beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/440926 / FA RK 24-2982 Datum uitspraak: 24 januari 2025 beschikking vervangende toestemming deelname Rijksvaccinatieprogramma, voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv en aanhouding overige verzoeken in de zaak van [naam vader] (hierna: de vader), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. R.A.H. Vullings te Nijmegen tegen [naam moeder] (hierna: de moeder), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. E. Gürcan te Arnhem 1Het verloop van de procedure 1.1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 6 september 2024; - het aanvullend verzoek, tevens houdende provisioneel verzoek ex artikel 223 Rv, ingekomen bij de griffie op 12 december 2024; - het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 16 december 2024; - het bericht van de rechtbank aan mr. R.A.H. Vullings en mr. E. Gürcan van 18 december 2024; - het bericht van mr. R.A.H. Vullings, ingekomen bij de griffie op 19 december 2024. 1.2. De rechtbank heeft (de advocaten van) partijen in het bericht van 18 december 2024 medegedeeld dat, gelet op het late stadium waarin de verzoeken met betrekking tot de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de vervangende toestemming voor verhuizing zijn ingediend, op de geplande mondelinge behandeling van 20 december 2024 alleen het verzoek met betrekking tot de vervangende toestemming voor deelname Rijksvaccinatieprogramma en de voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv zullen worden behandeld. De rechtbank zal de overige verzoeken op een later moment behandelen. 1.3. Tijdens de mondelinge behandeling van 20 december 2024 zijn gehoord: - de vader, bijgestaan door mr. R.A.H. Vullings; - de moeder, bijgestaan door mr. E. Gürcan en een tolk; - een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 1.4. Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen: - het aanvullend verzoek tot wijziging gezag, ingekomen bij de griffie op 7 januari 2025. De rechtbank zal ook dit verzoek op een later moment behandelen. 2De feiten 2.1. Uit de relatie tussen de ouders is geboren het minderjarige kind: - [naam kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [het kind] . 2.2. De vader heeft [het kind] erkend. 2.3. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [het kind] . 2.4. De relatie tussen de ouders is geëindigd. Er is geen zorgregeling vastgesteld of overeengekomen. 3Het verzoek van de vader 3.1. De vader verzoekt de rechtbank, na aanvulling, om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: In de bodemprocedure I. vervangende toestemming te verlenen voor deelname van [het kind] aan het Rijksvaccinatieprogramma; II. te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben; III. de volgende zorgregeling vast te stellen: Week 1 Ochtend Middag Avond Nacht Wisseltijd Maandag Vader vader vader vader - Dinsdag Vader vader vader moeder 18.30 uur Woensdag Moeder moeder moeder vader 18.30 uur Donderdag Vader vader vader moeder 18.30 uur Vrijdag Moeder moeder moeder moeder - Zaterdag Vader vader vader vader 09.00 uur Zondag Vader vader vader vader - Week 2 Ochtend Middag Avond Nacht Wisseltijd Maandag vader vader vader vader - Dinsdag vader vader vader moeder 18.30 uur Woensdag moeder moeder moeder vader 18.30 uur Donderdag vader vader vader moeder 18.30 uur Vrijdag moeder moeder moeder moeder - Zaterdag moeder moeder moeder moeder - Zondag moeder moeder moeder vader 18.30 uur zomervakantie: in onderling overleg bij helfte delen; herfstvakantie: in de oneven jaren bij de vader en de even jaren bij de moeder; kerstvakantie: in de oneven jaren in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de even jaren andersom; voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; meivakantie: in de oneven jaren in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de even jaren andersom; kerstdagen: bij de vader; Goede Vrijdag: conform de reguliere regeling; Pasen: bij de vader; Hemelvaartsdag/Pinksteren: conform de reguliere regeling; Koningsdag: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; Sinterklaas: bij de vader; Suikerfeest: bij de moeder, met een maximum van twee dagen; Offerfeest: bij de moeder, met een maximum van twee dagen; Vaderdag: bij de vader; Moederdag: bij de moeder; verjaardag van [het kind] : conform de reguliere regeling, waarbij de andere ouder in de gelegenheid moet worden gesteld [het kind] te feliciteren; verjaardag van de ouders: op de dag waarop de verjaardag wordt gevierd, bij de betreffende ouder, inclusief een overnachting voorafgaand aan die dag; waarbij wordt bepaald dat als de vader de zorg voor [het kind] heeft, de moeder elders verblijft en andersom, zolang de moeder nog geen eigen woning heeft, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorg- en contactregeling; In de voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv IV. een voorlopige zorgregeling vast te stellen als hiervoor bij III. weergeven, waarbij wordt bepaald dat als de vader de zorg voor [het kind] heeft, de moeder elders verblijft en andersom, zolang de moeder nog geen eigen woning heeft, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorgregeling. 4Het verweer en het zelfstandig verzoek van de moeder 4.1. De moeder voert verweer en verzoekt de rechtbank om de verzoeken van de vader af te wijzen. 4.2. Bij zelfstandig verzoek verzoekt de moeder om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om samen met [het kind] te mogen verhuizen naar [plaatsnaam] ; II. te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijf bij de moeder zal hebben; III. een zorgregeling tussen de vader en [het kind] vast te stellen waarbij: a. [het kind] om de veertien dagen een weekend van vrijdag 15.00 uur tot zondag 18.30 uur bij de vader verblijft, waarbij de vader [het kind] zal (op)halen en (terug)brengen; b. de vakanties en feestdagen gelijkelijk tussen de ouders worden verdeeld. 