← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:12046

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05/187909-24, 05/363543-24 (ttz gev) en 05/079226-24 (ttz gev) Datum uitspraak : 2 mei 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] [woonplaats] . raadsvrouw: mr. S. Striekwold, advocaat in Doetinchem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 april 2025 achter gesloten deuren. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Onder parketnummer 05/079226-24: 1. hij op of omstreeks 13 februari 2024 te [woonplaats] , gemeente [woonplaats] , openlijk, te weten op het stationsplein te [woonplaats] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1] : - een of meermalen tegen zijn lichaam te duwen en/of - een of meermalen tegen zijn gezicht en/of zijn rug, althans zijn lichaam, te slaan en/of te stompen en/of - een of meermalen tegen zijn benen en/of zijn bovenlichaam en/of zijn hoofd, althans zijn lichaam, te schoppen; 2. hij op of omstreeks 13 februari 2024 te [woonplaats] , terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een vouwmes, voorhanden heeft gehad; Onder parketnummer 05/187909-24: hij, op of omstreeks 7 juni 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een snor-/bromfiets (gekentekend [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of de ouders/vader van die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - achter die [slachtoffer 2] aan gerend en/of gelopen en/of - voor voornoemde snor-/bromfiets waarop [slachtoffer 2] zat gestaan en/of - die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ga van die scooter af want die is van mijn vriend" en/of "Doe dat maar wel want ik heb een mes en/of wapen bij me" en/of "Doe dat maar wel anders steek ik je in je nek" en/of "Als je niet luistert dan haal ik een vriend en/of vrienden en/of een groep erbij met een pistool", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 2] bij zijn keel/nek, althans het lichaam, vastgehouden en/of vastgepakt en/of vastgegrepen en/of - de sleutel van voornoemde snor-/bromfiets gepakt en/of vastgehouden en/of uit het contact slot gehaald en/of - voornoemde snor-/bromfiets vastgepakt en/of vastgehouden en/of afgepakt en/of meegenomen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 7 juni 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een snor-/bromfiets (gekentekend [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of de ouders/vader van die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(
  3. n)immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - achter die [slachtoffer 2] aan gerend en/of gelopen en/of - voor voornoemde snor-/bromfiets waarop [slachtoffer 2] zat gestaan en/of - die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ga van die scooter af want die is van mijn vriend" en/of "Doe dat maar wel want ik heb een mes en/of wapen bij me" en/of "Doe dat maar wel anders steek ik je in je nek" en/of "Als je niet luistert dan haal ik een vriend en/of vrienden en/of een groep erbij met een pistool", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 2] bij zijn keel/nek, althans het lichaam, vastgehouden en/of vastgepakt en/of vastgegrepen en/of - de sleutel van voornoemde snor-/bromfiets gepakt en/of vastgehouden en/of uit het contact slot gehaald en/of - voornoemde snor-/bromfiets vastgepakt en/of vastgehouden en/of afgepakt en/of meegenomen; Onder parketnummer 05/363543-24: hij op of omstreeks 17 oktober 2024 te [woonplaats] etenswaren, te weten een zak M&M's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan supermarkt Jumbo [woonplaats] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  4. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen aangever [slachtoffer 1] en het voorhanden hebben van een mes (05/079226-24), medeplegen van diefstal met geweld van een scooter (05/187909-24) en de diefstal van een zak M&M’s uit een supermarkt (05/363543-24). Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ten aanzien van parketnummer 05/079226-24 bepleit dat verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor het handelen van de groep, omdat hij zelf ook geweld heeft gebruikt. De openlijke geweldpleging kan dus worden bewezen. Dat geldt ook voor het voorhanden hebben van het mes. Ten aanzien van parketnummer 05/187909-24 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Verdachte heeft niet het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gehad, omdat hij de oprechte overtuiging had dat de scooter toebehoorde aan de medeverdachte. Op het moment dat verdachte besefte dat de scooter aangever [slachtoffer 2] toebehoorde, stopte verdachte met zijn handelen. De diefstal van de M&M’s onder parketnummer 05/363543-24 wordt door verdachte bekend en kan worden bewezen. De beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 05/079226-24: Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1: - het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 33-34; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] p. 38-39; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 april 2025. Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2: - het proces-verbaal van bevindingen, p. 42-43; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 april 2025. Ten aanzien van parketnummer 05/187909-24: Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 7 juni 2024 in [woonplaats] met een vriend op de scooter van zijn vader reed. Er kwamen drie jongens op hen af. De jongens gingen voor hem staan en hielden hem tegen. Eén van die jongens zei: "ga van die scooter af want die is van mijn vriend". [slachtoffer 2] zei dat hij dit niet ging doen, omdat de scooter van zijn vader was. Een van de jongens zegt vervolgens: “Doe dat maar wel want ik heb een mes bij me. Doe dat maar wel anders steek ik je in je nek”. Aangever [slachtoffer 2] kent verdachte uit de wijk. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte hem bij zijn nek pakte. Een jongen pakte de sleutels uit het contactslot en zei dat hij de scooter ging testen en dat als aangever niet zou luisteren, hij een vriend erbij zou halen met een pistool. Vervolgens reed de jongen weg met de scooter. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat ze met zijn drieën op een bankje zaten, toen medeverdachte [medeverdachte] twee jongens op een scooter zag rijden en zei dat de scooter van hem was. Ze zijn achter de scooter aangerend en voor de scooter gaan staan. De jongen op de scooter zei dat de scooter van zijn vader was. Medeverdachte [medeverdachte] dreigde met een mes en zei dat hij er een jongen bij zou halen met een vuurwapen. Verdachte heeft aangever [slachtoffer 2] bij zijn kleren gepakt, ter hoogte van zijn schouder, en duwde hem van de scooter af. Dat kan op aangever zijn overgekomen als dat hij hem bij zijn nek pakte. De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, dan wel bevoordeling ontbrak, omdat verdachte de overtuiging had dat de scooter aan medeverdachte [medeverdachte] toebehoorde. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden, omdat dit niet blijkt uit de andere bewijsmiddelen. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] blijkt namelijk dat hij heeft gezegd dat de scooter van een vriend van hem (en dus niet van hem zelf) was. Aangever [slachtoffer 2] bevestigt dat [medeverdachte] dit heeft gezegd. Bovendien heeft aangever [slachtoffer 2] van meet af aan gezegd dat de scooter aan zijn vader toebehoorde. Verdachte kende aangever [slachtoffer 2] uit de wijk. Het is onvoldoende onderbouwd waarom verdachte meer geloof mocht hechten aan de (afwijkende) verklaring van de medeverdachte, dan aan de verklaring van aangever [slachtoffer 2] . Als verdachte al mocht menen dat de (vage) verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat de scooter van een vriend van hem ( [medeverdachte] ) was en dit reden kon zijn om aangever tot stoppen te dwingen, dan had verdachte nadat aangever (net als zijn bijrijder) zei en bleef zeggen dat de scooter van zijn vader was niet meer ervan uit mogen gaan dat de scooter aan medeverdachte [medeverdachte] toebehoorde. Door aangever vast te pakken en van de scooter af te duwen, is verdachte een wezenlijke bijdrage blijven leveren aan het geweld met het oogmerk de wederrechtelijke toe-eigening van de scooter te realiseren. Mede daardoor kon medeverdachte [medeverdachte] de scooter meenemen. Het verweer slaagt niet. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Het geweld bestond onder meer uit het duwen van aangever, zodat hij van de scooter afstapte. Daarnaast is gedreigd met geweld door te dreigen met (het steken met) een mes en dat een vriend erbij zou worden gehaald die een vuurwapen heeft. Ten aanzien van parketnummer 05/363543-24: Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, Sv en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Jumbo, p. 5; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 april 2025. 3De bewezenverklaring De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat: Onder parketnummer 05/079226-24: 1. hij op of omstreeks 13 februari 2024 te [woonplaats] , gemeente [woonplaats] , openlijk, te weten op het stationsplein te [woonplaats] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1] : - een of meermalen tegen zijn lichaam te duwen en/of - een of meermalen tegen zijn gezicht en/of zijn rug, althans zijn lichaam, te slaan en/of te stompen en/of - een of meermalen tegen zijn benen en/of zijn bovenlichaam en/of zijn hoofd, althans zijn lichaam, te schoppen; 2. hij op of omstreeks 13 februari 2024 te [woonplaats] , terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een vouwmes, voorhanden heeft gehad; Onder parketnummer 05/187909-24, primair: hij, op of omstreeks 7 juni 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een snor-/bromfiets (gekentekend [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of de ouders/vader van die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)toebehoorde(
