geldbedragen – gezamenlijk ter hoogte van € 33.410,00 – die aan verdachte toebehoorden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten zijn verkregen verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 33, 33 a en 47 van het Wetboek van Strafrecht; - 2 en 10 van de Opiumwet. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;  verklaart verbeurd de volgende voorwerpen: o 1.290,00 EUR Geld Euro (Omschrijving:PL0600-2024580848-G3352200) o 500,00 EUR Geld Euro (Omschrijving:PL0600-2024580848-G3352261); o 26.610,00 EUR Geld Euro (Omschrijving:PL0600-2024580848-G3352260); o 1.300,00 EUR Geld Euro (Omschrijving:PL0600- 2024581660-ZAG4007); o 3.710,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL0600- 2024581660-G3352197). Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 november
  5. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024581660, gesloten op 14 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 19 t/m
  6. NFiDENT rapport, p.
  7. NFiDENT rapport, p.
  8. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  9. Proces-verbaal van bevindingen, p. 27,
  10. Proces-verbaal van bevindingen, p. 57,
  11. Proces-verbaal van bevindingen, p. 908,
  12. Aanvullend procesdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 24 t/m
  13. Een schriftelijk bescheiden: uitgewerkte Whatsapp-berichten, p. 730,
  14. Een schriftelijk bescheiden: uitgewerkte Whatsapp-berichten, p.
  15. Aanvullend procesdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 27.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.