5Het advies van de Raad 5.1. De zittingsvertegenwoordigster van de Raad ziet dat er veel speelt tussen de ouders. Er is sprake van wantrouwen en oplopende spanningen. Birdnesting is een mogelijkheid maar beide ouders moeten dat willen. Er moet dan geen controle naar elkaar toe zijn. De Raad adviseert de ouders om zo snel mogelijk met een hulpverleningstraject te starten om een plan te maken en gesprekken te voeren over wat nodig is voor [het kind] . Verder is de Raad van mening dat beide ouders frequent contact moeten hebben met [het kind] . [het kind] is nog heel jong en beide ouders zijn belangrijke hechtingsfiguren die dichtbij haar moeten zijn. De Raad staat achter het Rijksvaccinatieprogramma. Het is voor [het kind] belangrijk om het opgestelde vaccinatieschema te volgen. De Raad ziet in hetgeen de moeder heeft aangedragen geen reden om van het vaccinatieschema af te wijken. De moeder heeft haar bezwaren tegen het verder vaccineren van [het kind] niet met een verklaring van een arts onderbouwd. 6De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 6.1. Omdat de vader en [het kind] de Nederlandse nationaliteit hebben en de moeder de Turkse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient de rechtbank eerst vast te stellen of zij bevoegd is om kennis te nemen van de verzoeken. 6.2. In artikel 7 van de verordening Brussel II-ter staat dat ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid de gerechten bevoegd zijn van de lidstaat op het grondgebied waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Omdat [het kind] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd. 6.3. In artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 staat dat de bevoegde rechter zijn eigen recht toepast. Dit betekent dat in deze zaak het Nederlandse recht zal worden toegepast. De voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv en aanhouding verzoeken hoofdverblijf, zorgregeling en vervangende toestemming verhuizing in de bodemprocedure 6.4. De rechtbank heeft op de mondelinge behandeling uitvoerig met de ouders gesproken over de situatie die heeft geleid tot deze procedure. Uit het gesprek is naar voren gekomen dat de relatie tussen de ouders nog maar kort geleden is geëindigd en dat het hen niet is gelukt om met elkaar in gesprek te gaan om (voorlopige) afspraken te maken over [het kind] . De ouders zijn het er wel over eens dat de huidige situatie waarin zij nog met elkaar onder één dak wonen niet kan voortduren, omdat er veel conflicten en spanningen tussen hen zijn waar [het kind] getuige van is. 6.5. De moeder heeft enkele dagen voor de mondelinge behandeling een verzoek ingediend waarin zij vervangende toestemming vraagt om met [het kind] te mogen verhuizen naar [plaatsnaam] . De moeder stelt dat zij niet in de woning van de vader kan blijven en dat zij geen andere woning in (de buurt van) [woonplaats] tot haar beschikking heeft. De vader heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat hij het niet eens is met de verhuizing en vindt dat de moeder in (de buurt van) [woonplaats] moet gaan wonen zodat de ouders de al langer bestaande situatie waarin zij de zorg voor [het kind] gelijkelijk delen kunnen voortzetten. Beide ouders hebben daarnaast verzoeken ingediend over het hoofdverblijf en de zorgregeling van [het kind] . 6.6. Op de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met partijen besproken dat de verzoeken over het hoofdverblijf, de zorgregeling en de vervangende toestemming voor verhuizing worden aangehouden. Omdat het een verzoek tot verhuizing van meer dan 100 km betreft, zal de rechtbank de zaak verwijzen naar de meervoudige kamer. De behandeling wordt voorgezet op 27 maart 2025 om 09:30 uur. 6.7. Vervolgens is gesproken over een oplossing voor de komende periode. De vader heeft voorgesteld om de zorg voor [het kind] in de vorm van een birdnesting te verdelen op basis van het door hem opgestelde schema. Hoewel de moeder dit eerst niet zag zitten, heeft zij uiteindelijk na een schorsing van de mondelinge behandeling alsnog ingestemd met het voorstel van de vader. De ouders hebben afgesproken dat zij, voor de duur van de bodemprocedure, om en om met [het kind] in de woning van de vader in [woonplaats] zullen verblijven om voor haar te zorgen (birdnesting). Uit het door de vader opgestelde schema volgt dat de vader in week 1 van maandagochtend tot dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zaterdagochtend 09.00 uur in de woning verblijft (tot maandagochtend in week 2) en de zorg draagt voor [het kind] . Op de andere dagen in week 1 verblijft de moeder in de woning van de vader om voor [het kind] te zorgen. Uit het door de vader opgestelde schema volgt dat de vader in week 2 van maandagochtend tot dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zondagavond 18.30 uur in de woning verblijft (tot maandagochtend in de daaropvolgende week) en de zorg draagt voor [het kind] . Op de andere dagen in week 2 verblijft de moeder in de woning van de vader om voor [het kind] te zorgen. De ouder die niet voor [het kind] zorgt, verblijft elders. De ouders hebben afgesproken dat zij samen op zoek zullen gaan naar een alternatieve plek waar zij op de dagen dat zij zij niet willen [het kind] zorgen verblijven. Ook hebben de ouders afgesproken dat de vader alle camera’s en geluidsapparatuur die in zijn woning aanwezig zijn verwijdert zodat de moeder zonder stress de zorg kan dragen voor [het kind] . De ouders hebben afgesproken dat deze voorlopige zorgregeling ingaat op 3 januari 2025. 6.8. De ouders hebben ook afspraken gemaakt over de verdeling van de kerstvakantie 2024. Zij zijn overeengekomen dat de vader in de periode van 22 december 2024 12.00 uur tot 26 december 2024 19.00 uur samen met [het kind] naar zijn ouders (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.