← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11921

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/220753-24 Datum uitspraak : 22 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat in Ede. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 8 december 2025. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om aan - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - een of meerdere medewerkers van de ambulance, - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] en/of - [aangever] Opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, al dan niet in het donker - met kracht een of meerdere stenen, althans een of meer brokken/stukken steen, vanaf een hogergelegen plaats in de richting van de voertuigen van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] , althans in de richting van een of meerdere voertuigen welke op dat moment over de Oostelijke Randweg reden, heeft gegooid en/of laten vallen, en/of - ( waardoor) die stenen, althans brokken/stukken steen tegen de voorruit, het dak en/of de motorkap, althans tegen het voertuig van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] terecht zijn gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, althans in Nederland, openlijk, te weten op/aan de Oostelijke Randweg in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere persoon, te weten - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - een of meerdere medewerkers van de ambulance, - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] en/of - [aangever] en/of een of meerdere goederen, te weten - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Peugeot 208, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Combo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Karl, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een ambulance van het merk Mercedes Benz Sprinter, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of Witte Kruis, - een Citroen C1, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Seat Toledo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mini Cooper, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Cupra Leon, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Audi Q3, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Citroen C4, gekentekend [aangever] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Peugeot 206, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mitsubishi Outlander, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mercedes Benz C, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Honda Civic, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Volkswagen Lupo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Renault Captur, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk Mercedes Benz Actros, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijf] en/of [bedrijf] en/of [aangever] , - een BMW 330e, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk DAF XF, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Skoda Octavia, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , door al dan niet in het donker - met kracht een of meerdere stenen, althans een of meer brokken/stukken steen, vanaf een hogergelegen plaats in de richting van de voertuigen van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] , althans in de richting van een of meerdere voertuigen welke op dat moment over de Oostelijke Randweg reden, te gooien en/of te laten vallen, en/of - ( waardoor) die stenen, althans brokken/stukken steen tegen de voorruit, het dak en/of de motorkap, althans tegen het voertuig van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] terecht zijn gekomen, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Peugeot 208, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Combo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Karl, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een ambulance van het merk Mercedes Benz Sprinter, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of Witte Kruis, - een Citroen C1, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Seat Toledo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mini Cooper, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Cupra Leon, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Audi Q3, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Citroen C4, gekentekend [aangever] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Peugeot 206, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mitsubishi Outlander, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mercedes Benz C, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Honda Civic, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Volkswagen Lupo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Renault Captur, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk Mercedes Benz Actros, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijf] en/of [bedrijf] en/of [aangever] , - een BMW 330e, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk DAF XF, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Skoda Octavia, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; 3 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk het wegdek en/of de bestrating van de Oostelijke Randweg in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of gemeente Doetinchem, in elk geval aan een ander toebehoorde(
  2. n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. 2De ontvankelijkheid van de officier van justitie Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn (van 16 maanden in jeugdzaken) is geschonden en wel met één maand. Dit is een zeer minimale overschrijding van de redelijke termijn. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan (zelfs een forse) overschrijding van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Er is geen sprake van een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het EVRM. De officier van justitie is dus ontvankelijk in de vervolging. 3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten, omdat sprake is van te weinig wettig en overtuigend bewijs met uitzondering van het deel van het onder 2 tenlastegelegde dat ziet op de verdenking op 8 juli 2024. Het bewijsmateriaal dat is verkregen uit de telefoon van verdachte dient te worden uitgesloten van het bewijs, omdat zonder toestemming van een officier van justitie of een rechter-commissaris een uitvoerig onderzoek heeft plaatsgevonden in de telefoon waarbij een compleet beeld van het privéleven van verdachte is verkregen en geen sprake was van een spoedeisend belang. