RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/296552-24 Datum uitspraak : 29 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] (Suriname), wonende aan [adres] . Raadsvrouw: mr. E.E.M. Messink, advocaat in Wijchen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 61 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de hij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 september 2023 tot en met 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander N.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3. hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 159 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Nijmegen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten- 2, althans een of meerdere, Opticlimates,- 70, althans een of meerdere, assimilatielampen,- een schakelbord,- 2, althans een of meerdere, slakkenhuizen,- 3, althans een of meerdere, transformatoren,- een koolstoffilter,- 9, althans een of meerdere, (gebruikte) droogrekken,- 5, althans een of meerdere, (gebruikte) afzuigslangen,- een of meerdere (gebruikte) plastic bakken met resten van potgrond,- een of meerdere (gebruikte) stekblokjes,- 3, althans een of meerdere, snelheidsregelaars,- een tijdschakelaar,- een ventilator,- 7, althans een of meerdere, kachels,- 2, althans een of meerdere, luchtbevochtigers,- een temperatuurventilatieregelaar,- 2, althans een of meerdere, water-, beluchting- en dompelpompen en/of- 5, althans een of meerdere, Hygro-ph/ec en thermometers,waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feiten 1 tot en met 3 geldt dat verdachte in de woning is aangetroffen, die volgens de politie duidelijk was ingericht als hennepkwekerij en waar de politie en eerder ook al buren een sterke henneplucht roken. Verder zijn in verdachtes telefoon berichten aangetroffen die te maken hebben met deze hennepkwekerij. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feiten 1 tot en met 3 heeft zij aangevoerd dat verdachte geen aandeel had in de hennepkwekerij. Het procesdossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten of dat verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd met betrekking tot de hennepkwekerij. Zelfs als hij enkele klusjes in de woning zou hebben verricht, maakt dat hem nog niet tot een medepleger. Ten aanzien van feit 4 geldt dat de voorwerpen die in de schuur van verdachte zijn aangetroffen in zodanige staat waren dat die niet zonder meer konden worden gebruikt voor het inrichten van een (functionerende) hennepkwekerij. Beoordeling door de rechtbank Feiten 1 tot en met 3 De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. De rechtbank constateert dat verdachte zich op 6 december 2023 bevond in de woning aan [adres] in Nijmegen, waar de politie een in werking zijnde hennepkwekerij aantrof. Verdachte heeft een aantal berichten verstuurd en ontvangen. Zo ontving hij op 5 december 2023 van ‘ [naam] ’ (een van zijn medeverdachten) de berichten: ‘Had vorige zoon brief gekregen van liander dat ik de meterstand moest doorgeven (…) Dienjongen had afspraak hemaakt voor donderdag tussen lien 1. Is het beter om de kabel weg te halen of’. Hierop heeft verdachte niet gereageerd. Op 6 december 2023 ontving verdachte van diezelfde persoon de volgende berichten: ‘Als jij niks te doen hebt kom peukje roken ben bij die hoge flat. Die opti ga me weer code 2 aan (…) Is volgens mij zelfee als die van laasts’. Verdachte antwoordt hierop met ‘Oke zie je zo’. Van de overige berichten in de telefoon van verdachte is de rechtbank niet gebleken hoe zij kunnen worden gerelateerd aan de door de politie aangetroffen hennepkwekerij. Verdachte heeft verklaard dat hij op 6 december 2023 door één van de medeverdachten was gevraagd om een slot te komen repareren in voornoemde woning. Hij had geen weet van de hennepkwekerij en had daar ook niets mee te maken. De rechtbank overweegt dat de enkele aanwezigheid van verdachte in de woning, waarin zich een in werking zijnde hennepkwekerij bevond, onvoldoende is voor het oordeel dat hij heeft deelgenomen aan het runnen ervan. Dit geldt zelfs indien juist is dat hij, gezien de lucht die in de woning hing en de zichtbare voorwerpen die op de aanwezigheid van een kwekerij wezen, had moeten weten dat hij zich ter plaatse van zo’n hennepkwekerij bevond. Ter plaatse zijn geen technische sporen aangetroffen die wijzen op zijn actieve bemoeienis met de kwekerij. Zijn verklaring dat hij aanwezig was om een slot te repareren, vindt steun in het feit dat het slot gedemonteerd werd aangetroffen. Dat zijn betrokkenheid met de woning groter is geweest, blijkt niet uit de hiervoor aangehaalde berichten uit zijn telefoon. Immers, uit deze berichten kan worden afgeleid dat hem af en toe werd gevraagd wat klusjes in de woning te verrichten. Hieruit, noch uit de overige inhoud van het procesdossier, kan worden afgeleid dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten. Er lijkt geen sprake te zijn geweest van een onderlinge taakverdeling, anders dan dat verdachte af en toe een klusje in de woning verrichtte. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat medeplegen niet is komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte aan het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. De rechtbank is van oordeel dat de rol van verdachte eveneens onvoldoende is om als (zelfstandige) pleger van de tenlastegelegde feiten te worden aangemerkt. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van de hem onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten. Feit 4 Op 11 januari 2024 troffen verbalisanten in de garagebox aan [adres] de volgende goederen aan: 2 Opticlimates, 70 assimilatielampen, een schakelbord, 2 slakkenhuizen, 3 transformatoren, een koolstoffilter, 9 gebruikte droogrekken, 5 gebruikte afzuigslangen, meerdere gebruikte plastic bakken met resten van potgrond en gebruikte stekblokjes, 3 snelheidsregelaars, een tijdschakelaar, een ventilator, 7 kachels, 2 luchtbevochtigers, een temperatuurventilatieregelaar, 2 water-, beluchting- en dompelpompen en 5 Hygro-ph/ec en thermometers. Volgens de verbalisanten zijn de assimilatielampen, het schakelbord, de slakkenhuizen, de transformatoren, het koolstoffilter, de droogrekken en de afzuigslangen allemaal goederen die worden gebruikt bij het bedrijfsmatig kweken van hennep. Volgens een andere verbalisant, een taakaccenthouder hennep, drugscriminaliteit en ondermijning, zijn dit attributen die enkel en alleen dienen om een hennepkwekerij op te zetten. Deze hoeveelheden kunnen bijna geen ander doel dienen dan illegale toepassingen. De huurder van deze garagebox was verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij eerder genoemde voorwerpen in zijn garagebox heeft neergezet. Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorwerpen niet compleet of niet in werkende staat waren. De verbalisanten hebben de staat van de aangetroffen goederen duidelijk omschreven. Ze relateren dat (een aantal van) deze voorwerpen gebruikssporen vertoonden die wijzen op eerder gebruik. Dat wil niet zeggen dat deze goederen zodanig kapot of vergaan waren dat deze niet opnieuw gebruikt hadden kunnen worden. De rechtbank gaat ervan uit dat de verbalisanten, die hun proces-verbaal op ambtseed hebben opgemaakt, dit zouden hebben gerelateerd als dit wel het geval was geweest. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de verklaring van verdachte op dit punt. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen voorhanden heeft gehad, terwijl hij, gelet op de aard van, de combinatie van en de hoeveelheid aan voorwerpen, ernstige reden had om te vermoeden dat deze bestemd waren voor het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 4. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Nijmegen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden heeft gehad, te weten- 2, althans een of meerdere, Opticlimates,- 70, althans een of meerdere, assimilatielampen,- een schakelbord,- 2, althans een of meerdere, slakkenhuizen,- 3, althans een of meerdere, transformatoren,- een koolstoffilter,- 9, althans een of meerdere, (gebruikte) droogrekken,- 5, althans een of meerdere, (gebruikte) afzuigslangen,- een of meerdere (gebruikte) plastic bakken met resten van potgrond,- een of meerdere (gebruikte) stekblokjes,- 3, althans een of meerdere, snelheidsregelaars,- een tijdschakelaar,- een ventilator,- 7, althans een of meerdere, kachels,- 2, althans een of meerdere, luchtbevochtigers,- een temperatuurventilatieregelaar,- 2, althans een of meerdere, water-, beluchting- en dompelpompen en/of- 5, althans een of meerdere, Hygro-ph/ec en thermometers,waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 4: voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft oplegging van een voorwaardelijke taakstraf bepleit. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van voorwerpen waarmee een hennepkwekerij had kunnen worden ingericht. Dit is een ernstig strafbaar feit, waarmee hij een bijdrage heeft geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in Nederland. Door de handel in en het gebruik van verdovende middelen wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Bovendien veroorzaken drugs veelal, direct en indirect, vele vormen van criminaliteit. De rechtbank neemt verdachte die bijdrage aan dit alles kwalijk. De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het strafblad van verdachte d.d. 17 september 2024 blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar niet met politie of justitie in aanraking is gekomen. Conclusie Alles overwegende en gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken wordt opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke taakstraf op zijn plaats is. Voor een voorwaardelijke taakstraf, zoals door de verdediging is bepleit, ziet de rechtbank geen ruimte, gelet op de grote hoeveelheid aan goederen die is aangetroffen. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 11 a van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten; verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op een taakstraf van 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen; beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. J.M. Klep en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2025. mr. Van Breevoort-de Bruin, mr. Klep en mr. Aalbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023571573, gesloten op 10 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 358-359 en een geschrift, te weten een ruimlijst hennep, p. 407. Proces-verbaal van bevindingen, p. 359. Proces-verbaal van bevindingen, p. 428. Proces-verbaal van bevindingen, p. 429 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 488. Verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 15 september 2025.