RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.004547.25 Datum uitspraak : 1 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , op dit moment gedetineerd in de PI [plaats] . raadsman: mr. S. Goedvriend, advocaat in Bemmel. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten en/of (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, met geschoeide voet(
- en)op/tegen diens lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt en/of - die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of een wurggreep/nekklem heeft aangebracht en/of - ( met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen/samengedrukt en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling heeft belet en/of heeft belemmerd en/of - een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te Nijmegen [slachtoffer] heeft mishandeld door - die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen het gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam te slaan en/of stompen en/of - die [slachtoffer] naar de grond te duwen en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer] te zitten en/of (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam te slaan en/of stompen en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, met geschoeide voet(
- en)op/tegen diens lichaam te schoppen en/of te trappen en/of - die [slachtoffer] vast te pakken en/of een wurggreep/nekklem aan te brengen en/of - ( met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling te beletten en/of te belemmeren en/of - een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] te drukken en/of gedrukt te houden; 2 hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te Nijmegen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door - die [slachtoffer] vast te houden in de woning aan [adres] en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen: "jij komt niet weg hier van mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen het gezicht/hoofd, en/of op/tegen het (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten en/of (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, met geschoeide voet(
- en)op/tegen diens lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt en/of - die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of een wurggreep/nekklem heeft aangebracht en/of - de telefoon van [slachtoffer] uit diens handen heeft gepakt en/of heeft weggeslagen en/of (vervolgens) (met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen/samengedrukt en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling heeft belet en/of belemmerd en/of - ( vervolgens) een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte van de tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. Beoordeling door de rechtbank Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij een Whatsapp bericht kreeg van het telefoonnummer [telefoonnummer] met de vraag om als escort naar een woning te gaan. Zij ging naar het via Whatsapp doorgegeven adres en zag daar een man in een deur staan. Ze vroeg de man of zij een afspraak met hem had en hij antwoorde “ja”. De man was ongeveer twee meter lang. Hij had een dun postuur, lang krullend donker haar tot aan zijn schouders, een grote neus, een lang gezicht en droeg een korte broek en een T-shirt. In de slaapkamer zei aangeefster dat de man direct haar tikkie moest betalen en zij anders zou gaan. Aangeefster zag dat de man flipte en haar aanvloog. Hij deed de deur dicht van de kamer en hij zei: “denk jij dat jij weg komt van hier? Jij komt niet weg hier van mij.” Aangeefster werd terug geduwd de kamer in. Zij werd hard geslagen in haar gezicht. Zij viel op de grond. Hij duwde haar naar de grond. Zij is gaan gillen en riep hulp, heel hard. Zij viel op het matras en liet haar handen niet los van haar tas. Hij ging op haar zitten. Zij lag op haar rug en voelde dat hij op haar begon in te boksen met twee vuisten, deze kwamen in haar zijde. Ook terwijl hij nog stond en zij op de grond lag, trapte hij op haar met zijn slippers aan. Zij werd geraakt met een vuist op haar hoofd en op de achterzijde van haar hoofd. Hij maakte een halsomstrengeling om haar nek. Zij lag meer voorovergebogen en hij hing over haar hen. Zij besefte dat zij geen beweging meer kon maken, omdat zij anders haar nek zou breken. Zij voelde dat hij rukbewegingen maakte met zijn armen om zijn nek. Zij werd geslagen met twee handen, gebald in vuisten en hij schopte haar met zijn rechterbeen. Zij is meerdere keren geslagen op haar hoofd, rug en in haar zijde, ook op haar armen. Toen verdachte haar nek omstrengelde pakte aangeefster haar telefoon uit haar tas. Zij probeerde de noodknop in te drukken. Haar telefoon lichtte op en daarvan leek hij te schrikken. Daarop liet hij de nekomstrengeling los. Hij sloeg haar telefoon uit haar hand en liet zich naast haar op het matras vallen. Hij pakte met een hand haar keel vast aan de voorzijde. Hierna pakte hij ook nog een hoofdkussen en drukte dit kussen op haar hoofd. Aangeefster kreeg geen lucht meer. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij op 11 oktober 2024 een vrouw zag die zei: “He try to kill me. He punch me in my face, he tried to choke me with a pillow on my face.” Verbalisant zag dat [slachtoffer] uitwendig letsel had. Haar lip bloedde en er zat had een grote bult op haar voorhoofd. De bult was rood en leek vers. Verbalisant zag dat ze een lichte verkleuring had op haar borst net onder haar sleutelbeen. [slachtoffer] vertelde dat er ook plukken haar uit haar hoofd getrokken waren. Verbalisant vroeg in welke woning het was gebeurd. [slachtoffer] wees naar de woning aan het [adres] Nijmegen . Na binnentreden in de woning zag verbalisant in de slaapkamer plukken zwart haar die qua lengte en kleur overeen kwamen met het haar van [slachtoffer] . In het verhoor van verdachte heeft zijn raadsman laten weten dat het telefoonnummer van verdachte [telefoonnummer] is. Wanneer verdachte wordt voorgehouden dat aangeefster de man omschrijft als een lange man, langer dan 1.90meter, met een tenger postuur, met op dat moment donker haar, wat krullend haar in zijn nek, reageert verdachte door te zeggen: ‘Ja dat ben ik. Ik herken dit wel’. Getuige [getuige 1] , wonende aan het [adres] 6532 in Nijmegen , heeft verklaard dat hij een vrouw in het Engels hoorde schreeuwen: “Ik wil weg, ik wil mijn jas terug, ik wil mijn id kaart en ik wil geld!” Getuige hoorde dat de buurman zei dat dat niet mocht. De buurman zei in het Engels dat ze moest blijven. Getuige heeft gezien dat de vrouw met hoofdletsel uit de woning van de buurman kwam. Bij de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij zijn buurman heeft horen praten. Getuige hoorde hem zeggen: “you have to stay”. Getuige herkende zijn stem. Getuige heeft hem horen praten en hij hoorde klappen. Getuige [getuige 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij een huilende, schreeuwende vrouw hoorde. Getuige zat thuis op de bank. Zij hoorde ook de buurman, meneer [verdachte] , tegen haar schreeuwen. Gelet op de ondersteunende verklaringen van de verbalisant en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , is de rechtbank van oordeel dat aangeefster kan worden gevolgd in haar verklaring over wat er op 11 oktober 2024 aan het [adres] in Nijmegen is gebeurd. Vervolgens dient vastgesteld te worden of verdachte de man is waarover aangeefster verklaart. Aangeefster heeft afgesproken met een man in de woning van verdachte. De afspraak wordt gemaakt met het telefoonnummer van verdachte. Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen in het signalement dat aangeefster van de man heeft gegeven. Bovendien hebben de buren verklaard dat zij een ruzie hebben gehoord in de woning van verdachte en herkenden zij daarbij de stem van verdachte. Dit alles tezamen maakt dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte de man is waarover aangeefster heeft verklaard. Verdachte heeft met aangeefster afgesproken, haar in zijn woning aangevallen en haar belet om de woning te verlaten. Door bij aangeefster een halsomstrengeling te maken, haar keel aan de voorkant dicht te knijpen en een kussen op haar gezicht te drukken, heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Door de deur dicht te doen en te zeggen “jij komt niet weg hier van mij” en haar vervolgens aan te vallen en haar telefoon af te pakken, heeft hij aangeefster ook wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd. Het is daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heft begaan. Het door de verdediging genoemde alternatieve scenario, dat verdachte zijn woning zou hebben uitgeleend, hij zelf in de stad was en zijn telefoon op het aanrecht had laten liggen, acht de rechtbank onaannemelijk. Uit het dossier volgt dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn woning. Zo zou hij zijn woning een tijdje hebben onderverhuurd, zou iemand van Iriszorg die zijn sleutel heeft even gebruik mogen maken van zijn woning, zou hij een weekendje weg zijn geweest, maar zou hij ook de woning hebben verhuurd aan een vriend. Ook heeft verdachte niet consequent verklaard over waar hij ten tijde van het delict zelf zou zijn geweest; in de stad of een weekendje weg. Voorts is er geen enkele concrete verifieerbare aanwijzing in het dossier die het geschetste alternatieve scenario ondersteunt en ook overigens acht de rechtbank het alternatieve scenario ongeloofwaardig. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1 hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten en/of (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, met geschoeide voet(
- en)op/tegen diens lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt en/of - die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of een wurggreep/nekklem heeft aangebracht en/of - (met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen/samengedrukt en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling heeft belet en/of heeft belemmerd en/of - een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2 hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te Nijmegen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door - die [slachtoffer] vast te houden in de woning aan [adres] en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen: "jij komt niet weg hier van mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten en/of (met kracht) op/tegen diens gezicht/hoofd, en/of op/tegen diens (boven)lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, met geschoeide voet(
- en)op/tegen diens lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt en/of - die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of een wurggreep/nekklem heeft aangebracht en/of - (met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen/samengedrukt en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling heeft belet en/of heeft belemmerd en/of - een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden - de telefoon van [slachtoffer] uit diens handen heeft gepakt en/of heeft weggeslagen en/of (vervolgens) (met kracht) met zijn hand(
