RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.156467.25 Datum uitspraak : 22 oktober 2025 Tegenspraak (279 Sv) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. C.P. Timmers, advocaat in Middelharnis. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
- Overwegingen ten aanzien van het bewijs Primair tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 14 t/m 16; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 8; - Het proces-verbaal van bevindingen, p. 18 en
- 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Primair Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft, gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en het advies van de reclassering gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het leven van verdachte compleet zou ontwrichten. Bovendien heeft verdachte geen strafblad op het gebied van opiumwetdelicten. Volgens de raadsman kan de rechtbank volstaan met het opleggen van een maximale taakstraf, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs, te weten 692 kilo lachgas. De invoer van softdrugs houdt de illegale handel daarin in stand en dergelijke handel is ondermijnend en schadelijk voor de samenleving. Verdachte heeft daar door zijn handelen ook een bijdrage aan geleverd. In het voordeel van verdachte stelt de rechtbank vast dat verdachte na zijn aanhouding, waarbij hij overigens ook direct een bekennende verklaring heeft afgelegd, niet meer in aanraking is gekomen met politie en/of justitie. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het advies van de reclassering van 11 september
- De reclassering rapporteert dat er zorgen zijn rondom het sociale netwerk van verdachte, zijn financiën en mogelijk zijn psychosociaal functioneren. Daarentegen is verdachte gemotiveerd voor het vinden en behouden van betaald werk. Het recidiverisico schat de reclassering in op laag-gemiddeld, gelet op de problemen die bestaan op meerdere leefgebieden. Gezien deze problemen ziet de reclassering een meerwaarde in het opleggen van reclasseringstoezicht. Zij adviseren dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Alles afwegend, maar vooral gelet op de direct door verdachte afgelegde bekennende verklaring en het tijdsverloop tussen het feit en de terechtzitting, waarbij hij bovendien niet meer in aanraking is gekomen met politie en/of justitie, zal de rechtbank een lagere taakstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, namelijk een taakstraf van 200 uren en daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 3 en 11 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak; actief deelneemt aan de gedragsinterventie COVA of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider; zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met vaste structuur. geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Jansen-van Leeuwen (voorzitter), mr. A. Bonder en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W. A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 oktober
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024591447, gesloten op 23 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.