RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 11903721 \ HA VERZ 25-146 Beschikking van 10 december 2025 in de zaak van GEMEENTE RHEDEN, te De Steeg, verzoekende partij, hierna te noemen: de gemeente, gemachtigde: mr. A.G. Kerkhof, tegen [naam verweerder] , te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. V.E. Breedveld. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - het verweerschrift - de mondelinge behandeling van 18 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- [verweerder] , geboren [geb. datum] , is sinds 1 april 2010 in dienst bij de gemeente. De functie van [verweerder] is Consulent schulddienstverlening met een loon van € 4.861,00 bruto per maand. 2.
- Op 17 juni 2024 heeft een vergadering plaatsgehad. [verweerder] heeft die vergadering, op verzoek van zijn leidinggevende [naam leidinggevende] (hierna: [leidinggevende] ), verlaten. 2.
- Op 20 juni 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [leidinggevende] , waarin de gebeurtenissen van 17 juni 2024 werden besproken. Tijdens dit gesprek gedroeg [verweerder] zich verbaal agressief en verhief hij zijn stem tegenover [leidinggevende] . 2.
- Op 1 juli 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [leidinggevende] , [verweerder] en een HR-adviseur van de gemeente. Tijdens dit gesprek werden onder andere de gebeurtenissen van 20 juni 2024 besproken. 2.
- Bij brief van 8 juli 2024 heeft de gemeente [verweerder] een officiële waarschuwing gestuurd. In deze brief staat, voor zover van belang, het volgende: “(…) Naar aanleiding van recente gebeurtenissen tijdens uw werk, zien wij ons genoodzaakt u een officiële waarschuwing te geven wegens uw ongewenste gedrag. Op 20 juni 2024 heeft u zich tijdens een gesprek met uw manager, mevrouw [leidinggevende] , zowel verbaal als non-verbaal agressief gedragen. Dit gedrag is in strijd met de normen en waarden die wij bij de Gemeente Rheden hanteren en kan niet worden getolereerd. (…) Maatregelen : (…) Teneinde herhaling van dit gedrag te voorkomen en om u een kans te bieden uzelf te verbeteren, zullen wij met u een formeel verbetertraject aangaan. Dit traject zal zes maanden duren; nadere informatie hierover volgt. (…)” 2.
- Op 8 juli 2024 is het verbetertraject aangevangen. Het verbeterplan bevatte diverse afspraken met betrekking tot de dienstverlening naar klanten, samenwerking met collega’s, en de rol binnen de organisatie. Het doel was onder andere het verbeteren van de bereikbaarheid, het naleven van procesafspraken en het aannemen van een constructieve en klantvriendelijke houding. [verweerder] werd daarnaast aangespoord om problemen binnen de samenwerking met collega’s proactief aan te pakken en via gesprekken met zijn teammanager op te lossen. Het verbetertraject legde ook nadruk op de verantwoordelijkheid die [verweerder] als consulent binnen de organisatie draagt en op het tonen van respect in alle interacties binnen het werk. 2.
- Op 19 september 2024 is door de gemeente mediation opgestart, waarbij [leidinggevende] en [verweerder] deelnamen. Het doel van deze mediation was om in onderling overleg afspraken te maken over hun samenwerking. 2.
- De mediation is op 22 januari 2025 beëindigd. 2.
- Op 26 mei 2025 heeft een eindevaluatie van het verbetertraject plaatsgevonden. Door de gemeente is daarbij geconcludeerd dat er geen verbetering is opgetreden in het functioneren van [verweerder] . Op 11 juli 2025 heeft de gemeente [verweerder] een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst gedaan. 3Het verzoek en het verweer 3.
- De gemeente verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden van de aangevoerde gronden. 3.
- [verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en een eventuele aanvullende vergoeding met veroordeling van de gemeente tot verstrekking van een bruto-/netto specificatie. 3.
- Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.
- Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Disfunctioneren 4.
- De gemeente verzoekt primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op de grond van disfunctioneren, waarbij zowel inhoudelijk functioneren als houding en gedrag van [verweerder] ter discussie worden gesteld. De gemeente wijst op verschillende gebeurtenissen, zoals het vertrek van [verweerder] uit de vergadering op 17 juni 2024, zijn agressieve houding op 20 juni 2024 en de daaropvolgende gesprekken waarin hij werd aangesproken op zijn functioneren. Daarbij gaat het volgens de gemeente onder meer om het zelfstandig opstarten van casussen voor budgetbeheer buiten zijn takenpakket, het uitblijven van de overdracht van dossiers, zijn afzijdigheid in de teamontwikkeling en de wijze waarop hij omging met feedback van collega’s en leidinggevenden. Het verbetertraject dat op 8 juli 2024 is gestart heeft volgens de gemeente niet geleid tot verbetering. 4.
