RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/141859-24 Datum uitspraak : 9 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] (Irak), wonende aan de [adres] in ([postcode]) [woonplaats]. Raadsman: mr. J.C. Stam, advocaat in Borne. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. Inhoudsopgave 1 De inhoud van de tenlastelegging 4 2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs 4 2.1 Ten aanzien van de identificaties 4 2.1.1 [medeverdachte 1] 4 2.1.2 [verdachte] 7 2.1.3 [medeverdachte 2] 8 2.1.4 [medeverdachte 3] 8 2.1.5 [medeverdachte 4] 9 2.2 Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 (Palestina) 9 2.2.1 Standpunten 9 2.2.2 De beoordeling door de rechtbank 10 2.3 Ten aanzien van de feiten 4 tot en met 9 (Lega en Reseda) 41 2.3.1 Standpunten 41 2.3.2 Inleidende overwegingen 42 2.3.3 Feit 4 – [bedrijf] 47 2.3.4 Feit 5 - [bedrijf] 53 2.3.5 Feit 6 – [bedrijf] 59 2.3.6 Feit 7 – [bedrijf] 65 2.3.7 Feit 8 – [bedrijf] 70 2.3.8 Feit 9 – [bedrijf] 73 3 De bewezenverklaring 77 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde 81 5 De strafbaarheid van de feiten 81 6 De strafbaarheid van de verdachte 81 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel 82 7.1 Het standpunt van de officier van justitie 82 7.2 Het standpunt van de verdediging 82 7.3 De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de rechtmatigheidsverweren 82 7.3.1 Het standpunt van de verdediging 82 7.3.2 Het standpunt van de officier van justitie 83 7.3.3 Overwegingen van de rechtbank 83 7.4 De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de straf 87 8 De beoordeling van de civiele vorderingen 91 8.1 [bedrijf] / [bedrijf] 91 8.1.1 Standpunten: 91 8.1.2 Beoordeling door de rechtbank 92 8.1.3 Schadevergoedingsmaatregel 92 8.1.4 Hoofdelijkheid 92 8.2 [bedrijf] 92 8.2.1 Standpunten: 93 8.2.2 Beoordeling door de rechtbank: 93 8.2.3 Hoofdelijkheid 93 8.2.4 Schadevergoedingsmaatregel 93 8.3 [bedrijf] 93 8.3.1 Standpunten: 93 8.3.2 Beoordeling door de rechtbank 94 8.3.3 Schadevergoedingsmaatregel 94 8.3.4 Hoofdelijkheid 95 9 De beoordeling van het beslag 95 9.1 Het standpunt van de officier van justitie 96 9.2 Het standpunt van de verdediging 96 9.3 De beoordeling door de rechtbank 96 10 De toegepaste wettelijke bepalingen 97 11 De beslissing 97 Bijlage I – De tenlastelegging 100 1De inhoud van de tenlastelegging De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij al dan niet als medepleger: feit 1: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 bankbiljetten heeft nagemaakt, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven; feit 2: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 zich valse bankbiljetten heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven; feit 3: op of omstreeks 30 juli 2020 een aantal voorwerpen heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten; en dat hij als medepleger dan wel medeplichtige: feit 4: in de periode van september 2019 tot en met december 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van een bedrag van € 56.175,00); feit 5: in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 [bedrijf] en/of [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 320 haardrogers ter waarde van € 85.210,00 en/of 171 smartwatches ter waarde van € 28.728,00); feit 6: in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 400 elektrische tandenborstels); feit 7: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 17 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 1142 speakers); feit 8: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 3000 externe harde schijven); feit 9: in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van geldbedragen van € 88.650,00 en € 3.000,00. 2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2.1 Ten aanzien van de identificaties De rechtbank zal hierna allereerst ingaan op de vraag welke personen kunnen worden aangemerkt als de gebruikers van de in onderzoek Parra in beslag genomen gegevensdragers en welke personen schuilgaan achter de diverse op die gegevensdragers aangetroffen accountnamen. 2.1.1 [medeverdachte 1] In de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] in [plaats] in België (verder: de woning van [medeverdachte 1]) zijn onder meer de na te noemen gegevensdragers in beslag genomen en onderzocht. Er is een iPhone 11 pro met 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' in beslag genomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de naam [medeverdachte 1] gebruikt en een iPhone 11 pro heeft met nummer [telefoonnummer]. Van die telefoon is hij de enige gebruiker. Op de iPhone 7 is op 2 februari 2020 het Wickr-account met de naam '[accountnaam]' aangemaakt. Op 31 maart 2020 is het Telegram-account met de naam '[accountnaam]' aangemaakt. De telefoon heeft gebruik gemaakt van de chat-applicaties Wickr Me '[accountnaam]' en Telegram met de accountnaam '[accountnaam] ID [accountnaam]'. Op 7 juni 2020 is het e-mailaccount '[accountnaam]@protonmail.com' aangemaakt. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van de telefoon en de daarop aangemaakte accounts. Verder is uit onderzoek aan de iPhone 7 het volgende gebleken. De accountnamen '[accountnaam]' en '[accountnaam]' hebben hetzelfde unieke Telegram identiteitsnummer. Dit heeft te maken met hoe men deze heeft genoemd in de contactenlijst van de telefoon. [medeverdachte 1] heeft dit Telegram-account opslagen in de iPhone 7 met de accountnaam '[accountnaam]' en [verdachte] heeft dit Telegram-account opgeslagen in het toestel 'Samsung S9' met de accountnaam '[accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan uit deze bevindingen blijken dat [medeverdachte 1] gebruik gemaakt van de beide genoemde Telegram-accounts. Bij onderzoek aan de iPhone XR ('[medeverdachte 1]') is het volgende gebleken. De iPhone '[medeverdachte 1]' maakte gebruik van één simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer behoort bij het Telegram-account '[accountnaam] ID [accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van dit Telegram-account.Verder is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) het volgende gebleken. Op 11 november 2019 is het Wickr-account met de naam '[accountnaam]' op deze telefoon aangemaakt. De applicatie WhatsApp Messenger is aangemaakt op 21 maart 2020. Het WhatsApp-account maakt gebruik van de naam '[accountnaam]'. Uit onderzoek aan deze telefoon is verder gebleken dat het gebruik heeft gemaakt van het Telegram-account met de naam '[accountnaam] ID [accountnaam]'. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van deze telefoon en de aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van deze telefoon.Voorts is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) gebleken dat daarop meerdere foto's staan die grotendeels aantoonbaar in de woning van [medeverdachte 1] zijn gemaakt. Op foto's die zijn gemaakt in de periode van 3 februari 2020 tot en met 6 juli 2020 zijn de namen '[accountnaam]' en '[accountnaam]' te zien. Bij onderzoek aan de iPhone 6S, met 'owner name' iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Achter op deze telefoon zat een sticker met de naam '[naam]' en telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer hoort bij het nummer van de simkaart die in deze telefoon is aangetroffen. Op 7 mei 2020 stuurt '[accountnaam]' via Telegram een foto aan het Telegram account [accountnaam] (dat is [accountnaam], en dat is, zoals hierna zal blijken, [verdachte]). Op die foto is een scherm te zien van een telefoon met daarop '[accountnaam]' en het nummer [telefoonnummer]. Volgens de verbalisant is het zeer aannemelijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de telefoon met daarin een simkaartje met het telefoonnummer [telefoonnummer] en daarop op 25 februari 2020 de verificatiecode ontvangt voor het aanmaken het Telegram-account '[accountnaam]'', welke gekoppeld is aan het telefoonnummer [telefoonnummer].Bij onderzoek aan de iPhone XS, 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Op 6 juli 2020 is op deze telefoon het Wickr-account met de naam '[accountnaam]' aangemaakt. In een via Wickr gevoerde chat komt '[accountnaam]' op de lijn met '[accountnaam]'. Met de telefoon zijn foto's gemaakt in de woning van [medeverdachte 1]. Ook zijn met de telefoon videofragmenten opgenomen in de woning van [medeverdachte 1] en met de telefoon verstuurd via het Wickr-account '[accountnaam]'. De verzamelde gegevens wijzen er volgens de verbalisant op dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van het toestel. Bij onderzoek aan de iPhone 6S, 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' is onder meer gebleken dat zich achterop het toestel een sticker bevindt met daarop handgeschreven 'nieuwe Hotspot' en 'print'. De verbalisant heeft op grond van het onderzoek vastgesteld dat [medeverdachte 1] de eigenaar is van deze telefoon. Op de USB-stick van het merk Silicon Power (IBN-code [IBN-code]) is bij onderzoek een aantal documenten aangetroffen, waarin een auteursnaam is toegevoegd. Eén van de namen die werd gebruikt is ‘[accountnaam]’. Volgens de verbalisant kan onder meer hieruit blijken dat [medeverdachte 1] de beschikking heeft gehad over dan wel gebruik heeft gemaakt van de aangetroffen USB-stick. Het WhatsApp-account in de iPhone XR ‘[medeverdachte 1]’ maakt gebruik van de naam ‘[accountnaam]’. Op de Macbook Pro (IBN-code [IBN-code]) is een notitie aangetroffen waarin reclame wordt gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens worden onder meer het Wickr-account ‘[accountnaam]’ opgegeven en als e-mailadres ‘[e-mailadres]’. Laatstgenoemd e-mailadres is, zoals hierna zal blijken, gebruikt voor het openen van een rekening bij de N26 Bank op naam van [naam]. De politie heeft vastgesteld dat [medeverdachte 1] te zien is op de paspoortfoto en de selfie die zijn aangeleverd in het kader van de opening van die rekening. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat de MacBook Pro in gebruik is geweest bij [medeverdachte 1]. Bij onderzoek aan een Apple iPhone van [verdachte] (verder te noemen: [verdachte]), waarover hierna meer, zijn afbeeldingen van Wickr-gesprekken aangetroffen, waaruit blijkt dat ‘[accountnaam]’ de gebruiker ‘[accountnaam]’ (zoals hierna zal blijken [verdachte]) op meerdere dagen de opdracht geeft tot het storten van specifieke bedragen op rekeningen. Verder blijkt uit de historische telefoongegevens van [verdachte] dat hij op 15 april 2019 in de avond in België is geweest. Uit een schermafbeelding van een Wickr-gesprek uit de telefoon van [verdachte], volgt dat hij die avond het volgende gesprek heeft met ’[accountnaam]’:’[accountnaam]’: ja belgen soms beetje dom man haha‘[accountnaam]’: ik ben ook al bijna thuis hahahaha hoor ik vaker ’[accountnaam]’: oke man rij voorzichtig [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij in België is geweest. Hij trof daar een lange, slanke, blanke man van ongeveer 32 jaar. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [verdachte] een afspraak in België heeft gehad met ‘[accountnaam]’. [medeverdachte 1] woont in België en past wat betreft leeftijd en uiterlijke kenmerken in het door [verdachte] beschreven signalement. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres ‘[e-mailadres]’. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de uit het verrichte onderzoek gebleken bevindingen worden aangenomen dat [medeverdachte 1] de (enige) gebruiker was van de voornoemde telefoons, alsook dat hij schuil ging achter de genoemde Wickr- en Telegram-accountnamen en achter de naam ‘[accountnaam]’. Verder kan worden aangenomen dat (onder anderen) [medeverdachte 1] gebruik maakte van het e-mailaccount '[accountnaam]@protonmail.com'. Datzelfde geldt voor het hierna nog aan bod komende e-mailaccount ‘[accountnaam]@protonmail.com’, gezien de overeenkomst van de naam ‘[accountnaam]’ met de bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde accountnaam ‘[accountnaam]’. Bovendien was [medeverdachte 1] de (enige) gebruiker van de genoemde MacBook Pro en de genoemde USB-stick van het merk Silicon Power. Tot slot kan worden aangenomen dat hij gebruik maakte van het e-mailaccount ‘[e-mailadres]’. De rechtbank zal daarvan in het navolgende uitgaan. 2.1.2 [verdachte] Op 1 mei 2019 is onder [verdachte] een Apple iPhone in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [verdachte]. [verdachte] heeft ook verklaard dat hij de naam ‘[accountnaam]’ heeft gebruikt. Op 30 juli 2020 werd in de slaapkamer van [verdachte] onder het kussen op het bed een telefoon van het merk Samsung S9 aangetroffen. De telefoon is in beslag genomen en onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [verdachte] de gebruiker was van de telefoon, alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’ en het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’. [verdachte] heeft ook verklaard dat de telefoon van hem was. De verdediging heeft de in de vorenbedoelde processen-verbaal van bevindingen vervatte onderzoeksresultaten niet weersproken. Wel is aangevoerd dat, voor zover berichten van of naar een aan [verdachte] te linken telefoon zijn gestuurd, die berichten niet klakkeloos aan [verdachte] kunnen worden toegeschreven. [verdachte] heeft vanaf het allereerste moment verklaringen afgelegd en daarin meermaals en dus consistent verklaard dat hij steeds zijn telefoon(
- s)moest afstaan. Hierover overweegt de rechtbank als volgt. [verdachte] heeft zowel tijdens de politieverhoren als ter terechtzitting van 18 september 2025 verklaard dat hij zijn telefoon(
- s)en de code(
- s)heel vaak heeft moeten afgeven aan een man die hij had ontmoet in de moskee, ene [naam], en ook aan anderen. [naam] heeft volgens [verdachte] ook de voornoemde Telegram- en Wickr-accounts aangemaakt. De rechtbank constateert dat deze verklaring in vaagheden blijft steken en op geen enkele wijze concreet wordt gemaakt. [verdachte] heeft gezegd niet te weten wat de achternaam van [naam] is, noch heeft hij enig ander aanknopingspunt kunnen noemen dat deze man traceerbaar maakt, zoals een telefoonnummer van [naam], (een) door hem gebruikte accountna(a)m(
- en)of een verblijfplaats van [naam]. Hetzelfde geldt voor “anderen” aan wie [verdachte] zijn telefoon(
