← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11863

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/105448-24 Datum uitspraak : 5 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] (Kenia) wonende aan [adres] . Raadsman: mr. P.L.O. van de Waarsenburg, Nijmegen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 19 januari 2024 te Nijmegen in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 325 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 januari 2023 tot en met 19 januari 2024 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 19 januari 2024 is, in een pand aan de [adres] te Nijmegen een hennepkwekerij met 325 hennepplanten aangetroffen. Verdachte was de huurder en enige bewoner van dit pand en beschikte over de sleutels ervan. Tevens maakte hij gebruik van de bij het pand behorende berging en garage. Ook van deze ruimtes had hij de sleutels. Verdachte wist van de aanwezigheid van de hennepkwekerij. In de periode van in ieder geval 6 mei 2023 tot en met 19 januari 2024 is op ditzelfde adres te Nijmegen een grote hoeveelheid stroom afgenomen zonder dat daarvoor is betaald aan netbeheerder Liander. Dit was mogelijk doordat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2, met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen bij feit 2 en dat voor feit 2 slechts vanaf de periode vanaf 6 maart 2023 bewezen kan worden verklaard dat sprake is van diefstal, omdat slechts van drie oogsten uitgegaan kan worden. Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft aangevoerd dat de hennepkwekerij zich pas vanaf januari 2024 in zijn woning bevond. Hij denkt dat een man die hij kent dit heeft opgebouwd in december 2023, toen verdachte in Antwerpen was. Bij terugkomst uit Antwerpen zag hij tot zijn verbazing ineens de hennepkwekerij in zijn woning. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft de rechtbank verzocht om aan te sluiten bij wat officier van justitie over de bewezenverklaring heeft aangevoerd. Beoordeling door de rechtbank Vanwege de samenhang tussen de feiten 1 en 2 zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken. Vrijspraak medeplegen feit 2 De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen bij feit 2 en van het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit in de periode van 14 januari 2023 tot en met 5 mei 2023. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander en dat verdachte al in de periode van 14 januari 2023 tot en met 5 mei 2023 op illegale wijze elektriciteit heeft afgenomen. De rechtbank gaat hierbij voor de pleegperiode net als de officier van justitie uit van drie eerdere productiecycli die elk 10 weken in beslag hebben genomen en de aangetroffen planten die 7 weken oud waren en komt dan uit op 6 mei 2023 als aanvangsdatum. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Nu vaststaat dat er in de woning van verdachte een hennepkwekerij is aangetroffen waarvan hij op de hoogte was en dat er in de periode van 6 mei 2023 tot 19 januari 2024 elektriciteit is gestolen, zijn de vragen die nog voorliggen of verdachte op 19 januari 2024 (ook) hennep heeft geteeld en of hij dat heeft gedaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Uit het proces-verbaal van aanhouding van verdachte blijkt dat verdachte op de vraag van de verbalisant van wie de hennepkwekerij was, heeft verklaard dat hij die via internet had besteld. Vaststaat dat hij toentertijd de huurder was van de woning aan de [adres] te Nijmegen, dat hij daar als enige woonde en dat hij als enige een sleutel had van die woning. Eveneens staat vast dat hij als enige een sleutel had van de berging en de garagebox. Verdachte heeft verklaard dat hij twee tot drie keer in de week in de garage kwam. In het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij staat beschreven dat verbalisanten in de woning van verdachte aan de [adres] twee kweekruimtes met in totaal 325 hennepplanten aantroffen. Daarnaast staat beschreven dat zij overal in de woning materiaal zagen liggen ten behoeve van de kwekerij. In de garagebox van verdachte werden 98 gebruikte potten met wortelresten en kalkaanslag en 88 gebruikte bamboestokken aangetroffen. In de berging, horende bij de woning waar de kwekerij is aangetroffen werden voorts twee gebruikte CO2-filters, een ventilatiebuis, 25 gebruikte en vervuilde potten, gebruikte en vervuilde waterslangen en een gebruikte en vuile kweektent aangetroffen. Ook werden o.a. hennepresten/hennepafval aangetroffen en werd een knipschaar met aanslag aangetroffen. Op het moment van de doorzoeking waren de planten 7 weken oud. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 19 januari 2024 hennep heeft geteeld. Gelet op de aangetroffen gebruikte spullen, de kalkaanslag en de stof die op gebruikte spullen werd aangetroffen acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen er sprake is van meerdere, gelet op de gemiddelde gebruiksduur van koolstoffilters in ieder geval drie, eerdere oogsten. Gelet op deze eerdere oogsten en de professionele wijze waarop de kwekerij was ingericht kan ook worden bewezen dat verdachte hierbij beroeps- of bedrijfsmatig heeft gehandeld. Verdachte had ook geen (ander) werk en ontving een bijstandsuitkering. Dat verdachte op 1 januari 2024 terugkwam van een maand Antwerpen en dat er toen opeens een in werking zijnde hennepkwekerij in zijn huis was, acht de rechtbank op grond van het voorgaande volstrekt onaannemelijk en wordt door de inhoud van de hierboven genoemde bewijsmiddelen weerlegd. De volgende vraag die moet worden beantwoord is of verdachte degene is die de elektriciteit in de periode van 6 mei 2023 tot 19 januari 2024 heeft weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen ook dat bewezen kan worden verklaard. Verdachte was immers de enige met een sleutel van zijn woning en niet is gebleken dat er een ander betrokken was bij de hennepkwekerij. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 19 januari 2024 te Nijmegen in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 325 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 mei 2023 tot en met 19 januari 2024 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  4. s)toebehoorde(
