RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/087278-22 Datum uitspraak : 8 april 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officieren van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] in ( [postcode] ) [woonplaats] . Raadslieden: mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, mr. J.B. Boone, advocaat in Wijk bij Duurstede, en mr. W.F.J. Kramer, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. Inhoudsopgave 1. De inhoud van de tenlastelegging 4 2 De ontvankelijkheid van de officieren van justitie 6 2.1 Het standpunt van de verdediging 6 2.2 Het standpunt van de officieren van justitie 6 2.3 Beoordeling door de rechtbank 7 3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs 8 3.1 Aanleiding van onderzoek Murray 8 3.2 Het standpunt van de officieren van justitie 8 3.3 Het standpunt van de verdediging 9 3.4 Beoordeling door de rechtbank 9 3.4.1 De bewijsmiddelen 9 3.4.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs 9 3.4.2.1 Algemeen 9 3.4.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken 11 3.4.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts 11 3.4.2.4 Identificatie [naam 1] en [naam 2] 13 3.4.2.5 OVC-opnames autogarage [verdachte] 14 3.4.2.6 Boekhouding groep [naam 1] 15 3.4.2.7 De rol van [verdachte] 15 3.4.2.8 Feit 1 (cocaïne transacties) 16 3.4.2.8.1 40 kg cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 14 t/m 22 maart 2023) 16 3.4.2.8.2 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 7 t/m 31 oktober 2022, transport 16 t/m 25 januari 2022 en transport 26 augustus t/m 1 september 2021) 17 3.4.2.8.3 10 kilogram cocaïne (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 28 mei-1 juni 2020) 17 3.4.2.8.4 10 kg cocaïne (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 14-15 september 2020) 18 3.4.2.8.5 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Grimaud; transport 16-17 juni 2022) 19 3.4.2.8.6 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Gassin; transport 28-30 januari 2023) 19 3.4.2.8.7 25 kg cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 23 t/m 30 mei 2020) 19 3.4.2.8.8 18 kg cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 19 september t/m 20 oktober 2020) 20 3.4.2.8.9 49 kg cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 21-30 mei 2020) 21 3.4.2.8.10 180 kg cocaïne (zaaksdossier 02; transactie 15 juni-3 juli 2020) 21 3.4.2.8.11 5 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 22 juni 2020) 22 3.4.2.8.12 45 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02, transactie 13-22 juli 2020) 22 3.4.2.8.13 20 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 24 juli 2020) 23 3.4.2.8.14 Eén kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 11 september 2020) 23 3.4.2.8.15 Conclusie feit 1 24 3.4.2.9 Feit 2 (hasj) 24 3.4.2.9.1 150 eenheden hasjiesj (zaaksdossier 2: transactie 21-24 september 2020) 24 3.4.2.9.2 299,9 kg hasjiesj (zaaksdossier 2: transport 14-16 januari 2021) 24 3.4.2.9.3 Conclusie feit 2 24 3.4.2.10 Feit 3 (witwassen) 25 3.4.2.10.1 € 1.000.000 (of 1.000.000 pond) en/of 10.000.000 Kronen 25 3.4.2.10.2 € 2.000.000 25 3.4.2.10.3 € 1.147.915 26 3.4.2.10.4 € 513.850 26 3.4.2.10.5 € 1.067.600 27 3.4.2.10.6 Meerdere pakketten met contante geldbedragen 27 3.4.2.10.7 Beoordelingskader witwassen 29 3.4.2.10.8 Toepassing van het beoordelingskader witwassen 30 3.4.2.10.9 Opzet 30 3.4.2.10.10 Medeplegen 31 3.4.2.10.11 Gewoontewitwassen 31 3.4.2.10.12 Conclusie feit 3 31 3.4.2.11 Feit 4 (heling motorvoertuigonderdelen) 31 3.4.2.11.1 Aangetroffen gestolen voertuigonderdelen aan de [adres 1] 3.4.2.11.2 Conclusie 32 3.4.2.11.3 Vrijspraak overige voertuigonderdelen (ECU’s, contactsloten en motorblokken) 32 4 De bewezenverklaring 32 5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde 35 6 De strafbaarheid van de feiten 36 7 De strafbaarheid van de verdachte 36 8 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel 36 8.1 Het standpunt van de officieren van justitie 36 8.2 Het standpunt van de verdediging 36 8.3 Beoordeling door de rechtbank 36 9 De beoordeling van het beslag 39 9.1 Het standpunt van de officieren van justitie 39 9.2 Het standpunt van de verdediging 39 9.3 De beoordeling door de rechtbank 39 10 De toegepaste wettelijke bepalingen 40 11 De beslissing 40 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 maart 2020 tot en met 22 maart 2023 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Spanje en/of Italië en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ( (ongeveer) 40 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 14 t/m 22 maart 2023, hoofdstuk 6] en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 7 t/m 31 oktober 2022, hoofdstuk 8] [ZD03 Sardinië, transport 16 t/m 25 januari 2022, hoofdstuk 12] [ZD03 Sardinië, transport 26 augustus t/m 1 september 2021, hoofdstuk 14] en/of (ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 28 mei-1 juni 2020, hoofdstuk 5.1] en/of (ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 14-15 september 2020, hoofdstuk 5.2] en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Grimaud, transport 16-17 juni 2022, hoofdstuk 5.3] en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Gassin, transport 28-30 januari 2023, hoofdstuk 5.4] en/of (ongeveer) 25 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 23 t/m 30 mei 2020, hoofdstuk 5.1] en/of ongeveer) 18 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 19 september t/m 20 oktober 2020, hoofdstuk 5.2] en/of (ongeveer) 49 kilogram cocaïne, althans 47 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 21-30 mei 2020, paragraaf 15] en/of (ongeveer) 180 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 15 juni-3 juli 2020, paragraaf 16] en/of (ongeveer) 5 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 22 juni 2020, paragraaf 17] en/of (ongeveer) 45 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 13-22 juli 2020, paragraaf 19] en/of (ongeveer) 20 kilogram cocaïne, althans 3 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 24 juli 2020, paragraaf 20] en/of (ongeveer) 1 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 11 september 2020, paragraaf 27], in elk geval (telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(