- s)zou hebben afgegeven. Nu deze verklaring niet aannemelijk is geworden, gaat de rechtbank daaraan voorbij en zal zij, indien voornoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [verdachte] daarachter schuil gaat. 2.1.3 [medeverdachte 2] Onder [medeverdachte 2] is een Samsung Galaxy Note 20 in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van deze telefoon, die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer], alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. Verder is uit verricht onderzoek gebleken dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ aan [medeverdachte 2] gekoppeld was en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd. De rechtbank zal daarom, indien deze accountnaam hierna aan bod komt, ervan uitgaan dat [medeverdachte 2] daarachter schuil gaat en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd. 2.1.4 [medeverdachte 3] Onder [medeverdachte 3] is een Apple iPhone 8 Plus in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van deze telefoon, alsook dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3]. Verder is uit onderzoek aan de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone XR (iPhone van ‘[medeverdachte 1]’) onder meer gebleken dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ vraagt naar zijn adres, waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt: “[adres] [woonplaats]”. [medeverdachte 3] is op dit adres woonachtig. Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3]. Ook werd hij wel ‘[accountnaam]’ genoemd. ‘[accountnaam]’ antwoordt op 6 mei 2020 op de vraag van ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) of hij ‘[accountnaam]’ is met “ja”. De rechtbank zal daarom, indien deze (account)namen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat het [medeverdachte 3] betreft. 2.1.5 [medeverdachte 4] Uit onderzoek aan een onder [medeverdachte 4] in beslag genomen iPhone X is gebleken dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. Voorts is uit onderzoek gebleken dat hij gekoppeld was aan de Wickr-accounts met de namen ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. De rechtbank zal daarom, indien de genoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [medeverdachte 4] daarachter schuil gaat. 2.2 Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 (Palestina) 2.2.1 Standpunten 2.2.1.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de productie van vals geld (feit 1) en het medeplegen van de handel in vals geld (feit 2). Verder heeft [verdachte] zich op 30 juli 2020 in [woonplaats] schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten (feit 3). 2.2.1.2 Standpunt van de verdediging In zijn algemeenheid geldt dat uit het procesdossier niet blijkt dat het [verdachte] is geweest die goederen heeft besteld of betaald. [verdachte] is misbruikt. Hij heeft voorts van meet af aan verklaard over bedreigingen. Hij moest doen wat hem werd opgedragen. Enige betrokkenheid van [verdachte] - indien en voor zover hij strafbare handelingen heeft verricht - is dan ook niet vrijwillig geweest. Van de feiten 1 en 2 moet [verdachte] worden vrijgesproken. Er stond een opstelling gereed in de woning van [verdachte]. Die moest hij zo neerzetten van iemand via Wickr, maar hij heeft er niets mee gedaan. Dat geen telefoons zijn aangetroffen bij de printers en dat de printers niet waren aangesloten is ook een stevige contra-indicatie voor de stelling dat [verdachte] geld zou hebben nagemaakt. Voorts heeft [verdachte] geen contact gehad met (potentiële) klanten voor het valse geld. Dat waren anderen, al dan niet via gegevensdragers van [verdachte]. Ook blijkt uit het procesdossier niet dat hij vals geld heeft opgestuurd. En nu [verdachte] de goederen onvrijwillig in bewaring moest houden, en hij dus niet de vereiste strafbare bedoeling had, kan bovendien niet worden gezegd dat hij het oogmerk had de bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven.Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich wat betreft het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.2.2 De beoordeling door de rechtbank 2.2.2.1 Inleidende overwegingen Onderzoek Palestina ziet op de productie van en handel in valse euro- en dollarbiljetten. Zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, zijn op grote schaal euro- en (Amerikaanse) dollarbiljetten nagemaakt. Ten behoeve hiervan en ten behoeve van de verkoop van de valse bankbiljetten werden goederen aangeschaft. De valse bankbiljetten en de goederen zijn bij meerdere doorzoekingen aangetroffen. Hiervóór is al gebleken dat bij die doorzoekingen bovendien een grote hoeveelheid gegevensdragers is aangetroffen. Ook op basis van het onderzoek aan die gegevensdragers zijn [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in beeld gekomen als zijnde betrokken bij het namaken van bankbiljetten en het verkopen van die bankbiljetten. Het proces van het namaken van de bankbiljetten en de verschillende stadia van dat proces, konden in kaart worden gebracht. Daarnaast is in kaart gebracht op welke wijze de verkoop van de valse bankbiljetten plaatsvond. Hierna zullen eerst de in het procesdossier aanwezige relevante bewijsmiddelen (niet uitputtend) worden weergegeven, te beginnen met wat is aangetroffen bij de doorzoekingen en de uitkomsten van verricht (forensisch) onderzoek aan de aangetroffen biljetten en printers, gevolgd door de onderzoeksbevindingen ten aanzien van drie stadia, te weten het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Op basis hiervan zal de rechtbank tussentijds conclusies trekken ten aanzien van de (reeds) uit deze bewijsmiddelen naar voren komende betrokkenheid van [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de drie stadia. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of ieder van hen een rol heeft gespeeld in (de diverse stadia van) het proces van het namaken van bankbiljetten, en zo ja, welke rol, en of ingeval van een rol van betekenis wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen. 2.2.2.2 Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten 2.2.2.2.1 [medeverdachte 1] Op 30 juli 2020 is de woning van [medeverdachte 1] doorzocht. Daarbij zijn onder meer de volgende goederen, gerelateerd aan vals geld, aangetroffen: 20 printers van diverse merken en types, 2 Epson scanners, 3 vals geld detectoren, 3 geldtelmachines, 5 potjes inkt, inkttoners, 9 flesjes spuitverf in diverse kleuren, 13 potjes inkt met 4 flesjes UV inkt, stempelkussens, een potje UV printer inkt met opschrift “Guangzhou Firebird Printing”. Ook zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen, die te gebruiken zijn bij het produceren van vals geld: 3 perforatoren, 17 drukplaten, een drukpers, 15 vals geld detector pennen, een UV lamp en een UV pen, 2 snijmachines, ScanNCut platen, een drukpers, een handscanner, een doos met daarin veel vellen met hologrammen voor diverse bankbiljetten (1265 hologrammen voor biljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en hologrammen voor dollarbiljetten), en verschillende soorten ‘speciaal papier’, waaronder papier met in het midden een zogenaamde veiligheidsdraad die ook in echte eurobiljetten is verwerkt.Op verschillende plekken werden bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren, namelijk: een doos met daarin dollarbiljetten en eurobiljetten waarvan de meeste nog niet zijn uitgesneden, een doos met halffabricaten vals geld (onder andere biljetten van 50 dollar en biljetten van 100 euro), en een grote stapel A4 vellen, met op ieder vel een afdruk van drie biljetten van 50 euro. In België heeft echtheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de aangetroffen biljetten. Daarbij zijn 11 biljetten van 20 dollar, 21 biljetten van 50 dollar en 3 biljetten van 100 dollar vals bevonden. Voorts zijn A4 bladen aangetroffen met daarop in totaal 282 afdrukken van (valse) biljetten van 50 dollar en 2 afdrukken van 100 dollar. Verder werden nog 524 kleefstripjes voor biljetten van 100 dollar aangetroffen. De Chinese tekst op deze bladen doet vermoeden dat deze kleefstripjes van Chinese herkomst zijn. Ook zijn bij het echtheidsonderzoek 19 biljetten van 10 euro, 3 biljetten van 20 euro, 33 biljetten van 50 euro, 1 biljet van 100 euro en 14 biljetten van 500 euro vals bevonden. De 3 biljetten van 20 euro en 32 stuks van de biljetten van 50 euro waren in België in omloop sinds 9 januari 2020. Verder zijn aangetroffen vele A4 bladen met afdrukken van biljetten van 50 en 100 euro. Over 1265 aangetroffen hologrammen voor biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en 843 aangetroffen doorkijkvensters voor biljetten van 20, 50 en 100 euro wordt opgemerkt dat deze te koop worden aangeboden op diverse websites zoals ‘ALIBABA.COM’ en ‘WISH’. Ze kunnen online worden besteld en worden eenvoudigweg met de post opgestuurd. Het onderscheid tussen deze hologrammen en doorkijkvensters en echte hologrammen en doorkijkvensters is voor een leek moeilijk te herkennen. 2.2.2.2.2 [verdachte] Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [verdachte] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In en nabij de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: zes printers, waaronder een printer met in de lade een halffabricaat van een biljet van 50 euro en een printer met in de lade een halffabricaat van een dollarbiljet, een snijmachine, grote hoeveelheden hologrammen voor diverse soorten valse euro- en dollarbiljetten en vier dozen met printercartridges. Op de slaapkamer van [verdachte] zijn 9261 bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Het betreft biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 20 dollar en 50 dollar. Er zat veel vals geld in een Jumbo tas, waarin ook zijn aangetroffen een poststuk van de belastingdienst en een aanmaning van Intrum/KPN, beide gericht aan [medeverdachte 3] met het adres [adres] te [woonplaats]. Verder is aangetroffen een doos met daarin ‘speciaal papier’, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het vervaardigen van vals geld en waarvan ook deel uitmaakte papier met een zogenaamde veiligheidsdraad. De eigenschappen van het in de doos aangetroffen papier maken het geschikt voor het maken van waardedocumenten. Ook zijn op de slaapkamer van [verdachte] in een kast, in een rugtas naast het bed en in een tas aangetroffen: snijafval van biljetten van 20 euro, snippers vals geld en vals geld, en vermoedelijk velletjes waarop hologrammen geplakt hebben gezeten. Voorts zat in de tas een biljet van 20 euro dat aan de zijkanten nog niet volledig was uitgesneden en waarop stond geschreven “695 goed”. Op 31 juli 2020 heeft [verdachte] zelf nog een printer en twee tassen met ‘speciaal papier’ naar het politiebureau gebracht. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten heeft uitgewezen dat de ze vals waren. Forensisch onderzoek ten aanzien van een zak met 20 euro hologrammen heeft uitgewezen dat de hologrammen vals waren. Bij de doorzoeking is in de slaapkamer van [verdachte] op het bureau ook aangetroffen een doos met daarop een adressticker van Bol.com, gericht aan [medeverdachte 3], [adres], [postcode] [woonplaats]. In deze doos zaten diverse misafdrukken van vervalste euro- en dollarbiljetten. Op een in die doos aangetroffen A4-papier met daarop een biljet van 20 euro is een vingerafdruk van [verdachte] aangetroffen. 2.2.2.2.3 [medeverdachte 3] Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [medeverdachte 3] woonde toen op dit adres. Op het bureau in de slaapkamer van [medeverdachte 3] werd een printer aangetroffen en een biljet van 500 euro (in een portemonnaie op het bureau). Verder werden in de bij de woning behorende berging grote stapels biljetten aangetroffen van 20 en 50 euro en biljetten van 20 en 50 dollar die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Ook zijn in de berging aangetroffen A4 vellen met daarop afdrukken van biljetten van 20 dollar, nog niet volledig uitgesneden biljetten van 20 dollar, en een tas met daarin heel veel inktcartridges. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 1103 biljetten, heeft uitgewezen dat ze vals waren. De in de woning aanwezige moeder en zus van [medeverdachte 3] hebben aangegeven dat ze niets wisten van het valse geld en nooit in de berging kwamen. Op een biljet, verpakt in een zilverkleurig zakje, aangetroffen in de bij de woning behorende berging, is een vingerafdruk van [medeverdachte 3] aangetroffen. 2.2.2.2.4 [medeverdachte 2] Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [medeverdachte 2] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In de woonkamer zijn twee papiersnijmachines aangetroffen. Verder is in de slaapkamer van [medeverdachte 2], onder het bed, een doos aangetroffen met het opschrift ‘PrintAbout.nl’ en met daarin stapeltjes euro- en dollarbiljetten die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Op veel van de stapeltjes zaten briefjes met daarop handgeschreven getallen en teksten als: “opnieuw”, “opnieuw snijden! 265!”, “opnieuw snijden!!! 89x”, “opnieuw snijden 100x”, “21xB+ Te redden!!!”, “B+ 100x”, “200 x € 50”, “200 x 50”, “700 x“, “90 x“, “340 x”, “540 x“, “565“. Ook werd onder het bed een doos aangetroffen, waarin ‘speciaal papier’ had gezeten dat gebruikt kan worden bij het vervaardigen van vals geld. In deze doos zaten stickervelletjes hologrammen voor biljetten van 50 euro, een reepje snijafval van een biljet van 50 euro, en een pincet dat op de hologrammen lag. Onder het bed lag ook een stickervel met nog 19 hologrammen voor biljetten van 20 euro. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 6551 biljetten van 20 en 50 dollar en 50 euro, heeft uitgewezen dat ze vals waren. 2.2.2.2.5 [medeverdachte 4] Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de ouders van [medeverdachte 4] aan de [adres] in [plaats] (verder: de woning van [medeverdachte 4]). [medeverdachte 4] verbleef daar toen en is daar ook aangehouden. In de slaapkamer van [medeverdachte 4] zijn onder meer aangetroffen: 92 inktcartridges, 6 printers, meerdere soorten ‘speciaal papier’ dat kan worden gebruikt bij het vervaardigen van vals geld, een vals biljet van 20 dollar en 7 valse biljetten van 500 euro. Ook zijn 360 wenskaarten en ongeveer 1000 blanco enveloppen aangetroffen. 2.2.2.3 Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten Uit onderzoek is gebleken dat op ieder van de vijf voornoemde zoeklocaties valse euro- en dollarbiljetten zijn aangetroffen waarvan het serienummer overeenkomt met het serienummer op biljetten die op een andere zoeklocatie of meerdere andere zoeklocaties zijn aangetroffen. Zo zijn op alle locaties valse biljetten van 20 dollar met het serienummer IB22822060D aangetroffen. 