← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11845

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.169350.25 Datum uitspraak : 15 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] (Colombia), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] . raadsman: mr. R. Stam, advocaat in Doetinchem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is na toewijzing van een vordering nadere omschrijving feiten ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan de [adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meerdere goederen, te weten: - een of meerdere (gouden en/of zilveren) sieraden en/of - een of meerdere horloges en/of - een geldbedrag (van in totaal ongeveer 1200 euro) en/of - een of meerdere zilveren bestek en/of - een of meerdere diploma's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)toebehoorde(
  3. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  4. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op of omstreeks 31 mei 2025 [adres] te [plaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere goederen, te weten: - een of meerdere zilveren bestek heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  5. s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en, althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)voorgenomen misdrijf om in een of meer woningen en/of op een of meer besloten erven waarop een woning stond, te weten een of meer woningen gelegen aan de [adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)zich (telkens) buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  8. s)toebehoorde(
  9. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich (telkens) wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel door: - naar de voordeur van de woning is toegelopen en/of - ( vervolgens) door het raam naar binnen heeft gekeken en/of - ( vervolgens) aan de deurknop heeft gevoeld en/of - ( vervolgens) middels de (regen)pijp het balkon is opgeklommen en/of - ( vervolgens) een (zwart) voorwerp naar beneden heeft gegooid en/of - ( vervolgens) met een (zwart) voorwerp in zijn hand heen en weer heeft gelopen en/of - ( vervolgens) een wuifbeweging met zijn hand heeft gemaakt, waarop het leek dat de andere medeverdachte naar beneden kon komen en/of - ( vervolgens) een of meerdere malen op de deurbel heeft gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 3], gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, feit 2 en feit 3. Wat betreft feit 1 primair heeft de officier van justitie gevorderd [verdachte] partieel vrij te spreken voor de opgenomen goederen. Alleen het wegnemen van de zilveren bestekset kan wettig en overtuigend worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 kan niet worden bewezen dat [verdachte] en de medeverdachten meerdere malen op de deurbel hebben gedrukt en de officier van justitie heeft gevorderd [verdachte] ook daarvan partieel vrij te spreken. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat er ten aanzien van feit 1 onvoldoende bewijs is voor het wegnemen van andere goederen dan het zilveren bestek en vraagt [verdachte] daarvan partieel vrij te spreken. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de raadsman geen verweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Feit 1 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 162-163 met bijlagen p. 165-182; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 194-196 met bijlagen p. 197-203. - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 december 2025. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] samen met een ander de deur van de woning aan de [adres] in [plaats 1] heeft geforceerd door middel van een lange ijzeren staaf waarna hij naar binnen is gegaan, de woning heeft doorzocht en een zilveren bestekset heeft meegenomen. Voor de andere op de tenlastelegging opgenomen goederen is onvoldoende bewijs dat deze door [verdachte] of een medeverdachte is weggenomen. De rechtbank zal [verdachte] daarvan partieel vrijspreken. Doordat de deur is geforceerd met een ijzeren staaf, is er wettig en overtuigend bewijs voor diefstal uit een woning met braak. Feit 2 Op 31 mei 2025 ontving [aangever 3] via de app van het camerasysteem bij zijn woning aan de [adres] in [plaats 1] meerdere meldingen van beweging terwijl hij niet thuis was. Het betrof beelden van de deurbelcamera en andere camera’s rondom de woning. Op de deurbelcamera was te zien dat persoon 1 om 18.21 uur 4 keer aanbelt. Op de andere beelden zag [aangever 3] dat persoon 1 om 18.23 uur aanklopt op het raam van de woning. Vervolgens was te zien dat persoon 1 om 18.25 uur samen met persoon 2 onder het balkon staat, waarna persoon 1 via de muur naar het balkon klimt. Enkele minuten later kwam persoon 