- [verweerder] betwist vrijwel alle punten die door de gemeente zijn aangevoerd. Wat betreft het zelfstandig opstarten van casussen voert hij aan dat dit was ingegeven door spoedeisendheid en het belang van de klant. Het verwijt dat hij feedback van collega’s onjuist zou hebben opgepakt, weerspreekt hij eveneens. Ten aanzien van het uitblijven van de overdracht van dossiers stelt hij dat dit niet het gevolg was van onwil, maar dat hij daartoe nog niet in de gelegenheid is geweest vanwege tijdgebrek. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de gemeente, gelet op de gemotiveerde betwisting door [verweerder] , onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van structureel disfunctioneren dat zodanig ernstig is dat van de gemeente niet kan worden gevergd dat zij in redelijkheid de arbeidsovereenkomst laat voortduren. De door de gemeente aangevoerde voorbeelden betreffen grotendeels voorvallen waarover [verweerder] een plausibele verklaring heeft gegeven, dan wel gedragingen die niet eenduidig wijzen op structurele ongeschiktheid voor zijn functie. Het verzoek om ontbinding op de d-grond wordt daarom afgewezen. Verstoorde arbeidsrelatie 4.
- De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen echter wel ontbinden op de subsidiair verzochte g-grond. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding, welke verstoring voornamelijk haar oorsprong vindt in de gebeurtenissen op 17 juni 2024 en 20 juni 2024, waarbij de relatie tussen [verweerder] en zijn leidinggevende [leidinggevende] een belangrijke rol lijkt te spelen. Deze gebeurtenissen markeerden het begin van de problematische verhoudingen tussen partijen, welke sindsdien, ondanks diverse gesprekken en inspanningen, niet zijn hersteld, terwijl daar ook geen zicht op bestaat. Ter zitting is voorts gebleken dat de standpunten onwrikbaar zijn en beide partijen niet de indruk gewekt hebben er aan te willen werken om de verhoudingen te normaliseren zodat het dienstverband alsnog succesvol zou kunnen worden voortgezet. Herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn ligt, gelet op hiervoor vastgestelde verstoorde verhoudingen tussen partijen, ook niet in de rede. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een voldragen g-grond op basis waarvan de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 april
- Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. Transitievergoeding 4.
- Partijen zijn het erover eens dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding. Deze is berekend op een bedrag van € 29.961,88 bruto. Het verzoek van [verweerder] om de gemeente te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt eveneens toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 mei
- Billijke vergoeding 4.
- De kantonrechter ziet aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. De kantonrechter overweegt in dat verband als volgt. 4.
- In dit geval heeft de gemeente, na de gebeurtenissen van 17 en 20 juni 2024, niet tijdig ingegrepen met passende de-escalerende maatregelen. Op het moment dat duidelijk was geworden dat er een conflict was ontstaan tussen [verweerder] en [leidinggevende] had van de gemeente verwacht mogen worden dat zij - al dan niet door een hogere leidinggevende - in die relatie zou ingrijpen. In plaats daarvan koos de gemeente voor het opleggen van een officiële waarschuwing en het starten van een verbetertraject, waarbij [verweerder] bovendien verantwoording moest afleggen aan dezelfde leidinggevende met wie nu juist de spanningen bestonden. Dat heeft geleid tot een verdieping van het conflict waardoor de relatie uiteindelijk irreparabel is geworden. De kantonrechter kwalificeert dit als ernstig verwijtbaar handelen van de gemeente, hetgeen de toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerder] rechtvaardigt. 4.
- Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van de ontbinding kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. [verweerder] is 64 jaar en heeft tot aan het ontstane conflict naar behoren gefunctioneerd. Gezien zijn leeftijd is het denkbaar dat een nieuwe werkkring niet voor het oprapen ligt en zal hij bij beëindiging van het dienstverband mogelijk een beroep moeten door op de WW, hetgeen zal leiden tot een lager maandelijks inkomen. De kantonrechter houdt er voorts rekening mee dat niet gesteld of gebleken is dat zonder het conflict de arbeidsovereenkomst op korte termijn zou zijn geëindigd. De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 45.000,00 bruto. 4.
- Het verzoek van [verweerder] tot verstrekking van de bruto/netto specificaties zal als onweersproken worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing staat vermeld. 4.
- De door partijen aangevoerde argumenten, die in het voorgaande niet aan de orde zijn gekomen, behoeven geen bespreking, nu deze, in het licht van hetgeen is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kunnen leiden. 4.
- De gemeente krijgt de gelegenheid om het verzoek in te trekken, binnen de hierna genoemde termijn, omdat aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de gemeente, omdat de gemeente overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van de gemeente. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 4.
- Als de gemeente het verzoek intrekt, zal de gemeente de proceskosten van [verweerder] moeten betalen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- stelt de gemeente in de gelegenheid om het verzoek uiterlijk 30 december 2025 in te trekken, door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij, Voor het geval de gemeente het verzoek niet binnen die termijn intrekt: 5.
- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2026, 5.
- veroordeelt de gemeente om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 29.961,88 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2026, tot aan de dag van de gehele betaling, 5.
- veroordeelt de gemeente om aan [verweerder] een billijke vergoeding te betalen van € 45.000,00 bruto, 5.
- veroordeelt de gemeente om aan [verweerder] een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken van de hiervoor genoemde betalingen, 5.
- veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders verzochte af, Voor het geval de gemeente het verzoek binnen die termijn intrekt: 5.
- veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] en € 135,00 aan nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 10 december
- 26396 \ 61525