- en)van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 september 2020 tot en met 16 januari 2021 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Spanje en/of Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 150 eenheden hasjiesj, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj [ZD02, transactie 21-24 september 2020, paragraaf 30] en/of (ongeveer) 299,9 kilogram hasjiesj, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj [ZD02, transport 14-16 januari 2021, paragraaf 42], in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 juli 2020 tot en met 28 maart 2023 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (contante) geldbedragen, waaronder: een geldbedrag van (ongeveer) € 1.000.000 (of 1.000.000 pond) en/of 10.000.000 Kronen, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH110], en/of een geldbedrag van (ongeveer) € 2.000.000. althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH115], en/of een geldbedrag van (ongeveer) € 1.147.915, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH161], en/of een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 513.850, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH235], en/of een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 1.067.600, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH398], en/of (ongeveer) 23 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) (contante) geldbedrag(
- en)[AH096], en/of (ongeveer) 37 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH096], en/of (ongeveer) 41 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH096/AH216], (sub
- a)(telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(
- en)was, en/of verborgen en/of verhuld wie dat/die geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of (sub
- b)(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(
- en)dat die voornoemde (contante) geldbedrag(
- en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 4. hij op of omstreeks 28 maart 2023 te [plaats 1] en/of 29 maart 2023 te [plaats 3] en/of 18 april 2023 te [plaats 1] , althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere voertuigonderdelen, te weten: 142 motormanagementcomputers (ECU’s), aangetroffen aan de [adres 2] te [plaats 1] op 28 maart 2023 [AH637, pagina 3913] en/of 3 motorblokken, aangetroffen aan de [adres 4] te [plaats 3] op 29 maart 2023 [AH426, pagina 2899] en/of 10 kabelbomen en/of 5 navigatiesystemen en/of 8 versnellingsbakken, aangetroffen aan de [adres 1] te [plaats 1] op 18 april 2023 [AH633, pagina 3836] en/of 2 motorblokken, aangetroffen aan de [adres 2] te [plaats 1] op 18 april 2023 [AH633, pagina 3836], althans een of meer goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overdragen, terwijl hij en/of zijn mededaders, ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. 2De ontvankelijkheid van de officieren van justitie 2.1 Het standpunt van de verdediging Openbaar ministerie niet-ontvankelijk vanwege onrechtmatig handelen De verdediging heeft aangevoerd dat onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie onrechtmatig is gehandeld, doordat ontlastende informatie buiten het dossier is gehouden. De verdediging doelt daarmee op informatie uit Frankrijk (vordering verlenging voorlopige hechtenis in de zaak van [naam 3] ) waaruit zou blijken dat ‘ [naam 1] ’ gebruik zou maken van het account [account 21] en dat hiermee een Nederlander van waarschijnlijk Arabische afkomst wordt bedoeld. Door het achterhouden van deze informatie is sprake van een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces, omdat waarheidsvinding naar de vraag wie met ‘ [naam 1] ’ wordt aangeduid niet mogelijk is. Dit vormverzuim is onherstelbaar, omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat het niet noodzakelijk is om het volledige Franse onderzoeksdossier [naam van onderzoek] te voegen. Het vormverzuim kan niet worden gecompenseerd, omdat de verzoeken tot het horen van de zogeheten tegencontacten zijn afgewezen. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk vanwege willekeur De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat op basis van willekeur is besloten welke verdachten in Nederland en welke verdachten in Frankrijk worden vervolgd. Bovendien is deze beslissing kennelijk genomen door de justitiële autoriteiten en heeft geen rechterlijke toetsing hiervan plaatsgevonden. 2.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat beide verweren moeten worden verworpen. 2.3 Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheidsverweer inzake het al dan niet onrechtmatig handelen van het openbaar ministerie De rechtbank oordeelt dat uit het overgelegde stuk in de zaak van [naam 3] niet zonder meer volgt dat in het Franse onderzoek [naam van onderzoek] naar voren is gekomen dat ‘ [naam 1] ’ een Nederlander van waarschijnlijk Arabische afkomst is en gebruik maakt van het account [account 21]. Uit het volledige stuk dat is overgelegd, volgt immers dat de Fransen er vanuit gaan dat met ‘ [naam 1] ’ verdachte [verdachte] wordt bedoeld. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte [verdachte] in het stuk telkens in verband wordt gebracht met de handel in cocaïne vanuit de garage aan de [adres 1] in [plaats 1] . Tot slot merkt de rechtbank op dat in alle andere verstrekte stukken van het onderzoeksteam van [naam van onderzoek] aan het onderzoeksteam van Murray kan worden opgemaakt dat het Franse onderzoeksteam concludeert dat ‘ [naam 1] ’ verdachte [verdachte] is. De rechtbank heeft dan ook geen enkele twijfel over de betrouwbaarheid van de mededeling van de Franse autoriteiten dat alle belastende en ontlastende informatie uit het onderzoek [naam van onderzoek] aan het Nederlandse onderzoeksteam is overgelegd. Er is dan ook niet onrechtmatig gehandeld, zodat het verweer wordt verworpen. Ontvankelijkheidsverweer inzake het verbod op willekeur De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) aan het openbaar ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Zo’n uitzonderlijk geval doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur. De argumenten die de verdediging aan het verweer ten grondslag heeft gelegd, zien niet op de vraag of het openbaar ministerie überhaupt tot een vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen in de zaken van verdachten. De verdediging voert enkel aan dat de verdeling van de verdachten tussen Nederland en Frankrijk op basis van willekeur is genomen. Ook overigens blijkt niet dat sprake is van een uitzonderlijk geval als hiervoor bedoeld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een vervolging die onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat de rechtbank onbevoegd is en dat verdachte in Frankrijk had moeten worden vervolgd, gaat ook dat verweer niet op. De rechtbank is op grond van artikel 2 Sv bevoegd kennis te nemen van deze zaak. Van een dubbele vervolging in Nederland en Frankrijk van verdachten is evenmin gebleken. Het verweer wordt verworpen. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs 3.1 Aanleiding van onderzoek Murray In Frankrijk werd door de Franse autoriteiten een onderzoek gedaan naar de handel in verdovende middelen. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder de naam [naam van onderzoek] . De Franse autoriteiten onderzochten daarbij een organisatie die voornamelijk bestaat uit Nederlanders, die zich bezig houden met het vervoer en verkopen van verdovende middelen en het vervoeren van geld. In onderzoek [naam van onderzoek] is [medeverdachte 5] als verdachte van (onder andere) het koerieren van geld en/of drugs aangemerkt. Naar aanleiding van dit onderzoek in Frankrijk werd door de autoriteiten van Nederland en Frankrijk een Joint Investigation Team geformeerd, waarvan de overeenkomst eind maart 2022 werd ondertekend. Naar aanleiding van informatie die Nederland vervolgens ontving uit Frankrijk, TCI-informatie en restinformatie uit het onderzoek Hemel werd onderzoek Murray opgestart, met onder andere [verdachte] als verdachte van de handel in verdovende middelen en het witwassen van de daaruit verkregen gelden. Omdat [verdachte] ook onderwerp van onderzoek was in het FIOD-onderzoek Clifford is informatie uitgewisseld met dat onderzoek. Het onderzoeksteam Murray heeft onderzoek gedaan naar het netwerk rond [verdachte] . Dit netwerk wordt in het onderzoek aangeduid als ‘groep [naam 1] ’ of ‘groep [verdachte] ’. [verdachte] werd in het onderzoek aangemerkt als de centrale figuur van dit netwerk. De autogarage van [verdachte] , gevestigd op zijn woonadres aan de [adres 1] in [plaats 1] , werd in het onderzoek gezien als de plaats waarvandaan de in-, door- en uitvoer van verdovende middelen en geld naar nationale en internationale bestemmingen zou plaatsvinden. Naast [verdachte] werden in onderzoek Murray (voor zover hier van belang) [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) als verdachte aangemerkt. Het onderzoek Murray heeft zich toegelegd op de vermoedelijke strafbare feiten die zijn gepleegd in de periode van 1 januari 2020 tot en met 28 maart 2023. 3.2 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat alle feiten op de tenlastelegging wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, met uitzondering van het eerste gedachtestreepje onder feit 2, het transport van ongeveer 150 eenheden hasjiesj en een aantal auto-onderdelen onder feit 4. Voor die onderdelen van de feiten 2 en 4 hebben zij vrijspraak gevorderd. Het bewijs voor de feiten 1 tot en met 3 volgt volgens de officieren van justitie uit de inhoud van de chats van de drie SkyECC-accounts en het EncroChat-account dat door de groep ‘ [naam 1] ’ werd gebruikt. Verdachte maakte niet zelf gebruik van dit account, maar was degene die over de zaken besliste en goedkeuring gaf. Daarnaast zijn volgens de officieren van justitie redengevend de chats van de individuele accounts van de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en de in het buitenland vervolgde verdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] . Verder zijn de gesprekken die door middel van OVC-apparatuur zijn opgenomen in de auto van [medeverdachte 5] en in de autogarage van verdachte relevant voor het bewijs. Het bewijs wordt voor sommige transporten daarnaast nog ondersteund door peilbakengegevens, mastgegevens, vluchtgegevens en camerabeelden. Tot slot is tijdens de doorzoeking in het gastenverblijf van verdachte aan de [adres 2] in [plaats 1] meer dan een miljoen euro in contanten aangetroffen. Ten aanzien van feit 4 hebben de officieren van justitie het bewijs gebaseerd op het feit dat op het terrein van de garage van verdachte en in het appartement van medeverdachte [medeverdachte 9] tientallen gestolen auto-onderdelen zijn aangetroffen. Daarnaast volgt uit digitale bestanden dat VIN-nummers (voertuigidentificatie-nummers) werden gewijzigd. 