← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:128

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05-127542-24 Datum uitspraak : 13 januari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] , raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

  1. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 januari 2024 tot en met 19 februari 2024 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door:(met kracht) met een stok, althans een op een stok gelijkend voorwerp, op debovenbenen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de ellenbogen vast te pakken en/of (vervolgens) naar de grond toe te werken en/of te duwen en/of die [slachtoffer] (met kracht) vast te pakken en/of (vervolgens) van de trap te duwen en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken en/of te grijpen en/of vast te houden en/of dicht te knijpen en/of meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd,althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan/stompen en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) (metkracht) die [slachtoffer] op de bank te gooien; 2.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder voorhanden heeft gehad; 3.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm, kleur en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk "Glock”, model: "17”, voorhanden heeft gehad; 4.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes voorhanden heeft gehad; 5.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een onderdeel van een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn, zijnde een onderdeel van wezenlijke aard die specifiek bestemd is voor een geweer van de AR-15 stijl (waaronder de Colt C7 en/of C8), voorhanden heeft gehad; 6.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool, van het merk "Glock", type "17 Gen 5", kaliber 9 millimeter P.A.K., zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.
  2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van feit 1 enkel kan worden veroordeeld voor het bij de armen pakken en op de bank gooien van [slachtoffer] . Wat de overige gedragingen betreft heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Beoordeling door de militaire kamer Op 19 februari 2024 gaan verbalisanten ter plaatse na een melding van [slachtoffer] . In de speeltuin op de [adres 2] zat [slachtoffer] met haar handen voor haar hoofd. Zij was erg emotioneel en moest veel huilen. Zij kon op dat moment geen duidelijk verhaal vertellen omdat zij zo in paniek was. Zij had een rode plek op de linkerkant van haar gezicht. Deze plek liep van haar linker wenkbrauw over haar wang naar haar linker mondhoek. Zij verklaarde tegen de verbalisant dat zij ruzie had met haar partner [verdachte] (verdachte) en dat hij helemaal was doorgedraaid. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat [slachtoffer] in haar gezicht aan de linkerkant ter hoogte van haar wang en oog rode vlekken en schrammen had. [slachtoffer] verklaarde dat verdachte haar met de vlakke hand en met vuisten had geslagen en dat hij haar keel had dichtgeknepen nadat zij onenigheid hadden gekregen over de muziek die op stond. Verdachte pakte haar toen bij haar keel en gaf haar enkele klappen in haar gezicht met zijn vlakke hand en met zijn vuisten. Zij is toen naar buiten gerend en heeft 112 gebeld. Haar gedachte achter het bellen van 112 was overleven. [slachtoffer] heeft verklaard dat er vaker sprake was van geweld, maar dat het deze keer echt heftig was en dat ze dacht dat ze dood zou gaan. Op de vraag van de verbalisant wat er de afgelopen maanden nog meer was gebeurd, verklaarde [slachtoffer] , dat verdachte haar rond 16 januari 2024 met een stok had geslagen. [slachtoffer] heeft eveneens verklaard dat verdachte haar rond 8 februari 2024 van de trap had geduwd. Zij heeft daar destijds foto’s van gemaakt, welke foto’s zij vanaf haar telefoon aan de verbalisant liet zien. De verbalisant heeft vervolgens van het scherm van [slachtoffer] foto’s gemaakt en geverbaliseerd wat hij zag op de foto’s. Op de foto’s was letsel te zien aan ellebogen, aan de linker bovenarm en op een linker bovenbeen net boven de knie. Het letsel aan de ellebogen kwam volgens [slachtoffer] , omdat verdachte haar altijd op de grond duwde als hij geweld tegen haar gebruikte. Het letsel aan haar bovenarm was ontstaan doordat verdachte haar stevig had vastgepakt en toen van de trap had gegooid. De foto’s zijn middels een fotoblad als bijlage gehecht aan het proces-verbaal van bevindingen. Onder de foto’s op het fotoblad zijn de data 8 februari 2024 en 16 februari 2024 getypt. Op 19 februari 2024 is in de woning van verdachte tussen het zitkussen en de rugleuning van de bank een op een wapenstok gelijkend voorwerp aangetroffen. De verbalisanten die naar de woning van verdachte zijn gegaan, troffen verdachte daar aan met rood doorlopen ogen en hij was onvast ter been. Zijn adem rook naar alcohol. Het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van de adem van verdachte bedroeg 930 µg/l (microgram ethanol per liter uitgeademde lucht). Verdachte was agressief richting de politie. Verdachte vroeg meerdere malen aan de politie ‘waar is die hoer dan’ en doelde daarbij op zijn vriendin die de politie had gebeld. Uit de gesprekken die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen komt volgens de politie het beeld naar voren dat sprake was van een grillige relatie, waarbij er regelmatig ruzies zijn. Verdachte heeft verklaard, dat hij inderdaad met [slachtoffer] heeft gevochten. Hij wilde dat zij hem met rust liet en heeft haar bij de armen gepakt en op de bank gegooid. Ook heeft hij verklaard dat hij enkel zijn vingers op haar kin heeft gezet en heeft gezegd dat ze weg moest gaan. Aan verdachte wordt tijdens het verhoor een foto van het letsel getoond, hij heeft daarover verklaard dat het letsel er niet goed uit zag en het ook niet de bedoeling was dat het zo gegaan was. Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer] De militaire kamer is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de mishandelingen in de periode van 16 januari 2024 tot en met 19 februari 2024 betrouwbaar is. [slachtoffer] heeft bij de verbalisanten nadat zij 112 had gebeld en later als getuige een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd over het geweld dat heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer] . Deze verklaringen zijn naar het oordeel van de militaire kamer consistent en komen authentiek over. Hierbij speelt een rol dat [slachtoffer] na de mishandeling op 19 februari 2024 de politie heeft gebeld om – naar eigen zeggen – te overleven en de verbalisanten haar ter plaatse in paniek aantroffen en zij direct en concreet over de ruzies heeft verklaard. De militaire kamer acht de verklaringen van [slachtoffer] , gelet op het bovenstaande, betrouwbaar en gaat er daarom vanuit dat alle door [slachtoffer] in haar verklaringen genoemde handelingen ook hebben plaatsgevonden. Conclusie De militaire kamer is van oordeel dat op basis van voornoemde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat tussen [slachtoffer] en verdachte niet altijd een harmonieuze relatie bestond. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij door verdachte met een stok is geslagen en zij heeft aan de verbalisant foto’s laten zien van letsel dat past bij haar verklaringen. Daarnaast is in de woning van verdachte op 19 februari 2024 een wapenstok aangetroffen. Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat zij van de trap is geduwd en dat zij ook toen foto’s heeft gemaakt van het letsel, welk letsel past bij haar verklaringen. Gelet op de betrouwbare verklaring van aangeefster in combinatie met de overige genoemde bewijsmiddelen – waaronder de verklaring van verdachte dat hij haar op de bank heeft gegooid en dat hij zich er niet van bewust was wat zijn greep bij haar had gedaan – is de militaire kamer van oordeel dat de tenlastegelegde mishandelingen van aangeefster door verdachte in de periode van 16 januari 2024 tot en met 19 februari 2024 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen, p. 36; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 118 t/m 123 (met bijlagen); - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december
  3. Ten aanzien van de feiten 3 tot en met 6 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen, p. 69; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 134 t/m 158 (met bijlagen); - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december
  4. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
  5. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 januari 2024 tot en met 19 februari 2024 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door: - ( (met kracht) met een stok, althans een op een stok gelijkend voorwerp, op debovenbenen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de ellenbogen vast te pakken en/of (vervolgens) naar de grond toe te werken en/of te duwen en/of die [slachtoffer] (met kracht) vast te pakken en/of (vervolgens) van de trap te duwen en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken en/of te grijpen en/of vast te houden en/of dicht te knijpen en/of meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd,althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan/stompen en/of (met kracht) die [slachtoffer] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) (metkracht) die [slachtoffer] op de bank te gooien; 2.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder voorhanden heeft gehad; 3.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm, kleur en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk "Glock”, model: "17”, voorhanden heeft gehad; 4.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes voorhanden heeft gehad; 5.