RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/136191-25 Datum uitspraak : 7 november 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsvrouw: mr. A.D. Arends, advocaat in Groningen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 oktober
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juli 2024 tot en met 6 september 2024 te Hattem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2013) en/of [minderjarige 2] (geboren op [geboortedag] 2017) en/of [minderjarige 3] (geboren op [geboortedag] 2018) was betrokken of schijnbaar was betrokkenheeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaftte weten een telefoon (merk: Apple), waarop te zien is dat: die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of- door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeeldingsnummers 1 t/m 15 in de toonmap; pagina’s 147 t/m 153 van het procesdossier).
- Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, met uitzondering van de onderdelen ‘invoeren’, ‘doorvoeren’, ‘uitvoeren’, ‘verwerven’ en ‘terwijl hij zich daartoe de toegang heeft verschaft’. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onderdelen ‘invoeren’, ‘doorvoeren’, ‘uitvoeren’, ‘verwerven’ en ‘terwijl hij zich daartoe de toegang heeft verschaft’. Ten aanzien van het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van CyberTipline Report p. 14-29; - het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 98-112; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 oktober
- Periode De rechtbank stelt op basis van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte op 24 juli 2024 een kinderpornografische foto van één van zijn minderjarige zoons via Kik Messenger heeft verstuurd. De rechtbank stelt daarom de beginperiode van de ten laste gelegde periode vast op 24 juli
- Op 6 september 2024 is verdachte aangehouden en uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat verdachte tot die dag het ten laste gelegde kinderpornografische beeldmateriaal heeft gemaakt, verspreid of in bezit heeft gehad. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte in de periode van 21 juli 2024 tot en met 6 september 2024 foto’s heeft gemaakt van zijn minderjarige zoons en dat hij deze afbeeldingen in die periode op zijn telefoon in bezit heeft gehad en heeft verspreid via Kik. Partiële vrijspraak De rechtbank is - zoals ook door de officier van justitie gevorderd en de raadsvrouw bepleit - van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de in de tenlastelegging gespecificeerde afbeeldingen door verdachte zijn ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven en dat hij zich daartoe de toegang toe heeft verschaft, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Dat geldt ook voor het tenlastegelegde “openlijk tentoongesteld”. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 juli 2024 tot en met 6 september 2024 te Hattem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2013) en/of [minderjarige 2] (geboren op [geboortedag] 2017) en/of [minderjarige 3] (geboren op [geboortedag] 2018) was betrokken of schijnbaar was betrokkenheeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaftte weten een telefoon (merk: Apple), waarop te zien is dat: die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of- door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeeldingsnummers 1 t/m 13 15 in de toonmap; pagina’s 147 t/m 153 van het procesdossier). Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: het vervaardigen, bezitten en verspreiden van visuele weergaven van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 3 jaren met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat uit het reclasseringsrapport blijkt dat het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld en verdachte inmiddels vrijwillig is gestart met een behandeling bij Transfore, waar hij werkt aan zijn pornoverslaving. Ook volgt hij samen met zijn vrouw systeemtherapie. Verdachte werkt 32 uur per week. De factoren werk, huisvesting, dagbesteding, financiën en sociaal netwerk worden door de reclassering als beschermende factoren beschouwd. Verdachte is een first offender. Al deze factoren maken dat de eis van de officier van justitie redelijk is. Verzocht wordt daarbij aan te sluiten. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van het feit Verdachte heeft meerdere kinderpornografische afbeeldingen van zijn minderjarige zoons vervaardigd, verspreid en in zijn bezit gehad. Verdachte kwam naar eigen zeggen via Kik Messenger in contact met een vrouw bij wie hij zijn seksuele verlangens kwijt kon. Verdachte kreeg een BDSM-relatie met haar (online) waarbij zij hem steeds verdergaande opdrachten gaf. Bij aanvang vroeg de vrouw om seksuele foto’s en -video’s van verdachte, en later ook van zijn minderjarige zoons. Verdachte heeft dit toen gedaan, omdat hij onder druk werd gezet door de vrouw doordat zij dreigde foto’s van diens eigen seksuele escapades openbaar te maken. De verklaring van verdachte dat hij de foto’s onder druk of dwang gemaakt heeft, kon niet geverifieerd worden. Ten tijde van zijn aanhouding was het contact met de vrouw gestopt en was van de chats geen spoor meer te vinden. Verdachte heeft zichzelf in het politieverhoor en ter terechtzitting ook als grenzeloos omschreven. De rechtbank acht in die omstandigheden voldoende aannemelijk dat verdachte foto’s van zijn eigen kinderen heeft ingezet om binnen zijn BDSM-relatie zijn grensoverschrijdende behoeften te bevredigen. Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zoons. Dit soort feiten kunnen grote schade toebrengen aan de (seksuele) ontwikkeling van kinderen. Ook heeft verdachte door het verspreiden van het beeldmateriaal (via internet) de schade voor zijn zoons vergroot, omdat de beelden niet eenvoudigweg zijn te verwijderen en deze verder verspreid kunnen worden. Het is volstrekt onduidelijk of en zo ja op welke schaal de foto’s verder zijn verspreid. Verder neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij zijn eigen belang boven het belang van zijn minderjarige zoons heeft gezet door het maken en verspreiden van de foto’s van zijn zoons. Verdachte had als vader vertrouwen, warmte en bescherming moeten geven aan zijn jonge zoons, maar hij heeft daarentegen zijn eigen belangen en bevrediging van zijn seksuele behoeften voor laten gaan. De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte onder behandeling staat bij de forensische polikliniek Transfore. De reclassering noemt het positief dat betrokkene nieuw delictgedrag wil voorkomen en hij schuldbewust is. De kans op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld, maar de reclassering acht het wenselijk dat de behandeling wordt voortgezet binnen een gedwongen kader, zodat betrokkene gemotiveerd blijft om hulp te accepteren en de voortgang kan worden gemonitord. Ook adviseert de reclassering een voorwaarde voor het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik als stok achter de deur om risicosituaties te vermijden. De rechtbank neemt in het voordeel van verdachte mee dat hij het feit heeft bekend en dat hij vrijwillig hulp heeft gezocht voor zijn problematiek. Taakstrafverbod Op grond van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht kan bij een veroordeling voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en welk misdrijf een ernstige inbreuk op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer tot gevolg heeft gehad, dan wel een misdrijf zoals bedoeld in artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht in beginsel geen taakstraf worden opgelegd. De oplegging van een taakstraf is echter alleen uitgesloten als ook voldaan is aan het materiële criterium, te weten of er een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat verdachte door zijn handelen een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, kan deze inbreuk – zonder daarmee afbreuk te willen doen aan de ernst van het feit – in juridische zin niet worden aangemerkt als een ernstige inbreuk. De rechtbank stelt vast dat het taakstrafverbod daarom niet van toepassing is. De op te leggen straf Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht echter, gelet op de persoonlijke situatie van verdachte, de wenselijkheid dat de behandeling wordt voortgezet en het feit dat geen ontuchtige handelingen zijn gepleegd op de kinderpornografische afbeeldingen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren passend. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient er toe verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank legt daarnaast een taakstraf van 240 uren op. De rechtbank ziet geen aanleiding de voorwaarden middelencontrole en vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik op te leggen, nu niet is gebleken dat verdachte een afwijkende seksuele voorkeur voor kinderen heeft of problemen heeft met middelengebruik. De rechtbank ziet daarnaast geen reden de opgelegde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 252 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: o Meldplicht bij reclasseringVeroordeelde meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; o Ambulante behandelingVeroordeelde laat zich behandelen door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, tevens als dit inhoudt dat hij meewerkt aan diagnostiek. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de volgende voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: o meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; o meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; legt op een taakstraf van 240 (tweehonderd en veertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderd en twintig) dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.W. van de Meerakker (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. I. de Bruin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 november
- mr. Van de Meerakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024400412, gesloten op 17 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.