2.2.2.4 Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek Een medewerker van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onderzoek gedaan ten aanzien van de bij de doorzoekingen aangetroffen biljetten van 10, 20 en 50 euro. Het betreffen falsificaten die middels een inkjet-printer worden geproduceerd. Op de biljetten wordt een imitatie van het watermerk geprint. Bij de aangetroffen falsificaten is tevens een imitatie toegevoegd van het hologram gedeelte, waarbij een folie (sticker) op het valse bankbiljet is geplakt. Onder het indicatief NLB0010 K00011 vallen biljetten van 10 euro met het serienummer SA6044579231, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2], en biljetten van 10 euro met het serienummer SA6057965444, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [verdachte]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 10 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 4.089 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen. Onder het indicatief EUB0020 J00008 vallen biljetten van 20 euro met meerdere serienummers. Meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [verdachte]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 20 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 2.495 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen. Onder het indicatief EUB0050 J00008 vallen biljetten van 50 euro met meerdere serienummers. Een of meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 24 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 12.582 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de eerste week van mei 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Op 11 mei 2020 het eerste exemplaar in België en 14 mei 2020 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen. Ook is ten aanzien van het indicatief EUB0050 J00008 onderzocht of de aangetroffen printers en inktcartridges vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor het printen van de aangetroffen falsificaten op de PD (rechtbank: plaats delict) en de falsificaten in circulatie. Vanuit de PD zijn er printers en inktcartridges naar DNB getransporteerd. Deze zijn allemaal geïnventariseerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de specifieke merken en types. Ook is geïnventariseerd welke inktcartridges er op moment van inbeslagname aanwezig waren in de printer. Met behulp van de datafiles verkregen van de politie is een deel van het bronbestand aangetroffen. Dit document bevat alleen de achterzijden van de biljetten. In het bronbestand bevinden zich vier verschillende serienummers, waarvan er een in Nederland is aangetroffen, namelijk BR0182924512. Het onderzoek concentreert zich op de falsificaten met dit serienummer. Er konden twee printers goed getest worden, de CANON TS9150 en de CANON TS6250. In het onderzoek is gestart met het vergelijken van de twee verschillende type cartridges die aangetroffen zijn op de PD, namelijk de originele cartridge van Canon en de cartridges van 1,2,3 inkt. Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: Aangetroffen falsificaten PD (hypothese H1a en H1b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het veel waarschijnlijker is dat de falsificaten aangetroffen op de PD overeenkomen met de falsificaten aangetroffen in circulatie, dan dat deze afkomstig zouden zijn van een andere productielocatie. Overeenkomst falsificaten en printers PD (hypothese H2a en H2b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de aangetroffen falsificaten op de PD geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD. Overeenkomst falsificaten in circulatie met de printers op de PD (Hypothese H3a en H3b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de falsificaten aangetroffen in circulatie geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD. Als laatste test zijn nog de falsificaten die aangetroffen zijn in [plaats] (rechtbank: in de woning van [medeverdachte 1]) vergeleken met de falsificaten aangetroffen op de PD en in circulatie. Ook hier laten deze hetzelfde printbeeld zien en kan geconcludeerd worden dat ook deze falsificaten een link met elkaar hebben. Verder kan aangetoond worden dat de inkt losgeweekt van de biljetten overeenkomsten laat zien met de printermix inkten aangetroffen in de in beslag genomen printers van de PD. Te zien is namelijk dat de inkten en losgeweekte inkten bij de overeenkomstige banden ook de overeenkomstige Rf (rechtbank: retentiefactor) waarde hebben. Biljetten met het serienummer BR0182924512 zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2]. Het bronbestand is onder andere aangetroffen op de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone S6 (‘iPhone van [medeverdachte 1]’), voorzien van een sticker op de achterzijde met de tekst "Nieuwe Hotspot". Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn vier printers in beslag genomen van het merk Canon, type TS9150 en een printer van het merk Canon, type TS6250. Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres] in [woonplaats] zijn een printer van het merk Canon, type TS9150, en twee printers van het merk Canon, type TS6250, aangetroffen. De tevens aangetroffen cartridges zijn overgedragen aan DNB voor onderzoek. 2.2.2.5 Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia Hierna volgt achtereenvolgens met betrekking tot het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de biljetten een (niet uitputtende) weergave van in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen. 2.2.2.6 Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten [medeverdachte 1]: Op een video van 28 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], zijn onder meer te zien vellen met daarop afdrukken van 50 euro die uit de verschillende printers komen. Uit vier printers rollen vellen papier met dergelijke afdrukken. Op minimaal drie printers ligt een smartphone. Uit de printer, die links op de tafel staat, komt een vel papier met daarop een afbeelding van een dollarbiljet. Het gaat zeer waarschijnlijk om een biljet van 50 dollar. Op de printer ligt een telefoon. Op een video van 29 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], is te zien hoe met ScanNCut printers / raammachines gaatjes worden uitgesneden in bankbiljetten van 50 euro. De gaatjes worden uitgesneden op de plek waar het hologram op deze bankbiljetten zit. Te zien is dat op twee raammachines een vel papier ligt met daarop drie afdrukken van een 50 euro. Beide vellen verdwijnen grotendeels in de raammachines. Er worden kennelijk gaten in de afdrukken van 50 euro uitgesneden. Voor een van de raammachines ligt een smartphone op het bureau waarvan het scherm oplicht. Op 29 juli 2020 wordt via Wickr een gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ene (onbekend gebleven) [accountnaam], waarbij ook drie videobestanden en een foto zijn gedeeld. De verbalisant merkt over deze videobestanden en foto op: Op de videobestanden is de slaapkamer en overloop van de woning van [medeverdachte 1] te zien. Ook zijn te zien de printers in werking waarmee het vals geld wordt gedrukt en vellen papier met daarop 50 euro biljetten en 50 dollar biljetten, verspreid op het bed. Verder zijn te zien de ladekasten waarin onder andere de inkt ligt en een doos met afvalgeld. Het gesprek verloopt als volgt:[accountnaam]:“(…) Lijkt mij wel wat om te doen.” [medeverdachte 1]: “dat kan man mag onbeperkt en dan nog stickers plakken en snijden tot biljet dat is het process tot nu toe printen is 15cent per stuk maar je ziet ze rollen er letterlijk uit, met 8-10 printers ga je hard raampjes snijden ben ik nu testen , prijs weet ik nog nie plakken+knippen is 0,70 per stuk dus voor alles bij elkaar kom je op 0,85 ongv maar ik heb jongens die maken 15k stuks per week dat tikt wel aan (…)” [accountnaam]: “Smart Hoe komen we eigenlijk aan die printers? [medeverdachte 1]: “ik maak groep met die tv gast dan kan hij instaleren voor je online bestellen maar die betaal ik of bij mij halen” (…) “en inkt ook 250 cartridge is zo op en afval verbrand ik (…)” [accountnaam]: “(…) “We houden ff contact dan kom ik bij je langs voor die printers en dan kan je gelijk even een Real life Demotje laten zien.” [medeverdachte 1]: “is goed man maar denk er goed over is wel risico en printers moet ik bestellen duurt paar dagen” (…) tv staat amper straf op geld maken wel het moet ook weg eh naar stashers/ verkopers daar ligt grootste risico in mijn ogen (…) ja is leuk werk je eigen geld maken (…) kijk en ik wissel elke maand serienummers en je doet 2 jaar met zelfde serials dan hebben ze daar geen bewijs voor (…)” [accountnaam]: “Verzin je die zelf?” [medeverdachte 1]:“serienummers jaman of we pakke van echte” [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte]: Op 29 april 2020 vindt tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Telegram de volgende chat plaats: [medeverdachte 2]: “Heb geen briefjes he” [medeverdachte 1]: “Dat regel ik nu (…) [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] is ze maken nu” [medeverdachte 2] “Gaat niet om die 500jes?” [medeverdachte 1]: “Nee 50 ” [medeverdachte 2]: “Oke laats die zien als kan. Ben benieuwd. Zelfde kwali?” [medeverdachte 1]: “Mwoa wel goed. Niet perfect” Op 2 mei 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2]: “ We moeten meer maken bro Deze klant komt volgende week 800 stuks halen Ik heb veel klanten” Waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “Oke ik koop printers en inkt enz” Op 3 mei 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2]: “Heb jij handel gekregen van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]]?” Waarop [medeverdachte 2] reageert: “Nee niet Moet ophale ” [medeverdachte 1]: “ Heb klanten bro Kan je snel fixxe ” [medeverdachte 2]: “Ja is goed (…)” [medeverdachte 1]: “Laat zo weten Haal beste eerst die voorraad op” [medeverdachte 2]: “ Van [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] toch niet van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]]” [medeverdachte 1]: “[accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]] volgens mij man” [medeverdachte 2]: “Hmm nix em gehoord man Laat ze mij brenge dan Kwenie waar ze zogenaamd druk mee zijn” [medeverdachte 1]: “Doe boys moete wel ff reagere Denk [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] heeft ook 50 ” [medeverdachte 2]: “Oke maak groep app met hun” [medeverdachte 1]: “Miss hij pakt 80stuks voor 300€” [medeverdachte 2]: “Krijg vandaag printer enz Geen trage dinge meer” [medeverdachte 1]: “Ander 50 voor 200” [medeverdachte 2]: “oke” [medeverdachte 1]: “ Heb al genoeg goei Van [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ]” [medeverdachte 2]: “Heb opgehaald net 100 stuks” (…) [medeverdachte 1]: “ Als [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] snel snijd kan hij zo meer goeie krijgen Moet hij ff wachte half uur” [medeverdachte 2]: “Ja nee die slechte hebbe geen goeie kleur” [medeverdachte 1]: “ [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] is nu meer goeie maken . Snapje” [medeverdachte 2]: “Oke oke” [medeverdachte 1]: “Want hij wil er 200 of 300.” [medeverdachte 1]: In een chat via Whatsapp tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ene ‘[accountnaam]’ (met een telefoonnummer met landcode +86, dat is China) vraagt [medeverdachte 1] op 2 mei 2020:“i need more stickersyou have stock?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:“we have stock for new 50 euro stickers, old 50 euro holograms, 10 euro holograms,20 euro holograms and 100 euro holograms all [accountnaam] time.”Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:“need 100000 pcswhat is price”Op 7 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto van een biljet van 50 euro en zegt:“paper is not good, icant print scharp on itand you still see [accountnaam] line”Op 20 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto en zegt:“how do i need to paste thisis it a sticker?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:“this is a hotstamp hologram.we have paste holograms.” Waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “yes i need paste (rechtbank: ‘plakken’)”Waarop ‘[accountnaam]’ een foto stuurt en zegt:“This is paste holograms”Waarop [medeverdachte 1] op 21 mei 2020 antwoordt:“I paid 1000 today100 to test”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:“10000 pieces $for 100 euro hologram?today we ship 10000 pieces to you”Waarop [medeverdachte 1] vraagt:“is it possible to make [accountnaam] stickers 2mm longer down and 2mm upthen i buy 100.000pcsfrom 10/20/50”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:“Yes” [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]: Op een videobestand dat op 5 juli 2020 door ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) naar ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) is verstuurd is een hand met een grote opvallende gouden ring te zien die een hologramsticker op een biljet van 50 euro plakt. Op een op 1 maart 2020 op Facebook gepost videofragment draagt [medeverdachte 2] een soortgelijke gouden ring. De hologramsticker wordt met behulp van een pincet op het biljet van 50 euro geplakt. Dit pincet heeft diverse gaatjes in het handvat en een puntige voorkant. Dit komt overeen met het pincet dat bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] is aangetroffen, in de doos onder zijn bed. In die doos zaten ook hologramstickers en een reepje snijafval van een biljet van 50 euro. Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) vraagt: “Moet ik sbijden rekenen hebb er pas 1500 gesnede, 1500 10tjes gesneden”. [medeverdachte 1] antwoordt: “9625 van mij inkoop 2565 helft winst 12190 totaal 600 printen 11.590 krijg ik dan” Uit een afbeelding van 22 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr het volgende zegt tegen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]): “2500 50jes geprint” Op 24 juli 2020 start via Wickr een chat tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) die eindigt op 29 juli 2020. De chat verloopt (deels) als volgt (waarbij de verbalisant opmerkt dat het eerste gedeelte een eenzijdig gesprek is, waarin alleen ‘[accountnaam]’ berichten stuurt, omdat zeer waarschijnlijk de inhoud van de berichten die zijn gestuurd door ‘[accountnaam]’ door Wickr-Me automatisch zijn verwijderd): 24 juli 2020: [medeverdachte 1]: “Bro ik heb nieuwe serienummers om te printen waar kan ik die heen mailen? (…) Ik bedoel stuur eerst 1 foto dan zeg ik of goed is. Sws per stuk. (…) Nieuwe serials gemaild Ff testen Of voor en achter goed is En kleuren Dan alleen nog die maken ai Elke maand gaan we serials wisselen Is beter” Op 25 juli 2020 wordt het gesprek vervolgd (waarbij een afbeelding van een biljet van 50 euro wordt meegezonden waarvan de voor- en achterkant niet juist geprint is):[medeverdachte 2]: “Links is oude Alleen achterkant is nieuw toch Hebje ook nieuwe voorkant anders krijg je dit ” [medeverdachte 1] reageert: “Ik ga checken Kweetnie man Ik ga kijke voor je Ik heb je een andere 50 voorkant gemaild Check is of die wel goed is Krijg nie op die foto Nu wel Knip em is Hij lijkt goed toch Is wel oke toch (…) Heb jij veel vellen? Voor andere snijder? Of alles zelf nodig? Bijv 10tjes ” 26 juli 2020: [medeverdachte 1]: “Oke hoeveel? Oke ik heb iemand die ze kan snijden en plakken. Binne paar dage zijn ook bijna op 10tjes.” Op 29 juli 2020 stuurt [medeverdachte 2] het volgende bericht:“Heb geregeld betaal ik de helft van ze huur krijg ik sleutel Kan ik ook gwn gaan controleren enz weje Gaan we pompe En heb 2000 50jes Geprint Die gaan we stickeren en snijden zodra we in pand zitte” [medeverdachte 1] reageert: “Oke. (…) (rechtbank: er worden twee videofragmenten gestuurd door [medeverdachte 1]) En ben nu zelf printen man t/m dinsdag ff volgas jullie langzaam ik maak in die paar dagen meer als jullie per maand ” [medeverdachte 2] reageert: “(…) Zit daar nu gat in ?” [medeverdachte 1] reageert: “Jaman Raamje [de rechtbank leest: raampje] heb je dan Als je plakt ” [medeverdachte 1] en [verdachte]: Op 24 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ ([verdachte]): “bro ik heb nieuwe serienummers on te printen waar kan ik die heen mailen?” Op 25 juli 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte]:“ik heb je 3 mails gestuurd met nieuwe 20 achterkant nieuwe serials we gaan elke maand de serienummers verranderen dat is beter test of de positie enzo klopt en laat me weten ai (…) heb jij veel vellen? voor andere snijder? of alles zelf nodig? ” In de Samsung S9 van [verdachte] is een notitie aangetroffen met de volgende inhoud: “(…) Gekregen van blacka 716 x 50jes > 664 goed 445 x 20jes > 340 goed Blacka krijgt €700 voor zijn werk Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 4] ] Gegeven 664 x 50jes Gekregen €700 euro voor blacka (…) Thuis voorraad 340 x 20jes 100X 50jes Zelf gewekt [de rechtbank leest: gewerkt] 100 x 50jes geknipt 310 x 20jes dollars geprint 200 x 50jes geprint Kosten gemaakt 85 euro .” [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4]: Uit een afbeelding van 9 april 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr een foto van biljetten van 20 dollar stuurt aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]) en zegt: “bro jw hoeft ze nie allemaal te meten gewoon ff snel tellen de goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Heb ze al gemeten allemaal 52 perfect En 71 stuks zijkant tussen de 4 en 6 mm (…) Ja zijn allemaal goed”. Op 25 april 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4]: “oke dus zijn 4 mm recht strak gewoon top allemaal”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Ja zijn allemaal goed”. [medeverdachte 1]: “top hoeveel stuks”. [medeverdachte 4]: “860”. Op 1 mei 2020 laat [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] weten: “123 x50 perfect 1 slecht geplakt”. Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4]: “(…) ik moet gewoon 1 duidelijk overzicht hebben bijv: 500x50 gehad, 485 zijn netjes 150x20 gehad 144 zijn netjes ik doe dit 20 keer per dag oh ik kan niet alles bijhouden anders” [medeverdachte 4]: Is goed man Ben ze al aan het tellen Bro 133 x20 En 201x50 zijn perfect 8 x50 slecht” Op 26 mei 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]: “dhl gelukt bro”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Ja man Ik heb wat meer vooraad nodig man 50 € heb ik nog 160 van 20 € heb ik nog 400 van 20 $ heb ik nog 70 van 50 $ heb ik nog 300 van” Op 2 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]: “hoeveel ontvangen en hoeveel goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “50 usd: 919 50 usd goed: 157 50 usd goed B+: 185 Slecht: 577 20 euro goed : 120 50 euro goed : 2768 50 euro slecht: 221 Bro van die 2768 zitten ook die biljetten van [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] ] erin ” Op 6 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]: “heb je hem goeie of slechte gegeven (…)”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Bro voorkant van die biljetten waren allemaal goed Achterkant sommige waren verkeerd gesneden”. Uit afbeeldingen die zijn gemaakt op 22 en 23 juli 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]) via Wickr gevoerde gesprek:22 juli 2020: [medeverdachte 4]: “Is veel werk man Is niet 1 2 gedaan” [medeverdachte 1]: “hoelang bij je bezig geweest dan bro” [medeverdachte 4]: “ 3 uurtjes gezeten gisteren Zelfde dag daarvoor ” [medeverdachte 1]: “6 uur al? bro net als die dozen sealen totdat ik je uitlegde” 23 juli 2020: [medeverdachte 4]: Om 02.35: “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd Heb ze nu af Om 11.11: Goeie morgen Niffo Hoe is het Ik heb 20jes nodig man” [medeverdachte 1]: “en hoeveel slechte en hoeveel 20 heb je nog ” [medeverdachte 4]: “Weinig Minder dan 100 heb ik Tussen 180 en 200 slechte En een stapel vellen ” [medeverdachte 1]: “oke” Op 24 juli 2020 wordt via Wickr het volgende gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]): [medeverdachte 1]: “(…) Kun je vanav ook naar mij met spullen van [accountnaam] en [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] en [medeverdachte 2]] en ik kan eventueel 500 stashe als nodig is” [medeverdachte 4]: “Ja ik kan komen man” [medeverdachte 1]: “neem je mij cash mee en inkt en van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 2]] inkt fan [accountnaam] [rechtbank: [verdachte]] (…) neem ook 3 pak duur papier mee ik ga printen en knippen ook (…) met streep 3 pakken jullie langzaam ” [medeverdachte 4]: “Ja man 3 minuten (…) Ben ik er ” [medeverdachte 1]: [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij biljetten heeft gemaakt door deze te printen met de juiste inkt. Via een gsm kon hij via wifi biljetten afdrukken. Hij heeft biljetten van20 en 50 euro volledig klaar gemaakt. Biljetten van 20 en 50 dollar heeft hij op vellen gedrukt. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten gesneden. 2.2.2.7 Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende. [medeverdachte 1] heeft in zijn woning biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij maakte hierbij gebruik van inkjetprinters en smartphones met daarop bronbestanden van de diverse biljetten. Hij sneed de afdrukken van de valse biljetten uit de A4 vellen met behulp van snij- en raammachines en ScanNCut platen, waarna hij op de biljetten valse hologrammen plakte. Alle voor het namaken van valse biljetten benodigde goederen zijn op 30 juli 2020 in de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen. Op 30 juli 2020 had [medeverdachte 1] valse biljetten van 20 en 50 euro in zijn bezit ten aanzien waarvan aan de hand van de serienummers en de vervalsingsklasse is vastgesteld dat deze sinds 9 januari 2020 in België in omloop waren. Gelet hierop, heeft [medeverdachte 1] (in ieder geval) vanaf 1 januari 2020 biljetten nagemaakt. [verdachte] heeft tijdens de politieverhoren en ter terechtzitting van 18 september 2025 ontkend dat hij biljetten heeft nagemaakt. De printer met de halffabricaten heeft hij er zo neergezet, omdat dat moest van [naam], die hem bedreigde. Hij moest een foto maken van deze opstelling, zodat hij kon laten zien dat het er was. De spullen zijn naar zijn zeggen bij hem bezorgd, ook de doos met het snijafval, en hij wist niet wie de afzender was. De rechtbank volstaat wat betreft [naam] met een verwijzing naar wat zij daarover hiervóór al heeft overwogen. Voorts constateert de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen duidelijk naar voren komt dat [verdachte] wél biljetten heeft nagemaakt. Hierover heeft [verdachte] dus niet naar waarheid verklaard en alleen al daarom gaat de rechtbank aan zijn gehele verklaring voorbij. Deze verklaring is, bezien in het licht van de voornoemde en hierna nog te noemen bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig. Dat [verdachte] werd bedreigd, blijkt uit niets. Zijn rol in het geheel gaat veel verder dan hij heeft willen doen voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan bewezen worden dat [verdachte] biljetten heeft nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken (wat het aangetroffen snijafval verklaart), en (gelet op de aangetroffen velletjes waarop hologrammen geplakt hadden gezeten) door hologrammen op biljetten te plakken. Gelet op de chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 29 april 2020, kan worden aangenomen dat [verdachte] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10, 20 en/of 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar. [medeverdachte 2] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] dat hij die dag een printer krijgt, ‘geen trage dingen meer’. Gelet hierop, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 2] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10 en 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar. Ook [medeverdachte 4] heeft biljetten nagemaakt. Uit de chats tussen hem en [medeverdachte 1] van 22 en 23 juli 2020 kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat [medeverdachte 4] van 20 tot en met 23 juli 2020 werkzaamheden heeft verricht (in ieder geval) ten aanzien van aan hem vanuit Twello geleverde valse bankbiljetten (“Is veel werk man”, “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd”, “Heb ze nu af”). Hoewel uit de chats niet blijkt wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden, kan het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat hij de vanuit Twello geleverde bankbiljetten heeft gecontroleerd op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. Deze werkzaamheden heeft [medeverdachte 4] namelijk ook eerder al verricht. Dat blijkt uit de hiervóór weergegeven chat met [medeverdachte 1] van 9 april 2020 en de daaropvolgende chats tussen hem en [medeverdachte 1], ook in mei en juli 2020. Het gaat om biljetten van 20 en 50 euro en 20 en 50 dollar. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat (ook) het snijden van biljetten uit A4 vellen met afdrukken, het plakken van hologrammen op biljetten, en het controleren van de biljetten op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten essentiële stappen zijn om tot een voor uitgifte geschikt (vals) bankbiljet te komen. Ook deze handelingen kunnen daarom worden beschouwd als (een onderdeel van) het ‘namaken’ van biljetten. Uit het onderzoek ten aanzien van de bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen biljetten van 500 euro is gebleken dat deze zijn gemaakt volgens de zogenoemde ‘offset’-methode (PALESTINA AD, pagina 00662). Dat is niet de methode die [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben gebruikt bij het namaken van bankbiljetten. Zoals hiervóór is overwogen, hebben zij biljetten gedrukt met inkjetprinters. Ook anderszins blijkt uit het procesdossier niet dat biljetten van 500 euro zijn nagemaakt. Het namaken van biljetten van 500 euro kan daarom niet bewezen worden. Hetzelfde geldt voor de ten laste gelegde biljetten van 200 euro. Valse biljetten van 200 euro zijn niet aangetroffen bij de doorzoekingen, terwijl uit het procesdossier ook overigens niet blijkt dat ze zijn nagemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het procesdossier onvoldoende dat [medeverdachte 3] biljetten heeft nagemaakt door deze te printen en/of uit te snijden en/of daarop hologrammen te plakken en/of deze te controleren op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. 2.2.2.8 Ten aanzien van de aankoop van benodigdheden In de periode van 21 maart 2020 tot en met 28 juli 2020 voerde ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Whatsapp gesprekken met gebruikers van verschillende Chinese telefoonnummers. De chats gingen over de aankoop van grote hoeveelheden hologram stickers, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, verschillende kleuren inkt en snijmachines. [medeverdachte 1] bestelde bij meerdere leveranciers hologram stickers voor “10/20/50/100”, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse kleuren inkt die overeen moeten komen met foto’s van eurobiljetten en dollarbiljetten die hij stuurde. In meerdere chats gaf [medeverdachte 1] aan dat indien de producten goed zijn, hij grote orders zou gaan bestellen. Uit meerdere chats bleek dat [medeverdachte 1] aangaf dat de orders vanuit China naar het adres “[verdachte] [adres], [postcode], [woonplaats] [accountnaam] Netherlands”, moesten worden gestuurd. In meerdere chatgesprekken gaf [medeverdachte 1] aan dat de goederen zijn ontvangen. Vervolgens deed [medeverdachte 1] bij meerdere leveranciers grotere bestellingen van hologram stickers, katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse andere kleuren inkt. Het ging hierbij om bestellingen van tienduizenden stuks. [medeverdachte 1] chat onder anderen met de hiervóór al genoemde ‘[accountnaam]’ in China. Uit de chat blijkt dat orders die zien op onder meer hologram stickers en papier vanuit China naar het adres “[verdachte] [adres] [postcode] [woonplaats] [accountnaam] Netherlands”, worden gestuurd. Bij het doorgeven van dit adres aan ‘[accountnaam]’ geeft [medeverdachte 1] ook aan:“use my phonenumber”, zijnde het nummer [telefoonnummer]. Ook stuurt [medeverdachte 1] in deze chat meerdere malen foto’s naar ‘[accountnaam]’ van bewijzen van betaling middels Western Union bij Primera [plaats], onder andere betalingen op 6, 7, 8, 11 en 20 mei 2020. Op de foto van laatstgenoemde betaling is de naam van de afzender, [medeverdachte 4], te zien. Vanaf een bankrekening op naam van [medeverdachte 4] zijn meerdere pinbetalingen gedaan bij Primera [plaats], waaronder op 6, 7, 8 en 11 mei 2020. [accountnaam] ([medeverdachte 1]) heeft [accountnaam] ([medeverdachte 4]) verzocht om een Western Union betaling te doen van 710 dollar (“710 dollar moet ze krijgen is inkt niks geks”). De afbeelding van het betreffende Wickr-gesprek is gemaakt op 1 mei 2020, de datum waarop [medeverdachte 1] de bestelling bij ‘[accountnaam]’ deed. Dezelfde dag stuurde [medeverdachte 1] een afbeelding van een betaalbewijs van 711,35 naar ‘[accountnaam]’. Op de afbeelding was een gedeelte van een betaalbewijs te zien, waarop is te zien dat er betaald is via Western Union bij Primera [plaats]. Ook op 22 mei 2020 is een betaling gedaan middels Western Union bij Primera [plaats]. Op een foto daarvan is de naam van de afzender [medeverdachte 4] te zien. Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] zijn afbeeldingen van betaalbewijzen gevonden, daterend van 28 en 29 mei 2020 waarop de naam [verdachte] als afzender stond. Op deze betaalbewijzen stond dat op beide data een bedrag van 500 euro werd overgemaakt naar Huimin Chen. In een bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aangetroffen verpakking, met daarin hologrammen, zat een factuur met de tekst:“Company: [bedrijf]. LTD, Contact: MRPAN, Phone: [telefoonnummer]. To: [naam] [verdachte], [adres], [postcode] [woonplaats] [accountnaam] Netherlands Phone: [telefoonnummer]” Dit telefoonnummer was in gebruik bij [medeverdachte 1]. Bij de doorzoeking is ook aangetroffen een factuur waaruit blijkt dat er in totaal 0,6 kilogram “optical variable ink” en 15 pakken katoen en linnen papier zijn besteld bij een webwinkel in China. Het opgegeven e-mailadres is [e-mailadres], waarvan is gebleken dat dit is gebruikt door [medeverdachte 1]. Het vermelde telefoonnummer was opnieuw [telefoonnummer]. Het adres waar de bestelling naartoe gestuurd wordt, is [adres] [postcode] [woonplaats]. Ook is aangetroffen een factuur van Goedkooprinten, met als factuuradres het adres van [verdachte], waaruit blijkt dat op 18 mei 2020 85 Canon XXL verpakkingen à 5 cartridges, dat zijn 425 cartridges, zijn besteld, ter waarde van € 3.594,61. Op de factuur staat voornoemd e-mailadres [e-mailadres] vermeld. Tussen 20 maart 2019 en 29 juli 2020 zijn bij Bol.com 470 goederen besteld voor een totaalbedrag van € 49.815,-. De goederen zijn onder meer besteld op naam van [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) [adres] [plaats], [medeverdachte 3] (rechtbank: [medeverdachte 3]) [adres] [woonplaats], met het e-mailadres [e-mailadres], en [medeverdachte 2] [adres] [woonplaats], met e-mailadres ‘[accountnaam]@protonmail.com’. De goederen die zijn besteld via de genoemde aan [medeverdachte 1] toe te rekenen e-mailadressen zijn onder meer verzonden naar: - [medeverdachte 1] [adres] [plaats] Dit betroffen na 15 februari 2020 onder meer een vals geld detectiepen, tekenhaken, snijliniaal, scanners, printers, papiersnijmachines, inktcartidges, stempelkussens, wenskaarten en vals geld scanners. - [medeverdachte 3] (rechtbank: [medeverdachte 3]) [adres] [woonplaats] Dit betrof tussen 5 april 2020 en 21 mei 2020 voor € 11.573,00 aan snijmachines, scharen, inktcartidges, latex handschoenen, wenskaarten en een vals geld detector. - [verdachte] [adres] [woonplaats] Dit betrof op 10 mei 2020 en 13 mei 2020 voor € 4.840,00 aan inktcartridges en printpapier. - A. [medeverdachte 2] [adres] [woonplaats] Dit betrof op 08 juni 2020 voor € 240,00 aan A4 papier en op 30 juni 2020 € 712,00 voor twee snijmachines. Op de doos van Printabout.nl met daarin het valse geld, die bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [woonplaats] is aangetroffen onder het bed van [medeverdachte 2], was een track&trace barcode en een gedeelte van de adressticker te lezen. Uit gevorderde gegevens bij het bedrijf PrintAbout.nl is gebleken dat deze doos op 8 juli 2020 geadresseerd en verzonden is aan: “[naam] [rechtbank: [medeverdachte 4]], [adres] te [plaats]”. Het betrof een bestelling van € 1.519,70. PrintAbout [bedrijf] betreft een bedrijf gespecialiseerd in de verkoop van printers, toners en cartridges. Naast bestellingen van inktcartridges op naam van [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) met het adres [adres] in [plaats] (België) hebben op 16, 22 en 28 april 2020 en op 1 mei 2020 bestellingen van cartridges plaatsgevonden op naam van “[medeverdachte 3] [rechtbank: [medeverdachte 3]], [adres] [postcode] [woonplaats]”. Op 4 juni 2020 is een bestelling op naam van [medeverdachte 3] veranderd in een bestelling op naam van [verdachte]. Uit een afbeelding van 18 april 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 3] om een lijst van leveringen, waarop [medeverdachte 3] antwoordt: “Joo broer lijste maa k ik zo tracks heb ik ook (…) 10 canon inkt 5 dozen yellow papier 3 snijmachines”. Op 2 mei 2020 voeren ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Telegram het volgende gesprek: [medeverdachte 1]: “Winst 350 net Delen we door twee Ik helft jij helft We moeten meer maken bro Deze klant komt volgende week 800 stuks halen Ik heb veel klanten” [medeverdachte 2]: “Oke ik koop printers en inkt enz Ja met die geld Goed (…) Ik heb net die briefjes verkocht . Voor 750 Ik koop daarmee die nieuwe printers inkt en papier Ik gooi bij me chik op der bank dan kan je bestelle wat je wil (…) Oke papier hoeveel pakken” [medeverdachte 1]: “10 pakke ofzo” [medeverdachte 2]: “Oke 183 nog wat 2 printers ga nu inkt en papier doen Schrijf alles op oke” Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [woonplaats] zijn op de slaapkamer van [medeverdachte 2] kassabonnen aangetroffen van de Mediamarkt. Daaruit blijkt onder andere dat op 1 mei 2020 12 Canon printerinkt verpakkingen, met in elke verpakking 5 cartridges, zijn gekocht ter waarde van € 734,88. Dit bedrag is contant voldaan. Ook op 5 mei 2020 is een Canon printerinkt verpakking gekocht, met daarin 5 cartridges, ter waarde van € 61,99. Uit een afbeelding van 4 mei 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([verdachte]). [medeverdachte 1] vraagt in dit gesprek of de stickers geteld zijn, waarop [verdachte] zegt dat hij even gaat kijken en daarna aangeeft dat er 903 van 50jes zijn, 2800 van 20jes en 350 vellen. Vervolgens vraagt [medeverdachte 1] of het ook vellen van 50 euro zijn. Uit een afbeelding van 14 mei 2020 blijkt van het volgende door ‘[accountnaam]’ ([verdachte]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) gestuurde overzicht: “Stickers 3600 X 50jes 4200 X 20jes 1000 X 50jes oud 5012 X 10jes (…) Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 2] ] Totaal 8 X inkt connon gegeven 5 paken papier ” Op een van de dozen met ‘speciaal papier’ (merk Navigator, 5 pakken met ieder 500 vellen), die is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 4] in zijn slaapkamer, zat een verzendsticker met de tekst “Geadresseerde: [naam], [adres] [postcode] [plaats] Belgium”, zijnde het toenmalige woonadres van [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht. Hij heeft papier, printers en inkt gekocht bij onder meer Bol.com. Bij Printabout heeft hij inkt besteld. Hij heeft de goederen besteld onder de naam [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij de bij hem aangetroffen vier printers van het merk Canon, een printer van het merk HP en het ‘speciaal papier’ heeft gekregen van [medeverdachte 1]. 2.2.2.9 Tussenconclusie met betrekking tot de aankoop van benodigdheden Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen (waaronder deels ook de bewijsmiddelen die zijn vermeld ten aanzien van het namaken van bankbiljetten) het volgende worden opgemaakt. [medeverdachte 1] bestelde de voor het namaken van biljetten benodigde goederen online bij Chinese en Nederlandse bedrijven, onder vermelding van zijn telefoonnummer en/of e-mailadres, en liet deze op zijn eigen adres bezorgen of op de adressen van [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. Bij hem bezorgde goederen konden door anderen ook bij hem in België worden opgehaald. [medeverdachte 1] betaalde de goederen zelf of hij liet betalingen verrichten door [verdachte] en [medeverdachte 4]. Ook [medeverdachte 2] kocht goederen waarmee biljetten kunnen worden nagemaakt. [medeverdachte 3] en [verdachte] deelden op verzoek van [medeverdachte 1] informatie over de goederenvoorraad. Er vond ook (her)verdeling plaats van in Nederland geleverde goederen. De in de woning van [verdachte] aangetroffen goederen, met een link naar [medeverdachte 3], wijzen daar bijvoorbeeld op. [medeverdachte 4] bracht goederen naar [medeverdachte 1] in België, namelijk inkt van [medeverdachte 2] en [verdachte] en “pakken duur papier met streep”, welke goederen hij kennelijk bij hen ophaalde. Voorts zijn door PrintAbout aan [medeverdachte 4] geleverde goederen in de woning van [medeverdachte 2] terecht gekomen. [verdachte] gaf goederen aan [medeverdachte 2], namelijk inkt en pakken papier. Kennelijk heeft óf [verdachte] deze goederen afgegeven bij [medeverdachte 2] óf [medeverdachte 2] heeft ze bij [verdachte] opgehaald. Van de aanschafkosten (en ook overigens ook van het verrichte ‘werk’) werden lijstjes bijgehouden, zodat verrekening kon plaatsvinden met de te verdelen winst. Hieruit blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde. Bovendien is duidelijk dat [medeverdachte 1], ook al werden de goederen (deels) niet aan hem maar aan [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] geleverd, zeggenschap had ten aanzien van die goederen. Hij bekostigde deze namelijk, direct dan wel via verrekening met de te verdelen winst. Dit alles is van belang voor het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen, waarover hierna meer. 2.2.2.10 Ten aanzien van de verkoop van valse bankbiljetten Uit het onderzoek is gebleken dat het aanbieden van vals geld via meerdere apps en platformen heeft plaatsgevonden. Zo werd vals geld aangeboden via de apps Telegram en Wickr. Ook werd geadverteerd op diverse sites op het darkweb. Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] zijn diverse foto’s aangetroffen, gemaakt op 3 februari 2020, 1 maart 2020 en 7 mei 2020, die gerelateerd kunnen worden aan de handel in vals geld. Op de foto’s zijn tevens de meest gebruikte zogenaamde vendor-namen zichtbaar, te weten ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. Onder deze namen werd het valse geld aangeboden op diverse platformen. Op een op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] aangetroffen afbeelding van een scherm van een MacBook, gedateerd 2 februari 2020, zijn inlognamen zichtbaar van het Darknet, met daarop de inlog van protonmail: [accountnaam]@protonmail.com MoederOok zijn te zien Marketplaces met inloggegevens:- ‘Empire’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’, ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’;- ‘Whitehouse Market’ met de accountnaam [accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’ - ‘ Darkmarket’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’. Op de iPhone 7 van [medeverdachte 1] is een afbeelding van 28 februari 2020 aangetroffen waarop het scherm van een MacBook Pro te zien is. Op dit scherm is te zien dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) is ingelogd op de ‘Empire Market - Fake Money’. Klanten kunnen via Wickr contact opnemen met ‘[accountnaam]’. Er heeft sinds 4 februari 2020 33 keer een transactie plaatsgevonden met betrekking tot ‘fake money’. Ook de advertentietekst met betrekking tot ‘fake money’ is te zien. De autoriteiten in Oostenrijk hebben medio mei 2020 een pseudo order geplaatst bij de verkoper ‘[accountnaam]’ via ‘White House Market’. Er werd een biljet van 20 euro en een biljet van 50 euro besteld. De bestelling kwam aan in mei 2020. De naam van de ontvanger was handgeschreven aangebracht op de enveloppe en de Belgische postzegel was gestempeld in Antwerpen. In de enveloppe zat een greeting card van het bedrijf ‘Marant Cards’ met daarin een bankbiljet van 20 euro met serienummer UE0030543232 en een bankbiljet van50 euro met serienummer RC4990890343. Zowel op de greeting card als op het biljet van 50 euro is een vingerafdruk van [medeverdachte 1] aangetroffen. Bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] aan de [adres] in [woonplaats] zijn18 valse bankbiljetten van 20 euro met voormeld serienummer aangetroffen, alsook 21 valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer. Valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer zijn ook aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1]. Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn twee wenskaarten aangetroffen. Deze kaarten zijn opvallend door hun ovale gekartelde vorm, een goudkleurig veiligheidsspeldje en een rode enveloppe. In de woning van [medeverdachte 4] zijn in zijn slaapkamer (onder andere) zes wenskaarten met dezelfde uiterlijke kenmerken in beslag genomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij enveloppen met door hem gemaakte biljetten van 20 en 50 euro via de post heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Dat waren mensen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje. Hij schreef de adressen met de hand op de enveloppes. Hij stak de valse biljetten in een enveloppe met een wenskaart. Uit een afbeelding van 29 februari 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]) via Wickr een foto van twee biljetten van 500 euro stuurt aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en op de vraag van [medeverdachte 1] “welke is echt” antwoordt [medeverdachte 4] “Boven”. Op 18 maart 2020 maakt ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) de Telegram groep “[telegramgroep]”, met twee andere deelnemers: [accountnaam] ([medeverdachte 4]) en ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’. Er volgt een chat die (deels) verloopt als volgt: 18 maart 2020: [medeverdachte 1]:“[medeverdachte 4] kan je morgen 010” [medeverdachte 4]: “Ja tuurlijk Ik laat je morgen weten hoelaat” 20 maart 2020: [medeverdachte 4]: “Jo maatje 7 uur bij jou ??” [medeverdachte 1]: “geef hem een paarse gratis [medeverdachte 4]” [accountnaam]: “Jaa broer Bospolderplein 7uur baba” [medeverdachte 4]: “Is goed man” [medeverdachte 1]: “geef hem ook een 20 mis hij kan er iets mee” [accountnaam]: “Breng sws die 500 Die is belangrijker 20 niet belangrijk” [medeverdachte 4]: “Is goed man”. Uit meerdere afbeeldingen van 30 maart 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]) aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr foto’s van enveloppen heeft gestuurd. Op de enveloppen zijn handgeschreven adressen te lezen, onder andere in Germany (rechtbank: Duitsland) en ‘Austria’ (rechtbank: Oostenrijk). Op 30 april 2020 heeft ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) de Telegram groep ‘[telegramgroep]’ gemaakt, waaraan ook deelnemen ene (onbekend gebleven) Joker217 en [accountnaam] ([medeverdachte 4]). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4]:“[medeverdachte 4] kan jij [accountnaam] in denbosch 25x500 brengen klant komt 17:30 dus wel optijd bro als kan [accountnaam] hoeft niks te betalen hij werkt met ons” [medeverdachte 4] antwoordt:“Top” Joker217: “Hoelaat kn je brenge bro (…)” [medeverdachte 1]: “lig je op schema mo” Joker217: “Karel doormanstraat Hoever ben je” [medeverdachte 1]: “Alskan 2x50 Mooie geef hen hem” Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] is onder andere een foto aangetroffen, met als datum “Created” (rechtbank: gemaakt) 28 mei 2020, waarop te zien is dat er op een tafeltje heel veel bankbiljetten liggen; 12 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van 20 euro en 8 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van 50 euro. Daarnaast liggen er nog diverse losse biljetten van 20 en 50 euro op het tafeltje. Verder liggen er een rol huishoudfolie, een schaar, een stapel langwerpige witte enveloppen en postzegels. Op een andere foto, ‘Created’ 29 mei 2020, is te zien dat op een tafeltje vele stapels bankbiljetten liggen, al dan niet in doorzichtig plastic ingepakt. Het gaat om stapels van biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 500 euro, 20 dollar en 50 dollar. Op de stapels liggen 2 witte vierkante notitieblaadjes. Op het linker notitieblaadje staat: “[accountnaam] € $”. Op het rechter notitieblaadje staat: “[accountnaam] ”. De foto’s zijn kennelijk gemaakt op de slaapkamer van [medeverdachte 4]. Op 1 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Telegram aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]) om een filmpje. Op 1 en 12 juli 2020 verstuurt [medeverdachte 4] in totaal drie filmpjes aan [medeverdachte 1] van stapels euro- en dollarbiljetten met daartussen briefjes met de tekst ‘[accountnaam]’, ‘Dream Market’ en ‘Monkey Market’. Uit een afbeelding van 28 juli 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 4]): [medeverdachte 1]: “(vraagt 10€ gratis erbij) moet je ook met mij overleggen voordat je het in orders zet” [medeverdachte 4]: “[medeverdachte 1] moet ik m nou niet geven gewoon” [medeverdachte 1]: “doe maar wel” (…) [medeverdachte 4]: “Nummer 19 is reship maar geen huis nummer” [medeverdachte 1]: “sommige hebben geen huisnummer bro” [medeverdachte 4]: “Bedoel dat is een reship Gaat niet zomaar mis almaar als hij geen huis nummer heeft oké” [medeverdachte 1]:“bijna iedereen heeft huisnummer beter dubbelchecken man hijs nie voor niks reship vaak” Onder de usernamen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) zijn in april en mei 2020 advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld gepost in meerdere Telegramgroepen, waaronder ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’ en MarktplaatsXXL. Op 7 mei 2020 bericht ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Telegram onder meer aan ‘[accountnaam]’ ([verdachte]) “via hier ga ik verkopen” en “ik ga je groepen sturen” en: “Maak een tekst zoals deze maar niet preciez zelfde en stuur me —Nep Geld te koop— 20€ / 50€ / 500€ 20/50usd afhalen kan in denbosch en [woonplaats] versturen kan ook grote voorraad sws de beste kwaliteit van telegram wij verkopen top kwaliteit voor dezelfde prijs als alle andere die troep verkopen. vraag voorfotos in persoonlijk bericht — Nep Geld te koop —“ [verdachte] stuurt vervolgens een voorbeeld van een advertentietekst door, waarop [medeverdachte 1] reageert met de opmerking dat hij de USD weg moet laten omdat het anders te veel is. [verdachte] stuurt vervolgens een nieuw bericht met een aangepaste advertentietekst. [medeverdachte 1] stuurt ook een prijslijst aan [verdachte]. [verdachte] vraagt: “Moet ik dit allemaal in de groep gooien ?” Waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “nee mensen gaan je vragen” (…) “stuur foto”, “stuur prijs” (…) “alleen die tekstje gooi je” (…) “en soms gooi ik kort filmpje”. Op 8 en 9 mei 2020 plaatst ‘[accountnaam]’ ([verdachte]), na in opdracht van ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) lid te zijn geworden van een Telegram groep, een advertentie in die groep, waarin 31 contactpersonen zitten, onder wie ‘[accountnaam] ’ ([medeverdachte 1]). De advertentie luidt: “€€€Nep geld te koop!!! 20€ / 50€ / 500€ afhalen kan in denbosch en [woonplaats] versturen kan ook grote voorraad Beste kwaliteit van telegram Professioneel gemaakt Wij verkopen perfecte kwaliteit voor goeie prijs serieuze kopers laat weten vraag voor fotos in persoonlijk bericht €€€ Nep Geld te koop!!!” In dezelfde Telegram groep plaatst [verdachte] op 3 en 4 juli 2020 een advertentie die luidt: “€€€€€€ Mensen ik heb nieuwe aanbieding Nepe 10jes watermerk zit erin. streep in de midden zit er in. kleuren komen over heen met de echt voor meer info stuur me privé bricht €€€€€€”. [verdachte] ontvangt op 7 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [verdachte] geeft hier nadere informatie over en stuurt foto’s. Hij laat hem weten: “kleur is beste van telegram En beste wat verkocht woord zijn deze (stuurt foto’
- s)Het gaat door geld machine heen Laat maar weten als je geïnteresseerd bent”. [verdachte] ontvangt op 8 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [verdachte] geeft nadere informatie over de prijzen en stuurt foto's en een video. In de periode van 3 tot en met 29 juli 2020 krijgt [verdachte] in totaal 91 privé Telegram berichten over het kopen van vals geld. [verdachte] reageert op al deze berichten en beantwoordt de vragen over prijzen, echtheid en stuurt daarnaast foto’s en video’s van het valse geld. [verdachte] heeft advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld in mei en juli 2020 in vijf Telegram groepen gepost, waaronder ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. Uit een afbeelding van 13 mei 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ ([verdachte]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]): [verdachte]: “ Het is verzonden Deze is zonder track Moest aleen post zegel op” [medeverdachte 1]: “bro moest met track en trace man en Excel en wat heb je van neger” [verdachte]: “450 van 20jes En 600 van 50jes En die man zij tegen mij dit woord niey verzonden met track en trace” Op 26 april 2020 deelt ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) met ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]) een lijst met daarop prijzen van valse biljetten. Ook deelt [medeverdachte 1] onder meer videofragmenten die zijn opgenomen in zijn woning. Het zijn promotievideo’s waarop onder meer biljetten van 20 en 500 euro te zien zijn, met de handelsnaam ‘[accountnaam]’. Na het delen van de juiste prijslijst vraagt [medeverdachte 3]: “Kan je mij in de groepen gooien dn” en “wanneer ga je gooien bro”. Op 6 mei 2020 bericht [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1]: “Ik sprak iemandhij zegt ik ben ook klant van [accountnaam] ofs ma ik wil weten of zo is kan ook bullshit zijn”. [medeverdachte 1] antwoordt: “Kweetnie man ff kijke (…) je kan gwn zeggen we werken samen toch (…) [telegramgroep]”. [medeverdachte 3] antwoordt: “dat heb ik gedaan”. [medeverdachte 1]: ”Darkweb.nl, Telemarktxxl, [telegramgroep], Handelzaken.nl”. De verbalisant merkt op dat uit onderzoek van de Apple iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] uit meerdere telegramgroepen blijkt dat '[accountnaam] ID [accountnaam]’ de volgende verkoopadvertentie met betrekking tot het valse geld gepost heeft: “ Neppe biljetten in de aanbieding 500€ . (Gaat door machine) 50€ . Super kwaliteit €20 . Voor prijzen en meer info pb Afhaal Opsturen ” In een Telegram groep die opgeslagen is in de iPhone 7 van [medeverdachte 1] is deze door [medeverdachte 3] geposte advertentie te zien. [medeverdachte 3] heeft deze advertentie op 10 mei 2020 gepost in de Telegramgroepen ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. Bij de doorzoeking zijn op diverse plaatsen in de woning van [medeverdachte 3] en in de berging bij die woning in totaal vijftien bewijzen van aangetekende verzending via PostNL aangetroffen. Op die verzendbewijzen staan het gewicht van het poststuk, de postcode, het land van bestemming, de datum en tijd van verzending en het tarief. Het gaat om de landen Frankrijk, Duitsland, Zweden, Australië, Verenigde Staten en Malediven. De verzendbewijzen beslaan een periode van 27 februari 2020 tot en met 6 juni 2020. Ook zijn 21 Western Union ontvangstbewijzen aangetroffen die een periode beslaan van 3 februari 2020 tot en met 2 juni 2020. Als ontvanger staat steeds [medeverdachte 3] vermeld en de afzenders zijn allen woonachtig in de Verenigde Staten. De betaalde bedragen liggen tussen de 100 en 240 dollar. Verder zijn er twee ‘formulieren van ontvangst’ van ‘MoneyGram’ in beslag genomen. [medeverdachte 3] is de ontvanger, op 11 februari 2020, van twee betalingen van € 110,73 vanuit de Verenigde Staten. In de berging zijn in een tas onder andere vals geld, een dubbele wenskaart en enveloppen aangetroffen. Sommige enveloppen waren voorzien van een naam en een adres en een handgeschreven notitie. De adressen waren onder andere in België en Italië. Uit een gemaakte afbeelding blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek: [medeverdachte 1]: “Ja morgen. Mag je helpen verkopen of nu in telegram groepen ” [medeverdachte 2]: “Wat jij wil bro. Ik sta klaar man .” [medeverdachte 1]: “Is gewoon copy paste.” [medeverdachte 2]: “Waar je nodig heb” [medeverdachte 1]: (stuurt een advertentietekst) “ Dit doe ik de hele dag . Maar ik weinig tijd . Maar vertel niemand over die groepen ai. https://t.me/markthand3” [medeverdachte 2]: “(…) Ma bro om de hoeveel uur doeje plakke” [medeverdachte 1]: “Ligt eraan. https://t.me/ MarktplaatsXXL kwartier half uur soms hele dag niet. Hoe meer je doet hoe meer mensen je vrage. Maar als je elke minuut doet blokken ze je Maar bro overleg met me” [medeverdachte 2]: “ Kzal wel regelmatig je post in die groeps appe gooie ” (…) Ja zal wel kopierenen plakke x per dag fzo of 2x per dag” [medeverdachte 1]: 30 april 2020: “ai ik zal vaker doen” [medeverdachte 1] deelt een videofragment met [medeverdachte 2], waarop een biljet van 50 dollar te zien is met het serienummer MF60511758B. Een hoeveelheid biljetten van 50 dollar met dit serienummer is aangetroffen bij de doorzoekingen in de woningen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3]. Op de Samsung Galaxy Note 20 van [medeverdachte 2] zijn screenshots van advertentieteksten aangetroffen. De tekst luidt: “nepgeld te koop twee verschillende kwaliteiten. 20/50/500euro afhaal denbosch of [woonplaats] altijd grote voorraad geen minimale afname vraag foto/video pb me” Ook is een screenshot van een lijst met prijzen van valse biljetten aangetroffen. ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) heeft de advertentie/prijslijst op 1, 2 en 3 mei 2020 gepost op de Telegram groep MarktplaatsXXL. Op de meegestuurde videofragmenten is het handelsmerk ‘[accountnaam]’ zichtbaar tussen biljetten van 500 euro. De videofragmenten zijn opgenomen in de woning van [medeverdachte 1]. Een soortgelijk videofragment is aangetroffen in de iPhone 7 van [medeverdachte 1], gemaakt op 28 april 2020 met dezelfde muziek “Money, Money”. Zoals hiervóór al is vermeld voeren ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) op 2 mei 2020 via Telegram een gesprek waarin [medeverdachte 2] zegt:“Ik heb net die briefjes verkocht Voor 750”. Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek: [medeverdachte 1]: “ Miss hij pakt 80stuks voor 300€ ” (…) [medeverdachte 2]: “Heb opgehaald net 100 stuks” [medeverdachte 1]: “Oke dus 150 heb je 4 per stuk kost” [medeverdachte 2]:“Kost ons 4 euro Net zei je 2” [medeverdachte 1]: “Nee hem kost 4 ps (…) Die goekope kan voor 3.25” [medeverdachte 2]: “Hoeveel zijn die lelijke” [medeverdachte 1]: “Die lelijke laat hem maar kiezen (…) Want hij wil er 200 of 300” (…) [medeverdachte 2]: “Hij wil 50 en miss 30 nog van die minder goeie” [medeverdachte 1]: “Klopt of 80 goeie. Laat hem maar kieze. Goeie is gewoon 4 ” [medeverdachte 2]: “Ja kgeef mee aan b100” [medeverdachte 1]: “Mindere 3.25. Hou ook ff lijstje bij van verkoop Dan kunnen we ffuitrekenen wat ik van jou krijg of jij van mij ” [medeverdachte 2]: “Oke oke. Ikga vanmaf dese verkoop bij houde ” Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) vraagt: “hoeveel heeft die gast er gekocht”. Waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “80 voor 300 En kheb er 20 verkocht voor 90 Is normale prijs?” [medeverdachte 1]: “jaman” Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) bericht: “Die kwaliteit van die 50jes was drama man Echt drama Scheef gesneden niet recht alles Waden echt veel.slecht Ik zij tege die gozer doe ma weg voor 3,50 Want ze woude niet” Hierop vraagt [medeverdachte 1]: “huh heb je verkocht voor 3.5?” Uit een afbeelding van 24 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’) aan ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’ laat weten: “100/200 We dont have yet” en “I can suply you with 20 50 500”. [accountnaam] wil “100x20” en “100x50”, waarop [medeverdachte 2] vraagt: “Dont you want [accountnaam] 500”. [accountnaam] laat weten: “Okay i driving morning 13uhr to [woonplaats]” en later: “Im here bro, Beginn with K, German car, BMW”. Ook ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) neemt deel aan dit gesprek. Op 25 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’): “hi [accountnaam] this client (rechtbank: [accountnaam]) want to order 14x500 2310 euro can you make a appointment with him” [medeverdachte 2]: “Yes” 2.2.2.11 Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen het volgende worden opgemaakt. [medeverdachte 1] heeft (in ieder geval) op 2 februari 2020 een aanvang gemaakt met de verkoop van vóór die datum al nagemaakte biljetten. Vanaf 4 