← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:11929

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer: 05/140851-25 Datum uitspraak : 3 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] . Raadsman: mr. S.C. van Klaveren, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 juli 2025 en 19 september 2025. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: feit 1 hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2025 tot en met 5 mei 2025 te [plaats] (gemeente Epe), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer motoren, te weten: - een zwarte BMW R 1250 Adventure (met kenteken [kenteken] ) en/of - een zilvergrijze BMW S 1000 RR (met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen motoren onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2025 tot en met 6 mei 2025 te [plaats] (gemeente Epe) en/of Almere, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer motoren, te weten: - een zwarte BMW R 1250 Adventure (met kenteken [kenteken] ) en/of - een zilvergrijze BMW S 1000 RR (met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
  4. s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; feit 2 hij op of omstreeks 8 mei 2025 te Almere, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer motoren, te weten: - een zwarte Yamaha Tenere 700 Rally, kenteken [kenteken] (aangifte, p. 247), - een zwarte BMW R1300GS, kenteken [kenteken] (aangifte, p. 252), - een blauwe Suzuki GSX1300R, kenteken [kenteken] (aangifte, p. 256), - een grijze BMW R1250GS, kenteken [kenteken] (aangifte, p. 66), - een triple black BMW R1250GS, zonder kenteken, chassisnummer: [nummer] (FO-rapport, p. 215), - een blauw/witte BMW HP4, zonder kenteken, chassisnummer: [nummer] (vals) (FO-rapport, p. 193, aangifte p. 260) en/of - een witte BMW R1250GS, geen kenteken, chassisnummer: [nummer] (vals) (FO-rapport, p. 204, aangifte p. 264), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
  5. s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde onder feit 1. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Beoordeling door de rechtbank Aangever [aangever] heeft verklaard dat in de nacht van 4 op 5 mei 2025 twee motoren, te weten een zwarte BMW R 1250 GS Adventure met kenteken [kenteken] en een zilvergrijze BMW S 1000 RR met kenteken [kenteken] uit de achtertuin van zijn woning in [plaats] zijn weggenomen. Hij zag braakschade aan de schuurdeur. De politie heeft camerabeelden uitgekeken. Verbalisant [verbalisant 1] heeft omschreven dat hij op de camerabeelden met datum- en tijdsaanduiding 5 mei 2025 om 04:39:05 uur zag dat er vanuit de rechterzijde van de T-splitsing twee personen met een motor aan kwamen rennen. De verbalisant zag dat persoon 1 de motor bij het stuur vast had en dat persoon 2 de motor vanaf de achterzijde duwde. Eén persoon, lijkend op verdachte, komt de twee personen die de motor voortduwen kort daarna achterna lopen. Ook is een zwart voertuig, gelijkend op de Peugeot in gebruik bij de verdachte en zijn medeverdachten, op de beelden te zien. Verdachte huurde een garagebox in Almere. De politie heeft de beelden van deze garagebox uitgekeken. De politie heeft de personen op deze camerabeelden herkend als zijnde verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De politie beschrijft de beelden als volgt. Op de datum- en tijdsaanduiding van de beelden van 5 mei 2025 23:42:24 uur was te zien dat medeverdachte [medeverdachte 2] een motor naar binnen reed. De verbalisant herkende deze motor als zijnde de gestolen motor met het kenteken [kenteken] . Even later verscheen verdachte in beeld. Op de tijdsaanduiding 23:58:32 uur was op de camerabeelden te zien dat verdachte en zijn twee medeverdachten aan de motor aan het sleutelen zijn. De motor met het kenteken [kenteken] werd in de garagebox in Almere aangetroffen. De politie heeft de zilvergrijze motor met kenteken [kenteken] op 6 mei 2025 ‘s nachts om 1.09 uur op straat in [plaats] aangetroffen. Na onderzoek bleek dat de motor een onderdeel miste dat tussen de kuip en de tank zit. In de auto waar medeverdachte [medeverdachte 1] vervolgens om 2.53 uur in de nabije omgeving van de gevonden motor werd aangetroffen werd een onderdeel van een motorfiets met een sleutel aangetroffen. In de auto werden facturen op de naam van verdachte aangetroffen en het paspoort op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] . In de auto is voorts een slot en een startmodule aangetroffen zoals ontbrekend bij de gestolen zilvergrijze BMW-motor met kenteken [kenteken] . Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] worden iets verderop van medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen om 2.54 uur. Op 6 mei 2025 zijn in de woning van verdachte een motorkoffer en twee motortassen aangetroffen. Deze goederen werden bij de voordeur van de woning aangetroffen. Aangever heeft verklaard dat de aangetroffen goederen van hem zijn. Hiertoe heeft hij de sleutel van de motorkoffer en de bon van de motortassen overhandigd. Verdachte heeft verklaard dat hij in nacht van 5 op 6 mei 2025 met zijn medeverdachten in een auto naar [plaats] is gereden. Zijn medeverdachte [medeverdachte 2] vertelde dat hij naar een motor ging kijken. Verdachte is uit de auto gestapt omdat hij er niets mee te maken wilde hebben. Primair: diefstal van de motoren De rechtbank komt allereerst toe aan de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich met zijn medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met braak van de twee BMW-motoren. Uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zich, al dan niet in vereniging met zijn medeverdachten, schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde diefstal met braak. Hoewel in de woning van verdachte de motorkoffer en motortassen van aangever zijn aangetroffen en in zijn garagebox één van de motoren is aangetroffen, maakt dit nog niet dat bewezen kan worden dat het ook verdachte is geweest die deze motoren heeft gestolen. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair tenlastegelegde. Subsidiair: (opzet)heling van de motoren Vervolgens komt de rechtbank toe aan de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (opzet)heling van de twee motoren. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde uit het volgende af. De politie heeft de motor met kenteken [kenteken] , toebehorend aan aangever [aangever] , in de garagebox van verdachte in Almere aangetroffen. Op camerabeelden werd gezien dat verdachte en zijn medeverdachten op 5 mei 2025 om 23:58:32 uur in de garagebox aan de motor sleutelden. In de woning van verdachte werden daarnaast een motorkoffer en twee motortassen behorend bij deze motor aangetroffen. De zilverkleurige motor met het kenteken [kenteken] , eveneens toebehorend aan aangever [aangever] , werd op een hoek van een straat in [plaats] aangetroffen. Er werd geconstateerd dat een onderdeel van de motor ontbrak. Dit ontbrekende onderdeel werd in de auto waarin verdachte en zijn medeverdachten hadden gereden, aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij samen met zijn twee medeverdachten in een auto naar [plaats] is gereden om bij een motor te gaan kijken. Verdachte heeft verklaard dat hij later uit de auto is gestapt, omdat hij er niets mee te maken wilde hebben. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de heling van de twee motoren, toebehorend aan aangever [aangever] . De rechtbank baseert zich daarbij op de feiten en omstandigheden waaronder verdachte en zijn medeverdachten handelden, zoals het in de nacht op straat voortduwen van een motor, het sleutelen aan een motor bij een garagebox in de zeer late avonduren en het in de nacht naar [plaats] rijden om te kijken bij een motor. Bovendien heeft verdachte zelf verklaard dat toen ze naar een motor gingen kijken, hij uitstapte omdat hij er niets mee te maken wilde hebben. De rechtbank komt gelet daarop tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat de beide motoren door diefstal waren verkregen. Daarmee is sprake van opzetheling. Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich aldus schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van de in de tenlastelegging genoemde twee BMW-motoren. De rechtbank acht daarmee het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de schuldheling van een motor met de volgende omschrijving: een blauw/witte BMW HP4, zonder kenteken, chassisnummer: [nummer] (vals) (FO-rapport, p. 193, aangifte p. 260). De officier van justitie heeft verzocht om verdachte voor het overige tenlastegelegde onder feit 2, vrij te spreken. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank merkt allereerst op dat de BMW-motor met kenteken [kenteken] in zowel de tenlastelegging van feit 1 subsidiair (heling) als onder feit 2 (heling) is opgenomen. Onder feit 1 heeft de rechtbank reeds bewezen verklaard dat verdachte deze motor heeft geheeld. Verdachte kan niet tweemaal voor de (opzet)heling van dezelfde motor vervolgd worden. De rechtbank is voor de beoordeling van dit feit ervan uitgegaan dat deze motor geen onderdeel is van de tenlastelegging. Wat betreft de overige zes in de garagebox aangetroffen motoren overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat meerdere mensen gebruik maakten van de garagebox waarvoor zij gezamenlijk de huur betaalden. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat en hoe verdachte moest weten of kon vermoeden dat deze motoren in de garagebox gestolen waren. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen, waardoor zij verdachte hiervan vrij spreekt. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2025 tot en met 6 mei 2025 te [plaats] (gemeente Epe) en/of Almere, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, een of meerdere motoren, te weten: - een zwarte BMW R 1250 Adventure (met kenteken [kenteken] ) en/of - een zilvergrijze BMW S 1000 RR (met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
