RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05.200446.24, 82.276075.21 (tul) Datum uitspraak : 14 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] . Raadsvrouw: mr. J.E. Kremer, advocaat in Nijmegen . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 september
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
- hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024 te Wijchen , althans in Nederland en/of in Frankrijk tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (vanuit Frankrijk) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, ongeveer 9.916 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: eén of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024 te Wijchen , althans in Nederland en/of in Frankrijk tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (vanuit Frankrijk) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen ongeveer 9.916 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024, in Wijchen , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - een pakket aan te nemen waarin de cocaïne zat verborgen en/of - ( vervolgens) na ontvangst foto’s te maken van het pakket en deze foto’s naar een persoon te sturen en/of - ( vervolgens) met deze persoon meermaals contact te onderhouden ten einde een afspraak te maken om elkaar te ontmoeten en/of de invoer van voornoemde cocaïne mogelijk te maken;
- hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024 te Wijchen , althans in Nederland en/of in Frankrijk tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, (vanuit Frankrijk) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 14,62 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: eén of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024 te Wijchen , althans in Nederland en/of in Frankrijk tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, (vanuit Frankrijk) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 14,62 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 19 juni 2024, in Wijchen , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - een pakket aan te nemen waarin de cocaïne zat verborgen en/of - ( vervolgens) na ontvangst foto’s te maken van het pakket en deze foto’s naar een persoon te sturen en/of - ( vervolgens) met deze persoon meermaals contact te onderhouden ten einde een afspraak te maken om elkaar te ontmoeten en/of de invoer van voornoemde cocaïne mogelijk te maken; meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 juni 2024 in Wijchen , althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad 14,62 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 primair en het onder feit 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in voorarrest is doorgebracht. De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 en 2 Vast staat dat op 12 juni 2024 in Frankrijk een postpakket van FedEx in beslag is genomen door de Franse autoriteiten. Het pakket was afkomstig uit de Verenigde Staten en geadresseerd aan [naam 1] op het adres [adres 2] in Wijchen . In de begeleidende documenten stond vermeld dat het pakket twee printers zou bevatten, maar na opening werden in het pakket drie dozen met elk drie gesealde zakken met wit poeder aangetroffen. Het poeder is onderzocht en bleek cocaïne te bevatten. In totaal werd er 9916 gram cocaïne in het pakket aangetroffen. De Franse autoriteiten hebben de drugs grotendeels in beslag genomen. Een klein deel, ongeveer 15 gram, werd in overleg met de Nederlandse autoriteiten teruggeplaatst in het pakket ten behoeve van een gecontroleerde doorvoer naar Nederland. Het pakket werd op woensdag 19 juni 2024 gecontroleerd afgeleverd op het voornoemde adres in Wijchen , waar het in ontvangst werd genomen door verdachte, de bewoner van de [adres 2] . Kort daarna werd verdachte aangehouden, nadat hij zijn woning had verlaten. Bij het betreden van de woning trof de politie het pakket ongeopend aan op een tafel in de hal. De politie heeft de telefoon van verdachte uitgelezen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat verdachte kort na de ontvangst van het pakket vier foto’s van het pakket heeft gemaakt en deze via WhatsApp heeft verzonden naar een contact dat was opgeslagen onder de naam ‘ [naam 2] ’. [naam 2] stuurde daarop de berichten "Okee bel je zi" en "Wacht” naar verdachte, gevolgd door twee spraakoproepen van respectievelijk 34 en 22 seconden. Een kwartier later stuurde verdachte het bericht "Moet ik komen. Je belde" naar [naam 2] , waarna er een spraakoproep plaatsvond van 41 seconden. In de telefoon zijn verder geen gegevens aangetroffen in relatie tot het FedEx-pakket. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting alle betrokkenheid bij de inhoud van het pakket ontkend. Het pakket is niet van verdachte en hij heeft het ook niet besteld. Hij heeft het pakket zonder na te denken of te controleren in ontvangst genomen. Pas toen de pakketbezorger al weg was, zag verdachte dat het pakket was geadresseerd aan een ander, “ [naam 1] ”. Verdachte heeft het pakket vervolgens ongeopend in de gang gezet en er foto’s van gemaakt, met de bedoeling het terug te sturen. Deze foto’s heeft hij verzonden naar [naam 2] met de vraag of [naam 2] iets bij hem had laten bezorgen. Verdachte heeft verklaard dat hij vaker gewoon postpakketjes voor anderen aannam, ook voor [naam 2] . Verdachte heeft verder verklaard dat hij cocaïne gebruikt en dat [naam 2] zijn dealer is. Verdachte wist niet dat er cocaïne in het pakket zat. Ook heeft hij niemand toestemming geven om het pakket bij hem te laten bezorgen. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte er wetenschap van had dat het door hem aangenomen pakket cocaïne bevatte.. Uit het onderzoek van de politie naar de telefoon van verdachte blijkt die wetenschap niet en is ook niet gebleken dat verdachte de beschikking had over een Track and Trace-code van het pakket of een FedEx-account. Verdachte heeft het pakket weliswaar aangenomen, maar heeft het niet heeft geopend. Uit het onderzoek zijn ook geen andere aanwijzingen naar voren gekomen op basis waarvan het FedEx-pakket op enigerlei wijze aan verdachte kan worden gelinkt, anders dan dat het pakket naar zijn adres is verzonden. Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de (gepoogde) invoer of het voorhanden hebben van cocaïne, dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. Hoewel het vragen oproept, is het enkele feit dat verdachte cocaïne gebruikt en dat hij, direct na het in ontvangst nemen van het pakket, foto’s van het pakket heeft gemaakt en deze via WhatsApp naar zijn dealer heeft gestuurd, daarvoor onvoldoende. De rechtbank acht de onder 1 primair en subsidiair en 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten derhalve niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. 4De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 82-276075-21) De rechtbank heeft verdachte op 28 november 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. 5De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde; Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 82-276075-21) wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf onder parketnummer 82-276075-
- Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober
- mr. Goossens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.