  5. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte de maatregel op te leggen tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen conform artikel 13d van de Opiumwet. De officier van justitie heeft gevorderd die kosten te bepalen op € 1.580,50 en de duur van de gijzeling te bepalen op ten hoogste 30 dagen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft verzocht aansluiting te zoeken bij de eis van de officier van justitie. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in de uitoefening van een beroep of bedrijf telen van hennep en aan het aanwezig hebben van 325 hennepplanten in zijn woning. Het is algemeen bekend dat grootschalige hennepteelt en de organisatie daaromheen leiden tot grote nadelige gevolgen voor de volksgezondheid en voor de maatschappij, zoals zware criminaliteit en ondermijning van de samenleving. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het stelen van elektriciteit, wat naast het duperen van de energieleverancier ook grote veiligheidsrisico’s met zich brengt. Deze risico’s hebben verdachte er echter niet van weerhouden om deze feiten te plegen. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachtes woning onderdeel was van een appartementengebouw. Verdachte heeft daarmee dus ook andere bewoners in dit gebouw in gevaar gebracht. Verdachte lijkt slechts te hebben gehandeld uit eigen belang. De rechtbank rekent dit de verdachte aan en rekent het verdachte ook aan dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Verdachte blijft tegen beter weten in zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij ontkennen. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat hij op dit moment geen woning meer heeft en dat hij weer leeft van een bijstandsuitkering, maar dat Iriszorg heeft laten weten dat verdachte bij hen in de opvang zit en dat zij ook al enige tijd in samenwerking met hun afdeling IPS (individuele plaatsing en steun) aan het kijken zijn naar een passende baan voor verdachte. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend is. De rechtbank zal daarom aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf opleggen voor de duur van 120 uur, te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Maatregel kostenverhaal De maatregel in artikel 13d van de Opiumwet maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp. De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. In de woning van verdachte aan de [adres] te Nijmegen waren namelijk stoffen aanwezig die een ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en daarnaast heeft de Staat kosten gemaakt voor vernietiging daarvan. Bij de stukken bevindt zich een factuur van Kusters facilities met een kostenoverzicht van het ontruimen van de hennepplantage, inclusief de vernietiging van hennepresten en de bij de kweek gebruikte apparatuur, grondstoffen en meststoffen. In totaal gaat het om een bedrag van € 1.580,53. De rechtbank is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet. Uit het dossier blijkt tevens dat de factuur van Kusters facilities door de Staat is betaald. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank conform de vordering van de officier van justitie aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen. Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. De maatregel die strekt tot vergoeding van een deel van de opruimkosten die de politie heeft gemaakt dient om de maatschappij te compenseren ten aanzien van de kosten die zijn gemaakt om de omgeving van de hennepplantage weer veilig te maken. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij Liander heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 51.120,25 aan materiële schade en € 1.286,20 aan incassokosten, beiden vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 17.616,69 met toekenning van de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft daarvoor aansluiting gezocht bij de bewezen verklaarde periode en heeft daarom geen rekening gehouden met de € 33.502,56 ongeregistreerd gebruik tot 1 juli 2023. Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Overweging van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank overweegt dat de vordering niet inhoudelijk is betwist. De schadeposten zijn (verder) voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Materiële schade De rechtbank gaat, in tegenstelling tot de vordering, die uitgaat van vijf eerdere oogsten, uit van drie eerdere oogsten in beide kweekruimtes. Omdat de vordering niet per oogst is geconcretiseerd, maar wel duidelijk is dat er in ieder geval vanaf 1 juli 2023 elektriciteit is gestolen, wijst de rechtbank de vordering toe tot een bedrag van € 17.616,69. Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Buitengerechtelijke incassokosten De benadeelde partij vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is op deze vordering van toepassing. De benadeelde partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De benadeelde partij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Op grond van het bepaalde in het Besluit, wijst de rechtbank een bedrag van € 880,83 toe. Dit bedrag is lager dan de benadeelde partij vordert, omdat de rechtbank voor de berekening aansluit bij het bedrag dat wordt toegewezen. Verdachte is vanaf 19 januari 2024 wettelijke rente over het bedrag (€ 17.616,69) van de diefstal van elektriciteit verschuldigd. Verdachte is vanaf 10 september 2024 wettelijke rente over het bedrag (€ 880,83) van de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 3, 10, 13 en 13d van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1 en 2, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;  bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;  legt op een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;  beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 (twee) uur in mindering wordt gebracht;  legt aan verdachte de verplichting op tot het vergoeden van een bedrag van € 1.580,53 aan de staat ter zake van kostenvergoeding in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; Vordering benadeelde partij  veroordeelt verdachte in verband met feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Liander N.V. van € 17.616,69 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  veroordeelt verdachte in verband met feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Liander N.V. van € 880,83 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 september 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;  verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.  legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij Liander N.V., een bedrag te betalen van € 17.616,69 aan materiële schade en € 880,83 aan incassokosten. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf respectievelijk 19 januari 2024 en 10 september 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 127 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;  bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. J.M. Breimer en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 september 2025. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024070381, gesloten op 20 mei 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 28 maart 2024, p. 16-18. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 22 augustus 2025. Proces-verbaal van aangifte, p. 169-172, proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2024, p. 22, 116-118. Proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 207. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 22 augustus 2025. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekrij, p. 17-19. Bijlage bij proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 28-34, 36-41. Bijlage bij proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 50-55. Bijlage bij proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 75, 115. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, p. 189. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 22 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.