- en)de keel/hals van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen/samengedrukt en/of (aldus) (gedurende enige tijd) voornoemde [slachtoffer] de ademhaling heeft belet en/of belemmerd en/of - (vervolgens) een kussen op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Meerdaadse samenloop van feit 1: poging tot zware mishandeling; en feit 2: wederrechtelijke vrijheidsberoving 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6. De strafbaarheid van de verdachte en overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 331 dagen, met aftrek van het voorarrest en een ongemaximeerde maatregel tot terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging). Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen pleidooi gevoerd ten aanzien van een op te leggen straf of maatregel. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft het slachtoffer naar zijn woning gelokt door zich voor te doen als een betalende klant voor haar escortservice. Toen het slachtoffer in zijn woning was heeft hij gezegd dat zij niet weg mocht en heeft hij haar mishandeld en in een wurggreep gehouden, waarbij zij enige tijd niet kon ademen. Het slachtoffer had geen kans om weg te komen en zat vast in de woning van verdachte. Zij dacht dat zij niet meer levend uit de woning van verdachte zou komen. Dit heeft een grote impact gehad op het slachtoffer. Haar gevoel van veiligheid is aangetast door toedoen van verdachte. Verdachte heeft zeer gewelddadig gehandeld en vervolgens geen enkele openheid van zaken gegeven. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van 9 oktober 2025. Hieruit volgt onder andere dat verdachte in 2022 ook is veroordeeld voor een ernstig geweldsdelict. Hij heeft toen een 72-jarige vrouw mishandeld, zo volgt uit het reclasseringsrapport van 3 november 2025. De rechtbank heeft tevens kennis genomen van de over verdachte opgestelde Pro Justitia rapportages. Uit de rapportages van psycholoog dr. R.W. Blaauw van 5 maart 2025 en psychiater C.J. F. Kemperman van 20 maart 2025 volgt dat verdachte aan beide onderzoeken niet heeft willen meewerken. Om die reden heeft de officier van justitie op 20 maart 2025 gevorderd dat verdachte ter observatie naar het Pieter Baan Centrum zou worden overgebracht. Deze vordering is door de rechter-commissaris afgewezen, omdat verdachte ten overstaande van de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij toch graag alsnog vrijwillig in gesprek wil gaan met een psycholoog en een psychiater. Daarbij heeft verdachte volgens het proces-verbaal opgemerkt “ik geef u mijn woord”. Echter volgt uit de rapportage van psychiater C.J.F. Kemperman van 28 juli 2025 dat verdachte wederom niet heeft willen meewerken. Verdachte heeft wel willen spreken met psycholoog R.W. Blaauw. In de rapportage van 23 mei 2025 concludeert psycholoog R.W. Blaauw dat bij verdachte sprake is van psychische stoornissen in de vorm van een autismespectrumstoornis, een aandachtsdeficiëntie-/ hyperactiviteitsstoomis, overwegend hyperactief-impulsief beeld en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook is sprake van een licht verstandelijke beperking. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Voorts concludeert psycholoog R.W. Blaauw: “Omdat betrokkene het tenlastegelegde feit ontkent, kan niet betrouwbaar een relatie worden gelegd tussen de vastgestelde stoornissen en het tenlastegelegde feit, kan niet goed een risicotaxatie worden verricht en is niet goed te bepalen wat dient te gebeuren om het eventuele recidiverisico te verminderen. Wel kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat de aanwezigheid van stoornissen vaak vraagt om een behandeling hiervan. Omdat echter niet kan worden vastgesteld wat het recidiverisico is van betrokkene, indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, en omdat ondergetekende niet kan adviseren omtrent de mate van toerekenen, kan ondergetekende niet adviseren om een dergelijke behandeling al dan niet vanuit een forensisch kader op te leggen.” De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige over en stelt vast dat tijdens het begaan van het de feiten bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. De rechtbank neemt aan dat dat de vastgestelde stoornissen minstens in enige mate hebben doorgewerkt bij het plegen van de strafbare feiten. Hoewel psycholoog R.W. Blaauw niet kan adviseren over de mate van toerekenen ziet de rechtbank in de rapportages en het bewezenverklaarde handelen reden het bewezenverklaarde verminderd aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de rapportage van psycholoog R.W. Blaauw voldoende de noodzaak tot behandeling van verdachte volgt. Daarbij komt dat uit het reclasseringsrapport van 3 november 2025 volgt dat verdachte naar aanleiding van een geweldsdelict in 2022 een forensische behandeling bij Kairos opgelegd heeft gekregen, maar deze behandeling tot twee keer toe niet heeft afgemaakt. Ook in 2017 zou een behandeling bij Kairos vroegtijdig zijn beëindigd. Tevens werd in 2016 een verplicht verblijf bij FPA Het Knooppunt vroegtijdig beëindigd. Volgens de reclassering lijkt er bij verdachte geen intrinsieke motivatie te zijn om te werken aan gedragsverandering. Het risico op recidive en onttrekking aan voorwaarden schat r de reclassering in als hoog. Dit maakt dat de rechtbank het van groot belang acht dat door middel van behandeling in een verplichtend kader wordt geprobeerd te voorkomen dat verdachte nogmaals een ernstig geweldsdelict pleegt. Oplegging van een gevangenisstraf De rechtbank is, rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de op te leggen tbs-maatregel (zoals hierna wordt besproken), van oordeel dat de ernst van de feiten maakt dat een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist van 331 dagen passend en geboden is. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Oplegging van de tbs-maatregel met dwang De rechtbank stelt verder vast dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van tbs met dwangverpleging eist. Hierbij heeft de rechtbank de ernst en de gewelddadigheid van het feiten zoals hiervoor beschreven in aanmerking genomen. Op grond van artikel 37a, derde lid Sr dient de rechter zich bij oplegging van de tbs-maatregel te laten adviseren door ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines. Dat verdachte niet heeft willen meewerken aan de rapportage van psychiater C.J.F. Kemperman doet daar niet aan af, nu het vierde lid van art. 37a Sr bepaalt dat in dat geval het derde lid buiten toepassing blijft. De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e Sr is de maatregel dan ook niet in duur gemaximeerd. De rechtbank constateert verder dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) in de zin van artikel 38z Sr is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is oplegging van deze maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. De rechtbank zal daarom aan de verdachte tevens een GVM als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de maatregel pas kan worden tenuitvoergelegd na een daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie tegen het einde van de tbs-maatregel en een daaropvolgende beslissing van de rechtbank (artikel 6:6:23a e.v. van het Wetboek van Strafvordering). Conclusie Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 331 dagen, met aftrek van het voorarrest, de maatregel van tbs met dwangverpleging en de GVM-maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 25.723 aan materiële schade en € 15.000 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De gevorderde materiële schade is gebaseerd op de volgende posten: Portemonnee € 400 (€ 30 voor de portemonnee en € 370 voor de inhoud daarvan) Gederfde inkomsten € 25.323 (€ 2.202 per maand voor 11,5 maand) Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor wat betreft de materiële schadepost ‘portemonnee’ en voor wat betreft een smartengeldbedrag van € 7.500 kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan materiële schade en smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het pleidooi tot vrijspraak, de vordering dient te worden afgewezen. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadeposten niet inhoudelijk zijn betwist. Gelet op artikel 6 van het EVRM ziet de rechtbank echter aanleiding de posten toch inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank is van oordeel dat de post ‘portemonnee’ voldoende is onderbouwd. Deze post (ter hoogte van € 400) zal worden toegewezen. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De post ‘gederfde inkomsten’ is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk wordt dat benadeelde niet heeft kunnen werken en of de in het overzicht van de boekhouder genoemde kosten ook betrekking hebben op het werk van benadeelde. Voorts is niet gebleken wat benadeelde heeft gedaan om de schade te beperken. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan (dit deel van) de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het slachtoffer ernstig te mishandelen en van haar vrijheid te beroven heeft de benadeelde lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast volgt uit de aard en de ernst van de normschending dat de benadeelde op andere wijze in de persoon is aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.750 vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Verdachte is vanaf 11 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 282 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 331 dagen; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd (ongemaximeerd in duur); legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr; veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 400 aan materiële schade en € 5.750 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 6.150 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 65 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. W.H.S. Duinkerke en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025. Mr. Duinkerke en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024479284, gesloten op 22 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aangifte, p. 30-31. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 40-42. Proces-verbaal aangifte, p. 30-31. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 40-42. Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-11. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 104 en 107. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 54-55. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris, 1 september 2025. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris, 1 september 2025.