← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11834

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/296576-24 Datum uitspraak : 29 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. J.G.D. Rutten, advocaat in Hilversum. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 61 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de hij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 september 2023 tot en met 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan LianderN.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 159 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft het zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen, p. 21-22; - het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 34-37; - het proces-verbaal bevindingen buurtonderzoek, p. 109; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 132-133; - het proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens Liander, p. 168; - een geschrift, te weten een aangifte door Liander, p. 170-171; - het proces-verbaal van bevindingen nr. 14, p. 29-32; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 september 2025. Op basis hiervan acht de rechtbank alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 3. De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1.hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 61 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de hij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 september 2023 tot en met 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan LianderN.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  4. s)toebehoorde(
  5. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 159 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: medeplegen van in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 5. De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6. De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een straf overeenkomstig de LOVS-oriëntatiepunten. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van het feit Verdachte heeft zich ongeveer drie maanden lang met een medeverdachte schuldig gemaakt aan het runnen van een hennepkwekerij en diefstal van stroom in een woning in een appartementencomplex. Er zijn meerdere oogsten geweest. Hennep bevat de stof THC die schadelijk is voor de volksgezondheid en daarom door de wetgever op lijst II van de Opiumwet is geplaatst. In het algemeen geldt voor verdovende middelen dat zij verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruiker zelf. Het is verder een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaat met verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt toegebracht en waarvan door de maatschappij overlast wordt ervaren. Met het telen van hennep heeft verdachte een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van verslavingen en het criminele drugscircuit en de daarmee gepaard gaande randcriminaliteit. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Daarnaast voldeed volgens Liander de elektriciteitsaansluiting waarmee de stroom illegaal werd afgenomen niet aan de veiligheidsvoorschriften, waardoor gevaar voor goederen en zelfs levensgevaar voor anderen te duchten is geweest. Verdachte heeft geen oog gehad voor deze gevaren, maar heeft zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen financieel gewin. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk. Persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het strafblad van verdachte d.d. 17 september 2024 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet. Kennelijk heeft verdachte hier geen lering uit getrokken, want het heeft hem er niet van weerhouden onderhavige feiten te plegen. Conclusie De rechtbank overweegt dat volgens de LOVS-oriëntatiepunten normaal gesproken een geldboete wordt opgelegd voor het houden van een hennepkwekerij met 67 planten en het bezit van 159 gram hennep. In dit geval is echter ook sprake van diefstal van stroom en is er in totaal twee keer geoogst. Maar vooral vanwege het feit dat de hennepkwekerij zich bevond in een appartement in een grote flat en er sprake was van brandgevaar door de illegale afname van stroom acht de rechtbank een taakstraf, in plaats van de door de verdediging bepleite geldboete overeenkomstig de LOVS-oriëntatiepunten, passend en geboden. Dit is een lagere taakstraf dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank het belangrijk vindt dat verdachte en zijn medeverdachte op gelijke wijze worden bestraft. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis. 8. De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 22 c, 22d, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht; - 3 en 11 van de Opiumwet. 9. De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  legt op een taakstraf van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. J.M. Klep en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2025. mr. Van Breevoort-de Bruin en mr. Aalbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023571573, gesloten op 10 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.