RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Tegenspraak Parketnummer: 05.103229.23 (ontneming) Datum uitspraak : 16 september 2025 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 71.630,
- 2De procedure De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen in verband met de door de raadsman bepleite integrale vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de vordering dient te worden gematigd tot nihil in verband met persoonlijke omstandigheden van verdachte. Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit dat een substantieel lager bedrag dan gevorderd kan worden toegewezen. Er moet namelijk worden uitgegaan van een ontnemingsperiode van 13 oktober 2020 tot en met 27 maart
- In die periode zou voordeel genoten zijn uit maximaal 7 oogsten. De opbrengst van deze oogst zou niet 3335,40 gram per oogst zijn, maar 2435,10 gram per oogst. Totaal zou de berekening dan uitkomen op € 20.945,16 per verdachte (in het geval van drie verdachten). 3De beoordeling van de vordering Bij vonnis van heden is de heer [veroordeelde] onder meer veroordeeld wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” in de periode van 25 januari 2023 tot en met 27 maart
- Aan veroordeelde is opgelegd een taakstraf voor de duur 100 uren en 1 maand gevangenisstraf geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat verdachte ook eerder betrokken is geweest bij het exploiteren van een hennepkwekerij en daaruit wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De rechtbank verwijst voor de bewijsmiddelen naar het vonnis. Aantal oogsten Het is onbetwist dat er meerdere oogsten zijn geweest. Het resultaat van maximaal twee van deze oogsten is ook aangetroffen in de kweekruimte en in beslag genomen. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag hoeveel oogsten er totaal geweest zijn. Medeveroordeelde [medeveroordeelde] heeft tegenover de politie verklaard dat de kwekerij sinds 2020 actief is en dat hij drie oogsten per jaar heeft gehad. Volgens [medeveroordeelde] heeft hij minimaal zeven keer geoogst. Per oogst zou de opbrengst drie tot vier kilogram zijn geweest. Zoals in het vonnis reeds uiteen is gezet, gaat de rechtbank ervan uit dat er in de chats gesproken werd over de hennepproductie onder de verhullende term ‘dossiers’, maar kan de rechtbank niet vaststellen op welke momenten over werkelijke (juridische) dossiers werd gesproken en op welke momenten het woord ‘dossiers’ werd gebruikt om verhullend over hennep te spreken. Daarom zal de rechtbank aansluiten bij de verklaring van medeveroordeelde [medeveroordeelde] over het aantal oogsten, te weten zeven. Opbrengst per oogst De rechtbank zal de raadsman niet volgen in zijn standpunt dat de opbrengst per oogst 2435,10 gram zou moeten zijn. De raadsman argumenteert daartoe dat in het dossier staat dat de aangetroffen hennep van 4870 gram twee oogsten zou betreffen en dat het gewicht van één oogst dus de helft daarvan bedraagt. Dit is onjuist. In het dossier leest de rechtbank dat het niet bekend is van hoeveel oogsten de aangetroffen hennep afkomstig is en of er al een deel van de oogst was verhandeld. Er vanuit gaande dat één oogst 3,3354 kilo zou opbrengen, gaat de politie ervanuit dat de oogst van maximaal twee teelten werd aangetroffen, zo staat in de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank gaat daarom uit van de opbrengst zoals die in het rapport gegeven wordt. 102 planten maal 32,7 gram opbrengst per plant = 3.335,4 gram (is 3,3354 kilo) De verkoopprijs bedraagt dus minimaal per kilo hennep € 4.070,-. De bruto opbrengst per oogst is minimaal 3,3354 kilo hennep maal € 4.070,- = € 13.575,
- Kostenberekening per oogst Afschrijvingskosten € 150,- Hennepstekken € 388,62 (€ 3,81 per stek) Variabele kosten € 395,76 (€ 3,88 per stek) Elektriciteitskosten - Kosten knippers - Huisvestingskosten - Totaal € 934,38 -/- De netto opbrengst per oogst € 12.640,70 Nu de rechtbank er vanuit gaat dat er zeven oogsten zijn geweest, en de opbrengst van maximaal twee oogsten in beslag is genomen, zal de rechtbank uitgaan van vijf oogsten en aldus de netto opbrengsten per oogst vervijfvoudigen. Samenvattend is de rechtbank op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen van oordeel, dat veroordeelde en zijn medeverdachten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen tot een bedrag van (€ 12.640,70 maal 5) € 63.203,
- 4De betalingsverplichting De rechtbank overweegt dat uit het dossier niet blijkt hoe de verdeling van de opbrengst is geweest tussen veroordeelde en medeverdachten. [medeveroordeelde] heeft tegenover de politie verklaard dat hij en zijn partner de opbrengst samen 50/50 deelden. De rechtbank gaat er echter op basis van de chats vanuit dat er nog minimaal een andere derde bij de kwekerij betrokken was. Het is onduidelijk of deze derde ook deelde in de opbrengst, een vast honorarium uitbetaald kreeg of op een andere manier deelde in de winst. Dat honorarium zou dan nog tot de kosten moeten behoren. De rechtbank zal daarom een naar redelijkheid te bepalen gedeelte van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde toerekenen. Aangezien er in ieder geval drie personen betrokken zijn geweest, zal de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel evenredig door drieën delen. Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde komt daarmee uit op € 21.067,
- De persoonlijke omstandigheden van veroordeelde zijn voor de rechtbank onvoldoende reden om het geldbedrag te matigen, omdat zijn financiële situatie in de toekomst mogelijk beter wordt. De rechtbank zal het bedrag van € 21.067,83 daarom toewijzen. 5De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 6De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 21.067,83; - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag; - bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 50 dagen. Aldus gegeven door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. W.H.S. Duinkerke en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september
- Mr. C.L.A. van der Veeken is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023455824, gesloten op 10 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.
- Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p.
- Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 376 - 377.