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft onder verwijzing naar verschillende uitspraken bepleit dat in deze zaak vrijspraak moet volgen voor alle feiten, omdat: geen sprake is van steunbewijs voor de berichten in de versleutelde communicatie; er geen verdovende middelen zijn aangetroffen, waarvan de werking kon worden onderzocht; de ten laste gelegde gedragingen niet kunnen worden geconcretiseerd in daadwerkelijk door verdachte verrichte handelingen; verdachte geen beschikkingsmacht had over de verdovende middelen; uit de onderschepte berichten niet volgt dat er daadwerkelijk leveringen of overeenkomsten hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Daartoe voert de verdediging primair aan dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte feitelijke zeggenschap had over de goederen. Subsidiair stelt de verdediging dat er geen bewijs is dat verdachte wist dat de goederen afkomstig waren van enig misdrijf dan wel dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. Meer subsidiair is er volgens de verdediging geen bewijs in het dossier voor het medeplegen. Tot slot stelt de verdediging uiterst subsidiair dat niet van alle goederen is komen vast te staan dat deze door misdrijf zijn verkregen. 3.4 Beoordeling door de rechtbank De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen op basis van de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank is echter van oordeel dat een aantal onderdelen van de tenlastelegging niet kunnen worden bewezen. Ten aanzien van die onderdelen zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken. De rechtbank overweegt als volgt. 3.4.1 De bewijsmiddelen Met het oog op de leesbaarheid van het vonnis zijn de bewijsmiddelen niet op deze plaats opgenomen, maar als bijlage I aangehecht. De bewijsmiddelen dienen op deze plaats als ingelast te worden beschouwd. Ten aanzien van de bewijsmiddelen geldt dat zij steeds worden gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. 3.4.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs 3.4.2.1 Algemeen In maart 2023 hebben politie en het openbaar miniserie onderzoek Murray zogenaamd ‘laten klappen’. Op de internationale actiedag op 28 maart 2023 vonden er in onderzoek Murray en [naam van onderzoek] in Nederland, Frankrijk, Spanje en Roemenië meerdere aanhoudingen plaats en werden er doorzoekingen verricht in woningen, bedrijfspanden en voertuigen. De bevindingen zijn voor zover relevant opgenomen in de bewijsmiddelen. De rechtbank concludeert hieruit het volgende. Op meerdere locaties zijn zeer grote contante geldbedragen aangetroffen: in een verborgen ruimte in de auto van [medeverdachte 5] , ongeveer € 675.000); in een afgesloten salontafel in een door [verdachte] gehuurd appartement aan de [adres 2] in [plaats 1] , € 1.067.600,-; en in het appartement van [medeverdachte 1] in Roemenië, € 75.000,-. In meerdere voertuigen zijn verborgen ruimtes aangetroffen, namelijk in de auto’s van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] en in meerdere aangetroffen auto’s aan de [adres 1] in [plaats 1] (een Mercedes Sprinter op naam van [naam 4] met kenteken [kenteken 1] ), een Mercedes E-classe op naam van [naam 5] én een Mercedes Vito op naam van Autohandel [autohandel] ( [kenteken 2] ). De verborgen ruimtes zijn volgens de verbalisanten achteraf en zeer professioneel ingebouwd. Het geld in de auto van [medeverdachte 5] en het geld in de salontafel aan de [adres 2] in [plaats 1] bevonden zich in sporttassen. Deze sporttassen zijn soortgelijk. [verdachte] en [medeverdachte 4] worden tijdens observaties op meerdere momenten gezien met sporttassen lopend van de [adres 2] naar [adres 1] in [plaats 1] . In de kofferbak van de auto waarvan [medeverdachte 5] gebruik maakte toen hij op 27 maart 2023 aangehouden, zat een Google-telefoon waarop hij berichten ontving voor zijn illegale werk (de rechtbank begrijpt: PGP-berichten). Bij [medeverdachte 4] in de auto is tijdens een verkeerscontrole op 1 februari 2021 een PGP-telefoon aangetroffen. Hierna zal worden vastgesteld dat de verdachten van onderzoek Murray gebruik maakten van versleutelde communicatiediensten, waarvoor PGP-telefoons worden gebruikt. Uit de verklaring van [medeverdachte 5] volgt dat hij van ‘de organisatie’ een PGP-telefoon heeft ontvangen om met hen te communiceren over de door hem uit te voeren transporten. Het is een feit van algemene bekendheid dat PGP-telefoons (een telefoon waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd) veelvuldig worden gebruikt in het criminele milieu. Het geld in de salontafel aan de [adres 2] in [plaats 1] , gehuurd door [verdachte] , bestond - naast bundels geldpakketten in sporttassen - uit 1 Euromunten verpakt in plastic zakjes. Een vingerafdruk op een van de plastic zakjes komt overeen met een vingerafdruk van [medeverdachte 1] . In meerdere woningen – namelijk van [medeverdachte 4] in [plaats 2] , van [medeverdachte 1] in Roemenië en van [medeverdachte 6] in Spanje – zijn kaartjes aangetroffen met daarop een boekhouding (kasboeknotities). De namen en bedragen op de kaartjes komen overeen met de inhoud van verstuurde PGP-berichten. In de woning van [medeverdachte 4] aan de [straatnaam] in [plaats 2] verbleef [medeverdachte 1] als zij in Nederland was. Ook in de auto van [medeverdachte 4] zijn op 1 februari 2021 soortgelijke kaartjes met daarop een boekhouding