1 weer naar beneden. Beide personen liepen vervolgens naar de achterzijde van de woning, waarbij persoon 2 ergens naar wees, waarna zij via de bosjes uit beeld verdwenen. De politie bekeek de camerabeelden van de woning waarop 2 personen te zien waren. Verbalisant zag dat persoon 2 naar boven wees, waarna persoon 1 via de regenpijp naar boven klom. Persoon 2 liep intussen heen en weer met een zwart voorwerp in zijn hand. Op de beelden was te zien dat persoon 1 op het balkon een zwarte rugtas naar beneden gooit richting persoon 2. Persoon 2 maakte vervolgens een wuifbeweging in de richting van persoon 1, alsof die volgens hem weer naar beneden kon komen. Op camerabeelden van de zijkant van de woning was verder nog te zien te zien dat persoon 1 naar binnen keek. Persoon 1 droeg een lichtgrijze trainingsbroek met zwarte sportschoenen en persoon 2 droeg zwarte boven- en onderkleding en had een zwarte rugtas bij zich. [verdachte] heeft verklaard dat hij de persoon op de beelden is met de lichtgrijze trainingsbroek en dat hij van plan was om de woning binnen te gaan. Hij was aanwezig bij de woning met nog 2 andere personen. [verdachte] heeft verklaard dat in de zwarte rugzak, die hij aangaf aan een medeverdachte, gereedschap zat om in te kunnen breken. Conclusie De rechtbank stelt vast dat [verdachte] persoon 1 op de beelden is en dat hij samen met de medeverdachten naar de woning is gegaan met het voornemen om in te breken. De handelingen die door verdachte en zijn mededader zijn gepleegd zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf, zeker nu er gereedschap in de tas zat, [verdachte] daarvan afwist en [verdachte] de tas vanaf het balkon gaf aan de medeverdachte die beneden stond. Ook werd er meerdere malen rond de woning gelopen, aangebeld en naar binnen gekeken. Deze gedragingen vormen naar hun uiterlijke verschijningsvorm een begin van uitvoering van een woninginbraak zoals bedoeld in artikel 45 Sr. Ook is er sprake van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] samen met 2 anderen naar de woning is gereden en met 1 andere persoon rondom de woning handelingen heeft verricht, waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking en een significante bijdrage van [verdachte] . Zijn rol was van voldoende gewicht: hij klom via de regenpijp naar boven, keek naar binnen, belde meerdere malen aan en stemde af met de medeverdachte. Daarmee is er wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot woninginbraak. Feit 3 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 52-54 met bijlagen p. 55-56; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 57-58; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 december 2025. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met opzet de telefoon uit de handen van [aangever 2] heeft geslagen. 3 van de 4 cameralenzen en de achterzijde van de telefoon zijn daardoor beschadigd. Daarmee is er wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de telefoon heeft vernield. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 primair, feit 2 en feit 3 van het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan de [adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  10. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meerdere goederen, te weten: - een of meerdere (gouden en/of zilveren) sieraden en/of - een of meerdere horloges en/of - een geldbedrag (van in totaal ongeveer 1200 euro) en/of - een of meerdereeen zilveren bestek en/of - een of meerdere diploma's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  11. s)toebehoorde(
  12. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel; 2. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  13. s)voorgenomen misdrijf om in een of meer woningen en/of op een of meer besloten erven waarop een woning stond, te weten een of meer woningen gelegen aan de [adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  14. s)zich (telkens) buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  15. s)toebehoorde(
  16. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich (telkens) wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel door: - naar de voordeur van de woning is toegelopen en/of - (vervolgens) door het raam naar binnen heeft gekeken en/of - (vervolgens) aan de deurknop heeft gevoeld en/of - (vervolgens) middels de (regen)pijp het balkon is opgeklommen en/of - (vervolgens) een (zwart) voorwerp naar beneden heeft gegooid en/of - (vervolgens) met een (zwart) voorwerp in zijn hand heen en weer heeft gelopen en/of - (vervolgens) een wuifbeweging met zijn hand heeft gemaakt, waarop het leek dat de andere medeverdachte naar beneden kon komen en/of - (vervolgens) een of meerdere malen op de deurbel heeft gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 3. hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 3], gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak feit 2: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden. De officier van justitie heeft gevraagd bij strafoplegging rekening te houden met mobiel banditisme. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat er aan verdachte geen langere gevangenisstraf moet worden opgelegd dan de tijd die hij al heeft doorgebracht in voorarrest. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak en een poging daartoe. Ten aanzien van het eerste feit heeft verdachte, terwijl de bewoners niet thuis waren, een deur geforceerd, hun woning overhoop gehaald en goederen uit hun huis gestolen. Woninginbraken veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy en de veiligheidsgevoelens van de bewoners. Daarnaast zorgen woninginbraken ook binnen de samenleving in het algemeen voor gevoelens van onveiligheid. De eigen woning is bij uitstek een plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Uit de slachtofferverklaring blijkt ook in dit specifieke geval hoe aangrijpend het is geweest voor de bewoners, zowel emotioneel gezien als wat betreft de praktische nasleep van de inbraak. Verdachte heeft echter enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank vindt dit bijzonder kwalijk. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een telefoon, waarmee verdachte eveneens heeft laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 13 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld ter zake van diefstallen. Uit het uittreksel ecris van 2 juni 2025 is gebleken dat verdachte in Frankrijk in de afgelopen 5 jaren 2 keer is veroordeeld voor diefstal. De straf De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Bij recidive is het uitgangspunt voor woninginbraak een gevangenisstraf van 5 maanden. Gelet op de ernst van de feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Anders dan de raadsman heeft bepleit zal er niet worden volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij vanuit Frankrijk naar Nederland is gereisd en daar op één dag meerdere strafbare feiten heeft gepleegd, terwijl hij met de mededaders rond reed in een huurauto, inbrekerswerktuig op zak had en in een B&B verbleef. Verdachte had niets in Nederland te zoeken en is in Frankrijk bovendien al eerder veroordeeld voor diefstallen. De rechtbank ziet tegelijkertijd aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie vanwege de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Volgens de rechtbank is er geen sprake van mobiel banditisme, nu niet is gebleken van een structurele samenwerking tussen de verdachten of rondtrekken over langere afstand, zeker nu de feiten zich op één dag hebben voor gedaan. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 8 maanden met aftrek van voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van de civiele vorderingen Feit 1 De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €29.492,69,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Dit bedrag is opgebouwd uit: herstelwerkzaamheden na inbraak à €1.120,04,- schilderwerkzaamheden na inbraak à €1.182,65,- gestolen goederen à €27.190,- De benadeelde partij vordert verder vergoeding van de kosten die zijn gemaakt om een vordering in het strafproces te kunnen indienen en vervolgens daadwerkelijk schadevergoeding te krijgen. Het gaat hierbij om €919,-, opgebouwd uit: kosten taxateur à €890,- reiskosten à €23,- parkeerkosten à €6,-. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen wat betreft de kosten van de inbraakschade, de opengebroken kluis en de schoonmaakkosten ter hoogte van totaal €2.020,- met toekenning van de wettelijke rente en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen wat betreft de kosten voor het herstel van de inbraakschade, taxateur en de proceskosten. Voor de vervangingswaarde van de goederen kan een bedrag van maximaal €5.000,- worden toegewezen indien bewezenverklaard. Voor het overige deel aan materiële schade heeft de raadsman verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. Overweging van de rechtbank Voor de rechtbank staat vast dat de benadeelde partij [aangever 1] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, te weten de woninginbraak, rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De kosten voor de herstelwerkzaamheden na inbraak (€1.120,04,-) en de schilderwerkzaamheden (€1.182,65,-) zijn niet betwist. De genoemde gevorderde bedragen komen redelijk voor en zullen worden toegewezen. De benadeelde partij heeft verder een bedrag van €29.492,69,- gevorderd aan vervangingswaarde van de weggenomen goederen uit de woning en de opengebroken kluis. De