← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:1356

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.129730-24 Datum uitspraak : 20 februari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , wonende aan het [adres] . Raadsman: mr. W. Vahl, advocaat in Barneveld. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 7 maart 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn, uit een woning gelegen aan [adres] , een paar schoenen( merk Steve Madden), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(

  1. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen schoenen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 2. hij op of omstreeks 15 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn, uit een woning gelegen aan [adres] , een satisfyer en/of een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen satifyer en/of paar schoenen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 16 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn een ambtenaar, [ambtenaar] , arrestantenbewaker van de Nationale Politie, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door [ambtenaar] tegen zijn lichaam te duwen en/of te schoppen en/of tegen zijn hoofd te slaan; 4. hij op of omstreeks op één of meer tijdstippen in de periode van april 2023 tot en met 15 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 2] , door meermalen, althans éénmaal - ( heimelijk) foto's te maken, terwijl slachtoffer zich in haar huiselijke omgeving begeeft en/of - veelvuldig achter haar woning te zitten en/of langs haar woning te lopen en/of te rijden en/of - berichten te sturen via Markplaats met het oogmerk die [aangever 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feiten 1 en 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de twee ten laste gelegde diefstallen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van deze feiten geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen feit 1: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 16; - het proces-verbaal van bevindingen p. 19; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 februari 2025. Bewijsmiddelen feit 2: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 22-23; - het proces-verbaal van bevindingen p. 47-48; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 februari 2025. Ten aanzien van feit 3 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 16 april 2024 vond in de cel van verdachte in het arrestantencomplex in Apeldoorn een woordenwisseling plaats tussen de GGD-arts, [ambtenaar] (arrestantenbewaker) en verdachte over het niet verkrijgen van zijn medicatie. Op de camerabeelden van de cel is te zien dat verdachte richting de deur van de cel loopt en dat [ambtenaar] hem probeert tegen te houden om te voorkomen dat verdachte zijn cel uitloopt. Verdachte pakt [ambtenaar] hierbij met twee handen vast aan zijn rechter onderarm, waarbij verdachte probeert [ambtenaar] naar buiten te duwen. [ambtenaar] en de GGD-arts duwen verdachte terug en verdachte valt daarbij achterover op het bed. [ambtenaar] loopt in de richting van de deur en dan is te zien dat verdachte hem slaat en natrapt. Daarna is op de camerabeelden van de hal te zien dat [ambtenaar] verdachte vast heeft terwijl [ambtenaar] achterwaarts de gang op beweegt en dat verdachte met zijn rechterhand een slaande beweging richting [ambtenaar] maakt. Er is niet te zien of verdachte [ambtenaar] hierbij raakt. [ambtenaar] had na dit incident pijn en bloed aan zijn neus alsook pijn en lichte schaafwonden op zijn onderarm en scheenbeen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van arrestantenbewaker [ambtenaar] . Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde mishandeling, omdat geen sprake is van (voorwaardelijke) opzet. Verdachte was ten einde raad omdat hij zijn medicatie niet kreeg, hij wilde naar huis en liep daarom zijn cel uit. Verdachte heeft [ambtenaar] niet geschopt, maar strekte zijn been uit toen hij achterover op het bed viel. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank stelt op grond van voornoemde feiten vast dat verdachte [ambtenaar] , nadat hij zijn onderarm met beide handen had vastgepakt, tegen zijn lichaam heeft geduwd én tegen zijn hoofd heeft geslagen. Naar algemene ervaringsregels leveren deze gedragingen de aanmerkelijke kans op dat [ambtenaar] daardoor pijn en/of letsel ondervindt. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [ambtenaar] heeft geschopt. Het duwen en slaan van verdachte is naar de uiterlijke verschijningsvorm bovendien zo zeer gericht op het veroorzaken van pijn en letsel dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijk kans op het veroorzaken van pijn en letsel bij [ambtenaar] bewust heeft aanvaard. Dat het duwen en slaan, zoals door de verdediging wordt aangevoerd het gevolg was van de omstandigheid dat verdachte zijn cel uit wilde gaan en naar huis wilde, omdat hij teneinde raad zou zijn nu hij niet de gewenste medicatie kreeg, doet er niet aan af dat verdachte voor lief nam dat hij de arrestantenbewaker daarmee pijn en letsel zou toebrengen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van arrestantenbewaker [ambtenaar] . Ten aanzien van feit 4 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op de telefoon van verdachte zijn tientallen foto’s van [aangever 