aangetroffen, tezamen met de hiervoor genoemde PGP-telefoon. In de woning van [verdachte] in [plaats 1] en de woning van [medeverdachte 4] in [plaats 2] zijn geldtelmachines aangetroffen. Het serienummer van de geldtelmachine aangetroffen in de woning van [verdachte] komt terug in chats van [account 1] , dat hierna zal worden geïdentificeerd als het account van de groep [naam 1] . Een van de geldtelmachines in de woning van [medeverdachte 4] komt overeen qua merk en type met de machine aangetroffen in de woning van [verdachte] . De rechtbank acht verder het volgende, hetgeen zij uit de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage I afleidt, van belang. - Uit de verklaring van [medeverdachte 5] volgt dat ‘de organisatie’ waar hij voor werkte, al 6 à 7 jaar in bedrijf is, dat hij de in zijn auto aangetroffen vier sporttassen (met Engelse ponden) moest (af)leveren en dat er bij de levering van tassen werd gewerkt met zogenaamde tokens. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben al meer dan 10 jaar een liefdesrelatie. [medeverdachte 1] verblijft in Nederland in een woning in eigendom van [medeverdachte 4] gelegen aan de [adres 3] in [plaats 2] . [medeverdachte 2] is de schoonzoon van [verdachte] . [medeverdachte 4] is sinds 1 september 2020 in dienst van Autohandel [autohandel] [medeverdachte 4] wordt ‘ [medeverdachte 4] ’ genoemd en heeft verder de volgende bijnamen: ‘ Tally ’/ ‘ Taalli ’ en ‘ Rasta ’. [medeverdachte 6] wordt ‘ Scooter ’ genoemd. [medeverdachte 5] wordt ‘ Franse pik ’ genoemd. [medeverdachte 3] heeft de bijnaam ‘ [medeverdachte 3] ’. 3.4.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken In het dossier bevindt zich een groot aantal chatgesprekken die zijn gevoerd door de verdachten (zoals hierna zal worden vastgesteld). De rechtbank is zich bewust van het feit dat deze chats niet volledig zijn. Een groot aantal van de berichten is eenzijdig ontsleuteld. Bovendien ontbreken er chats. Het is niet bekend hoeveel chats er ontbreken. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat behoedzaamheid moet worden betracht bij het duiden van de betekenis en strekking van de inhoud van de gesprekken. De onvolledigheid betekent echter niet dat op basis van de chats in zijn geheel geen vaststellingen kunnen worden gedaan. Voor zover de rechtbank op basis van de chats bepaalde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, zal zij dit bij de hierna te bespreken feiten uiteen zetten. 3.4.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts Aan verdachten van onderzoek Murray worden een of meerde accounts van EncroChat en SkyECC door de politie toegeschreven in zogenaamde identificatie-processenverbaal en aanvullingen daarop. De identificaties volgen onder meer uit de inhoud van de chatberichten, maar ook uit aangestraalde zendmasten, vluchtgegevens, observaties, OVC-opnames, taps, verkregen gegevens uit privételefoons, een verkeerscontrole en andere identificerende gegevens. De rechtbank hecht er belang aan op te merken dat het bij een identificatie van een bepaald account niet noodzakelijk is dat iedere identificerende omstandigheid op zichzelf dusdanig redengevend is dat op basis hiervan identificatie plaats kan vinden. De identificerende feiten en omstandigheden dienen in onderling verband en samenhang te worden bezien. Op basis daarvan, stelt de rechtbank de identificatie van de gebruikers (voor zover relevant) van de EncroChat- en SkyECC-accounts in de desbetreffende periode(
- s)als volgt vast: EncroChat Account Bijnaam Gebruiker Periode [account 2] [naam 1] [naam 2] Farmer Garage [account 8] [account 9] [account 10] wsl holland tractor Groep [naam 1] [medeverdachte 2] 27 januari 2020 t/m 4 maart 2020 en 8 maart 2020 t/m 8 juni 2020 [account 3] , jottumke , [medeverdachte 3] new , wisselar , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 3] wissel , wissel nl [medeverdachte 3] 27 maart 2020 t/m 28 april 2020 [account 4] , Partner , Rumena , [account 11] [medeverdachte 1] 8 april 2020 t/m 3 juni 2020 [account 12] Lazylovecub , [account 12] , talli , tali , tally n [medeverdachte 4] [account 13] (…) moneyexchange (…) [medeverdachte 6] 25-03-2020 t/m 12-06-2020 [account 14] , manaco , fr pik , french pik newnew , partner , franseleuterfr [medeverdachte 5] 15-01-2020 t/m 15-07-2020 SkyECC Account Bijnaam Gebruiker Periode [account 1] Farmer , Farmer new , [account 15] , [account 1] Groep [naam 1] [medeverdachte 2] [medeverdachte 4] 14 juni t/m 1 september 2020 en 20 t/m 29 september 2020 1 t/m 19 september 2020 en 29 september t/m 22 december 2020 [account 15] Faf , Fnb , Farmer Groep [naam 1] [medeverdachte 2] [medeverdachte 4] 28 december 2020 t/m 20 januari 2021 22 december 2020 t/m 26 december 2020 20 januari 2021 t/m 8 maart 2021 [account 5] Kkk , Tarzan , [naam 1] Groep [naam 1] Gebruiker is niet nader geïdentificeerd. 