RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11707041 \ CV EXPL 25-4268 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van ENERGIE VAN ORANJE B.V., gevestigd te Sittard, eisende partij, hierna te noemen: EVO, gemachtigde: mr. J.E. Polet en mr. N.H. Eberson tegen [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 25 juni 2025 en de daarin genoemde processtukken. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 november 2025, waar beide partijen en de gemachtigden van EVO aanwezig waren. Mr. N.H. Eberson heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de zitting is besproken. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. EVO is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met de begeleiding van particulieren en MKB bedrijven in hun energievraagstukken. De heer [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) is bestuurder van EVO. 2.2. [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) was een energieleverancier via een softwareplatform. [bedrijf 1] beschikte over de benodigde vergunning van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM). [gedaagde] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] waren tot begin oktober 2023 de bestuurders van [bedrijf 1] . Daarna was [gedaagde] enig bestuurder. 2.3. [bedrijf 1] heeft op 7 februari 2023 een wederverkoopovereenkomst gesloten met [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ). [betrokkene 1] was ook de bestuurder van [bedrijf 2] . 2.4. Op 12 juli 2023 heeft [bedrijf 1] bij de ACM aangegeven dat zij een negatief eigen vermogen had en hiervoor een herstelplan zou opstellen. Op 27 juli 2023 en 16 november 2023 heeft [bedrijf 1] een (herzien) herstelplan ingediend. 2.5. Op 12 september 2023 verzond [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] een e-mail met het verzoek het contract over te zetten van [bedrijf 2] naar EVO. 2.6. Op 13 september 2023 om 12:16 uur reageerde [betrokkene 2] als volgt: “Zoals inderdaad eerder besproken zal [bedrijf 1] graag de overgang van [bedrijf 3] naar Energie van Oranje faciliteren. Ik zal intern overleggen wat hiervoor administratief de meest efficiënte weg is. Wat we in ieder geval moeten doen is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst sluiten met jullie nieuwe entiteit. Ik heb als bijlage de tekenversie van onze vorige overeenkomst bijgevoegd. Als jij de gegevens van jullie nieuwe entiteit wilt invoegen in het eerste geel gearceerde blok en het tweede geel gearceerde blok wilt controleren voor wat betreft jullie activiteiten, dan kunnen we deze overeenkomst, mits akkoord natuurlijk gezamenlijk ondertekenen.” 2.7. Op diezelfde dag om 13:06 uur verzond [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] een e-mail met de volgende inhoud: “Top! Dank je wel. Als bijlage tref je de door mij ondertekende versie. Hierin heb ik als wijziging nog doorgevoerd ons nieuwe vestigingsadres (stond nog op het oude adres). Verder geen wijzigingen op de door jou aangeleverde versie. Als jij deze wilt tekenen en aan mij retourneren dan hebben we dit gedeelte alvast in orde. Vraag voor hoe administratief het gemakkelijkst te verwerken staat intern open.” 2.8. Op 13 september 2023 is tussen EVO en [bedrijf 1] een wederverkoopovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen. 2.9. Op 30 oktober 2023 is [bedrijf 2] geliquideerd. 2.10. Op 22 november 2023 schreef [betrokkene 1] aan [gedaagde] het volgende: “Op vrijdag 3 november 2023 schreef jij n.a.v. ons contact: “De provisies uit de huidige overeenkomst blijven gewoon doorlopen volgens het normale schema aan [bedrijf 4] . De factuur over Q3 staat bijna klaar voor verzending en mag je volgende week verwachten.” Het is nu woensdag 22 november 2023 bijna 3 weken na jouw schrijven en 2 weken na de verwachte factuur. We hebben (weer) niets ontvangen. Kun je dat in af (laten) handelen? Graag verneem ik even van je wat wanneer gaat gebeuren.” 2.11. Op 30 november 2023 schrijft [gedaagde] aan [betrokkene 1] het volgende: “De stilte aan onze kant is niet zonder reden. [bedrijf 1] BV heeft een Wederverkoopovereenkomst met de rechtspersoon [bedrijf 2] BV (ingeschreven onder kvk nummer 68847629). Op 6 november 2023 hebben wij met jou een overleg gehad waarin je verklaarde dat deze rechtspersoon nog economisch actief was en bestond. Nu blijkt dat de rechtspersoon al sinds begin dit jaar zijn economische activiteiten is gestaakt en sinds 30 oktober 2023 is geliquideerd. Toen wij bij elkaar kwamen was dit jou bekend en heb je verzaakt hierover een juist beeld te schetsen. Wij gaan het volgende doen: - Er komt geen provisiebetaling, de rechtspersoon met wie wij een overeenkomst hebben bestaat niet meer. (…) - In het licht van de situatie komt het aanbod dat wij gedaan hebben voor een Wederverkoopovereenkomst aan Energie van Oranje te vervallen. Ik wens jou en [betrokkene 4] alle succes met jullie nieuwe onderneming en bedank jullie voor de samenwerking.” 2.12. Begin 2024 heeft de ACM besloten [bedrijf 1] onder verscherpt toezicht te plaatsen. Daarna hebben [bedrijf 1] en de ACM meerdere keren contact gehad over het herstel van de financiële positie van [bedrijf 1] . 2.13. Op 4 april 2024 heeft EVO aan [bedrijf 1] een factuur voor de geschatte provisie over het derde en vierde kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024 ten bedrage van € 5.445,00 gezonden. Op 26 augustus 2024 heeft EVO aan [bedrijf 1] een factuur voor de geschatte provisie over het tweede en derde kwartaal van 2024 ten bedrag van € 2.541,00 gezonden. 2.14. Op 18 september 2024 heeft de ACM een bindende aanwijzing aan [bedrijf 1] opgelegd. 2.15. Op 8 oktober 2024 heeft de ACM de vergunning van [bedrijf 1] ingetrokken. 2.16. Op 22 oktober 2024 is het faillissement van [bedrijf 1] uitgesproken. 3Het geschil 3.1. EVO vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te verklaren voor recht dat [gedaagde] op grond van onrechtmatige daad jegens haar aansprakelijk is voor haar schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, [gedaagde] te veroordelen om aan EVO te betalen: - een bedrag van € 7.986,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over laatstgenoemd bedrag vanaf 26 december 2024, althans de datum van de dagvaarding, totdat alles is betaald, - een bedrag van € 774,30 aan buitengerechtelijke kosten, - de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de nakosten. 3.2. EVO legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld in zijn hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1] , als gevolg waarvan EVO schade heeft geleden doordat zij niet de provisie heeft ontvangen waar zij conform de wederverkoopovereenkomst met [bedrijf 1] recht op heeft. De schade is veroorzaakt doordat [gedaagde] (als bestuurder van [bedrijf 1] ) deze overeenkomst met EVO is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen omdat zij een negatief eigen vermogen had. Daarnaast heeft [gedaagde] willens en wetens nagelaten transparant te zijn over de klantverbruiksdata en, daarmee samenhangend, geen provisie aan EVO betaald. 3.3. [gedaagde] voert verweer. Hierop zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van de (middellijk) bestuurder van een vennootschap een hoge drempel geldt. Uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit haar tekortschieten in de nakoming van een verbintenis. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap op grond van artikel 6:162 BW. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. 4.2. Van een ernstig verwijt dat de bestuurder persoonlijk treft, kan sprake zijn indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.