  6. s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goederen betrof. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzetheling 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, dient van de gevangenisstraf te worden afgetrokken. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 12 september 2025 te worden verbonden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft erop gewezen dat verdachte op dit moment werk heeft, en dat het hebben van dagbesteding recidivebeperkend werkt voor verdachte. Verdachte is niet verslaafd en heeft een woning, een vriendin en kinderen. Op deze levensgebieden heeft verdachte geen hulpverlening nodig. De raadsman heeft betoogd dat het daarom niet vruchtbaar lijkt om bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht op te leggen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van twee motoren. Door aldus te handelen was verdachte een spil in de handel in gestolen motoren. Verdachte heeft hiermee getoond geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen en heeft hiermee veel (financiële) overlast veroorzaakt. De aangever verliest niet alleen het bezit van zijn motoren, maar wordt ook geconfronteerd met de administratieve en emotionele last van het melden van de diefstal en alle gevolgen nadien. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 20 juni 2025 waaruit blijkt dat hij onder andere eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict met motoren. Eerder aan hem opgelegde straffen hebben verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw een dergelijk strafbaar feit te plegen. De rechtbank houdt hier dan ook in het nadeel van verdachte rekening mee. De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 12 september 2025. De reclassering schrijft dat verdachte zich eerder volledig heeft beroepen op zijn zwijgrecht waardoor de reclassering geen verdere informatie heeft ten aanzien van het delictgedrag. De justitiële documentatie van verdachte omvat 29 pagina's en laat een delictpatroon zien van gekwalificeerde vermogensdelicten en verkeersmisdrijven. Inzake parketnummer 21-002498-21 is er sprake van een lopende proeftijd tot en met 3 november 2025. Inzake parketnummer 96-237545-23 en 96-332129-23 is er sprake van een lopende proeftijd tot en met 19 januari 2027. Daarnaast staan er nog meerdere strafzaken (waaronder motorvoertuigendiefstal) open. In het verleden heeft verdachte meerdere malen contact gehad met de reclassering, onder andere vanwege een reclasseringstoezicht dat in 2023 positief werd afgerond en nadien vanwege enkele werkstraffen. Bij het einde van het toezicht destijds werd gesproken over stabiliteit op de diverse leefgebieden, zoals werk, inkomen en huisvesting. Wel waren er zorgen ten aanzien van het sociale netwerk van verdachte. Op 6 mei 2025 werd verdachte aangehouden met andere verdachten, waardoor de reclassering nog steeds zorgen constateert op dit leefgebied. De reclassering zou graag meer inzicht willen hebben waarom verdachte herhaaldelijk met justitie in aanraking blijft komen. Nadere diagnostiek zou hier meer inzicht in kunnen geven. Er bestaan vermoedens van LVB problematiek. Het is de reclassering niet duidelijk geworden of verdachte zijn criminele leefstijl achter zich wil laten. De reclassering beschouwt de leefgebieden "sociaal netwerk" en "houding" als criminogeen en risicoverhogend. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog. De reclassering beschouwt het als zorgelijk dat verdachte tijdens de nabespreking heeft laten weten dat hij niet wenst mee te werken aan reclasseringstoezicht en psychodiagnostiek. Derhalve adviseert de reclassering een straf zonder voorwaarden. Indien verdachte ter terechtzitting aangeeft dat hij open staat om mee te werken aan psychodiagnostiek, adviseert de reclassering dat de rechtbank aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden oplegt: een meldplicht bij reclassering, een ambulante behandeling en het volgen van dagbesteding. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de ernst van het feit en de veelvuldige recidive zal de rechtbank de eis van de officier van justitie volgen, hoewel de rechtbank tot een wat andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf van 6 maanden opleggen, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal van deze straf worden afgetrokken. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden uit voornoemd reclasseringsadvies worden verbonden, nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij bereid is om alles achter zich te laten en hulpverlening van de reclassering te accepteren als dat moet van de rechtbank. En de rechtbank is van oordeel dat dit ondersteunend is voor verdachte om niet verder in herhaling te vallen. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 14.265,46 aan materiële schade en € 4.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel, het smartengeld, heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, nu dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van het smartengeld niet is onderbouwd. De benadeelde partij dient voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de materiële schade heeft de verdediging betoogd dat er onvoldoende bekend is over de schade aan de motoren, zodat niet met zekerheid vast staat dat er rechtstreeks verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde. De benadeelde partij dient daarom ook voor dit deel niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft door het bewezenverklaarde handelen schade aan beide motoren. De hoogte van de schade blijkt uit de onderbouwing bij het verzoek tot schadevergoeding, te weten de taxatie van de motoren. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 12.633,23 kan worden toegewezen. Uit het procesdossier is gebleken dat de benadeelde partij enkele goederen, te weten de gestolen tassen en koffer, terug heeft ontvangen. Of er sprake is van schade door het niet teruggeven van deze spullen of dat er schade is geconstateerd nadat de spullen zijn teruggeven, kan de rechtbank niet vaststellen en het levert een onevenredige belasting voor het strafproces op om benadeelde om nadere bewijsvoering te verzoeken. De rechtbank zal derhalve de benadeelde partij daarom voor dit deel van de vordering (ter hoogte van € 1.632,23) niet-ontvankelijk verklaren. Smartengeld Voor toekenning van immateriële schadevergoeding op grond van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek moet – kort gezegd – sprake zijn van aantasting in de persoon in de vorm van lichamelijk letsel, een persoon geschaad zijn in de eer of goede naam of van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Voor de laatste categorie geldt dat sprake moet zijn van geestelijk letsel (met onderbouwing) dan wel, bij afwezigheid daarvan, dat sprake moet zijn van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Noch uit de vordering van de benadeelde partij, noch uit de onderbouwing daarvan, is gebleken dat de benadeelde partij ernstig psychische klachten en letsel heeft opgelopen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd dat sprake zou zijn van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Het levert een onevenredige belasting van het strafproces op om benadeelde om nadere bewijsvoering te verzoeken. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. Hoofdelijkheid De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed. Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel Verdachte is vanaf 5 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De beoordeling van het beslag Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de motoren die door verdachte en de medeverdachten zijn omgekat, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de nummers 1, 2, 6, 7, 8 en 10 van de beslaglijst (topkoffer, motortasjes en motorrijtuigen) dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden, voor zover dat al niet is gebeurd. Het motorblok dat onder punt 9 van de beslaglijst is opgenomen dient te worden onttrokken aan het verkeer en het frame mag terug naar de rechthebbende. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de teruggave van de BMW-motor R 1250, de topkoffer en de motortasjes (te weten punt 1, 2 en 6 van de beslaglijst) aan de rechthebbende, zijnde [aangever] , gelasten. De rechtbank zal beslissen dat de in beslag genomen motor BMW GS, de motor BMW race en BMW zonder kenteken en stuurpin (te weten punten 3, 4 en 5 van de beslaglijst) dienen te worden onttrokken aan het verkeer omdat aan deze motoren zodanig is gesleuteld en is veranderd dat daardoor het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De rechtbank zal de teruggave van de motoren, type Yamaha en type BMW R1300gs (nummers 7 en 8 van de beslaglijst), aan de rechthebbende gelasten. De rechtbank zal de teruggave van de iPhone (nummer 10 van de beslaglijst) aan verdachte gelasten. Wat betreft motor merk Suzuki (onder nummer 9 van de beslaglijst) beslist de rechtbank, in navolging van de officier van justitie, dat het frame dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende [rechthebbende] en dat het onderdeel motor dient te worden onttrokken aan het verkeer. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47 en 416 van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 tenlastegelegde;  verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden; bepaalt dat deze een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;  stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Middendreef 293, 8233 GT Lelystad. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; verdachte zijn medewerking aan diagnostiek verleent en zich indien geïndiceerd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra er plaats is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk of onbetaald werk, met een vaste structuur voor minimaal 32 uur per week. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;  geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;  heft op het bevel tot voorlopige hechtenis; beveelt de onttrekking aan het verkeer van 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3449006, Geen kentekenplaat en stuurpin eruit, zwart, merk: BMW
  7. gs)(nummer 3); 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3449008, Geen kentekenplaat en stuurpin eruit, grijs, merk: BMW race) (nummer 4); 1 STK motorrijtuig (omschrijving PL0600-2025207258-G3449010 , geen kenteken en stuurpin eruit , BMW) (nummer 5); Het motor-onderdeel van 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3448999, blauw, merk: Suzuki Gsx1300r) (nummer 9); gelast de teruggave van de volgende goederen aan [aangever] : 1 STK Koffer (Omschrijving:PL0600-2025207258-G3447585, Topkoffer geschikt voor bmw, zwart) (nummer 1); 1 STK Koffer (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3447574, Motowolf motortasjes, zwart) (nummer 2); 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3446775, Bmw R 1250 Gs Adven) (nummer 6); gelast de teruggave van de volgende goederen aan de rechthebbende: 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3448995, Yamaha Xtz690d-B) (nummer 7); 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3448996, Bmw R1300gs) (nummer 8); gelast de teruggave van de volgende goederen aan [rechthebbende] : Het frame-onderdeel van 1 STK Motorrijtuig (Omschrijving: PL0600-2025207258-G3448999, blauw, merk: Suzuki Gsx1300r) (nummer 9);  gelast de teruggave van 1 SKT Telefoonautomaat (Omschrijving: PL0600-2025208157-G3447117, zwart, merk: Apple Iphone) aan verdachte; veroordeelt verdachte in verband met het feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 12.633,23 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;  verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 12.633,23 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 98 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;  bepaalt dat als de medeverdachte(
  8. n)(een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.H. Steenweg (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. I. de Bruin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.F.A. Vrede, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 oktober 2025. De griffier is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord-Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025208276, gesloten op 12 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte (aanvullende) processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 66-67. Proces-verbaal van bevindingen, p. 100. Een wettelijk door [verbalisant 2] opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2025 (geen onderdeel uitmakend van het doorgenummerde eind proces-verbaal). Een wettelijk door [verbalisant 2] opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2025 (geen onderdeel uitmakend van het doorgenummerde eind proces-verbaal). Proces-verbaal van bevindingen, p. 165. Proces-verbaal van bevindingen, p. 134. Proces-verbaal van bevindingen, p. 83 t/m 86. Een wettelijk door [verbalisant 2] opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2025 (geen onderdeel uitmakend van het doorgenummerde eind proces-verbaal). Proces-verbaal van binnentreden in woning, p. 115. Proces-verbaal van bevindingen, p. 121. Proces-verbaal van bevindingen, p. 123. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 september 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.