13 juni 2020 t/m 8 juli 2020 [account 16] [medeverdachte 3] Wissel nl [medeverdachte 3] 16 juni 2020 t/m 5 oktober 2020 [account 17] Taally , Taalli , Pinto-Pakistan amsterdam . [medeverdachte 4] 2 maart 2020 t/m 9 maart 2021 [account 20] Crispymate [medeverdachte 1] 13 juni 2020 t/m 19 augustus 2020 [account 18] 123 , Sky , Sonia [medeverdachte 1] 9 juli 2020 t/m 13 november 2020 [account 19] Scooter ?? MoneyExchange , Scooter @oneyExchange@Marbella , Nw Sky 57CKH2 , Exchange NO1BC711491 [medeverdachte 6] 4 december 2019 t/m 14 januari 2021 [medeverdachte 6] Cupertino , Scooter , ScooterMoneyExchange [medeverdachte 6] 11-12-2020 t/m 08-03- 2021 3.4.2.4 Identificatie [naam 1] en [naam 2] Identificatie ‘ [naam 1] ’ De SkyECC-accounts [account 1] , [account 15] en [account 5] worden, zoals bij de bespreking van de feiten zal blijken, gebruikt voor het plegen van criminele activiteiten. Het account [account 5] is een contact van [account 1] . De accounts [account 1] en [account 5] zijn een korte periode in juni/juli 2020 gelijktijdig in gebruik geweest. De accounts [account 1] , [account 15] en [account 5] maken gebruik van dezelfde bijnamen, namelijk ‘ [naam 1] ’ en/of ‘ Farmer ’. In de chatberichten wordt ‘ [naam 1] ’ door derden wisselaar genoemd. ‘ [naam 1] ’ is een wisselaar en je kan bij hem ‘papieren’ droppen. ‘ [naam 1] ’ is een machtige man (een ‘man met power’). Uit de bewijsmiddelen volgt dat de accounts [account 1] , [account 15] en [account 5] geen vaste gebruiker hadden, maar in gebruik waren bij een of meerdere personen behorende tot een crimineel netwerk (groep [naam 1] ) waarvan ‘ [naam 1] ’ op de achtergrond de bepalende persoon is die de leiding heeft. Er wordt door de accounts gesproken over ‘ons’ of ‘we’, hetgeen duidt op gebruik door een groep. [naam 1] is echter degene die steeds beslist/goedkeuring geeft. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat ‘ [naam 1] ’ zelf geen actieve gebruiker is (geweest) van de accounts. De rechtbank dient de vraagt te beantwoorden wie met ‘ [naam 1] ’ wordt bedoeld. Zij neemt daarbij het volgende in aanmerking. De cryptotelefoons worden een groot deel van de periode dat de accounts actief zijn, gebruikt in de omgeving van de [adres 1] in [plaats 1] . Dit betreft het woonadres van [verdachte] en tevens is daar zijn autogarage gevestigd. Uit de aangestraalde zendmasten volgt dat de gebruiker(
- s)zich hebben opgehouden in de directe omgeving van het bedrijf (en woonhuis) van [verdachte] aan de [adres 1] in [plaats 1] . De hiervoor geïdentificeerde gebruikers [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn directe vertrouwelingen van [verdachte] , [medeverdachte 2] is zijn schoonzoon en [medeverdachte 4] staat op de loonlijst van zijn autogarage. [account 1] was de hele periode in Nederland met uitzondering van 31 juli 2020 t/m 15 augustus 2020. In die periode straalde de telefoon aan in Spanje. In diezelfde periode zaten volgens de vluchtgegevens [verdachte] en [medeverdachte 2] met hun partners in Spanje. Verder neemt de rechtbank identificerende gegevens uit de chatberichten het volgende in aanmerking. ‘ [naam 1] ’ is woonachtig op de [adres 1] in [plaats 1] . [verdachte] is de enige man die op dat adres staat ingeschreven. De woning van ‘ [naam 1] ’ wordt met foto’s gedeeld. De woning op de foto komt overeen met de woning van [verdachte] . ‘ [naam 1] ’ woont in een kleine boerderij met een kleine garage er tegen aan. De autogarage van [verdachte] is naast de woning gevestigd. ‘ [naam 1] ’ is een Hollandse man. [verdachte] is Nederlands. ‘ [naam 1] ’ is oude man 60+. [verdachte] is geboren op [geboortedag] 1959 en dus ten tijde van het bericht op 25 augustus 2020 ouder dan 60 jaar. Op 6 oktober 2020 stuurt [account 1] dat [naam 1] zelf weg is, maar dat hij iets heeft klaar liggen voor het tegencontact dat kan worden opgehaald. [verdachte] bevindt zich volgens de vluchtgegevens op dat moment in (de omgeving van) Malaga (Spanje). De rechtbank concludeert dat ‘ [naam 1] ’ [verdachte] is. Dat in de Nederlandse vertaling van het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 3] , zoals overgelegd door de verdediging, de zinsnede “Daarnaast was er [naam 1] , « [account 21] », een Nederlander waarschijnlijk van Arabische afkomst die vanaf Nederland toezicht hield op de leveringen van verdovende middelen, evenals op het overdragen van geld.”, staat opgenomen, maakt vorenstaande conclusie niet anders. Gelet op de overige inhoud van het overlegde stuk en de overige informatie uit het onderzoek [naam van onderzoek] beschouwt de rechtbank deze opmerking als abusievelijk onjuist getrokken conclusie door de degene die het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 3] heeft opgemaakt. Identificatie ‘ [naam 2] ’ De rechtbank stelt op grond van de volgende feiten en omstandigheden vast dat ‘ [naam 2] ’ [verdachte] is. [naam 6] kreeg regelmatig opdracht van [naam 7] om geld op te halen bij of weg te brengen naar ‘ [naam 2] ’. Uit de bakengegevens van zijn auto volgt dat [naam 6] vervolgens naar het adres [adres 1] te [plaats 1] reed. Er is een peilbaken geplaatst onder de auto waarin [naam 6] reed. Uit de bakengegevens volgt dat [naam 6] meerdere malen een ‘fix’ had in de directe omgeving van dan wel op het adres [adres 1] te [plaats 1] . [naam 7] had meermalen contact met het EncroChat-account [account 2] . Uit de metadata van EncroChat volgt dat [account 2] onder andere de nickname ‘ [naam 2] ’ had. In de Exclu-berichten worden volgens de verbalisant de volgende details over ‘ [naam 2] ’ gedeeld: o ‘ [naam 2] ’ werd soms ook ‘ [naam 1] ’ genoemd. o Rond 2 november 2022 zou de jongste dochter van ‘ [naam 2] ’ een zwaar ongeluk hebben gehad, vermoedelijk in Spanje. Deze dochter zou in coma hebben gelegen. Uit een tapgesprek van 1 november 2022 volgt volgens de politie dat een dochter van [verdachte] een zwaar motorongeluk in Spanje heeft gehad en op de IC ligt. o ‘ [naam 2] ’ zou vanaf 1 december 2022 een week weg zijn geweest. Uit vluchtgegevens volgt dat [verdachte] van 1 tot en met 7 december 2022 met [medeverdachte 1] naar Malaga is gevlogen. 3.4.2.5 OVC-opnames autogarage [verdachte] De rechtbank neemt het algemene beeld over dat verbalisanten hebben afgeleid uit de OVC-gesprekken, tevens opgenomen in de bewijsbijlage, welke gesprekken zijn opgenomen in het garagebedrijf van [verdachte] aan de [adres 1] in [plaats 1] , te weten dat er met en door [verdachte] regelmatig werd gesproken over de handel in drugs en over ondergronds bankieren. In de bewijsbijlage zijn meerdere gesprekken opgenomen, waaruit dit beeld naar voren is gekomen. 3.4.2.6 Boekhouding groep [naam 1] In het voorgaande is vastgesteld dat [medeverdachte 1] de gebruiker van de accounts [account 4] , [account 20] en [account 18] is geweest. Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de woningen/appartementen waar [medeverdachte 1] verbleef (Roemenië, Marbella (Spanje) en in [plaats 2] ), administratiekaartjes zijn aangetroffen die overeenkomen dan wel soortgelijk zijn aan de kaartjes die zijn verzonden door de accounts in gebruik bij [medeverdachte 1] . De rechtbank gaat er gelet op de inhoud van de kaartjes en de inhoud van de PGP-berichten vanuit dat op de kaartjes werd bijgehouden welke bedragen zijn afgegeven en van wie deze afkomstig zijn. Het bevat een beginsaldo van contant geld, (veelal) vermeerderd met de contanten die koeriers afleveren, verminderd met de afdracht van contante gelden aan klanten en dat resulteert in een nieuw saldo van de voorraad geld. De kaartjes werden gedeeld met [medeverdachte 6] , die zich in Spanje bevond, en met ‘groep [naam 1] ’, die zich in Nederland bevond. De rechtbank gaat ervan uit dat de kaartjes een administratie van de voorraad contant geld in Spanje zijn en dat met “SPP” ‘Spaanse pot’ wordt aangeduid, die beheerd wordt door [medeverdachte 6] . 3.4.2.7 De rol van [verdachte] De rechtbank leidt uit de volgende feiten en omstandigheden en onder verwijzing naar bewijsmiddelen zoals opgenomen in de bijlage af dat [verdachte] aan de leiding stond van een organisatie die aangeduid werd als de ‘groep [naam 1] ’ en dat hij degene was die de besluiten nam. De autogarage van [verdachte] was de centrale plek waarvandaan de handel in verdovende middelen en geldtransporten werden uitgevoerd. De PGP-accounts die in gebruik zijn bij de organisatie hebben als bijnaam ‘ [naam 1] ’ of ‘ farmer ’. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, wordt met [naam 1] [verdachte] bedoeld. Uit de verschillende berichten leidt de rechtbank af dat aan ‘ [naam 1] ’, ofwel [verdachte] , vaak toestemming moet wordt gevraagd voor het verrichten van een geldtransactie of een transactie met betrekking tot de handel in cocaïne. Zie onder andere de SkyECC-berichten van 11 juli 2020 van [medeverdachte 6] aan het account van groep [naam 1] ‘ik zie [naam 1] zo maat en vraag ik of dat goed of is al accoord’. En tussen dezelfde accounts op 14 juli 2020 ‘laat je straks weten als [naam 1] er is maat’. En op 3 september 2020 tussen [medeverdachte 5] en het account van groep [naam 1] ‘doe maar via scooter , [naam 1] is met scooter ’. Ook zijn er EncroChat-berichten waaruit volgt dat [naam 1] degene is die de beslissingen neemt. Een voorbeeld zijn de berichten van 19 mei 2020 tussen [medeverdachte 1] en [naam 16] waarin [naam 16] vraagt ‘kun je de [naam 1] vragen wanneer ik het geld van mijn schoonzoon kan ophalen’. En de berichten van 26 mei 2020 tussen [account 2] (het account van groep [naam 1] ) en [account 21] , waarin [account 2] schrijft ‘ik zal het morgenmiddag gelijk doorgeven aan [naam 1] ’ en de volgende middag ‘ [naam 1] zegt ook ok’. In berichten tussen anderen waarin wordt gesproken over [naam 1] , wordt hij de wisselaar genoemd en op 22 mei 2020 zegt gebruiker van [account 6] tegen gebruiker [account 7] over hem ‘hoe power die man is en hoe eerlijk’. - In het OVC-gesprek op 9 februari 2023 tussen [verdachte] en een onbekende man vraagt de onbekende man aan [verdachte] hoe je handel moet opbouwen. [verdachte] legt vervolgens uitgebreid uit hoe je vanaf het begin de handel moet opbouwen. [verdachte] benoemt daar onder andere dat hij het eerste en het laatste woord heeft en beschrijft de handel telkens in de ‘ik’-vorm. Dat doet hij in meer gesprekken, bijvoorbeeld ook in de OVC-gesprekken tussen [naam 8] en [verdachte] op 21 maart 2023. In dat gesprek beschrijft [verdachte] ook hoeveel ‘hij’ aan de handel over houdt. 3.4.2.8 Feit 1 (cocaïne transacties) Verdachte wordt onder feit 1 kort gezegd verweten dat hij samen met anderen telkens een bepaalde hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd en/of verkocht dan wel aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal in het navolgende de ten laste gelegde transporten bespreken. 40 kg cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 14 t/m 22 maart 2023) De verdediging heeft gesteld dat onvoldoende onderbouwd is dat [verdachte] te horen is op het OVC-gesprek van 21 maart 2023, zoals geverbaliseerd in AH477 door verbalisant [verbalisant 1] . De processen-verbaal stemherkenningen in het dossier zijn opgemaakt door [verbalisant 2] en de processen-verbaal stemvergelijking zijn opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . Hieruit volgt dat de verbalisant [verbalisant 1] niet betrokken is bij de stemherkenning en daarnaast is de stemherkenning door verbalisant [verbalisant 2] onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt hierover het volgende. In proces-verbaal AH477 (p. 3051 e.v.), opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , staat onder meer het volgende (p. 3053): “In de conversaties zijn de stemmen van onder andere; [verdachte] , [naam 10] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , [naam 9] en [medeverdachte 2] herkent. Bij herkenning van de stem is de naam van de betreffende persoon in de uitwerking van het gesprek weergegeven. Veelal is dit aangeduid met (sh). Een aantal van deze gesprekken zijn teruggeluisterd in verband herkenning op deze stemmen. Hierover zijn de processen-verbaal AH512 en AH549 opgemaakt.” en (p. 3054): “(…) De uitwerking van de OVC-gesprekken zijn zoveel mogelijk integraal overgenomen uit de opgemaakte verwerkingskaart.”