RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/458502 / HA ZA 25-443 Vonnis van 3 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. E.R. Jonker te Amersfoort, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [plaats] ,
- [gedaagde 2], wonende te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagden] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen. 2.
- De rechtbank zal het primair onder a van het petitum gevorderde ‘te verklaren ontbinding, althans te ontbinden, de hiervoor genoemde tussen partijen gesloten overeenkomst’ afwijzen, omdat partijen ontbinding van de overeenkomst contractueel hebben uitgesloten. De onder a van het petitum opgenomen nakomingsvordering is wel toewijsbaar. Hiermee heeft [eiser] bij toewijzing van het subsidiair onder b van het petitum gevorderde geen of onvoldoende belang meer. 2.
- De rechtbank wijst de onder c van het petitum gevorderde contractuele rente af, omdat deze (kennelijk geheel of gedeeltelijk) reeds in de gevorderde hoofdsom is verdisconteerd. Gelet op de onduidelijke stellingen van [eiser] ter zake van de rente die [gedaagden] verschuldigd zouden zijn, zal de rechtbank de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijzen met ingang van dagtekening van dit vonnis. 2.
- Gelet op het in artikel 6:92 lid 1 BW bepaalde wijst de rechtbank de onder d van het petitum gevorderde boete af. 2.
- [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,43 - griffierecht € 1.374,00 - salaris advocaat € 1.214,00 (1 punt × € 1.214,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.912,
- 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] terug te betalen het bedrag van € 77.890,38, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de dag van dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, 3.
- veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.170,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
- veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten van € 2.912,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 3 december 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen.