← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11759

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer: 05/063609-22 Datum uitspraak : 4 september 2025 Tegenspraak tussenvonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats], wonende aan de [adres], [postcode] te [woonplaats]. Raadsvrouw: mr. S.R. van Laar, advocaat in Arnhem. Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2021 tot en met 16 mei 2021, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een of meer (vuur)wapen(s), van categorie II en/of categorie III voorhanden heeft gehad, te weten een Skorpion en/of een Zavodi Crvena Zastava, model M70B2; feit 2 hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2021, te Arnhem en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens), om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) (grote) hoeveelhe(i)d(

  1. en)van een materiaal bevattende methamfetamine en/of amfetamine, zijnde methamfetamine en/of amfetamine (een) middel(
  2. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I in elk geval (steeds) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en te bevorderen- anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid en middelen en inlichtingen te verschaffen, - zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, -voorwerpen, vervoermiddelen en gelden of andere betaalmiddelen voorhanden gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, immers heeft hij verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen (telkens): - ( ongeveer) 89 kilogram amfetamine (speed), althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine voorhanden gehad en/of bewerkt en/of verwerkt en/of - tot voren omschreven feiten opdrachten gekregen van anderen en daartoe hand- en spandiensten verricht zoals het vervoeren en/of afgeven van (een) (grote) hoeveelhe(i)d(
  3. en)van een materiaal bevattende methamfetamine en/of amfetamine, zijnde methamfetamine en/of amfetamine (een) middel(
  4. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I in elk geval (steeds) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. 2Procesafspraken Het openbaar ministerie en de raadsvrouw van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken met betrekking tot de afdoening van deze strafzaak. Op 19 augustus 2025 heeft de officier van justitie een getekende overeenkomst aan de rechtbank toegezonden, waarin door hen gemaakte procesafspraken zijn opgenomen. Daarmee beogen partijen de onderhavige zaak op korte termijn tot een einde te laten komen. De procesafspraken houden in dat: de verdediging geen (nadere) onderzoekswensen zal indienen en geen (inhoudelijke) verweren zal voeren; de verdachte geen bekennende verklaring hoeft af te leggen: de verdediging zal ruim voor de inhoudelijke behandeling, door ondertekening van de procesafspraken en door middel van een bericht van de raadsvrouw richting rechtbank en OM schriftelijk aangeven dat de feiten en kwalificaties zoals tussen het OM en verdediging vastgesteld in bijlage A, niet worden ontkend en er zal geen inhoudelijk verweer worden gevoerd; de verdediging gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhouding- en/of opheffings- en/of schorsingsverzoeken zal indienen, tenzij onvoorziene omstandigheden / een acute en bijzondere situatie van persoonlijke aard ontstaat die thans niet wordt voorzien; de verdediging kennis heeft van de verplichting voor het OM om een persbericht over de uitkomst van deze straf- en ontnemingszaken naar buiten te brengen; de verdachte met deze afspraken -na adequate rechtsbijstand te hebben ontvangen- vrijwillig afstand heeft gedaan van verdedigingsrechten en zich bewust is van de (mogelijke) gevolgen daarvan; de verdachte en de raadsvrouw in het kader van de inhoudelijke behandeling desgevraagd het bovenstaande zullen herhalen. Verder houden de procesafspraken in dat het openbaar ministerie ter terechtzitting zal rekwireren tot bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten zoals opgenomen in bijlage A en tot de volgende strafoplegging: een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een werkstraf van 240 uren. De inhoud van bijlage A is als volgt: Bewezenverklaring feit 1: 1 hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2021 tot en met 16 mei 2021, te Arnhem , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander (
  5. en), althans alleen, een of meer ( vuur ) wapen (
  6. s), van categorie II en /of categorie III voorhanden heeft gehad, te weten een Skorpion en /of een Zavodi Crvena Zastava, model M70B2 (zaaksdossier 2) Kwalificatie feit 1: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 26 lid 1, artikel 31 lid 1, artikel 9 van de Wet Wapens en munitie gegeven verbod, meermalen gepleegd. Bewezenverklaring feit 2: 2 hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2021, te Arnhem en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen , althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ( telkens ) , om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) (grote) hoeveelhe (
  7. i)d ( en ) van een materiaal bevattende methamfetamine en/ of amfetamine, zijnde methamfetamine en /of amfetamine (een) middel ( en ) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I in elk geval ( steeds ) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en te bevorderen- anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid en middelen en inlichtingen te verschaffen, - zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen en gelden of andere betaalmiddelen voorhanden gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, immers heeft hij verdachte, tezamen en in vereniging met anderen , althans alleen (telkens) : - (ongeveer) 89 kilogram amfetamine (speed), althans (telkens) een ( grote ) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine voorhanden gehad en /of bewerkt en /of verwerkt en /of - tot voren omschreven feiten opdrachten gekregen van anderen en daartoe hand- en spandiensten verricht zoals het vervoeren en /of afgeven van ( een ) ( grote ) hoeveelhe ( i ) d (
  8. en)van een materiaal bevattende methamfetamine en/ of amfetamine, zijnde methamfetamine en /of amfetamine (een) middel ( en ) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I in elk geval (steeds) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; (zaaksdossier 9, zaaksdossier 12) Kwalificatie feit 2: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a i.v.m. artikel 2 onder B, D, A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. De officier van justitie merkt bij zijn strafeis op: Het OM geeft mee dat er zonder deze procesafspraken zou zijn gekomen tot een eis bestaande uit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1,5 jaar waarbij reeds rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Voorts heeft de officier van justitie het voorstel voor strafoplegging als volgt gemotiveerd: De handel in en productie van harddrugs en de handel in wapens betreffen ernstige feiten. Het OM heeft bij bovengenoemde strafoplegging rekening gehouden met de maximale korting van 6 maanden wegens schending van de redelijke termijn, het (recente) reclasseringsrapport en de gezondheidstoestand van verdachte. De overwegingen van de rechtbank over de procesafspraken De rechtbank overweegt dat zij alleen acht kan slaan op door het OM en de verdediging gemaakte procesafspraken als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een dergelijke overeenkomst deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten. Daarvan is ook in het onderhavige geval sprake. De rechtbank heeft de inhoud, strekking en gevolgen van de procesafspraken tijdens de terechtzitting van 21 augustus 2025 aan verdachte voorgehouden en met hem besproken. De rechtbank stelt vast dat verdachte desgevraagd heeft bevestigd dat hij goed is voorgelicht door zijn raadsvrouw en zich kan vinden in de gemaakte procesafspraken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, bijgestaan door een raadsvrouw tijdens zowel het maken van de procesafspraken met het openbaar ministerie als ter terechtzitting, vrijwillig en voldoende geïnformeerd tot de ondubbelzinnige beslissing is gekomen akkoord te gaan met het afdoeningsvoorstel en daarmee afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op de voorgestelde procesafspraken. De rechtbank toetst of de procesafspraken stand kunnen houden, gelet op hetgeen is bepaald in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Meer in het bijzonder heeft de rechtbank getoetst of de voorgestelde strafoplegging in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten, uitgaande van de bewezenverklaring zoals overeengekomen tussen het openbaar ministerie en de verdachte en zoals hiervoor weergegeven (de inhoud van bijlage A bij de procesafspraken). Ter zitting heeft de officier van justitie gerekwireerd overeenkomstig de overeengekomen procesafspraken. De verdediging heeft geen (inhoudelijk) verweer gevoerd. Zonder op enigerlei wijze vooruit te lopen op de bewijsvraag en de vraag naar een eventuele strafoplegging in deze zaak, is de rechtbank van oordeel dat bij een bewezenverklaring van de feiten conform de inhoud van de bij de overeenkomst gevoegde bijlage A (waarvan de inhoud hiervoor is weergegeven), de voorgestelde straf, bij de huidige stand van zaken, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. Bij een dergelijke bewezenverklaring ligt namelijk (nog geen rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn), als gekeken wordt naar vergelijkbare zaken en de landelijke oriëntatiepunten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van (rond
  9. de)72 maanden als uitgangspunt in de rede. Ook als er een strafvermindering wordt toegepast in verband met de overschrijding van de redelijke termijn en een verdere vermindering in verband met het maken van de procesafspraken valt er nog een dermate verschil in strafmaat te overbruggen met de in de procesafspraken overeengekomen straf, dat dit thans, op basis van wat daarover nu bij de rechtbank bekend is, niet met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overige specifieke omstandigheden van het geval te motiveren valt. De rechtbank zal de procesafspraken dan ook niet volgen. De rechtbank acht het van belang dat de procespartijen zich uitlaten over de verdere behandeling en afdoening van de zaak. Daarom zal de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heropenen. De zaak van verdachte zal inhoudelijk worden behandeld door een andere samenstelling van rechters. 3De beslissing De rechtbank:  heropent het onderzoek dat op 21 augustus 2025 is gesloten en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;  beveelt de oproeping van de verdachte en zijn raadsvrouw tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting. Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2025. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.