RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 11582752 \ VV EXPL 25-9 Vonnis in kort geding van 11 april 2025 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. C.J.M. Fens, tegen HOLIDAY SPORT B.V., te Lochem, gedaagde partij, hierna te noemen: Holiday Sport. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de kort gedingdagvaarding van 19 maart 2025;- de mondelinge behandeling van 4 april 2025, waarvan aantekening is gehouden door de griffier. [eiser] is verschenen, met zijn gemachtigde. Namens Holiday Sport is niemand verschenen, ondanks dat de dagvaarding op behoorlijke wijze is uitgebracht. Tegen haar is daarom verstek verleend. 1.
- Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Met ingang van [datum in dienst] is [eiser] in dienst getreden bij Holiday Sport op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het loon bedraagt € 2.950,55 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf van toepassing. 2.
- Sinds [datum] is [eiser] arbeidsongeschikt. 2.
- Tussen partijen is op 4 februari 2025 een regeling getroffen. Op 5 februari 2025 is door Holiday Sport aan [eiser] een bedrag van € 7.000,00 overgemaakt. Tot op heden zijn de overige in de regeling vastgestelde afspraken door Holiday Sport niet nagekomen. 2.
- Holiday Sport heeft het loon over de maanden februari 2025 en maart 2025 tot op heden niet betaald. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Holiday Sport veroordeelt zoals in de kort gedingdagvaarding omschreven. In de kern vordert [eiser] achterstallig en toekomstig loon. 4De beoordeling 4.
- Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering. 4.
- In het geval tegen een gedaagde verstek wordt verleend, worden de vorderingen die niet zijn weersproken toegewezen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond zijn. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat het grootste deel van de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zodat deze worden toegewezen. 4.
- De kantonrechter ziet aanleiding om de vordering onder punt 4 af te wijzen. Het is nog niet bekend of Holiday Sport het loon vanaf april 2025 niet tijdig zal betalen en dus ook niet of zij wettelijke verhoging verschuldigd is. 4.
- De dwangsom zal worden gemaximeerd, zoals hieronder is bepaald. 4.
- Holiday Sport is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 147,92 - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 915,92 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt Holiday Sport om aan [eiser] te betalen het achterstallig loon over de maand februari 2025 van € 2.655,50 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van € 1.327,75, vermeerderd met de wettelijke rente steeds vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
- veroordeelt Holiday Sport tot tijdige betaling van het loon van € 2.950,55 bruto per maand, verhoogd met eventuele cao verhogingen en afhankelijk van arbeidsongeschiktheid onder toepassing van de CAO-korting bij ziekte, vanaf 1 maart 2025, tot aan de dag dat het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd, 5.
- veroordeelt Holiday Sport om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.500,00 ter zake van kosten uit het eerste kort geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
- veroordeelt Holiday Sport om binnen één week na dit vonnis aan [eiser] de loonstroken van de maanden oktober 2024 tot en met februari 2025 te verstrekken en bepaalt dat Holiday Sport aan [eiser] een dwangsom verschuldigd is van € 200,00 per dag dat zij in gebreke is met een maximum van € 10.000,00, 5.
- veroordeelt Holiday Sport om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 525,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
- veroordeelt Holiday Sport in de proceskosten van € 915,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Holiday Sport niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.