RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/024823-25 Datum uitspraak : 24 juni 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] (Syrië), ingeschreven op [adres] , feitelijk verblijvende aan [verblijfplaats] . Raadsman: mr. R. Shahbazi, advocaat in ‘s-Gravenhage. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of een bankpas en/of een OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(
- n)door - zakelijk weergegeven - - voor de fiets van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te gaan staan en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [aangever 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of een bankpas en/of een OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - zakelijk weergegeven - - voor de fiets van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te gaan staan en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [aangever 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking; 2. hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een of meer goed(eren) naar zijn/hun verdachte(
- s)gading, in elk geval een geldbedrag en/of enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 3] en/of een derde toebehoorde(
- n)met dat opzet - op die [aangever 3] af te lopen en/of die [aangever 3] staande te houden en/of - die [aangever 3] een mes te tonen en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand van die [aangever 3] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe te voegen "geef mij jouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om een geldbedrag en/of een of meer goed(eren) naar zijn/hun verdachte(
- s)gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 3] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(
- s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet - op die [aangever 3] af is/zijn lopen en/of die [aangever 3] staande heeft/hebben gehouden en/of - die [aangever 3] een mes heeft/hebben getoond en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand van die [aangever 3] heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of - die [aangever 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe heeft/hebben gevoegd: "geef mij jouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Feit 1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt het primair tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv)). De rechtbank overweegt hierbij dat uit het dossier blijkt dat aangevers [aangever 2] en [aangever 1] een geldbedrag, mobiele telefoon, bankpas, OV-kaart en een identiteitskaart hebben afgestaan en dat daarom ten aanzien van deze goederen sprake is van afpersing zoals primair ten laste gelegd. De fiets heeft aangever [aangever 1] niet afgestaan maar werd afgepakt. Ten aanzien van dit goed is daarom sprake van het subsidiair ten laste gelegde feit. Bewijsmiddelen het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 23 januari 2025, p. 16 – 17; het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 23 januari 2025, p. 20 – 21; het proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 januari 2025, p. 135 – 138; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 juni 2025. Feit 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt het primair tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid Sv). Bewijsmiddelen het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 13; het proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 januari 2025, p. 136; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 juni 2025. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat: 1. primairhij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of een bankpas en/of een OV-kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/ toebehoorde(
- n)door - zakelijk weergegeven - - voor de fiets van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te gaan staan en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [aangever 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking; en subsidiair: hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of een mobiele telefoon en/of een fiets n/of eenbankpas en/of een OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elkgeval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of goed(eren),dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1][aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of[aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door - zakelijk weergegeven -- voor de fiets van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te gaan staan en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 1] en/of [aangever 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [aangever 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking; 2. hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een of meer goed(eren) naar zijn/hun verdachte(
- s)gading, in elk geval een geldbedrag en/of enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 3] en/of een derde toebehoorde(
- n)met dat opzet - op die [aangever 3] af te lopen en/of die [aangever 3] staande te houden en/of - die [aangever 3] een mes te tonen en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand van die [aangever 3] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [aangever 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe te voegen "geef mij jouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair en subsidiair: de eendaadse samenloop van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen feit 2 primair: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 100 dagen, waarvan 49 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van die jeugddetentie worden afgetrokken. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen vervangende jeugddetentie. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de eis van de officier van justitie voor wat betreft de jeugddetentie. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht geen onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte op te leggen vanwege het risico op overvraging. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel Justitiële Documentatie van 12 mei 2025 (het strafblad), het rapport van de Raad van 4 juni 2025. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Strafblad Verdachte is op 13 februari 2025 door de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor een diefstal in vereniging tot een werkstraf voor de duur van veertig uren waarvan twintig uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Artikel 63 Wetboek van Strafrecht is van toepassing. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich in de nacht van 23 januari 2025 schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing en een afpersing samen met zijn medeverdachte(n). Eerst is een jongeman aan de Smidsestraat in Nijmegen staande gehouden en om geld gevraagd. Daarbij werd ook een mes getoond. Deze jongeman zag kans weg te rennen waardoor deze afpersing bij een poging bleef. Vervolgens was verdachte niet veel later die nacht betrokken bij een afpersing op de Snelbinder in Nijmegen. Daar werden twee jongemannen op een fiets tot stoppen gemaand, werd hen een mes getoond en moesten zij de fiets en persoonlijke spullen afstaan. Deze strafbare feiten zorgen voor veel angst en onrust bij de slachtoffers. Bovendien leiden deze feiten ook tot onrust en angst in de maatschappij. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. De straf Bij dit soort ernstige strafbare feiten schrijven de oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren, onvoorwaardelijke jeugddetentiestraffen voor. Verdachte is in 2024 weliswaar veelvuldig met politie en justitie in aanraking gekomen maar heeft sinds zijn aanhouding en daarna de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaken een positieve ontwikkeling laten zien. Hij verblijft bij de Perspectief Opvang Nidos met intensieve begeleiding en houdt zich aan de afspraken. De Raad en de jeugdreclassering adviseren om het traject ITB Harde Kern, dat als schorsingsvoorwaarde is opgelegd, te laten doorlopen tot september 2025 en daarna verder te gaan met regulier jeugdreclasseringstoezicht. De Raad adviseert de rechtbank om aan verdachte een forse voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich laat begeleiden door de jeugdreclassering (ITB Harde Kern tot september 2025 en daarna reguliere begeleiding), meewerkt aan zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding en meewerkt aan diagnostiek en behandeling door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De rechtbank kan zich in deze adviezen vinden en neemt deze over. Dat komt erop neer dat de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie oplegt voor de duur van 100 dagen waarvan 49 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (51 dagen). Dit betekent dat verdachte op dit moment niet terug hoeft naar de jeugddetentie. Daarbij horen de volgende bijzondere voorwaarden: meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering in het kader van het traject ITB Harde Kern tot en met 13 september 2025 en zich daarna houden aan een reguliere meldplicht; meewerken aan diagnostiek en behandeling door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering; en meewerken aan het vinden en behouden van een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding of een school vervangend traject. Zoals ook door de Raad in de rapportage is omschreven, moet verdachte een duidelijk signaal krijgen dat zijn gedrag voorheen onacceptabel was en dat er consequenties volgen. Gelet daarop en gelet op de ernst van de feiten legt de rechtbank daarom ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf aan verdachte op voor de duur van 50 uren. De rechtbank ziet het risico op overvraging niet, zeker niet nu verdachte tot op heden geen dagbesteding heeft en niet naar school gaat. Als verdachte de werkstraf niet naar behoren uitvoert, moet hij 25 dagen in jeugddetentie uitzitten. De rechtbank zal het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen. Dit gelet op de duur van de voorlopige hechtenis die verdachte al heeft ondergaan. 8De beoordeling van de civiele vordering Feit 1 De benadeelde partij [aangever 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 140,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijkheid verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de vordering niet is onderbouwd. De beoordeling door de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de stukken in het dossier blijkt dat van de benadeelde sleutels, een OV-kaart en een telefoonhoesje zijn afgenomen en dat deze spullen niet teruggevonden zijn. Ook blijkt dat de fiets van aangever wel is teruggevonden maar gerepareerd moest worden. De gevorderde bedragen voor deze goederen en de reparatie zijn weliswaar niet onderbouwd maar komen de rechtbank redelijk en gebruikelijk voor zodat de rechtbank deze zal vaststellen op het gevorderde bedrag. Verdachte is daarom tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De rechtbank wijst de vordering in zijn geheel toe. Verdachte is bij gebreke aan een gestelde of anderszins gebleken ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van indiening van de vordering, 26 februari 2025. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. Voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(
- n)de schade heeft/hebben vergoed. In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt aan verdachte op; een jeugddetentie voor de duur van 100 (honderd) dagen; bepaalt dat van die jeugddetentie 49 (negenenveertig) dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: meewerkt aan begeleiding door de jeugdreclassering in het kader van het traject ITB Harde Kern tot en met 13 september 2025 en zich daarna meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn; meewerkt aan diagnostiek en behandeling door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling; meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding of een school vervangend traject; alles voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt; geeft de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland (SAVE) de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; onder de voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland (SAVE), waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen; beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht; en een taakstraf, te weten een werkstraf van 50 (vijftig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis; Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partij: [aangever 1] veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1], van een bedrag van € 140,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; bepaalt dat als de medeverdachte(
- n)(een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] een bedrag te betalen van € 140,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte(
- n)(een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Stoet (voorzitter en tevens kinderrechter), mr. M. Rietveld en mr. E.M. van Poecke, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis – van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2025. mr. Stoet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal (van voorgeleiding), dossiernummer PL0600-2025034098, gesloten op 28 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de digitale pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.