← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11817

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.260530.24 Datum uitspraak : 30 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. D.R. Kops, advocaat in Breukelen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

  1. hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 19 juni2024 te [woonplaats] , gemeente Epe, althans in Nederlandmeermalen, althans eenmaal,(telkens) opzettelijkheeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine),- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine), cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  2. hij op of omstreeks 12 juni 2024 te [woonplaats] , gemeente Epeopzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 61,21 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/ofongeveer 17,40 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezenkrachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  3. hij op of omstreeks 12 juni 2024 te [woonplaats] , gemeente Epeopzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 74 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesjeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat verdachte partieel vrijgesproken moet worden ten aanzien van de periode. Het verkopen van drugs kan slechts over een periode van ongeveer een maand bewezen worden. Ten aanzien van feit 2 kan de aanwezigheid van amfetamine bewezen worden. De aanwezigheid van MDMA kan niet bewezen worden en verdachte moet daarvoor partieel vrijgesproken worden. Feit 3 kan wettig en overtuigend bewezen worden. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van feit 1 In de woning waar verdachte ingeschreven stond (chalet [nummer] aan [adres] in [woonplaats] ), de woning waar hij verbleef (chalet [nummer] ), en de caravan staande op het terrein van chalet [nummer] heeft een doorzoeking plaatsgevonden, waarbij de politie verschillende soorten drugs aangetroffen, waaronder hasj, speed en XTC-pillen. Vervolgens is de telefoon van verdachte in beslag genomen en onderzocht. Op deze telefoon zijn verschillende chats aangetroffen over de periode van 2 juni 2025 tot en met 11 juni
  5. Zo is er een gesprek met [naam] van 5 juni 2024, waarin staat: [naam] : Vanavond maar even uittesten dan, Doe ma 5, als je eind middag kan Verdachte: scool bro ik hoor je wel [naam] : aii kwart over 5 appie Verdachte: Of 5 max ben ik er bro rij nu bij apd ben omw naar epe [naam] : Ja 5 red ik wel maar dan wel weer in uniform, Red 5 niet man heb geen 50 bij en geen pinpas dus red alleen kwart over of vanavond Verdachte: Poe ja kwart over is goed bro ik kan je ook op pikken ff met je naar de bank rijden desnoods [naam] : Dat is niet nodig maat, Ben over 2 min thuis kleed ik me om en pak ik me pas Verdachte: Ik ben gemeente, ben je daar bro [naam] : loop wel naar jou Verdachte: Cool bro [naam] : is lekker weer bro. Verder is er een gesprek met [naam] tussen 5 juni 2024 en 10 juni 2024: Verdachte: bij die flatjes? [naam] : 2 min, blijf wa je bent Verdachte: oke bij flatje ik ben. Verdachte heeft hierover ter zitting verklaard dat hij [naam] wel kent. Verdachte heeft hierover ter zitting verklaard: het kan wel zijn dat ik aan hen iets heb verkocht. Ik zat in die periode ook aan de drugs, dus ik kon het ook snel voorhanden krijgen. Ook waren nog er chats met ‘ [naam] ’ ( [getuige 1] ) en ‘ [naam] ’ ( [getuige 2] ). Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat deze gesprekken over drugs gingen. Het gesprek met [naam] zou over XTC-pillen of speed kunnen gaan. Verdachte verklaart dat hij wel eens drugs verkocht aan vrienden of kennissen. [getuige 1] en [getuige 2] zijn beiden gehoord bij de politie op 4 augustus 2024 en vervolgens bij de rechter-commissaris op 22 mei
  6. Zowel [getuige 1] als [getuige 2] leggen bij de rechter-commissaris een verklaring af die afwijkt van hun verklaringen bij de politie. De verdediging trekt de verklaringen afgelegd bij de politie in twijfel. De rechtbank hecht evenwel meer waarde aan de verklaringen afgelegd bij de politie dan aan de verklaringen afgelegd bij de rechter-commissaris. De verklaringen bij de politie zijn namelijk kort na het feit afgelegd en zijn (zeer) concreet. De rechtbank gaat wel behoedzaam om met de verklaringen van deze getuigen omdat ze in de periode waarin zij hebben verklaard drugs gebruikten. Bij de politie verklaarde [getuige 1] - toen hem een foto van verdachte werd getoond - dat deze persoon de drugsdealer is waar hij voornamelijk cocaïne, maar ook XTC en een keer speed van heeft gekocht. Dit was vanaf november/december 2023 tot aan juli
  7. Op 19 juli 2024 was de laatste keer. In die maanden heeft hij zes à zeven keer gekocht van deze dealer. [getuige 2] verklaart onder andere dat verdachte een vaste cocaïnedealer van haar is geweest. Zij kocht ongeveer drie keer per week bij hem in de periode van juli/augustus 2023 tot aan juli