2] aangetroffen. [aangever 2] heeft verklaard dat zij ongeveer een jaar geleden via Marktplaats een lamp aan verdachte heeft verkocht en dat hij daarna met enige regelmaat via haar advertenties van kleding op Marktplaats reageerde. Verdachte vroeg een keer of hij een jurkje van haar kon kopen en ook welke maat schoenen zij had. Hij vroeg of zij rookte, vroeg daarop echt door, en of zij huisdieren had. [aangever 2] heeft hem gevraagd op te houden met berichten naar haar te sturen. [aangever 2] heeft voor de - door haar ervaren - belaging een klacht ingediend. Verdachte heeft verklaard dat hij de foto’s van [aangever 2] heeft gemaakt vanuit zijn dakraam aan de achterkant van de woning en de dakkapel aan de voorkant van de woning en dat hij hiermee is begonnen nadat hij de lamp van [aangever 2] had gekocht. Vanwege zijn schoenenfetisj vond hij het interessant om te weten wat voor schoenen [aangever 2] had en dan kon hij op de foto’s terugzien dat ze die schoenen aan had. Het ging verdachte voor het grootste gedeelte om de schoenen, daarnaast ook een beetje om [aangever 2] zelf. Verdachte heeft min of meer op alle advertenties van [aangever 2] op Marktplaats gereageerd. Hij vroeg via Marktplaats naar het roken omdat hij aan de ene kant walgt van roken, maar het aan de andere kant ook heel sexy vindt als hij opgewonden is. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van [aangever 2] . Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde belaging, omdat verdachte met de gemaakte foto’s en de verstuurde berichten via Marktplaats noch wederrechtelijk, noch stelselmatig inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 2] heeft gemaakt. Volgens het recht op informatiegaring is eenieder bevoegd foto’s te maken van een ander in een publieke ruimte, in dit geval de openbare weg. Het reageren op advertenties van Marktplaats is evenmin een inbreuk op het privéleven van [aangever 2] . De beoordeling door de rechtbank Van belaging (ook wel stalking genoemd) is sprake wanneer iemand opzettelijk een ander herhaaldelijk lastig valt waardoor een inbreuk wordt gemaakt op diens persoonlijke levenssfeer. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging, zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De kern van het in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht neergelegde verbod bestaat uit de stelselmatige inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. De rechtbank is op basis van de vastgestelde feiten van oordeel dat de gedragingen van verdachte hebben geleid tot een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 2] . In een periode van ongeveer een jaar tijd heeft verdachte, gelet op de kleding van [aangever 2] op de foto’s in ieder geval op vijf verschillende momenten, in totaal tientallen foto’s van haar gemaakt. Op die momenten is zij in de naaste omgeving van haar woning met haar kinderen aan het spelen. Dit valt onder de ten laste gelegde kwalificatie van ‘haar huiselijke omgeving’. Verdachte gebruikte de foto’s naar eigen zeggen mede, voor het grootste deel, ten behoeve van zijn schoenenfetisj, voor de rest ging het om [aangever 2] . Daarnaast heeft hij [aangever 2] meerdere keren benaderd via Marktplaats. Gelet op de inhoud van de berichten via Marktplaats was het verdachte niet te doen om de aanschaf van de geadverteerde kleding, maar om het verkrijgen van meer informatie over [aangever 2] . Het stelselmatig maken van de heimelijke foto’s en het stelselmatig sturen van de berichten met persoonlijke vragen via Marktplaats zijn gedragingen van verdachte die er duidelijk op waren gericht om [aangever 2] te dwingen te dulden dat er stiekem foto’s van haar werden gemaakt én dat zij berichten met persoonlijke vragen zou ontvangen. Voor de beoordeling van de intensiteit van deze gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [aangever 2] is verder van groot belang dat verdachte in die periode ook nog tweemaal heeft ingebroken in de woning van [aangever 2] en daarbij beide keren schoenen en een keer ook een Satisfyer uit de slaapkamer van [aangever 2] heeft gestolen (zoals door verdachte is bekend en zoals is bewezen onder feiten 1 en 2). Dit deed verdachte naar eigen zeggen ook vanuit zijn schoenfetisjisme en/of een ‘seksueel opgewonden moment’. In het licht van deze vergaande inbreuken op het persoonlijke leven van [aangever 2] kunnen ook de daaraan duidelijk gerelateerde en kennelijk vanuit dezelfde obsessie uitgevoerde Marktplaatscontacten en foto-opnames worden aangemerkt als vergaande stelselmatige inbreuken op de levenssfeer van [aangever 2] . De rechtbank is van oordeel dat daarmee sprake van belaging. Dat verdachte veelvuldig achter de woning van [aangever 2] zou hebben gezeten en/of langs haar woning zou hebben gelopen en/of langs haar woning zou hebben gereden, leidt niet tot het oordeel dat die gedragingen tevens onderdeel uitmaken van de belaging, omdat verdachte in dezelfde buurt woonachtig is en niet is komen vast te staan dat verdachte hiermee opzettelijk inbreuk zou hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 2] . Verdachte wordt van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van wederrechtelijk stelselmatig en opzettelijk handelen van verdachte en dat hij zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan belaging van [aangever 2] . Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 7 maart 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn, uit een woning gelegen aan [adres] , een paar schoenen (merk Steve Madden), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  3. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen schoenen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 2. hij op of omstreeks 15 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn, uit een woning gelegen aan [adres] , een satisfyer en/of een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  4. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen satifyer en/of paar schoenen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 16 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn een ambtenaar, [ambtenaar] , arrestantenbewaker van de Nationale Politie, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door [ambtenaar] tegen zijn lichaam te duwen en/of te schoppen en/of tegen zijn hoofd te slaan; 4. hij op of omstreeks op één of meer tijdstippen in de periode van april 2023 tot en met 15 april 2024 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 2] , door meermalen, althans éénmaal - ( heimelijk) foto's te maken, terwijl slachtoffer zich in haar huiselijke omgeving begeeft en/of - veelvuldig achter haar woning te zitten en/of langs haar woning te lopen en/of te rijden en/of - berichten te sturen via Markplaats met het oogmerk die [aangever 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak feit 2: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak feit 3: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening feit 4: belaging 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, met aftrek vanwege de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden geëist met een proeftijd van drie jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals door de reclassering zijn geadviseerd. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit om een (deels) voorwaardelijke taakstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een locatie- en een contactverbod. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van het feit Verdachte heeft ongeveer een jaar lang [aangever 2] gestalkt. Hij heeft op meerdere momenten in dat jaar stiekem foto’s van haar gemaakt. Ook heeft hij haar via Marktplaats lastig gevallen door veelvuldig op advertenties te reageren met persoonlijke vragen aan haar. Vervolgens heeft verdachte tot twee keer toe ingebroken in de woning van [aangever 2] om haar schoenen en haar Satisfyer weg te nemen. Beide inbraken gingen gepaard met vernielingen. Uit de verklaringen van verdachte volgt dat deze gedragingen waren gericht op het vervullen van zijn eigen lusten. [aangever 2] heeft ter terechtzitting tijdens haar spreekrecht uitgelegd dat de inbraken en de stalking bij haar én haar gezin hebben geleid tot angst, slaapproblemen en onveilige gevoelens in hun eigen huis. Verdachte heeft een stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zowel [aangever 2] als haar gezin. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft daarnaast [ambtenaar] mishandeld. Hij heeft hem pijn en letsel toegebracht, terwijl [ambtenaar] op dat moment aan het werk was als arrestantenbewaker. Uit de toelichting op de schadevordering blijkt hoeveel impact deze gebeurtenis op [ambtenaar] heeft gehad. Naast fysiek letsel heeft het ook psychische gevolgen gehad. [ambtenaar] heeft veel wakker gelegen van het incident. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [ambtenaar] en dat rekent de rechtbank verdachte aan. Persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 27 december 2024, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Uit de Pro Justitia rapportage van 30 augustus 2024 van GZ-psycholoog drs. M.H. Keppel volgt dat verdachte een beperkt ontwikkeld mentaliserend vermogen en geweten heeft; hij kan zich moeilijk inleven in de ander en houdt daarom ook weinig rekening met de impact van zijn gedrag op een ander. Hij wordt in zijn handelen daarnaast onvoldoende geremd door zijn geweten. Gevoelens van schuld en berouw zijn achteraf wel aanwezig, maar lijken meer aangeleerd dan doorleefd. Hij bekijkt de wereld vanuit een egocentrisch oogpunt, waarbij zijn eigen belangen en behoeften voorop staan. Wat betreft alle ten laste gelegde feiten kan volgens Keppel gezegd worden dat de problematiek van verdachte aanwezig was en heeft doorgewerkt in de feiten. Bij de stalking en de diefstal heeft de seksuele problematiek (vooral drang en obsessief gericht zijn en bezig zijn met seksualiteit) van verdachte op de voorgrond gestaan, waarbij ook de ADHD (impulsiviteit, onvoldoende remming) en het autisme (situaties niet goed overzien, tekort aan inlevingsvermogen, dwangmatig gedrag) een rol heeft gespeeld. Bij de mishandeling heeft de ADHD (onvoldoende remming) en het autisme (spanning t.g.v. verandering in omgeving) een rol gespeeld en vermoedelijk ook de vanuit zijn persoonlijkheid, waarbij hij het moeilijk kan handelen als hij zijn zin niet krijgt of zaken anders lopen dan hij in zijn hoofd heeft. Verdachte kan in staat geacht worden om het ongeoorloofde van zijn gedragingen in te zien, maar vanuit de multiple en complexe problematiek is hij minder in staat geweest om andere gedragskeuzes te maken en conform te handelen. Derhalve wordt geadviseerd om verdachte alle ten laste gelegde feiten in een verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank verenigt zich met bovenstaande conclusies van de psycholoog en maakt deze tot de hare, in zoverre dat de rechtbank verdachte ter zake van het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar acht, nu de door de psycholoog geconstateerde stoornissen op zijn gedrag hebben doorgewerkt. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 23 januari 2025. De reclassering ziet mogelijkheden om met interventies het gedrag van verdachte te veranderen en daarmee het recidiverisico te verminderen. Het reclasseringscontact is gericht op het versterken van de motivatie voor hulp en het tijdig bijsturen bij toenemende spanningen. Indien nodig kan een kortdurende crisisopname worden overwogen om herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onderbreekt zijn hulpverleningstraject. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid woning of maatschappelijke opvang, contactverbod en locatieverbod (zonder elektronische monitoring). Oplegging van straf Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Gelet op de omstandigheid dat verdachte mede tot de delicten is gekomen onder invloed van zijn stoornissen, waardoor het bewezenverklaarde verdachte in verminderde mate wordt toegerekend, en het lopende hulpverleningstraject van verdachte acht de rechtbank voor verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf met voortzetting van de hulpverlening in het kader van bijzondere voorwaarden passend. Mede gelet op de problematiek van verdachte acht zij een voorwaardelijke straf van drie maanden voldoende stok achter de deur om verdachte ertoe aan te zetten zich aan die voorwaarden te houden en om verdachte er van te weerhouden om opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank acht, alles overziend, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, en een - onvoorwaardelijke - taakstraf van 200 uren, bij niet uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis en met aftrek vanwege de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is daarmee hoger dan geëist waarmee naar het oordeel van de rechtbank meer recht wordt gedaan aan de ernst van de feiten, mede gelet op de lagere voorwaardelijk opgelegde straf 8De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij [aangever 2] vordert € 428,86 aan materiële schade en € 3.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De benadeelde partij [ambtenaar] heeft in verband met het ten laste gelegde feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij [ambtenaar] vordert € 500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade van [aangever 2] toewijsbaar is tot een bedrag van € 1.000,00, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [aangever 2] ten aanzien van de materiële schade kan worden toegewezen maar ten aanzien van de immateriële schade slechts tot een lager bedrag dient worden toegewezen. De verdediging heeft zich voorts primair op het standpunt gesteld dat de vordering van [ambtenaar] niet toewijsbaar is en subsidiair dat de vordering slechts tot een lager bedrag moet worden toegewezen. De beoordeling door de rechtbank Een benadeelde partij kan op grond van artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Dat kan als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘een aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen of indien het gaat om een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Op grond van vaste jurisprudentie kunnen in sommige gevallen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo’n nadere concrete onderbouwing. [aangever 2] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever 2] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De door benadeelde partij [aangever 2] geleden materiele schade is voorts voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank zal de vordering van € 428,86 geheel toewijzen. De rechtbank is voorts van oordeel dat, hoewel de aanwezigheid van psychisch letsel niet voldoende is aangetoond/onderbouwd met (medische) stukken, de aard en de ernst van de normschending in dit geval meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij [aangever 2] zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank heeft daarvoor met name in aanmerking genomen dat met de door verdachte gepleegde feiten, de belaging in samenhang met de twee inbraken waarbij welbewust (zeer) persoonlijke spullen zijn weggenomen, een diepe inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij [aangever 2] , waardoor zij in haar persoon is aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit, de aard en ernst van de gevolgen en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.500,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 15 april 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [aangever 2] voor het meerdere afwijzen. [ambtenaar] Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter terechtzitting over de vordering van [ambtenaar] is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [ambtenaar] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden. Door de mishandeling heeft de benadeelde partij [ambtenaar] letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit, de aard en ernst van de gevolgen en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 400,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 16 april 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [ambtenaar] voor het meerdere afwijzen. [aangever 2] en [ambtenaar] De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen [aangever 2] en [ambtenaar] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen [aangever 2] en [ambtenaar] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen. De proceskosten tot vandaag worden begroot op nihil. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan zowel de benadeelde partij [aangever 2] als het aan de benadeelde partij [ambtenaar] toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9. De beoordeling van het beslag Onder verdachte is een telefoon (goednummer 3194888) in beslag genomen. De standpunten De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de telefoon verbeurd moet worden verklaard, omdat deze telefoon is gebruikt bij het strafbare feit. De verdediging verzet zich niet tegen de gevorderde verbeurdverklaring van de telefoon. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de inbeslaggenomen telefoon verbeurd verklaren, nu met behulp van deze telefoon de bewezenverklaarde belaging is begaan. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 57, 285b, 300, 304 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;  bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:  stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;  stelt als bijzondere voorwaarden: Verdachte meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij de Reclassering Nederland aan de Houtwal 16 A, 7201 ES in Zutphen. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte laat zich behandelen door de forensische polikliniek van Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling en stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Verdachte verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er plek binnen de instelling is. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met het slachtoffer [aangever 2] en haar familie, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Verdachte bevindt zich niet binnen een straal van 50 meter van de woning van het slachtoffer [aangever 2] en haar familie, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.  geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;  beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;  legt een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;  beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;  heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] :  veroordeelt verdachte in verband met de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2] van € 1.928,86, bestaande uit een vergoeding van € 428,86 voor materiële en € 1.500,00 voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] voor het meerdere af;  veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [aangever 2] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij [aangever 2] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;  legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 2] , een bedrag van € 1.928,86 aan schade. Dit wordt vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;  bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij [aangever 2] in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [ambtenaar] :  veroordeelt verdachte in verband met het onder 3 ten laste gelegde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [ambtenaar] van € 400,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;  wijst de vordering van de benadeelde partij [ambtenaar] voor het meerdere af;  veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [ambtenaar] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij [ambtenaar] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;  legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen, ten behoeve van benadeelde partij [ambtenaar] , een bedrag van € 400,00 aan schade. Dit wordt vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 8 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;  bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij [ambtenaar] in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op het beslag:  verklaart verbeurd de telefoon (goednummer 3194888). Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Veldhuizen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.F.A. Vrede, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2025. Mr. Vrede is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024172475, gesloten op 13 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte, p. 57. Proces-verbaal van bevindingen, p. 72-74. Proces-verbaal van aangifte p. 58 en proces-verbaal van verhoor getuige, p. 83. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87, 90-102. Proces-verbaal van aangifte, p. 113-114 en proces-verbaal van bevindingen, p. 111. Proces-verbaal ontvangst klacht, p. 117. Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 154-155 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 februari 2025. Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 147 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 februari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.