RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.306159.23 Datum uitspraak : 10 april 2025 Tegenspraak (art. 279 Sv) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] (Zuid-Korea), wonende aan [adres] . Raadsman: mr. A.S. van der Biezen, advocaat in ‘s-Hertogenbosch. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Feit 1 hij op of omstreeks 18 november 2023 te Zutphen op of aan de openbare weg, te weten aan [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 700 gram wiet, in elk geval een hoeveelheid wiet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - te proberen de tas met wiet af te pakken, - die [slachtoffer] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/op/tegen zijn gezicht te slaan en/of te stompen, - die [slachtoffer] meerdere malen, in elk geval eenmaal, tegen het lichaam te slaan en/of te stompen, - die [slachtoffer] meerdere malen, in elk geval eenmaal, tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen, - de tas met wiet uit de handen van die [slachtoffer] te grissen/pakken, - de tas van die [slachtoffer] vast te pakken als die tas aan de schouder van die [slachtoffer] hangt en/of aan die tas te trekken en/of - die [slachtoffer] bij zijn schouder vast te pakken en/of aan diens schouder te trekken; Feit 2 hij op of omstreeks 18 november 2023 te Zutphen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een of meerdere kentekenplaten ( [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 31 mei 2023 te Velp, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kentekenplaten ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] / [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Volgens de officier van justitie kan worden bewezen dat verdachte de medepleger is geweest van de diefstal met geweld van 700 gram wiet. Zij baseert zich hierbij op de verklaring van aangever, met daarin het signalement van de tweede dader, en het feit dat verdachte ongeveer een halfuur na de beroving in de auto met daarin de 700 gram wiet werd aangetroffen. Verdachte heeft hiervoor geen aannemelijke verklaring gegeven. De officier van justitie geeft hierbij aan dat aangever weliswaar heeft verklaard dat de tweede dader 35 jaar oud zou zijn en dat verdachte destijds 52 jaar was, maar dat volgens haar verdachte er een stuk jonger uitziet dan zijn daadwerkelijke leeftijd. Verder heeft de officier van justitie verzocht verdachte vrij te spreken van feit 2, wegens onvoldoende bewijs. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit verdachte integraal vrij te spreken, wegens gebrek aan bewijs. De beoordeling door de rechtbank Feit 1 Betrokkenheid verdachte Verdachte heeft zich bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen en bij de reclassering aangegeven dat hij niet betrokken is geweest bij de beroving van de wiet. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte de medepleger is geweest van de diefstal met geweld. De rechtbank stelt op basis van het dossier het volgende vast. Aangever heeft verklaard dat hij op 18 november 2023 aan [adres] door twee mannen is beroofd van 700 gram wiet. De mannen reden in een BMW met kenteken [kenteken] . Direct hierna heeft hij de politie gebeld en het kenteken van de BMW waarin zij vertrokken doorgegeven. Deze melding kwam omstreeks 23.09 uur bij de politie binnen. Omstreeks 23.35 uur zagen verbalisanten de BMW langsrijden over de A348 richting het Velperbroekcircuit. Verbalisanten zijn het voertuig gevolgd en het voertuig stopte op de Schoolstraat in Velp. In de kofferbak van de BMW werd de 700 gram wiet aangetroffen. Verdachte was de bijrijder en werd om 23.42 uur aangehouden. Aangever heeft als signalement van de bijrijder opgegeven: man, licht getint, mogelijk zigeuner, 35 jaar, meer gezet dan dader 1, donker haar kort en kalend, mogelijk een snor en een stoppelbaard, donkere kleding. Verdachte is ongeveer een half uur na de vermeende beroving aangetroffen in de BMW met daarin de wiet. Deze omstandigheid kan duiden op betrokkenheid bij die diefstal. Echter, de rechtbank ziet contra-indicaties in het door aangever opgegeven signalement van de tweede dader, de bijrijder. Aangever heeft namelijk verklaard dat de tweede dader onder andere 35 jaar is, kalend en mogelijk een snor en een stoppelbaard had. De rechtbank constateert echter dat verdachte, ten tijde van het delict 52 jaar was, niet kalend en geen snor of stoppelbaard had. Gelet op het op deze punten sterk afwijkende signalement en het feit dat het dossier verder onvoldoende steunbewijs bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij de beroving, spreekt de rechtbank verdachte hiervan vrij. Feit 2 In de auto van de medeverdachte werd in de kofferbak een set groene kentekenplaten aangetroffen. Verdachte zat als bijrijder in de auto. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de kentekenplaten. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de heling. 3De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 17,46 aan materiële schade en € 800,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Overweging van de rechtbank Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. 4De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. de Vries (voorzitter), mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 april 2025.