  8. Verdachte kwam de drugs aan de deur bij getuige verkopen. Omdat de rechtbank behoedzaam omgaat met deze afgelegde verklaringen, zal de rechtbank de verklaringen alleen meenemen op die punten waar zij met elkaar overeenkomen. Zowel [getuige 1] als [getuige 2] verklaren dat zij bij verdachte cocaïne kochten. Deze verklaringen vinden bovendien steun in de verklaring van verdachte dat hij cocaïne gebruikte en dus voorhanden had. De rechtbank zal daarom ook het verkopen van cocaïne bewezen verklaren. In de afgelegde verklaringen ziet de rechtbank tevens bewijs dat verdachte al sinds langere tijd drugs verkocht, en niet – zoals de verdediging bepleit – gedurende slechts een maand. De rechtbank zal voor wat betreft de periode uitgaan van de periode waarover beide getuigen verklaren, namelijk december 2023 tot en met juli
  9. Concluderend acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van december 2023 tot aan 19 juni 2024 (de ten laste gelegde einddatum) MDMA, cocaïne en amfetamine verkocht, afgeleverd en verstrekt heeft. Ten aanzien van feit 2 Verdachte stond op 12 juni 2024 ingeschreven op [adres] te [woonplaats] . Op 12 juni 2024 is de politie binnengetreden bij deze woning en heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in ruimtes, waaronder woningen, gelegen aan [adres] te [woonplaats] . Chalet nummer [nummer] werd betreden door de politie. Verdachte werd in deze woning aangetroffen. In de schuur aan de achterzijde van chalet [nummer] werden in een wit plastic bakje drie plastic zakjes aangetroffen met daarin een witte substantie. Deze 17,40 gram witte substantie is onderzocht door het NFI. De conclusie was dat de witte substantie amfetamine bevatte. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat deze amfetamine van hem was. Ook de Tabbert toercaravan die ter hoogte van chalet nummer [nummer] stond werd betreden en doorzocht. In deze caravan werden diverse poststukken aangetroffen, waaronder een aangetekende brief geadresseerd aan verdachte. In het opbergvak midden boven de rondzit werd een wit plastic bakje aangetroffen met daarin een plastic zak met diverse gekleurde pillen. De bemonstering van deze 137 pillen is onderzocht door het NFI. De conclusie was dat de bemonstering MDMA bevat. Het totaalgewicht van de pillen was 61,21 gram. Verdachte heeft verklaard dat de caravan van zijn moeder was, maar dat zij er eigenlijk nooit kwam. Verdachte kwam wel eens in de caravan, om post neer te leggen. Dat was misschien één a twee keer in de maand. Hij heeft er ook wel eens in geslapen. Overwegingen Om tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben (te weten: in de zin van artikel 2 van de Opiumwet) te kunnen komen, dient uit de bewijsmiddelen te blijken dat de ten laste gelegde hoeveelheid MDMA zich in de machtssfeer van de verdachte heeft bevonden en dat bij de verdachte (een zekere mate van) wetenschap bestond ten aanzien van de aanwezigheid van die MDMA. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. (vgl. HR 28 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8903; ECLI:NL:HR:2023:498 met ECLI:NL:PHR:2023:396). De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de MDMA zich in de machtssfeer van verdachte heeft bevonden en of hij wetenschap had van de aangetroffen MDMA. De rechtbank overweegt dat verdachte stond ingeschreven op het terrein waarop de caravan is aangetroffen. De caravan was van zijn moeder en was niet afgesloten. Verdachte had hier dus ook toegang toe. Dat verdachte ook gebruik maakte van de caravan blijkt uit zijn eigen verklaring en uit het feit dat daarin een aangetekend poststuk op zijn naam is aangetroffen. Bovendien zijn er niet veel andere spullen in de caravan aangetroffen, maar de spullen die zijn aangetroffen (zoals het vizier) behoorden aan verdachte toe. Als uitgangspunt geldt dat aangenomen wordt dat een gebruiker van een woonruimte weet wat zich daarin afspeelt en beschikkingsmacht heeft over alles wat zich in de woonruimte bevindt. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als verdachte een aannemelijke verklaring heeft voor het tegendeel. Dit is hier niet het geval. Hoewel het slot van de caravan kapot was, zijn er geen aanwijzingen dat de caravan door anderen dan verdachte gebruikt of betreden werd. Tevens acht de rechtbank het onaannemelijk dat een onbekende derde zijn drugs zou opbergen in een caravan van iemand anders, op iemand anders terrein. Verdachte heeft bovendien verklaard dat hij zelf (XTC-)pillen gebruikte en soms aan vrienden verkocht. Dat betekent dat verdachte dus XTC-pillen in eigendom moet hebben gehad. De aanwezigheid van de XTC-pillen in de caravan sluit daarom bij die verklaring aan. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, naast de 17,40 gram amfetamine ook de 61,21 gram MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad. Ten aanzien van feit 3 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen, p. 28; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 234, 235; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 september
  10. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