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft verdachte geen voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Beoordeling door de rechtbank Bespreking 359a Sv-verweer In navolging van het arrest CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (C-548/21) (ECLI:EU:C:2024:830) van de Grote Kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) zijn eerdere rechtspraak aangaande het onderzoek aan (inbeslaggenomen) elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken bijgesteld. De bevoegdheden van opsporingsambtenaren, zoals neergelegd in artikel 94 in samenhang met artikel 95 (https://www.inview.nl/openCitation/idbc62a76fac45e2b5b253946398fcc08e) en 96 (https://www.inview.nl/openCitation/id2ab77b3a5ebae10e6b8ef41089f18e36) Wetboek van Strafvordering (Sv) en in artikel 141 (https://www.inview.nl/openCitation/id754f54a259c2f1a669dcb1149229ac47) en 148 lid 1 (https://www.inview.nl/openCitation/id3291ba37aded367e7f1e35e3b912627f) Sv bieden een toereikende grondslag voor een onderzoek aan voorwerpen - waaronder ook elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken - als de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. De wet vereist in zo’n geval geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Het kan dan - naast onderzoek dat slechts strekt tot het identificeren van de gebruiker - onder meer gaan om onderzoek dat een opsporingsambtenaar doet waarbij hij een bij een verdachte aangetroffen elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk bekijkt en daarbij enkele beperkte waarnemingen doet over het feitelijk gebruik daarvan op dat moment of direct daaraan voorafgaand, bijvoorbeeld door na te gaan welke contacten de gebruiker van een telefoon kort tevoren heeft gelegd. De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak met het onderzoek aan de smartphone van verdachte sprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. De politie heeft in de telefoon gezocht met trefwoorden zoals stenen, viaduct, rondweg, gooien, politie enzovoort. Daarnaast is naar locatiegegevens gezocht. Ook is handmatig gezocht in afbeeldingen en video’s. Niet is gebleken dat voor het onderzoek aan de telefoon van verdachte toestemming is gegeven door de officier van justitie of de rechter-commissaris of dat sprake was van een spoedeisend geval. Daarom constateert de rechtbank dat sprake is van een vormverzuim. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of aan dit vormverzuim rechtsgevolgen moeten worden verbonden, en zo ja, welke. Bij beantwoording van die vraag moet rekening worden gehouden met de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde factoren, namelijk het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het belang van het geschonden voorschrift De rechtbank stelt vast dat sprake is van een vormverzuim waarbij niet (rechtstreeks) het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM aan de orde is, maar waarbij het gaat om de schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, te weten het recht op privacy zoals neergelegd in artikel 8 EVRM. In die gevallen geldt als belangrijk uitgangspunt dat de omstandigheid dat de verkrijging van onderzoeksresultaten gepaard is gegaan met een vormverzuim dat betrekking heeft op een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan het recht op een eerlijk proces, niet eraan in de weg staat dat die resultaten voor het bewijs van het ten laste gelegde feit worden gebruikt. De ernst van het verzuim en het nadeel Is echter sprake van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, dan kan onder omstandigheden toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht. Dat kan in de eerste plaats het geval zijn als het uitsluiten van bepaalde resultaten van het opsporingsonderzoek van het gebruik voor het bewijs noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te voorkomen. Deze situatie doet zich in deze zaak niet voor. Daarnaast kan bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank doet ook een dergelijke situatie zich hier niet voor. Daarbij is van belang – wat de ernst van het vormverzuim betreft – dat ten tijde van het onderzoek aan de mobiele telefoon van de verdachte de hiervoor genoemde jurisprudentie nog niet gewezen was. De officier van justitie heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij denkt dat zij toestemming heeft gegeven, maar dat dit niet is opgenomen in het dossier, en dat als zij al geen toestemming heeft gegeven zij in dit geval toestemming zou hebben verleend. Voorts merkt de rechtbank op dat de verdediging geen nadeel heeft gesteld. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat bewijsuitsluiting niet aan de orde is. De rechtbank zal dit vormverzuim meewegen bij de bepaling van de strafmaat. Feiten 1 en 2 Aangiftes [aangever] heeft aangifte gedaan, omdat aan haar Peugeot 208 met kenteken [kenteken] schade is ontstaan doordat vanaf een fietsbrug iets op haar auto is gegooid. Zij reed op 5 juli 2024 rond 03:30 uur op de rijbaan van de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen zij later die dag bij haar auto kwam, zag zij dat de voorruit was gebarsten en dat er verschillende deuken in het dak zaten. [aangever] heeft aangifte gedaan, omdat aan zijn Honda Civic met kenteken [kenteken] schade is ontstaan doordat op 6 juli 2024 rond 01:00 uur stenen en grind op zijn auto werden gegooid. Hij reed op de Oostelijke Randweg in Doetinchem ter hoogte van de fietsbrug en hoorde enorme klappen op de voorruit en de motorkap van zijn voertuig. Hij zag dat er meerdere sterretjes en pitjes in zijn voorruit, schadeplekken op zijn motorkap en lichte schade op het dak zaten. [aangever] heeft namens [bedrijf] aangifte gedaan van het feit dat op 5 juli 2024 tussen 04:00 uur en 04:10 uur op de Oostelijke Randweg in Doetinchem steen door zijn voorruit is gegaan. Deze steen was gegooid vanaf een voetgangers-/fietsbrug. Hij reed met een vrachtwagen van het merk Volvo FH met kenteken [kenteken] . Hij hoorde harde klappen toen hij onder de fietsbrug door reed en hij voelde gelijk kleine glassplinters op zijn huid vallen. Hij zag dat er een grote barst in de voorruit van het voertuig zat. De vrachtwagen is in bezit van [bedrijf] [aangever] heeft aangifte gedaan, omdat aan zijn Ford Focus met kenteken [kenteken] schade is ontstaan. Hij reed op 6 juli 2024 om 01:15 uur op de Oostelijke Randweg in Doetinchem onder de fietsbrug door toen zijn auto werd getroffen door een lading grind. Bij daglicht bleek de voorruit vol te zitten met putjes, er was een lange scheur in het glas ontstaan en op de linker A-stijl zaten putjes in de lak. [aangever] heeft namens [aangever] aangifte gedaan, omdat aan de Skoda Octavia met kenteken [kenteken] schade is ontstaan. Hij reed op 8 juli 2024 om 03:28 uur onder de spoorbrug op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen een hard voorwerp dat werd gegooid vanaf de brug op de voorruit terechtkwam. De voorruit diende te worden vervangen. [aangever] reed op 8 juli 2024 om 00:10 uur op de Oostelijke Randweg in Doetinchem met zijn Citroen C4. Hij zag dat grind op zijn auto werd gegooid. In de vooruit van de auto zaten meerdere sterretjes en vijf grote barsten. Op de motorkap zaten deuken en op de bovenkant van de auto, die van glas is, zaten krassen. [aangever] reed op 8 juli 2025 om 00:05 uur in haar Ford Focus met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen vanaf de fietsbrug een gigantische hoeveelheid stenen naar beneden werd gegooid. Zij zag dat er barsten in de voorruit zaten en dat op de motorkap en het dak van het voertuig deuken zaten. [aangever] heeft aangifte gedaan namens Witte Kruis. Collega’s van [aangever] reden in een ambulance, een Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken] , op 8 juli 2024 om 00:03 uur op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Ter hoogte van de fietsbrug werden meerdere stenen op de ruit gegooid en er zaten meerdere barsten, sterretjes en putjes in de voorruit. [aangever] heeft namens [bedrijf] aangifte gedaan van vernieling van de vrachtwagen van zijn werkgever [bedrijf] Hij reed op 8 juli 2024 omstreeks 02:30 uur in de vrachtwagen