februari 2020 heeft hij valse biljetten verkocht via (in ieder geval) ‘Empire Market’. Gaandeweg heeft hij [medeverdachte 4], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ingeschakeld bij het aanbieden, versturen of in persoon afleveren van valse biljetten. [verdachte] heeft op 13 mei 2020 een poststuk verzonden, bevattende valse biljetten, zo kan genoegzaam uit de context van de chat van die datum worden afgeleid. [medeverdachte 1] heeft hem terecht gewezen, omdat [verdachte] heeft verzuimd de biljetten met ‘track & trace’ te verzenden. [medeverdachte 3] heeft vanaf 3 februari 2020 valse biljetten naar het buitenland verstuurd. Aangenomen mag worden dat personen in de Verenigde Staten via Western Union betalingen hebben verricht voor ontvangen valse biljetten. [medeverdachte 4] heeft valse biljetten in wenskaarten verstuurd, ook naar het buitenland, en heeft in Nederland valse biljetten aan derden afgegeven, onder meer 25 valse biljetten van 500 euro op 30 april 2020. Eerder al, op 29 februari 2020, beschikte hij over een vals biljet van 500 euro. Hij verkreeg de valse biljetten van anderen, onder wie [verdachte]. Hij telde de biljetten en, zoals hiervóór al is vastgesteld, controleerde hij ze op juiste afmetingen en kwaliteit. Met [medeverdachte 1] vond hierover nauw overleg plaats. Voor het in orders opnemen van gratis biljetten had [medeverdachte 4] de instemming van [medeverdachte 1] nodig. Voorts heeft [medeverdachte 4] promotiefilmpjes van vals geld gemaakt in zijn woning en aan [medeverdachte 1] verzonden. [medeverdachte 2] heeft (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 valse biljetten (“50jes”) verkocht en heeft over aantallen en prijzen nauw contact gehouden met [medeverdachte 1]. Hij geeft voorts aan [medeverdachte 1] te kennen dat hij vanaf deze datum de verkoop gaat bijhouden. [medeverdachte 2] beschikte dus (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 over valse biljetten. In april 2020 is [medeverdachte 1] gestart met het aanbieden van valse biljetten in diverse Telegram groepen. Ook [verdachte] is hiermee gestart vanaf 7 mei 2020. Die maand al, maar vooral in juli 2020, heeft hij in reactie op door hem geplaatste advertenties vragen ontvangen over de valse biljetten en deze beantwoord. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in mei 2020 gelijksoortige advertenties geplaatst. [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn op aangeven van [medeverdachte 1] gestart met het plaatsen van de advertenties; [medeverdachte 1] “deed dit de hele dag, maar had weinig tijd” en had daarom hulp nodig van [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. Hij heeft de advertentieteksten en foto’s en video’s van valse biljetten aangeleverd en verteld op welke Telegramgroepen en hoe vaak de advertenties geplaatst (“gegooid”) moesten worden. [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben vervolgens de advertenties geplaatst op Telegramgroepen waarin [medeverdachte 1] ook zelf advertenties plaatste. Aangenomen mag worden dat deze advertenties tot daadwerkelijke verkoop van valse biljetten hebben geleid. Dat past ook onder meer bij wat [medeverdachte 1] op 2 mei 2020 aan [medeverdachte 2] laat weten: “We moeten meer maken bro (…) ik heb veel klanten”. En op 29 juli 2020 wil [medeverdachte 1] “volgas” gaan. 2.2.2.12 Conclusie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande als volgt. Feit 1 Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 29 april 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 20 en 50 euro en/of10 euro en/of bankbiljetten van 20 en/of 50 dollar heeft nagemaakt, met het oogmerk om die biljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven. Wat betreft het oogmerk verwijst de rechtbank naar wat zij hiervóór heeft overwogen in de tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten. [verdachte] heeft zich vanaf 29 april 2020 niet alleen bezig gehouden met het namaken van bankbiljetten, maar ook met het aanbieden en versturen daarvan. Reeds daaruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was de nagemaakte bankbiljetten in omloop te brengen. Feit 2 Wettig en overtuigend kan worden bewezen worden dat [verdachte] in of omstreeks de periode van 29 april 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 10 en/of 20 en /of 50 euro en/of bankbiljetten van 20 en/of 50 dollar zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd (aangezien hij een poststuk met valse biljetten naar een verzendpunt heeft gebracht). Wat betreft het oogmerk geldt onverkort wat hiervóór is opgemerkt ten aanzien van feit 1. Het was onmiskenbaar de bedoeling van [verdachte] om de bankbiljetten die hij zich heeft verschaft, in voorraad heeft gehad en heeft vervoerd in omloop te brengen. De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van het ten laste gelegde invoeren, doorvoeren en uitvoeren, aangezien uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat hij zich hieraan schuldig heeft gemaakt, ook niet in samenwerking met een ander of anderen. Feit 3 Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] op 30 juli 2020 opzettelijk de ten laste gelegde goederen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het namaken van bankbiljetten. Het medeplegen Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen en de daaruit door de rechtbank getrokken tussenconclusies van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en in ieder geval [medeverdachte 1] bij het namaken van valse bankbiljetten (feit 1), alsook bij de in de feiten 2 en 3 ten laste gelegde handelingen. [verdachte] heeft een significante bijdrage geleverd aan het gehele proces van het namaken van bankbiljetten, de aanschaf van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse biljetten. Het medeplegen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden. Ook het in feit 2 ten laste gelegde onderdeel, betrekking hebbende op het namaken van de bankbiljetten en de bekendheid met de valsheid daarvan ten tijde van de ontvangst, kan wettig en overtuigend bewezen worden. In ieder geval [medeverdachte 1] en [verdachte], maar mogelijk ook anderen, hebben de bankbiljetten die [verdachte] in zijn bezit heeft gehad zelf nagemaakt en waren ten tijde van de verkrijging van die bankbiljetten bekend met de valsheid daarvan. Wat betreft feit 3 geldt tot slot dat [medeverdachte 1], zoals de rechtbank hiervóór al heeft overwogen, zeggenschap had over de goederen die [verdachte] op 30 juli 2020 in zijn bezit had. Tussen [verdachte] en in ieder geval [medeverdachte 1] was ook in dit opzicht sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen. Verder acht de rechtbank in dit verband nog het volgende van belang. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verricht werk en gemaakte kosten nauwgezet werden bijgehouden. De rechtbank wijst op de in de Samsung S9 van [verdachte] aangetroffen notitie (“Zelf gewerkt, 100 x 50jes geknipt, 310 x 20jes dollars geprint, 200 x 50jes geprint, Kosten gemaakt 85 euro”), kennelijk gemaakt om deze informatie met [medeverdachte 1] te delen. Op 3 mei 2020 laat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] weten dat hij vanaf dan “de verkoop” gaat bijhouden, en op 6 juli 2020 vraagt hij aan [medeverdachte 1] “of hij snijden moet rekenen”, waarop [medeverdachte 1] hem een berekening stuurt, waarin een bedrag van € 9.625,00 wordt genoemd aan voor rekening van [medeverdachte 1] komende inkoopkosten en een vergoeding voor [medeverdachte 2] van € 600,00 voor het printen van valse bankbiljetten. Dit komt overeen met wat in de chat tussen [medeverdachte 1] en ‘[accountnaam]’ wordt gewisseld, erop neerkomende dat [medeverdachte 1] de kosten dekte en dat tegenover ‘werk’ een vergoeding stond, namelijk 0,15 eurocent per geprint A4 vel met afdrukken van valse biljetten en 0,70 eurocent per uitgesneden biljet met een daarop geplakt hologram. Voorts spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 2 mei en 6 juli 2020 over de verdeling van de winst. Verder valt op een afbeelding van 20 mei 2020, waaruit blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr tegen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) zegt: “bro [accountnaam] [rechtbank: [verdachte]] zegt dat jij zegt dat er een onderzoek naar ons nepgeld is gestart.”Ook valt op het via Telegram op 26 april 2020 gevoerde gesprek, waarin [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 3] zegt dat hij kan zeggen “we werken samen toch”. Bovendien heeft de rechtbank hiervóór al overwogen, ten aanzien van de aankoop van benodigdheden, dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde tussen [medeverdachte 1] en de vier anderen. Dat geldt (wat betreft Beijsen, [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]) ook voor het namaken van de bankbiljetten, en (wat betreft allen) voor de verkoop daarvan. Hier wordt voorts herhaald dat op alle zoeklocaties valse biljetten zijn aangetroffen met overeenkomende serienummers. Het behoeft geen betoog dat dat zich alleen laat verklaren doordat [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (waarschijnlijk in wisselende samenstellingen) hebben samengewerkt. [medeverdachte 1] onderhield contact met alle vier de anderen en het beeld dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt laat er tot slot geen twijfel over bestaan dat hij een leidende en aansturende rol vervulde. De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden. 2.3 Ten aanzien van de feiten 4 tot en met 9 (Lega en Reseda) 2.3.1 Standpunten 2.3.1.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zes oplichtingen. 2.3.1.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft (deels primair) integrale vrijspraak bepleit van de feiten 4, 5, 6, 7, 8 en 9 en ten aanzien van de feiten 5 en 6 heeft verdediging aangevoerd dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Ten aanzien van de feiten 5, 6, 7, 8 en 9 heeft de verdediging subsidiair verzocht de rol [verdachte] te zien als medeplichtige en het subsidiair tenlastegelegde bewezen te verklaren. De verdediging heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd. [verdachte] is naïef geweest, bij het door hem bestellen van stickers bij [bedrijf] was [verdachte] overtuigd dat hij bezig was met eerlijke zaken, [verdachte] heeft niet (steeds) beschikt over de bankrekeningen beschikte die op zijn naam stonden, waardoor transacties over die rekeningen niet kunnen bijdragen aan een bewezenverklaring van een of meer oplichtingen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is geweest bij de in de tenlasteleggingen onder de gedachtestreepjes vermelde oplichtingshandelingen. 2.3.2 Inleidende overwegingen 2.3.2.1 De modus operandi De ten laste gelegde feiten, als besproken in de dossiers van de onderzoeken Lega en Reseda, zien op een zestal bedrijven dat, zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, is opgelicht. Die oplichting bestond er in vier gevallen uit dat goederen gekocht werden zonder daarvoor te betalen. In twee gevallen ging het om een verkoop van goederen waarbij levering uitbleef. De onderzoeken zijn gestart nadat op 28 juni 2019 in een loods aan de [adres] in [woonplaats] na een inbraakmelding een zeer grote hoeveelheid elektronische goederen werd aangetroffen, onder meer harddisks van Toshiba, verschillende typen JBL geluidsboxen en tandenborstels van Oral-B. De geluidsboxen en tandenborstels zijn deels van een gelijk merk en type als ten aanzien waarvan aangifte is gedaan. Ten aanzien van de aangetroffen harddisks is steekproefsgewijs vastgesteld dat de serienummers overeenkomen met een door aangever [bedrijf] aangeleverd Excel-bestand met serienummers van hun producten. Het adres van de loods werd nooit vermeld in correspondentie met de bedrijven, zoals hierna zal blijken. De loods lijkt dan ook te zijn gebruikt als geheime ruimte voor de opslag van door opgelichte bedrijven geleverde goederen. Bij de oplichtingen werd een vaste ‘modus operandi’ gevolgd die, kort gezegd, neerkwam op het volgende: Na het opvragen van gegevens van een kredietwaardig bedrijf bij de Kamer van Koophandel (KvK), werd bij de KvK een bedrijf ingeschreven (het zogenaamde ‘imitatiebedrijf’) met een naam gelijkend op die van het kredietwaardige bedrijf (het bedrijf wiens naam door de verdachten werd misbruikt) en werd een bankrekening geopend. Ook werd een website aangemaakt voor het imitatiebedrijf en werd in de correspondentie met het opgelichte bedrijf gebruik gemaakt van briefpapier met daarop vermeld het e-mailadres, het telefoonnummer, het bankrekeningnummer en het BTW-nummer van het imitatiebedrijf. Ten behoeve van de levering van goederen door het opgelichte bedrijf werd verder een pand geregeld dat werd voorzien van het logo van het imitatiebedrijf. Het imitatiebedrijf sloot vervolgens een overeenkomst met het opgelichte bedrijf waarin óf goederen te koop werden aangeboden aan dit bedrijf, eventueel onder toezending van een foto van gereedstaande goederen, óf goederen werden gekocht van dit bedrijf, na eerst een ‘goodwill’-aankoop te hebben gedaan en betaald. In het geval van verkoop van goederen, werden na betaling door het opgelichte bedrijf de goederen niet geleverd. In het geval van aankoop van goederen, werden de goederen van de op de goodwill-aankoop volgende levering door het opgelichte bedrijf niet betaald. Na afronding was het imititatiebedrijf niet meer te benaderen door het opgelichte bedrijf. 2.3.2.2 Betrokkenheid verdachten (inleidend) [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn in beeld gekomen in het onderzoek naar de personen die bij de bedrijfsoplichtingen betrokken waren. Waar het gaat om de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de oplichtingen, is het volgende opvallend. Het procesdossier bevat een geluidsopname van een gesprek dat op 20 maart 2019 is gevoerd tussen twee personen. De stem van de ene persoon is van [naam] (hierna: [naam]). Ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst hebben de stem van de andere persoon herkend als de stem van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). Het gesprek verloopt op enig moment als volgt: “ (…) [naam]: ja maar dan zeg ik die andere hal zeg maar, waar ik dus die betaling nog niet voor heb gedaan, die zeggen we nu tabee vanuit Emmeloord, zeg maar? [medeverdachte 1]: ja. [naam]: ok is goed. Dan trek ik die sim-kaart eruit en is dat in ieder geval geregeld. [medeverdachte 1]: ja [naam]: ehm dan moetje wel zo spoedig mogelijk een nieuwe hal hebben voor spullen he? [medeverdachte 1]: dat zou wel fijn zijn, maar dan het liefst wel iets met een roldeur ofzo? Iets zodat het wel een beetje op een logistiek gebeuren lijkt. [naam]: dat is goed, dat is prima. Dus gewoon zeg maar een pand met roldeur moetje hebben he? Volgens mij heb ik daar al een van hoor en eeh [medeverdachte 1]: Iets met een magazijntje in ieder geval. Het mag ook wel half magazijn, half kantoor zijn. Dat als er wat pallets komen, dat we het dan kwijt kunnen daar. [naam]: ja voor het einde van de maand heb je daar de sleutel van. Dat beloof ik. (…) [naam]: Nee, ehm eventjes omtrent de hal zeg maar van hier. Daar heb ik die [bedrijf] heb ik daar van. Wil je die nog wel gebruiken of wil je een andere erop zetten? [medeverdachte 1]: Daar mag wel een andere op. [naam]: Ok. Heb jij daar huh ... [medeverdachte 1]: Die [bedrijf] die ga ik wel.... [naam]: Want als je met [bedrijf] ..ik moet nog effe het contract maken snap je, dus ik heb er al een gemaakt op [bedrijf], maar als jij zegt: Er moet een andere komen dan leg ik die bij die onderhuurder neer weet je wel (…) [naam]: Ok. Dat ik bij die onderhuurder een ander contract moet neerleggen als het niet [bedrijf] wordt. Heb jij daar.. Kun jij me daar een dinge van sturen? Een kvk? [medeverdachte 1]: Ehm. Kunnen we er niet eentje van de site afhalen? Van Kamer van Koophandel toevallig? [naam]: Jawel. Kan ik wel voor je doen. Alleen dan zit ik alleen te kijken hoe we die transactie ... Het mooiste is natuurlijk want die transactie kan gewoon elke maand gewoon contant, dus dat is het probleem ook niet. Alleen ehm, ik wil dat eh zeg maar mijn hoofdhuurder niet al te veel problemen krijgt als het wel is. Dat moet wel een beetje zo. Dan moet ik hem helemaal aan gaan passen en met telefoonnummers die dan kloppen en dat soort dingen dat het dan een aangepaste kvk is. Dan moet ik het zelf gaan regelen. Dat heb jij het liefst in deze denk ik he?[medeverdachte 1]: ja is wel beter. Wel beter. [naam]: ja ok. Dan ga ik dat zo doen. Dan ga ik een hele kamer van koophandel aanpassen. Met alle gegevens. Dan is het even mijn dingetje. En leg ik het bij die man neer. [medeverdachte 1]: Ok. [naam]: Dan hebben we daar in ieder geval geen kopzorgen voor. Het zou alleen mooi zijn, als ik dit zo kan realiseren. Dat we daar geen poppetje op hoeven zetten nu op dit moment. Dat we er wel voor kunnen zorgen dat zeg maar die hoofdhuurder even los van onze 25% zeg maar die wij dan beuren met zijn tweetjes, dus ieder 12,5, dat we die man wel iets kunnen doen als we het gewoon goed hebben weetje wel. [medeverdachte 1]: ja maar kijk die jongen die dat gaat onderhouden die moet ook verdienen, ik moet verdienen, ik investeer snap je? [naam]: Nee ik ben het wel met je eens, zeker alleen kijk normaal als je een eigenaar mee hebt of je hebt een jongen pakt hem op naam dan zijn het ook gewoon normaal vaste kosten die met zich meenemen ik bedoel als jij die [bedrijf] gehad hebt bijvoorbeeld en hij zegt, ik ga er wel op, die zou het ook niet voor niets doen laat ik het zo maar zeggen. Het enige wat ik hiermee wil zeggen is van als we gewoon eeh iets voor die eigenaar mee rekenen in het hele verhaal, het hoeft niet de jackpot te zijn zoals wij hem gaan krijgen, maar dat het allemaal een beetje relaxed loopt. [medeverdachte 1]: ja ok. Desnoods doen we allemaal wat in de pot weet je wel, Dat komt wel goed. (…) [naam]: Uhm op welke naam wil jij dit nieuwe pand hebben staan? [medeverdachte 1]: Uhm je zou eentje van de Kamer van Koophandel pakken toch? [naam]: Ja, uh nee dan hadden we over het pand dat we nu hebben. Ik heb het over een nieuw pand voor spullen. [medeverdachte 1]: is dat een beetje een mooi pand? [naam]: ja, uh, want ik heb hier nog een aantal KVK’s liggen of kan alles wat hier ligt nu gewoon weg en moeten we helemaal opnieuw gaan werken zeg maar? [medeverdachte 1]: ja ja ja [naam]: OK. Is goed. Dan weet ik genoeg. Ik ga wel... Ik fix het wel maat. [medeverdachte 1]: ja kijk, als het zonder registratie kan dan is het wel het beste, maar als je echt eeh eeeh iets nodig hebt. ... Ik heb nog wel eentje... huh.. op dit moment. Maar ja dat is ook weer voor... huh.. Over 3 weken kan dat weer anders zijn snap je?. [naam]: Ja ik snap wel. [medeverdachte 1]: NTV..voor mij [naam]: ja. Ik ga er zelf wel even mee aan het werk. Ik fiks het wel en dan uhmm hoe heet dat uuuuh kom ik daar bij jou wel eventjes op terug. [medeverdachte 1]: Is goed. [naam]: Dus ik fiks verder het pand. Ik weet het. Ik haal alles wat ik hier nu heb liggen van KVK’s van Burul of andere dingen, ik pomp ze er allemaal uit. Alles gaat weg, gewoon pleite. [medeverdachte 1]: Ja. Is goed [naam]: Ok. En eh, want ze mogen ook nergens meer voor gebruikt worden neem ik aan he? [medeverdachte 1]: Nou die van Burul dat zijn allemaal mensen van Sjans(fon), daar heb ik schijt aan hoor. [naam]: Nee, ok ik snap watje bedoelt. [medeverdachte 1]: het zijn allemaal onbetrouwbare honden, dus huh... [naam]: Ja en is het dan, kan het voor jou van negatief affect zijn dat ik bijvoorbeeld die Burul of weet ik veel gewoon op een pand zet als zijnde de KVK-shit of zeg je van ... beter van niet?[medeverdachte 1]: Van mij mag je dat doen, alleen volgens mij eeh, er zijn ook twee Buruls he? Eentje is volgens mij al uitgeschreven en die andere jongen die heeft dus vastgezeten. [naam]: JA, snap het wel. [medeverdachte 1]: En dat die ook gelijk aan het huilen-huilen is nu, dat die hem ook uitschrijft binnenkort dus eh [naam]: Ja ik begrijp het wel. Ok. Nou komt wel goed. Ik regel het wel op mijn manier. Ik pas alles wel aan. Heb jij er geen zorgen, geen hoofdpijn over. Wordt wel gefixt. [medeverdachte 1]: Ok is goed. [naam]: En uhm hoe heet dat uhm watje dus alleen nu zeg maar nu moeten zo snel ohja, dat wilde ik ook nog even tegen jou zeggen ik heb dat verder gefikst met die anderhalf procentpas voor jou weet je wel? hoe lang wil je die hebben? Voor een jaar ofzo? [medeverdachte 1]: Ja eeh dat is in principe om voor langere termijn mee te werken ja [naam]: ja ok fijn. Nou goed, ik zorg ervoor. Kan iemand een dezer dagen of begin volgende week die pas bij mij ophalen? [medeverdachte 1]: Ja dat kan altijd. Dat is geen probleem. [naam]: Ok. Als ik alles geregeld heb met betrekking tot die pas en alles loopt dan laat ik je het direct weten en dan kunnen we gelijk schakelen dat iemand die pas komt ophalen bij mij voor jou. Ja? [medeverdachte 1]: Goed. [naam]: Uhm even kijken, uuhhhm, die eeh, ik heb voor... Ik heb nog een handelsnaam van jou staan zeg maar, uuh die uhm die persoon die heb ik nu, ik heb even gekeken om daar een hele goeie voor te pakken. Die gaat aankomende week wordt die bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, voor die ehm voor die handelsnaam toe te voegen en dan worden er twee bankpassen aangevraagd. Op welke bank wil jij het liefst die dingen? [medeverdachte 1]: Ik heb het liefst ING, de ABN[naam]: ok. [medeverdachte 1]: En ehm Rabo zou ook wel kunnen... [naam]: ok. [medeverdachte 1]: En sowieso geen Bunq, daar heb ik allemaal niets aan. [naam]: Nee. [medeverdachte 1]: En KNAB ook.... Ja [naam]: Nee, maar ik ken het wel. Niet die rare Triodosbanken of Binqbank of Knab daar heb je helemaal niks aan. Gewoon een grote bank. Prima. [medeverdachte 1]: ja. [naam]: OK. Ik ga daar voor zorgen. (…).” Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gesprek als volgt geduid worden. [medeverdachte 1] en [naam] zoeken naar een hal waarin spullen geplaatst kunnen worden. Bij de KvK moet een bedrijf (“handelsnaam”) worden ingeschreven dat op het adres van deze hal gevestigd is. Ten behoeve van deze inschrijving moeten de bij de KvK geregistreerde gegevens van een bestaand (kredietwaardig) bedrijf worden aangepast. Voor het in te schrijven bedrijf (het imitatiebedrijf) moet een bankrekening worden geopend. Aldus komt wat [medeverdachte 1] en [naam] bespreken volledig overeen met de hiervóór beschreven modus operandi in de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen. Opvallend is verder dat zij spreken over “het op een pand zetten” van iemand “als zijnde de KvK-shit” en over “een jongen pakt hem op naam”. Duidelijk is dat hiermee wordt gedoeld op zogenoemde katvangers. Duidelijk is ook dat [medeverdachte 1] een aansturende rol heeft; [naam] voert uit en met het oog daarop doet hij voorstellen aan [medeverdachte 1] waarmee [medeverdachte 1] moet instemmen. Verder blijkt uit het gesprek dat [medeverdachte 1] eraan moet verdienen, want hij “investeert” en dat de jongen die “dat” (de hal) gaat onderhouden er ook aan moet verdienen, naast [naam] en de hoofdhuurder. Niet alleen het voorgaande gesprek, maar ook het volgende gesprek is veelzeggend waar het gaat om het verband tussen de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen en [medeverdachte 1]. In de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] is een afbeelding van een Wickr-conversatie aangetroffen die is aangemaakt op 19 november 2019. Het betreft een gesprek tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]), ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]) en ‘[accountnaam]’ ([verdachte]), waarin een afbeelding van een kostenoverzicht wordt verzonden door [medeverdachte 1]. Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf]’ met een daarvoor genoemd bedrag van € 18.000,00. Voorts staan er kosten genoemd voor onder meer huur en borg van de loods, de inrichting daarvan en een bedrag voor koeriers. Nadat deze afbeelding is gedeeld, stuurt [medeverdachte 1] de volgende berichten: “ Dit zijn de kosten Winst was 280.000 euro Iets minder maar laten we het daar op houden Ik stel voor dat we iedereen 5k geven: black [accountnaam] lilkleine hoodz/die neger in mercedes dw bekkers dan zijn de kosten € 137.500 tot nu toe zal niet veel bij komen, bijna alles zit erin” De rechtbank constateert dat deze ‘kosten/baten berekening’, gezien het op het kostenoverzicht vermelde imitatiebedrijf [bedrijf], verband houdt met de oplichting van het bedrijf [bedrijf] (feit 4). Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit gesprek dat [medeverdachte 1], die het genoemde voorstel doet, zicht heeft op de kosten en de bij de bedrijfsoplichting betrokkenen en dat hij de wijze van uitbetaling van de winst regelt. Het verdelingsvoorstel stemt hij af met [medeverdachte 3] en [verdachte]. Ook hier blijkt daarmee van een aansturende rol van [medeverdachte 1], maar ook van inspraak van [medeverdachte 3] en [verdachte]. Aldus komt [medeverdachte 1] in het procesdossier zowel bij aanvang van de periode waarin de bedrijfsoplichtingen zijn gepleegd als richting het einde van die periode in beeld in een aansturende rol, die voorts blijk geeft van een grote mate van zeggenschap. In dit licht moeten naar het oordeel van de rechtbank de hierna te bespreken feiten worden bezien. De rechtbank weegt voornoemde gesprekken ook mee bij het bewijs van de ten laste gelegde feiten. Hierna zullen eerst per ten laste gelegde bedrijfsoplichting de vaststaande feiten worden weergegeven, waarna de rechtbank zal toelichten op basis waarvan zij oordeelt dat het betreffende bedrijf is opgelicht in de zin van artikel 326 Sr. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] een rol hebben gespeeld in de bedrijfsoplichting, en zo ja welke rol, en of wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen. Dat de rechtbank deze vragen per ten laste gelegde bedrijfsoplichting zal beoordelen, staat er niet aan in de weg dat zij in de beoordeling van het bewijs met betrekking tot een oplichting de overeenkomsten tussen die oplichting en de andere oplichtingen kan betrekken. Hierop aansluitend, merkt de rechtbank over de rol van [medeverdachte 1] vooraf het volgende op. Uit de hierna weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] bij alle bedrijfsoplichtingen in beeld komt. Bij de oplichting van de bedrijven [bedrijf] en [bedrijf] (feit 5) staat wel vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die onder de valse namen [naam] en [naam] contact heeft opgenomen met [naam] en [naam]. Gelet hierop, en gezien de overeenkomsten tussen die bedrijfsoplichting en de andere bedrijfsoplichtingen, alsook gelet op de op gegevensdragers van [medeverdachte 1] aangetroffen informatie, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het eveneens [medeverdachte 1] is geweest die met gebruikmaking van valse namen als vertegenwoordiger van het betrokken imitatiebedrijf contact heeft gelegd met de andere vijf bedrijven (feit 4: [naam] / feit 6: [naam] / feit 7: [naam] / feiten 8 en 9: [naam]). 2.3.3 Feit 4 – [bedrijf] 2.3.3.1 Vaststaande feiten Op 21 oktober 2019 nam [naam] van [bedrijf] via Skype contact op met een medewerker van [bedrijf] (hierna: [bedrijf]). Tijdens dat gesprek werd gesproken over smartwatches van het type Samsung R810. Op 4 november 2019 vroeg [bedrijf] aan [naam] of de smartwatches nog beschikbaar waren. [naam] heeft dat bevestigd, maar ook aangegeven dat hij eerst het bedrijf [bedrijf] wilde controleren. [naam] stuurde via de mail formulieren waarop de bedrijfsgegevens van [bedrijf] waren vermeld. Ook stuurde hij kopieën van identiteitsbewijzen van directieleden, bedrijfsdocumenten en uittreksels uit handelsregisters. Nadat alles was gecontroleerd, verstrekte [naam] een factuur en een foto van de goederen. De factuur stond op naam van [bedrijf] met het adres [adres] in [plaats] en betrof een bedrag van € 56.175,00 voor in totaal 350 stuks smartwatches van het type Samsung R810. Naast de factuur werd ook een foto verzonden, waarop dichtgeplakte dozen te zien zijn met daarop een sticker met barcodes en een beschrijving van de inhoud van de dozen. Op 6 november 2019 werd door [bedrijf] in totaal € 56.175,00 overgemaakt aan [bedrijf] op de bankrekening [rekeningnummer]. Op 6 november 2019 was het laatste contact met [naam], die aangaf dat de goederen waren verstuurd. Er was met [naam] overeengekomen dat de goederen zouden worden geleverd op een adres in Wenen. De goederen zouden op 7 november 2019 aankomen in Wenen, maar dat is niet gebeurd. Er werd geprobeerd contact op te nemen met [naam], maar hij kon niet meer worden bereikt. Ook kon de website niet meer worden bereikt. [bedrijf] heeft bij haar aangifte gevoegd een