  11. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van december 2023 tot en met 19 juni 2024 te [woonplaats] , gemeente Epe, althans in Nederlandmeermalen, althans eenmaal,(telkens) opzettelijkheeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine),- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine), cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  12. hij op of omstreeks 12 juni 2024 te [woonplaats] , gemeente Epeopzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 61,21 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/ofongeveer 17,40 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  13. hij op of omstreeks 12 juni 2024 te [woonplaats] , gemeente Epeopzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 74 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesjeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd feit 2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd feit 3: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten worden opgelegd, maar een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, amfetamine en hennep. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan dealen van harddrugs gedurende enkele maanden. Drugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving. Achter de wereld van de drugshandel gaat een hele illegale wereld schuil, die draait op een eigen economie en waarin geweld niet wordt geschuwd. Het handelen van verdachte is een schakel in deze vorm van criminaliteit. Deze strafbare gedragingen dienen dan ook te worden bestreden. De rechtbank heeft gekeken naar de oriëntatiepunten die de rechtbanken met elkaar hebben vastgesteld. Het uitgangspunt voor het voorhanden hebben van in totaal 78,61 gram harddrugs is een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur. Het uitgangspunt voor het voorhanden hebben van een hoeveelheid van tussen de 30 en 100 gram softdrugs is een geldboete van € 200,-. Voor het dealen van harddrugs geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als richtsnoer. De rechtbank is van echter oordeel dat het dossier de indruk geeft dat verdachtes dealen niet zo intensief of professioneel was. Verdachte lijkt bovendien alleen te hebben gehandeld. De rechtbank heeft ook acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 6 september
  14. Verdachte heeft in 2020, minder dan vijf jaren voor het plegen van onderhavige feiten, een werkstraf gekregen voor ecstacy- en wiethandel. Ter terechtzitting heeft verdachte samen met zijn raadsman zijn persoonlijke omstandigheden toegelicht. Hij heeft na de tenlastegelegde periode een positieve draai aan zijn leven gegeven. De reclassering heeft in haar rapport van 10 december 2024 het drugsgebruik van verdachte als direct delict gerelateerde factor bestempeld. Verdachte is echter inmiddels op eigen kracht gestopt met het gebruiken van drugs. De rechtbank heeft zonder tegenbericht en nu verdachte sinds zijn aanhouding op 12 juni 2024 niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest, geen reden om daaraan te twijfelen. De rechtbank ziet het als een zeer bemoedigende ontwikkeling dat hij gestopt is met het gebruiken van drugs. Hoewel verdachte nooit zijn middelbareschooldiploma heeft gehaald, is hij nu bezig met een opleiding en loopt hij vier dagen per week stage. Hij heeft ambities om in de zorg te gaan werken. Hij woont nog steeds op [adres] en is bezig die woning zelf op te knappen. Hij heeft zijn belastingschulden kunnen betalen en voor verdere schulden heeft hij betalingsregelingen getroffen. Er zijn mensen die verdachte helpen bij zijn financiën. Dit alles neemt de rechtbank in positieve zin mee en de rechtbank wenst deze positieve ontwikkelingen niet te doorkruisen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde persoonlijke omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een taakstraf voor de duur van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, passend. 8De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de mobiele telefoon (Xiaomi Redmi, goednummer PL0600-2024257592-3231422), die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan feit 1 is begaan, verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22b, 22c, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet; 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 maanden;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;  bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;  verklaart verbeurd de mobiele telefoon, Xiaomi Redmi, goednummer PL0600-2024257592-
  15. Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Rikken (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 september
  16. De voorzitter en griffier zijn buiten staat mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024365271, gesloten op 7 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 28-29; Rapport NFI, p. 229-233; het proces-verbaal van bevindingen, p. 234-
  17. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  18. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  19. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 september
  20. Proces-verbaal van bevindingen, p. 146-
  21. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 september
  22. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 213-
  23. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 216-
  24. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  25. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  26. Rapport NFI, p.
  27. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 september
  28. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  29. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  30. Rapport NFI, p. 229 –
  31. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 september 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.