Mercedes-Benz Actros met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen hij onder het viaduct door wilde rijden hoorde hij een aantal klappen op het dak van de vrachtwagen en zijn voorruit. Er zaten een gat en barsten in de voorruit. [aangever] heeft namens [aangever] aangifte gedaan. [aangever] reed met de Audi Q3 van [aangever] met kenteken met kenteken [kenteken] en kreeg grind of stenen op de voorruit van de auto vanaf het viaduct waar zij onderdoor reed. Er is schade ontstaan aan het voertuig. [aangever] reed op tussen 7 juli 2024 om 23:00 uur en 8 juli 2024 om 00:30 uur in zijn Mitsubishi Outlander met kenteken [kenteken] in Doetinchem op de Oostelijke Randweg en er werden vanaf het viaduct stenen gegooid, waardoor zijn auto flink is beschadigd. [aangever] reed op 8 juli 2024 rond 00:00 uur in haar Mini Cooper met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen zij onder een viaduct door reed, werden meerdere grote stenen op haar auto gegooid die op haar voorruit terecht zijn gekomen. De voorruit is op meerdere plekken gebroken of gescheurd en er kwamen veel kleine glassplinters op de dashboard, de stoelen en op haarzelf. [aangever] reed op 8 juli 2024 om 03:00 uur met zijn vrachtwagen van het type DAF XF met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen een steen werd gegooid vanaf de brug. Hierdoor is schade aan de voorruit ontstaan. [aangever] heeft aangifte gedaan van vernieling namens [aangever] . [aangever] reed op 8 juli 2024 rond 03:15 uur in de BMW 330e met kenteken [kenteken] van [aangever] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen hij onder het viaduct reed, is een grote steen tegen zijn autoruit gegooid. [aangever] heeft aangifte gedaan namens [aangever] . Zij reden op 8 juli 2024 om 02:20 uur in de Renault Captur met kenteken [kenteken] op naam van [aangever] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Ter hoogte van de fietsbrug werd een voorwerp gegooid, dat terechtkwam op de motorkap en op de voorruit ketste. De schade aan de auto was enorm. [aangever] reed met haar zus op 8 juli 2024 tussen 00:12 uur en 10:00 uur in haar Peugeot 206 met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Ze reden bij het viaduct en hoorden ineens een keiharde klap op de auto. Toen ze thuis waren, kwamen zij erachter dat in de voorruit drie barsten zaten en zij vonden een stuk steen bij de ruitenwissers. [aangever] heeft aangifte van vernieling gedaan. Hij reed op 6 juli 2024 rond 01:10 uur in zijn Opel Combo met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen grind op zijn auto werd gegooid toen hij onder een brug door reed. [aangever] reed op 8 juli 2024 omstreeks 00:05 uur in zijn Cupra Leon met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Hij reed onder de fietsbrug door en hoorde een vreselijke knal op de auto. Toen hij verderop stopte, zag hij dat de hele voorruit vol sterren zat en dat op de motorkap een paar pitjes zaten. Ook zat de spiegelkap vol met kiezels. [aangever] heeft namens [aangever] aangifte gedaan. Hij reed op 8 juli 2024 in de Mercedes Benz C met kenteken [kenteken] op naam van [aangever] omstreeks 00:30 uur op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Hij reed onder een brug door en hoorde ineens een hard geluid, alsof er steentjes op de auto werden gegooid. Toen hij stopte, zag hij beschadigingen op de auto. [aangever] heeft namens [bedrijf] aangifte gedaan van vernieling. Hij reed met de vrachtwagen van het type Volvo FH met kenteken [kenteken] van zijn werkgever op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen hij onder een viaduct door reed, werden stenen naar beneden gegooid. [aangever] heeft aangifte gedaan. Hij reed op 7 juli 2024 tussen 23:30 en 00:00 uur in zijn Citroen C1 met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen hij onder het viaduct reed, schrok hij van stenen die naar beneden kwamen. Er zaten krassen en sterren op de voorruit. [aangever] reed op 7 juli 2024 om 23:50 uur in zijn Seat Toledo met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Vanaf een viaduct werd zijn auto bekogeld met grind, stenen of grond. In de voorruit zaten ongeveer vijftig sterretjes en hij heeft lakschade opgelopen. [aangever] reed op 6 juli 2024 om 01:00 uur in zijn Toyota Corolla met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen vanaf de fietsbrug stenen en zand naar beneden werden gegooid. De voorruit van de auto is flink beschadigd en heeft diepe sterren en barsten. [aangever] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf] Hij reed op 6 juli 2024 tussen 01:15 en 01:30 uur in zijn Toyota Corolla met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Vanaf het viaduct werden stenen op de auto gegooid. De voorruit is hierdoor behoorlijk beschadigd en er zitten enkele putjes en deuken in het dak van de auto. [aangever] heeft aangifte gedaan van vernieling van zijn auto. Hij reed tussen 7 juli 2024 om 22:00 uur en 8 juli 2024 om 02:30 uur in zijn Opel Karl met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem toen vanaf een viaduct met stenen op de auto werd gegooid. [aangever] reed op 8 juli 2024 om 22:00 uur in zijn Volkswagen Lupo met kenteken [kenteken] op de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Toen hij ter hoogte van de fiets- en loopbrug reed, hoorde hij een flinke klap en zag direct daarna een grote barst in de voorruit van de auto. Hij had het idee dat iets naar beneden was gegooid. De schade aan het voertuig betreft een grote barst en een deuk op zijn motorkap. Ten aanzien van de nacht van 7 op 8 juli 2024 Een verbalisant zag op 8 juli 2024 dat twee personen op een fietspad ter hoogte van de spoorwegovergang aan de Vijverlaan in Doetinchem bukten en - zo leek het - iets van de grond raapten. Daarna fietsten de personen in de richting van de fietsbrug over de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Ter hoogte van de fietsbrug stond een andere verbalisant en die zag de twee personen over de fietsbrug aan komen fietsen. De fietsers fietsten langzaam en de verbalisanten hoorden meerdere knallen op het moment dat er voertuigen onder de fietsbrug door reden. Het geluid leek op stenen die op het asfalt terechtkwamen. Kort daarna kwamen de twee fietsers weer langs een verbalisant gefietst en zijn ze staande gehouden. De twee fietsers bleken [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] te zijn. Zij hadden beiden grote stenen in hun jaszak en hoodie. Bij [medeverdachte] zijn zeventien stenen in beslag genomen. Drie daarvan zijn beschreven door een verbalisant. Steen 1 is acht centimeter lang en vijf centimeter breed en weegt 204,1 gram. Steen 2 is zeven centimeter lang en vier centimeter breed en weegt 147,4 gram. Steen 3 is zeven centimeter lang en vijf centimeter breed en weegt 160,3 gram. [verdachte] heeft verklaard dat hij, nadat hij rond 23:00 uur van huis was vertrokken, in de nacht van 7 op 8 juli 2024 met [medeverdachte] stenen heeft gegooid en laten vallen op auto’s en vrachtwagens en dat zij beiden de bedoeling hadden om de voertuigen te raken. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 8 juli 2024 met [verdachte] samen stenen van de brug heeft gegooid. Hij verklaart dat ze daarbij bewust op auto’s hebben gegooid. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met [medeverdachte] in de nacht van 7 op 8 juli 2024 stenen heeft gegooid op de auto’s van de aangevers die aangifte hebben gedaan van het incident op 7 en 8 juli 2024. Ten aanzien van 5 en 6 juli 2024 [verdachte] heeft tijdens een verhoor verklaard dat hij ook voor de nacht van 7 op 8 juli 2024 samen met [medeverdachte] vanaf dezelfde brug stenen heeft gegooid op voertuigen en dat het maar zo zou kunnen dat ze dit op 5, 6, 7 en 8 juli 2024 hebben gedaan. [verdachte] heeft verklaard dat hij denkt dat hij al die keren met [medeverdachte] was. De telefoon van [verdachte] is in beslag genomen en onderzocht. Daaruit is gebleken dat deze telefoon zich in de directe omgeving van het viaduct over de Oostelijke Randweg in Doetinchem bevond op: 5 juli 2024 rond 04:00 uur, 6 juli 2024 rond 01:00 en 01:15 uur, 7 juli 2024 rond 23:55 uur en 8 juli 2024 rond 00:03, 00:10, 01:00, 01:15 en 03:28 uur. De rechtbank stelt vast dat deze data en tijdstippen nagenoeg exact overeenkomen met de aangiftes die zijn gedaan van het gooien van stenen vanaf de fietsbrug over de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Uit eerder genoemde aangiftes blijkt immers dat de aangiftes zien op: 5 juli 2024 tussen 03:00 uur en 04:00 uur (3 aangiftes), 6 juli 2024 tussen 01:00 uur en 01:30 uur (5 aangiftes), tussen 7 juli 2024 om 23:30 uur en 8 juli om 03:28 uur (18 aangiftes). Verder overweegt de rechtbank dat een aantal gemeenschappelijke kenmerken opvalt. Zo zijn een paar nachten op rij vanaf dezelfde brug stenen gegooid op rijdende voertuigen, een incident dat gelukkig niet vaak voorkomt. Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, en in het bijzonder ook op de soortgelijke modus operandi, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] samen met [medeverdachte] ook op 5 en 6 juli 2024 stenen heeft gegooid en laten vallen op voertuigen vanaf de fietsbrug aan de Oostelijke Randweg in Doetinchem. Poging tot zware mishandeling (feit 1) De rechtbank dient allereerst te beoordelen of [verdachte] en [medeverdachte] daarmee hebben geprobeerd opzettelijk zwaar lichamelijk letsel te veroorzaken bij de aangevers. Niet is gebleken dat verdachten vol opzet hadden om zwaar lichamelijk letsel te veroorzaken bij de aangevers. Voor een bewezenverklaring moet dan vast komen te staan dat zij het voorwaardelijk opzet daarop hadden. Volgens vaste jurisprudentie is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg als [verdachte] en [medeverdachte] zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat [verdachte] de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard. [verdachte] en [medeverdachte] hebben welbewust stenen van een fietsbrug van minstens 7,85 meter hoog naar beneden gegooid op een autoweg met de bedoeling om auto’s te raken. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gooien van stenen vanaf een brug op een autoweg zeer ernstige ongelukken kunnen gebeuren. De kans dat een bestuurder of inzittende van een motorrijtuig daarbij ernstig gewond raakt is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. De rechtbank is van oordeel dat verdachten door op voornoemde wijze te handelen de aanmerkelijke kans dat bestuurders en inzittenden rechtstreeks door een steen zouden worden geraakt dan wel als gevolg van het raken van het voertuig door een steen een ongeluk zouden kunnen krijgen bewust hebben aanvaard. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de opzet van [verdachte] op zwaar lichamelijk letsel van de bestuurders in voorwaardelijke zin is bewezen. Openlijke geweldpleging (feit 2 primair) Het is algemeen bekend dat het gooien of laten vallen van stenen van een hoogte van 7,85 meter schade kan veroorzaken aan voertuigen Uit de aangiftes blijkt dat ook daadwerkelijk schade is ontstaan aan voertuigen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat openlijke geweldpleging wettig en overtuigend kan worden bewezen zowel ten aanzien van de aangevers als ten aanzien van de voertuigen. Feit 3 [aangever] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf] (de wegbeheerder). Op 8 juli 2024 zijn van het viaduct in Doetinchem voorwerpen gegooid en aan weerszijden van het viaduct zitten gaten in het wegdek. Verder is op het wegdek een spoor van grind gedumpt. Op foto’s is te zien dat in het wegdek gaten zijn ontstaan. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] met [medeverdachte] het wegdek heeft beschadigd. 4. De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 045 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)voorgenomen misdrijf om aan - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - een of meerdere medewerkers van de ambulance, - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] en/of - [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, al dan niet in het donker - met kracht een of meerdere stenen, althans een of meer brokken/stukken steen, vanaf een hogergelegen plaats in de richting van de voertuigen van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] , althans in de richting van een of meerdere voertuigen welke op dat moment over de Oostelijke Randweg reden, heeft gegooid en/of laten vallen, en/of - (waardoor) die stenen, althans brokken/stukken steen tegen de voorruit, het dak en/of de motorkap van, althans tegen het voertuig van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] terecht zijn gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 045 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, althans in Nederland, openlijk, te weten op/aan de Oostelijke Randweg in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere persoonen, te weten - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - een of meerdere medewerkers van de ambulance, - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] , - [aangever] en/of - [aangever] en/of een of meerdere goederen, te weten - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een vrachtwagen van het merk Volvo FH, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Peugeot 208, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Combo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Toyota Corolla, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of [bedrijf] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Opel Karl, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een ambulance van het merk Mercedes Benz Sprinter, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] en/of Witte Kruis, - een Citroen C1, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Seat Toledo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mini Cooper, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Ford Focus, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Cupra Leon, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Audi Q3, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Citroen C4, gekentekend [aangever] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Peugeot 206, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mitsubishi Outlander, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Mercedes Benz C, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Honda Civic, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Volkswagen Lupo, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Renault Captur, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk Mercedes Benz Actros, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijf] en/of [bedrijf] en/of [aangever], - een BMW 330e, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een vrachtwagen van het merk DAF XF, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , - een Skoda Octavia, gekentekend [kenteken] , geheel of ten dele toebehorend aan [aangever] , door al dan niet in het donker - met kracht een of meerdere stenen, althans een of meer brokken/stukken steen, vanaf een hogergelegen plaats in de richting van de voertuigen van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] , althans in de richting van een of meerdere voertuigen welke op dat moment over de Oostelijke Randweg reden, te gooien en/of te laten vallen, en/of - (waardoor) die stenen, althans brokken/stukken steen tegen de voorruit, het dak en/of de motorkap van, althans tegen het voertuig van die [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , medewerkers van de ambulance, [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en/of [aangever] terecht zijn gekomen, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield; 3 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 045 juli 2024 tot en met 08 juli 2024 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk het wegdek en/of de bestrating van de Oostelijke Randweg in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of de gemeente Doetinchem, in elk geval aan een ander toebehoorde(
  4. n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. [verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken. 5De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: De eendaadse samenloop van feit 1: poging tot zware mishandeling, in vereniging en meermalen gepleegd; feit 2 (primair): openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, terwijl de schuldige opzettelijk goederen vernielt; feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, in vereniging gepleegd. 6De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 7De strafbaarheid van de verdachte [verdachte] is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. 8De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot 3 dagen jeugddetentie met aftrek en 80 uur werkstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft wegens schending van de redelijke termijn primair bepleit dat toepassing dient te worden gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht en subsidiair dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een geringe proeftijd dient te worden opgelegd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van [verdachte] . [verdachte] heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan meerdere pogingen tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging en dat op meerdere nachten achter elkaar. Hij heeft stenen van een fietsbrug gegooid en daarbij auto’s, vrachtwagens en een ambulance geraakt. Ook het wegdek is hierbij beschadigd. Door het handelen van [verdachte] en [medeverdachte] is schade ontstaan aan zesentwintig voertuigen. Uit het dossier en ook tijdens de behandeling op de terechtzitting is duidelijk gebleken dat de bestuurders van de voertuigen enorm geschrokken zijn en dat wat er is gebeurd veel impact op hen heeft gehad. De rechtbank spreekt van geluk dat het handelen van [verdachte] en [medeverdachte] niet heeft geleid tot lichamelijk letsel of zelfs tot dodelijke ongelukken. De Raad heeft een advies uitgebracht gedateerd op 1 december 2025 en dit advies houdt het volgende in. De kans op herhaling wordt laag ingeschat. [verdachte] staat open voor begeleiding van de jeugdreclassering en wil meewerken aan de dagbesteding en gaat met plezier naar de zorgboerderij. [verdachte] heeft inmiddels een vaste dag- en vrijetijdsbesteding waardoor er meer zicht op hem is. De elektronische controle is gestopt en het lukt [verdachte] om zich aan afspraken te houden. De moeder van [verdachte] beschikt over mogelijkheden om hem te begeleiden en de multisysteemtherapie is positief afgesloten. Uit het NIFP-onderzoek door een psycholoog komt naar voren dat bij [verdachte] sprake is van ADHD, een autismespectrumstoornis en depressieve klachten. Om de kans op herhaling verder te verkleinen is het belangrijk dat vanuit de Horizon behandeling geboden wordt. De Raad acht het van belang dat de jeugdreclassering bij [verdachte] betrokken blijft. Er kan een stevig kader, duidelijkheid en structuur geboden worden. Daarnaast kunnen er voorwaarden gesteld worden, zodat gewerkt kan worden aan een positieve ontwikkeling van [verdachte] en de kans op herhaling verlaagd kan worden. De Raad vindt een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet passend, omdat dit de kans op herhaling niet zal verkleinen. [verdachte] heeft hulp nodig en staat hier ook voor open. De Raad heeft een voorwaardelijke jeugddetentie overwogen gezien de ernst van het feit, maar [verdachte] is een jonge jongen en moet een kans krijgen. Mocht de rechtbank jeugddetentie passend vinden, dan adviseert de Raad deze gelijk te stellen aan de duur van het voorarrest. De Raad adviseert een voorwaardelijke werkstraf met voorwaarden, zodat [verdachte] aan zijn ontwikkeling en toekomst kan werken. Tevens heeft het delictgedrag inmiddels anderhalf jaar geleden plaatsgevonden. Een onvoorwaardelijke werkstraf vindt de Raad niet wenselijk, omdat de tijd en energie van [verdachte] moet gaan naar zijn dagbesteding en hulptraject. Tevens is de kans op overvraging aanwezig. Een leerstraf kan op dit moment onvoldoende betekenen, omdat [verdachte] meer nodig heeft. Een geldboete is niet passend, gezien het feit dat [verdachte] niet over voldoende eigen inkomsten beschikt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank om [verdachte] een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarden dat [verdachte] meewerkt aan dagbehandeling, naar de zorgboerderij gaat, een gestructureerde vrijetijdsbesteding heeft en meewerkt aan verdere behandeling, mocht dit nodig zijn. Geadviseerd wordt de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opdracht te gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden. De deskundige van de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering heeft tijdens de zitting meegedeeld dat zij zich grotendeels kan vinden in de het advies van de Raad. Zij heeft verzocht geen dagbehandeling op te leggen als bijzondere voorwaarde, omdat [verdachte] een dagbehandeling heeft gevolgd bij Horizon en hij toen ongelukkig was omdat hij niet aansloot bij de groep en het individueel te heftig was voor hem. In het NIFP-rapport van 18 november 2024 wordt geadviseerd het bewezenverklaarde verminderd toe te rekenen aan [verdachte] en het rapport houdt verder het volgende in. [verdachte] had voorafgaand aan het bewezenverklaarde een zware periode achter de rug waarin hij verkeerde in een depressieve stoornis. Ten tijde van het bewezenverklaarde ging het al beter met [verdachte] , omdat hij niet meer naar school hoefde te gaan. Op het moment van het plegen van het bewezenverklaarde lijkt voornamelijk de verveling en het opzoeken van spanning op de voorgrond te hebben gestaan. Er leek op het moment van het plegen van het bewezenverklaarde geen sprake van een sombere stemming. Omdat [verdachte] door zijn autismespectrumstoornis moeite heeft om zich in te leven in een ander, heeft zijn affectieve geweten hem eveneens niet kunnen remmen in zijn manier van denken en doen. Hij stond er totaal niet bij stil, vanwege zijn beperkte inlevingsvermogen, wat het bewezenverklaarde gevoelsmatig kan betekenen voor een ander en welke impact dit heeft. Hij dacht op dat moment alleen aan zijn eigen behoeftebevrediging, namelijk dat het gooien van stenen dat hem een kick gaf. Ten gevolge van zijn stoornissen ADHD en de autismespectrumstoornis overziet hij situaties niet, heeft hij een beperkt empathisch vermogen, heeft hij moeite de lange termijn van zijn gedrag te overzien en is hij impulsief. Vanwege zijn gebrekkige voorstellingsvermogen en het gefragmenteerd verwerken van informatie kon hij gezonde oplossingen niet bedenken en tot uitvoer brengen. Deze factoren lijken een rol te hebben gespeeld in het bewezenverklaarde. Omdat zijn stoornissen een rol hebben gespeeld in het plegen van het bewezenverklaarde, en hij daardoor verminderd in staat was de gevolgen van zijn handelen te overzien, wordt geadviseerd om [verdachte] het bewezenverklaarde in verminderde mate toe te rekenen. Gelet op de in de rapportages beschreven problematiek van [verdachte] , zal de rechtbank ervan uitgaan dat [verdachte] ten aanzien van het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar is. De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een jeugdstrafzaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis in eerste aanleg binnen zestien maanden na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen compensatie. De rechtbank heeft eerder al vastgesteld dat de redelijke termijn met ruim één maand is overschreden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, compenseert de rechtbank dit door vermindering de op te leggen voorwaardelijke werkstraf. Alles afwegende legt de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, aan [verdachte] jeugddetentie op van drie dagen met aftrek van voorarrest en een geheel voorwaardelijke werkstraf van 80 uur met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad in haar advies van 1 december 2025 met uitzondering van de daarin genoemde dagbehandeling. Aan de proeftijd verbindt de rechtbank voorts de algemene voorwaarde dat [verdachte] voor het einde van de proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zou zonder overschrijding van de redelijke termijn een voorwaardelijke werkstraf van 100 uur in plaats van 80 uur passend en geboden hebben gevonden. De rechtbank heft het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. 9De beoordeling van de civiele vorderingen 16 benadeelde partijen hebben in verband met de feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend en al dan niet verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen. De schadeposten betreffen materiële schade en/of smartengeld of proceskosten. De materiële schade bestaat uit schade aan hun voertuig, waaronder ruitschade en aanverwante schade, zoals het eigen risico van de autoverzekering. Verder hebben de benadeelde partijen verzocht om toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van benadeelde partijen [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [bedrijf] kunnen worden toegewezen zoals gevorderd. De vorderingen van de hieronder genoemde benadeelde partijen kunnen volgens de officier van justitie deels worden toegewezen: [aangever] tot € 500,- [aangever] tot € 4.757,78, inclusief € 500,- smartengeld [aangever] tot € 633,73, inclusief € 500,- smartengeld [aangever] tot € 100,- [aangever] tot € 500,- [aangever] tot € 100,-, [aangever] tot € 823,41. De vorderingen van benadeelde partijen [aangever] , [aangever] en Witte Kruis Zorg B.V. moeten niet-ontvankelijk worden verklaard. De door de benadeelde partij [aangever] gevorderde proceskosten zijn niet onderbouwd en kunnen daarom niet worden toegewezen. Verder heeft de officier van justitie verzocht om toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, waarbij de dagen gijzeling bij niet betalen op nul moeten worden gesteld. Tot slot heeft de officier van justitie verzocht de vorderingen niet hoofdelijk toe te wijzen, maar evenredig te verdelen onder verdachte en de medeverdachte. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen die zien op schade veroorzaakt tussen 4 juli 2024 en 8 juli 2024, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak voor deze periode. Voorts is op onderdelen gemotiveerd verweer gevoerd. Ook is verzocht om matiging van het door de benadeelde partijen gevorderde smartengeld. Beoordeling door de rechtbank Materiële schade Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. Benadeelde partijen [aangever] , [aangever] en [bedrijf] De door de verdediging niet betwiste vorderingen van bovengenoemde benadeelde partijen zijn onderbouwd met facturen en komen redelijk voor, deze vorderingen worden toegewezen. Benadeelde partijen [aangever] De rechtbank acht op basis van de stukken en hetgeen ter terechtzitting is besproken, voldoende onderbouwd dat sprake is van materiële schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Ook de hoogte van de schade is naar het oordeel van de rechtbank toereikend gemotiveerd en redelijk. Dat de hoogte van de schade niet is gebaseerd op daadwerkelijk gemaakte kosten maar op een offerte, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De vordering wordt toegewezen. Benadeelde partij [aangever] Op basis van de aangifte, de door de benadeelde overgelegde stukken en de schriftelijke toelichting hierop, acht de rechtbank de schadeposten vervanging mistlamp € 56,93, vervanging ruitenwissers € 25,- en het eigen risico van de autoverzekering van € 100,- voldoende onderbouwd en toewijsbaar. Ook de lakschade aan de auto en het rechtstreekse verband met het bewezenverklaarde staat op basis van de stukken voldoende vast. Schattenderwijs zal de rechtbank de lakschade vaststellen op € 1.000,-. Ten aanzien van de APK afmeldkosten en de kosten voor vervanging van de radiateur kan zonder nadere informatie, die ontbreekt, niet worden vastgesteld dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het strafbare feit. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat sprake is van een tijdsverloop van ruim 8 maanden tussen het bewezenverklaarde en de datum van de factuur/offerte voor de radiateur. Deze twee posten kunnen daarom niet worden toegewezen. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot € 1.181,93 en benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering verklaren. Benadeelde partij [aangever] De schade die ziet op het eigen risico van de autoverzekering van € 100,- is onderbouwd met stukken en wordt toegewezen. Het gevorderde verlies aan schadevrije jaren en no claim- korting is onvoldoende onderbouwd en komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de brief van de verzekeraar volgt dat de premie van de benadeelde niet verandert door de schade. Benadeelde zal voor dit deel niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. Benadeelde partij [aangever] De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd met uitzondering van de schadeposten voor wachttijd van € 825,- en de kosten voor het ophalen van de vrachtwagen van € 150,-. Informatie om vast te kunnen stellen dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde ontbreekt. De vordering zal daarom worden toegewezen tot € 500,- voor het eigen risico van de ruitschade en benadeelde zal voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard. Benadeelde