rechtbank acht alleen het wegnemen van de zilveren bestekset uit de kluis bewezen. Vast staat dat de bestekset reeds aan de benadeelde partij is teruggegeven door de politie. Het gevorderde bedrag voor de vervangingswaarde van de kluis (€60,-) komt de rechtbank redelijk voor en zal worden toegewezen. Van het wegnemen van de overige goederen op de tenlastelegging wordt de verdachte vrijgesproken. Om die reden zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering. Daarnaast heeft de benadeelde partij een bedrag van €890,- gevorderd aan kosten voor de taxateur. Ook deze kosten komen door de partiële vrijspraak niet voor vergoeding in aanmerking, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in dit deel van de vordering. Ten aanzien van de proceskosten overweegt de rechtbank als volgt. De gevorderde reiskosten (€23,-) en parkeerkosten (€6,-) zijn niet betwist. De genoemde bedragen komen redelijk voor en zullen worden toegewezen. De rechtbank zal het toegewezen bedrag voor de materiële schadevergoeding van in totaal €2.362,69,- vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 31 mei 2025. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Feit 3 De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €550,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft bepleit dat de verdachte bereid is om de schade te vergoeden. Overweging van de rechtbank Voor de rechtbank staat vast dat de benadeelde partij [aangever 2] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, te weten de vernieling, rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De kosten voor de reparatie van de telefoon zijn niet betwist. Het genoemde gevorderde bedrag komt redelijk voor en zal worden toegewezen. De in het strafproces gemaakte proceskosten wordt ten aanzien van bovengenoemde benadeelde tot op heden begroot op nihil. De rechtbank zal het toegewezen bedrag voor de materiële schadevergoeding van in totaal €550,- vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 31 mei 2025. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De beoordeling van het beslag Verdachte is op 31 mei 2025 aangehouden door de politie. Verdachte had op dat moment een Samsung Z Fold bij zich, welke in beslag is genomen voor onderzoek. De rechtbank zal de teruggave van dit voorwerp (goednummer PL0600-2025253685-13) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. De rechtbank zal verder gelasten dat de inbeslaggenomen zwarte tas met inbrekerswerktuig (goednummer PL0600-2025253685-8) zal worden verbeurd verklaard, nu met betrekking tot dit goed feit 2 is begaan. De rechtbank zal verder van de overige inbeslaggenomen goederen (goednummers PL0600-2025253685-31, PL0600-2025253685-30, PL0600-2025253685-29, PL0600-2025253685-28, PL0600-2025253685-27, PL0600-2025253685-26, PL0600-2025253685-34, PL0600-2025253685-35, PL0600-2025253685-6, PL0600-2025253685-33, PL0600-2025253685-32, PL0600-2025253685-65) gelasten dat deze moeten worden teruggegeven aan de rechthebbende. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 57, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Benadeelde partij [aangever 1]  veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van €2.362,69,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op €29,-;  verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] een bedrag te betalen van €2.362,69,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 33 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; Benadeelde partij [aangever 2]  veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2] van €550,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 2] een bedrag te betalen van €550,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 11 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;  verklaart verbeurd de zwarte tas met inbrekerswerktuig (goednummer PL0600-2025253685-8);  gelast de teruggave van de Samsung Z Fold (goednummer PL0600-2025253685-13) aan de verdachte;  gelast de teruggave van de volgende goednummers (PL0600-2025253685-31, PL0600-2025253685-30, PL0600-2025253685-29, PL0600-2025253685-28, PL0600-2025253685-27, PL0600-2025253685-26, PL0600-2025253685-34, PL0600-2025253685-35, PL0600-2025253685-6, PL0600-2025253685-33, PL0600-2025253685-32, PL0600-2025253685-65) aan de rechthebbende(n);  heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de straf. Dit vonnis is gewezen door J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025253685, gesloten op 13 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte, p. 227-228. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 231-232 met bijlagen p. 234-249. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 december 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.