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een onderdeel van een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn, zijnde een onderdeel van wezenlijke aard die specifiek bestemd is voor een geweer van de AR-15 stijl (waaronder de Colt C7 en/of C8), voorhanden heeft gehad; 6.hij op of omstreeks 19 februari 2024 te [woonplaats] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool, van het merk "Glock", type "17 Gen 5", kaliber 9 millimeter P.A.K., zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd; feit 2 t/m 4: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie; feit 5 en 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen de voorwaarden zoals in het rapport van de Verslavingsreclassering GGZ van 4 december 2024 voorgesteld, en voorts tot het verrichten van 160 uren werkstraf subsidiair 80 dagen hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht een werkstraf voor een groot deel voorwaardelijk op te leggen. Eventueel in combinatie met een geldboete. De beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn partner en het voorhanden hebben van wapens. De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat dit ernstige strafbare feiten betreft. Verdachte heeft meermalen zijn partner mishandeld, waarvan in ieder geval één keer onder invloed van alcohol. Daar komt bij dat de wapens voor het grijpen lagen in de woning van verdachte. Binnen de samenleving leidt de aanwezigheid van wapens alleen al tot gevoelens van onrust en onveiligheid, zeker in de situatie dat er ook nog huiselijk geweld in de woning plaatsvindt. Verdachte had dit, juist uit hoofde van zijn functie bij Defensie, moeten weten. Dat verdachte op zo’n lichtzinnige wijze is omgegaan met wapens in zijn woning rekent de militaire kamer hem aan. Deze actie verhoudt zich niet met de voorzichtigheid en terughoudendheid die bij Defensie wordt gehanteerd als het gaat om het gebruik van en omgaan met wapens. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat deze feiten in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Anderzijds houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte tot op zekere hoogte openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast heeft de militaire kamer geconstateerd dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Uit het reclasseringsrapport van 4 december 2024 blijkt dat verdachtes psychosociaal functioneren, zijn middelengebruik en de partnerrelatie direct in relatie staan tot de tenlastelegging. De reclassering ziet problemen op het gebied van probleemhantering en emotieregulatie. Verdachte geeft bij de reclassering zelf aan zijn gedrag af te keuren en toont spijt. Hij wil recidive voorkomen, staat open voor hulp en heeft zelf ook hulp gezocht. Verdachte en [slachtoffer] hebben de relatie voortgezet en krijgen hierbij hulp in de vorm van systeemgesprekken. De reclassering is van mening dat reclasseringsinterventies nodig zijn om recidive binnen de kwetsbare partnerrelatie te kunnen voorkomen. Verdachte heeft zijn praktische zaken zoals stabiele huisvesting, werk en financiën op orde en de reclassering ziet die factoren als een beschermende factor. De reclassering concludeert daarom tot een laag-gemiddeld recidive-risico, een laag risico op onttrekken aan de voorwaarden en adviseert ingeval van een veroordeling een voorwaardelijke straf met de hierna genoemde bijzondere voorwaarden op te leggen. Alles afwegende is de militaire kamer – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van drie jaren met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden (meldplicht, ambulante behandeling en diagnostiek) en een taakstraf voor de duur van 160 uren passend is. Met betrekking tot het beslag De militaire kamer is – met de officier van justitie – van oordeel dat de volgende voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer: wapen Glock (PL2700-24-016383-1) patroonhouder Glock 17 (PL2700-24-016383-2). Het ongecontroleerde bezit van voornoemde voorwerpen is in strijd met de wet. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 9De beslissing De militaire kamer:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;  stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich binnen drie werkdagen na ingang van de proeftijd bij Verslavingsreclassering van Novadic-Kentron meldt op het [adres 3] te Tilburg en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo vaak en zolang de instelling dat noodzakelijk acht; verdachte zich onder behandeling zal stellen van Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; verdachte meewerkt aan diagnostiek en het daaruit voortvloeiend plan van aanpak, te bepalen door de reclassering.  stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;  geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;  legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;  beveelt de onttrekking aan het verkeer van: wapen Glock (PL2700-24-016383-1) patroonhouder Glock 17 (PL2700-24-016383-2). Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechters, en Kolonel mr. H.M. Stratenus, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer en mr. T.H. Boshuizen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari
  6. mr. C.F. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PV-029, onderzoek 27DIRRING / 27FCC240006, gesloten op 22 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  7. Foto 5, 6 en 7, p. 25-
  8. Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , p.
  9. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  10. Proces-verbaal van bevindingen, p. 15 en foto 2, 3 en 4, p. 23-
  11. Proces-verbaal van bevindingen, p. 15 en foto 1, p.
  12. Proces-verbaal van bevindingen, p.
  13. Proces-verbaal van bevindingen, p. 18-19 en proces-verbaal gebruik middelen bij geweldsdelicten, p. 38-
  14. Proces-verbaal van bevindingen, p. 126-
  15. Proces-verbaal van bevindingen, p. 21, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 54 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 64.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.