partij [aangever] De rechtbank is van oordeel dat op basis van de aangifte en de foto’s van de schade van 8 juli 2024 voldoende vaststaat dat de schade rechtstreeks is veroorzaakt door het bewezenverklaarde. Dat de schade volgens de bijgevoegde opdrachtbon op een later moment is hersteld, maakt dit niet anders. De vordering wordt toegewezen. Benadeelde partij [aangever] De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij, voorzien van een schadebegroting opgemaakt door een autoherstelbedrijf, voldoende onderbouwd. Dat uit de stukken niet blijkt dat het bedrijf daadwerkelijk tot herstel over is gegaan, doet niet af aan de geleden schade. De vordering wordt toegewezen. Benadeelde partij [aangever] De vordering van benadeelde partij [aangever] kan eveneens worden toegewezen, ook de schade aan de motorkap. Volgens de bijgevoegde factuur van 11 juli 2024 is herstel van deze schade begroot op € 686,-. Dat de benadeelde partij de schade niet heeft laten herstellen en de auto inmiddels -met beschadigde motorkap- heeft verkocht leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de auto als gevolg van deze schade minder waard was en daardoor minder heeft opgeleverd bij de verkoop. De benadeelde partijen kunnen het deel van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk worden verklaard nog voorleggen aan de burgerlijke rechter. Niet-ontvankelijk De benadeelde partij [aangever] heeft in totaal € 1.871,81 aan materiële schade gevorderd. Uit de stukken volgt dat de schade aan de voorruit van € 1.132,06 inmiddels is vergoed door de verzekering. De kosten voor vervangend vervoer en voor het schoonmaken van de binnenkant van de auto zijn niet onderbouwd. Ten aanzien van de kosten voor de voorbumper staat niet vast dat deze schade is veroorzaakt door het bewezenverklaarde. Daarbij overweegt de rechtbank dat de bijgevoegde factuur dateert van maanden later, te weten februari 2025, en daardoor moeilijk te koppelen is aan het feit. Ook het rechtstreekse verband tussen de kosten voor de afdekkap gordeluiteinde links en het bewezenverklaarde is niet onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij [aangever] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij [aangever] heeft in totaal € 5.422,85 aan materiële schade gevorderd. Uit de schriftelijke toelichting van augustus 2024 volgt dat de schade aan de auto in behandeling is bij de verzekering. Niet duidelijk is of de verzekering de schade inmiddels heeft vergoed. De post inkomensderving van de partner van benadeelde, die ziet op vier volle werkdagen voor het regelen van herstel van de autoschade, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij [aangever] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij Witte Kruis Zorg B.V. heeft in totaal € 2.534,41 aan materiële schade gevorderd, bestaande uit ruitschade aan de getroffen ambulance en schade door stilstand van het voertuig. De schade is niet nader onderbouwd. Dat de facturen volgens het ingevulde formulier ‘verzoek tot schadevergoeding’ kunnen worden opgevraagd bij de verzekering, maakt dit niet anders. De benadeelde partij Witte Kruis Zorg B.V. zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De benadeelde partijen kunnen hun vordering nog voorleggen aan de burgerlijke rechter. Proceskosten benadeelde partij [aangever] Benadeelde partij [aangever] heeft een vordering ingediend voor materiële schade. Uit het ingevulde formulier ‘verzoek tot schadevergoeding’ volgt dat de schade inmiddels is vergoed door de verzekeraar. Blijft over € 72,22 aan proceskosten die volgens het formulier betrekking hebben op reiskosten. Nu de reiskosten op geen enkele wijze zijn onderbouwd, kunnen deze niet worden toegewezen. De rechtbank wijst de vordering af. Smartengeld De benadeelde partijen [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] hebben (ook) smartengeld gevorderd. De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder meer recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, nadelige psychische gevolgen zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De benadeelden beschrijven in hun aangiftes en toelichtingen op de vorderingen dat zij in shock waren toen zij ’s nachts in het donker met de auto onder het viaduct doorreden en ineens van bovenaf stenen op hun voorruit vielen. De steenslag veroorzaakte harde knallen, alsof er op hen werd geschoten. Door de veroorzaakte ruitschade werd hun zicht belemmerd. Zij vreesden dat zij niet (heelhuids) thuis zouden komen en ervaren nog steeds angst als zij onder een viaduct door rijden. Benadeelde partij [aangever] heeft een maand lang geen auto durven rijden. Benadeelde partij [aangever] heeft een tijd lang last gehad van slapeloze nachten. Benadeelde partij [aangever] heeft sindsdien last van paniekklachten in het verkeer. Gelet hierop kan aan elk van hen een bedrag aan smartengeld worden toegekend. De rechtbank houdt daarbij rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld in beginsel vaststellen op € 500,-. Gelet op de hoogte van het door benadeelde [aangever] gevorderde smartengeld, kan de rechtbank haar niet meer toekennen dan € 350,-. Omdat benadeelde [aangever] als gevolg van het feit ook letsel, snijverwondingen aan de onderarmen en handen, heeft opgelopen, zal de rechtbank het smartengeld voor haar vaststellen op € 1.000,-. Benadeelde partijen [aangever] , [aangever] en [aangever] worden niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van de vorderingen . Zij kunnen hiervoor nog naar de burgerlijke rechter. Evenredige verdeling Hoewel verdachte de feiten samen met de medeverdachte heeft gepleegd en benadeelde partijen hebben verzocht de vorderingen hoofdelijk toe te wijzen, zal de rechtbank hiertoe niet overgaan. Net als officier van justitie acht de rechtbank een evenredige verdeling van de toegewezen schadebedragen in dit geval meer passend. Niet alleen is sprake van een contactverbod tussen verdachte en de medeverdachte, ook pedagogisch is het niet wenselijk dat verdachte en de medeverdachten onderling contact (moeten) hebben over de betaling van de schade, omdat dit kan leiden tot spanningen tussen hen. Ook is duidelijkheid naar verdachte over zijn schadevergoedingsplicht van belang. Verdachte kan alleen aansprakelijk worden gesteld voor de helft van de toegewezen schade. Verdachte is vanaf de datum van het feit wettelijke rente verschuldigd over het deel van de schade waarvoor hij aansprakelijk is. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het feit. Verdachte wordt verplicht zijn deel van de toegewezen schade aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daarbij niet inbegrepen. De rechtbank zal, gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte, telkens bepalen dat bij niet betalen 0 dagen gijzeling kan worden toegepast. De rechtbank ziet af van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [bedrijf]. Omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is, gaat de rechtbank ervan uit dat in deze zaak geen extra inspanning van de Staat nodig zal zijn bij het incasseren van het geld bij verdachte, als verdachte niet uit zichzelf betaalt. Proceskosten De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het deel van de schade waarvoor verdachte aansprakelijk is, betaald te krijgen, tot vandaag voor alle benadeelden partijen begroot op nul. Conclusie benadeelde partij gevorderd toegewezen materiële schade smartengeld materiële schade deel verdachte smartengeld deel verdachte rente per [aangever] € 750,- € 500,- € 250,- 8 juli 2024 [aangever] € 350,- € 350,- € 175,- 8 juli 2024 [aangever] € 4.257,78 € 10.000,- € 4.257,78 € 2.128,89 € 500,- € 250,- 8 juli 2024 [aangever] € 1.510,- € 2.000,- € 1.181,93 € 590,96 € 500,- € 250,- 7 juli 2024 [aangever] € 100,- + verlies schade-vrije jaren € 100,- € 50,- 5 juli 2024 [aangever] € 491,61 € 491,61 € 245,81 8 juli 2024 [aangever] € 1.475,- € 500,- € 250,- 8 juli 2024 [aangever] € 753,73 € 753,73 € 376,86 7 juli 2024 [aangever] € 150,- € 150,- € 75,- 6 juli 2024 [aangever] € 2.363,43 € 2.363,43 € 1.181,72 6 juli 2024 [bedrijf] € 1.308,11 € 1.308,11 € 654,05 5 juli 2024 [aangever] € 1.509,41 € 1.509,41 € 754,70 8 juli 2024 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank:  verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de strafvervolging;  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;  veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 80 (tachtig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen; bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: - meewerkt aan het vinden en vasthouden van structurele dagbesteding, zoals school en zorgboerderij; - meewerkt aan het vinden en vasthouden van structurele vrijetijdsbesteding; - meewerkt aan verdere behandeling mocht de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering dit nodig achten;  stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;  geeft opdracht aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;  heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis; Civiele vorderingen  veroordeelt verdachte in verband met de feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de volgende benadeelde partijen van onderstaande bedragen aan materiële schade en/of smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald:  veroordeelt verdachte in de kosten die de hieronder genoemde benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om onderstaande bedragen betaald te krijgen, tot vandaag voor ieder van hen begroot op nul; Benadeelde partij Bedrag Schade Wettelijke rente [aangever] € 250,- immaterieel 8 juli 2024 [aangever] € 175,- immaterieel 8 juli 2024 [aangever] € 2.128,89 materieel 8 juli 2024 [aangever] € 500,- immaterieel 8 juli 2024 [aangever] € 590,96 materieel 7 juli 2024 [aangever] € 250,- immaterieel 7 juli 2024 [aangever] € 50,- materieel 5 juli 2024 [aangever] € 245,81 materieel 8 juli 2024 [aangever] € 250,- materieel 8 juli 2024 [aangever] € 376,86 materieel 7 juli 2024 [aangever] € 75,- materieel 6 juli 2024 [aangever] € 1.181,72 materieel 6 juli 2024 [bedrijf] € 654,05 materieel 5 juli 2024 [aangever] € 754,70 materieel 8 juli 2024  verklaart de volgende benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot (im)materiële schade: - [aangever] ; - [aangever] - [aangever] ; - [aangever] ; - [aangever] .  verklaart de volgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding: - [aangever] ; - [aangever] ; - Witte Kruis Zorg B.V.  wijst af het verzoek tot vergoeding van proceskosten van de benadeelde partij [aangever] ; schadevergoedingsmaatregel  legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/ smartengeld, te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan geen gijzeling worden toegepast; Benadeelde partij Bedrag Schade Wettelijke rente Gijzeling [aangever] € 250,- immaterieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 175,- immaterieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 2.128,89 materieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 500,- immaterieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 590,96 materieel 7 juli 2024 0 dagen [aangever] € 250,- immaterieel 7 juli 2024 0 dagen [aangever] € 50,- materieel 5 juli 2024 0 dagen [aangever] € 245,81 materieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 250,- materieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 376,86 materieel 7 juli 2024 0 dagen [aangever] € 75,- materieel 6 juli 2024 0 dagen [aangever] € 1.181,72 materieel 8 juli 2024 0 dagen [aangever] € 754,70 materieel 8 juli 2024 0 dagen  bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs, voorzitter tevens kinderrechter, mr. J.M. Graat en mr. M.W.R. Koch, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 december 2025. De griffier en mrs. J.M. Gaat en M.W.R. Koch zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024317185, gesloten op 28 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 26-27. Proces-verbaal van aanvullend verhoor van [aangever] , p. 29. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 32. Proces-verbaal van aanvullend verhoor van [aangever] , p. 34. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf] , p. 52. Proces-verbaal van aanvullend verhoor van [aangever] , p. 55-56. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 58-59. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 64-65. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 69. Proces-verbaal van aanvullend verhoor van [aangever] , p. 72. Proces-verbaal van aanvullend verhoor van [aangever] , p. 78. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens Witte Kruis, p. 80-81. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf] , p. 83-84.a Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [aangever] , p. 87-88. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 89-90. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 92-93. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 97. Het schriftelijk verzoek tot schadevergoeding d.d. 24 februari 2025 van [aangever] . Proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [aangever] , p. 100-101. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [aangever] , p. 102-103. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 104-105. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 107-108. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 109-110. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [aangever] , p. 112-113. Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf] , p. 114-115. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 116-117. Het schriftelijk verzoek tot schadevergoeding d.d. 11 maart 2025 van [aangever] . Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 119-120. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 122-123. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 125-126. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 127-128. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 129-130. Proces-verbaal van bevindingen, p. 43-44. Proces-verbaal van bevindingen, p. 37. Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 juli 2024, p. 157. Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] d.d. 8 juli 2024, p. 185. Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 juli 2024, p. 157. Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 september 2024, p. 164. Proces-verbaal van bevindingen, p. 47-48. Fotoblad als bijlage van een proces-verbaal van bevindingen, p. 210. Fotoblad als bijlage van een proces-verbaal van bevindingen, p. 224-252. Proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [bedrijf] , p. 95-96. Proces-verbaal van bevindingen, p. 212.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.