  6. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - achter die [slachtoffer 2] aan gerend en/of gelopen en/of - voor voornoemde snor-/bromfiets waarop [slachtoffer 2] zat gestaan en/of - die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ga van die scooter af want die is van mijn vriend" en/of "Doe dat maar wel want ik heb een mes en/of wapen bij me" en/of "Doe dat maar wel anders steek ik je in je nek" en/of "Als je niet luistert dan haal ik een vriend en/of vrienden en/of een groep erbij met een pistool", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 2] bij zijn keel/nek, althans het lichaam, vastgehouden en/of vastgepakt en/of vastgegrepen en/of - de sleutel van voornoemde snor-/bromfiets gepakt en/of vastgehouden en/of uit het contact slot gehaald en/of - voornoemde snor-/bromfiets vastgepakt en/of vastgehouden en/of afgepakt en/of meegenomen; Onder parketnummer 05/363543-24: hij op of omstreeks 17 oktober 2024 te [woonplaats] etenswaren, te weten een zak M&M's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan supermarkt Jumbo [woonplaats] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  7. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. De rechtbank heeft taal- of schrijffouten in de tenlastelegging verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn belang geschaad. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Onder parketnummer 05/079226-24: feit 1: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon; feit 2: Handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie; Onder parketnummer 05/187909-24, primair: Diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; Onder parketnummer 05/363543-24: Diefstal. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar. 7De motivering van de straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een leerstraf (So Cool, verlengde variant) van 50 uur en een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, moet van de voorwaardelijke werkstraf, in het geval van tenuitvoerlegging, worden afgetrokken. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat als de rechtbank vrijspreekt van de diefstal van de scooter, zoals door haar is bepleit, dit tot matiging van de voorwaardelijke werkstraf dient te leiden. Verdachte kan veel baat hebben bij de leerstraf. In het geval de rechtbank tot veroordeling voor alle feiten komt, is de door de officier van justitie geëiste straf passend. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met het uittreksel Justitiële Documentatie van 14 maart 2025 (het strafblad) en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 11 april 2025. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Samen met twee anderen heeft verdachte zonder aanleiding en in het openbaar geweld tegen een voor hem onbekende man gebruikt. Deze man had samen met zijn vriendin en andere familieleden carnaval gevierd. Door hun handelen hebben zij pijn en letsel bij de aangever veroorzaakt en zijn lichamelijke integriteit op grove wijze geschonden. De vriendin van aangever heeft van dit geweld getuige moeten zijn. Dergelijk zinloos geweld heeft in de eerste plaats op aangever, zijn vriendin maar ook op de rest van de samenleving impact en leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid. Verder heeft verdachte een mes van categorie IV van de Wet wapens en munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerd bezit van zo’n mes brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Ook heeft verdachte in vereniging een scooter weggenomen, waarbij geweld is gebruikt en is gedreigd met geweld. Dit is voor de aangever, die op dat moment 14 jaar oud was, en zijn nog jongere bijrijder een angstige gebeurtenis geweest. Tot slot heeft verdachte een zakje M&M’s gestolen uit een supermarkt. Dat is - ook wanneer een dergelijke diefstal slechts een geringe waarde vertegenwoordigt - een delict dat overlast oplevert voor de benadeelde winkelier. Strafblad Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in 2023 een strafbeschikking heeft gekregen voor het medeplegen van een aantal vernielingen, maar dat hij niet eerder (door een rechter) is veroordeeld voor soortgelijke feiten als waarvoor hij nu veroordeeld wordt. De op te leggen straf Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming komt naar voren dat verdachte inmiddels een aantal keer met de politie in aanraking is gekomen, wat de kans op herhaling verhoogt. Daarnaast zijn er ook hoge risico’s op de domeinen geestelijke gezondheid, relaties en vaardigheden. Daar staat tegenover dat er veel beschermende factoren zijn in de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zijn moeder is erg betrokken en doet haar best verdachte te ondersteunen. Hij gaat naar een voor hem passende school. Ook heeft hij gebroken met de jongens waarmee hij de bewezenverklaarde delicten heeft gepleegd. Alle bewezenverklaarde feiten hebben met elkaar gemeen dat verdachte zich gemakkelijk door anderen – direct of indirect – laat beïnvloeden. Achteraf ziet hij in dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt en heeft hij spijt van wat hij heeft gedaan. Het is van belang dat hij leert om op het moment zelf weerbaarder te zijn tegen de negatieve invloed van anderen en beter de gevolgen van zijn daden te overzien. So Cool kan hem daarbij helpen. De ter zitting gehoorde reclasseringswerker heeft, in aanvulling op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, geadviseerd om de verlengde variant van de leerstraf op te leggen. De rechtbank neemt dit advies over. Naast de leerstraf zal de rechtbank, gelijk aan het advies van de Raad, een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren opleggen, met als bijzondere voorwaarden dat hij meewerkt aan het toezicht door de jeugdreclassering en dat hij meewerkt aan het onderzoek door de jeugdreclassering naar welke hulp verdachte nodig heeft. Ook moet hij meewerken aan die hulp die uit dat onderzoek naar voren komt. 8De beoordeling van de civiele vorderingen De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 onder parketnummer 05/079226-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook heeft hij hoofdelijke toewijzing gevorderd. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden gematigd tot € 600,-. Tevens heeft de raadsvrouw van verdachte verzocht de vordering van de benadeelde partij niet hoofdelijk toe te wijzen, maar het bedrag te delen door het aantal verdachten, zodat verdachte niet kan worden aangesproken voor het deel van het bedrag waarvoor zijn medeverdachten verantwoordelijk zijn. De beoordeling door de rechtbank Uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de immateriële schade die de benadeelde partij heeft geleden het gevolg is van het strafbare feit dat tegen hem was gericht. Benadeelde heeft lichamelijk letsel opgelopen, te weten hoofdpijn, blauwe plekken, concentratieproblemen en vermoeidheid, waardoor hij drie maanden niet heeft kunnen werken. Dit is aan verdachte en zijn medeverdachte(
  8. n)toe te rekenen. De rechtbank zal voor het vaststellen van de immateriële schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. Naar maatstaven van billijkheid zal zij de immateriële schadevergoeding op een bedrag van € 900,00 vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De rechtbank oordeelt dat het onwenselijk is dat verdachte kan worden aangesproken voor het gehele bedrag. In plaats van de door de officier van justitie gevorderde hoofdelijke veroordeling zal de rechtbank daarom de vordering tot een derde (de rechtbank gaat uit van twee medeverdachten) van bovengenoemd bedrag toewijzen en verdachte veroordelen tot het betalen van een derde van het toegewezen bedrag, te weten € 300,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2024. Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met het feit onder parketnummer 05/187909-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.452,- aan materiële schade, € 1.000,- aan smartengeld en € 3.000,- voor nader te onderbouwen schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en een contactverbod verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van de materiële schade en de stelpost. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie gevorderd dat een bedrag van € 500,- kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook heeft hij hoofdelijke toewijzing gevorderd. De officier van justitie vindt een contactverbod met de benadeelde niet nodig. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade onvoldoende is onderbouwd en dat verdachte de eventuele schade niet heeft veroorzaakt. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsvrouw aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met het beperktere aandeel in het ontstaan van de schade. Tevens heeft de raadsvrouw van verdachte verzocht de vordering van de benadeelde partij niet hoofdelijk toe te wijzen, maar het bedrag te delen door het aantal verdachten, zodat verdachte niet kan worden aangesproken voor het deel van het bedrag waarvoor zijn medeverdachten verantwoordelijk zijn. Ook de raadsvrouw vindt een contactverbod niet nodig. De beoordeling door de rechtbank De benadeelde heeft gesteld dat er ten gevolge van de diefstal met geweld schade, bestaande uit lakschade, is ontstaan aan de scooter. Ter onderbouwing is een factuur/offerte overgelegd die dateert van ruim vijf maanden na het bewezenverklaarde. Uit het dossier blijkt niet dat op een eerder moment melding is gedaan van de schade. Ongeacht de redenen voor dit tijdsverloop kan hierdoor niet meer worden vastgesteld dat er een causaal verband bestaat tussen de gestelde schade en de onrechtmatige daad. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering. De stelpost (nader te onderbouwen schade) ziet, blijkens de toelichting, op schade die nog niet is gevorderd, dan wel niet bekend, dan wel toekomstig is. Dit deel van de vordering is onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij kan daarom ook ten aanzien van deze stelpost niet in de vordering worden ontvangen. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde immateriële schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door de diefstal met geweld en bedreiging met geweld is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 500,- vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Zoals hierboven overwogen, zal de rechtbank ook deze vordering niet hoofdelijk toewijzen. Ten aanzien van deze vordering zal de rechtbank de vordering tot de helft (de rechtbank gaat uit van een medeverdachte) van bovengenoemd bedrag toewijzen en verdachte veroordelen tot het betalen van de helft van het toegewezen bedrag, te weten € 250,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2024. Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. De benadeelde heeft verzocht om een contactverbod op te leggen. De rechtbank ziet daarvoor geen aanleiding. Verdachte en aangever wonen bij elkaar in de buurt. Zij zijn elkaar sinds de diefstal nog tegengekomen en dit heeft niet tot problemen geleid. Verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij ook geen problemen wil met aangever en gepaste afstand houdt Dit acht de rechtbank toereikend. 9. De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 36 f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht; - 26, 54 van de Wet wapens en munitie. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een leerstraf, te weten So Cool Verlengd, voor de duur van 50 (vijftig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen;  veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 40 (veertig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen; bepaalt dat die werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: - zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak; - meewerkt aan het onderzoeken door de jeugdreclasseerder welke hulp er noodzakelijk wordt geacht en meewerkt aan de uit dat onderzoek voortvloeiende hulp; onder de voorwaarden dat verdachte: - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;  geeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Amsterdam, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.  beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de werkstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht, twee uren in mindering worden gebracht;  veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald: Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente 1. [slachtoffer 1] parketnummer 05/079226-24, feit 1) € 300,- 13 februari 2024; 2. [slachtoffer 2] parketnummer 05/187909-24) € 250,- 7 juni 2024.  verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vorderingen;  veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil;  legt aan verdachte tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(
  9. en)te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal jeugddetentie zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Benadeelde partijen Bedrag Gijzeling 1. [slachtoffer 1] parketnummer 05/079226-24) € 300,- 0 dagen; 2. [slachtoffer 2] parketnummer 05/187909-24) € 250,- 0 dagen.  Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen, voorzitter tevens kinderrechter, mr. R. Raat en mr. R.M.H. Pennings, kinderrechters, en mr. W. Braaksma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 mei 2025. mr. M.C. Gerritsen en mr. R. Raat zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024070393, gesloten op 8 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024262486, gesloten op 9 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 9-10. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 18 april 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024489400, gesloten op 23 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.