← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11844

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05-840899-18 Datum uitspraak: 19 december 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] geboren op [geboortedatum 1] 1993 te [geboortedatum 2] , verblijvende te FPC [kliniek] te [plaats] raadsman: mr. C.J.J. Kwint, advocaat te 's-Gravenhage Procedure Betrokkene is bij vonnis van 7 november 2019 van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 341 dagen en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Bij beslissing van 11 december 2020 is de terbeschikkingstelling omgezet en is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. Deze beslissing is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 9 september 2021 bevestigd. De maatregel is het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 15 december 2023. Bij vordering van 8 oktober 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken: het adviesrapport van de kliniek van 22 september 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Het onderzoek ter terechtzitting Ter zitting van 8 december 2025 zijn gehoord: - betrokkene; - voornoemde raadsman; - de deskundige S. Vermeer, GZ-psycholoog en regiebehandelaar; - de officier van justitie, mr. A.C. Diesfeldt. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting de vordering toegelicht en daarin volhard. Het standpunt van betrokkene De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene begrijpt dat hij nog minstens 2 jaar terbeschikkingstelling nodig heeft. De beoordeling Indexdelict De terbeschikkingstelling is opgelegd voor twee bedreigingen met zware mishandeling. De rechtbank heeft bij de omzetting naar dwang overwogen dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd. Stoornis Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en een andere gespecificeerde, disruptieve, impulsbeheersing- of andere gedragsstoornis. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel Na overplaatsing naar de uitstroom- en resocialisatieafdeling [afdeling] op 9 december 2024 zijn de behandelinterventies voortgezet. Ook is in december 2024 onbegeleid verlof aangevraagd. De uitgevoerde verloven zijn naar wens verlopen. Betrokkene is gestart met de terugvalpreventieplan-groep. Verder is hij gestart met een emotieregulatietraining bij de vaardigheidstrainer in het FPC. Sinds de lente/zomer van 2025 komt ongewenst gedrag steeds vaker voor. Betrokkene ontwijkt bepaalde behandelaren en legt de reden hiervan buiten zichzelf. Hij vertrouwt hen niet en wil daarom zijn kwetsbare kant niet laten zien. Ook heeft betrokkene veel last van depressieve gevoelens en negatieve gedachten. Deze momenten van in conflict zijn met het behandelteam en zichzelf zijn een bekend patroon. Ook zijn suïcidale gedachten namen toe, waarna betrokkene op 31 augustus 2025 een suïcidepoging heeft ondernomen door inname van 90 paracetamol. Hierop is er acuut overgegaan op een dwangbehandeling met clozapine. De komende periode zal een nieuwe balans gevonden moeten worden in de draagkracht en draaglast van betrokkene, ook rondom het weer opstarten van verloven. Ter zitting heeft de deskundige het rapport aangevuld in die zin dat betrokkene op dit moment EMDR- en schematherapie volgt. De kliniek ziet de positieve werking van de clozapine ondanks dat betrokkene aangeeft bijwerkingen te ervaren. Voor minder of geen medicatie is geen ruimte, gelet op het incident dat recent heeft plaatsgevonden. Er is sinds de dwangmedicatie weer meer ruimte voor gesprek met betrokkene en minder vijandigheid. De komende tijd is de kliniek in afwachting van het weer mogen opstarten van het verlof en wordt er gefocust op behandeling en het verder opbouwen van een goede samenwerking tussen de kliniek en betrokkene. Recidivegevaar Indien de tbs-maatregel of het toezicht beëindigd wordt en betrokkene zonder het externe toezicht, structuur, begeleiding en controle in de maatschappij zou verblijven wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Ook bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Betrokkene heeft zijn spanningen en frustraties op dit moment nog onvoldoende onder controle, waardoor een volgende stap nog niet aan de orde is. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling of voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onverminderd groot is. Conclusie De rechtbank overweegt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn en dat de risico's op recidive onverminderd hoog zijn bij (voorwaardelijke) beëindiging van de maatregel. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereisen. In de komende periode moet worden bekeken of betrokkene verder kan worden gestabiliseerd en de vrijheden en verantwoordelijkheden opnieuw kunnen worden opgebouwd. Voorts moet worden onderzocht welk uitstroomtraject haalbaar is binnen de mogelijkheden van betrokkene. De verwachting is dan ook niet dat binnen een jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De maatregel zal dan ook worden verlengd met een periode van twee jaren. De beslissing De rechtbank: - verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met 2 (twee) jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. A.T.G. van Wandelen, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. M.G.E. ter Hart als rechters in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.