. In proces-verbaal AH549 (p. 3515-3517) staat onder meer het volgende vermeld: “Door mij, [verbalisant 3] werd een stem-otheek aangemaakt in het onderzoek ONRAA21016 met daarin de stemmen van onze subjecten. Collega's konden de stem-otheek raadplegen voor het herkennen / vergelijken van de stemmen uit de OVC. In de conversaties zijn de stemmen van onder andere: [verdachte] , [naam 10] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , [naam 9] , [medeverdachte 2] herkent. Bij herkenning is de naam van de persoon in de uitwerking van het gesprek met het dienstnummer van de verbalisant die de vaststelling deed weergegeven. (…) Wij, verbalisanten, hebben meerdere conversaties nageluisterd. Bij stemvergelijking van de gesprekken kunnen wij, verbalisanten, opmaken, gelet op stemgebruik, taalgebruik, stemhoogte en intonatie dat in de uitgewerkte conversaties waar achter de naam van de persoon stemherkenning staat, het ook daadwerkelijk om deze persoon gaat.” In proces-verbaal AH411 staat – met verwijzing naar het OVC-gesprek van 21 maart 2023 – onder meer vermeld: “De stem van [verdachte] werd in dit OVC gesprek herkend (bron AH549).” De rechtbank is van oordeel dat de stemvergelijking op basis van het voorgaande voldoende is onderbouwd. Dat verbalisant [verbalisant 1] AH477 heeft opgemaakt, een proces-verbaal van bevindingen over de OVC-gesprekken (een overzichtsproces-verbaal), wil niet zeggen dat hij degene is die de OVC-gesprekken heeft uitgeluisterd en dus de stemherkenning heeft gedaan. De rechtbank gaat er dan ook hierna vanuit dat [verdachte] te horen is in het desbetreffende OVC-gesprek. De rechtbank overweegt verder het ten aanzien van dit transport het volgende. Op 14 maart 2023 is [medeverdachte 5] aan de [adres 1] in [plaats 1] . Uit de OVC-opname (sessie 9475) van die dag leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] samen met [naam 9] iets aan het inladen is waarbij [naam 9] zegt “die zijn twintig. En die zijn twintig”. [medeverdachte 5] maakt vervolgens samen met [naam 11] een reisbeweging naar Sardinië waar hij op 18 maart 2023 aankomt bij de familie [naam 12] in Guamaggiore. In het OVC-gesprek van 21 maart 2023 (sessie 44944) tussen [verdachte] en [naam 8] , opgenomen aan de [adres 1] in [plaats 1] benoemt [verdachte] dat hij de afgelopen week twintig tijgers en twintig pitbull naar Italië heeft gestuurd. Uit het gebruik van de termen ‘tijgers en pitbull’ in combinatie met ‘ze brengen daar 30 ruggen op’ (de rechtbank begrijpt: € 30.000,-), maakt de rechtbank op dat het om cocaïne gaat. Op 22 maart 2023 is [medeverdachte 5] terug in de autogarage en wordt er iets afgeleverd aan [verdachte] : “hier...dit is van eiland, Italy (…)”. Dat dit geld betreft leidt de rechtbank af uit het OVC-gesprek van 18 maart 2023 (sessie 9589) dat is opgenomen vlak nadat [medeverdachte 5] en [naam 11] bij de familie [naam 12] zijn geweest. [medeverdachte 5] kreeg eerder veel ‘papieren’, en nu slechts ‘één pakket’ dat hij moet ‘afzetten’. Uit het voorgaande en uit de OVC-opname van 21 februari 2023 (Sessie 020719) waarin [verdachte] tegen [medeverdachte 5] zegt “Hoelaat denk je de 14e hier te komen”, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] in [plaats 1] cocaïne heeft opgehaald in opdracht van [verdachte] . De rechtbank acht op grond van deze redengevende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] een grote hoeveelheid (40 blokken) cocaïne heeft verkocht en dat [medeverdachte 5] dit in opdracht van [verdachte] heeft vervoerd vanuit Nederland naar Sardinië (Italië) en daar heeft afgeleverd en aldus heeft uitgevoerd. Hoewel aannemelijk is dat een blok cocaïne 1 kilo bevat, zal de rechtbank niet 40 kilo bewezen verklaren, omdat dit niet kan worden vastgesteld op basis van het dossier. 3.4.2.8.2 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 7 t/m 31 oktober 2022, transport 16 t/m 25 januari 2022 en transport 26 augustus t/m 1 september 2021) Op basis van het dossier kan de rechtbank vaststellen dat er bij deze transporten iets in de auto van [medeverdachte 5] wordt ingeladen en zijn er aanwijzingen in het dossier te vinden dat het om drugs gaat. Echter, dat het hier cocaïne betreft, kan de rechtbank niet vaststellen. Het enkele geluid van doffe klappen dan wel de door de officieren van justitie veronderstelde gang van zaken dat er cocaïne naar Italië werd geleverd en geld terug werd vervoerd, is naar het oordeel van de rechtbank daarvoor onvoldoende. Ook het gebruik van tape, handschoenen en plastic maakt dat niet anders. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het vervoeren van (grote hoeveelheden) cocaïne naar Sardinië in de periodes 7 t/m 31 oktober 2022, 16 t/m 25 januari 2022 en 26 augustus t/m 1 september 2021. 10 kilogram cocaïne (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 28 mei-1 juni 2020) De rechtbank leidt ten eerste uit de chatberichten tussen [medeverdachte 5] en de gebruiker [naam 13] af, dat deze [naam 13] 10 stuks wil afnemen van [verdachte] . [naam 13] wordt door [medeverdachte 5] vervolgens Captain genoemd. Uit de berichten van 1 en 2 mei 2020 tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] , leidt de rechtbank af dat door [medeverdachte 5] eerst aan [verdachte] gevraagd moet worden of captain 10 stuks kan afnemen. [medeverdachte 2] (die is op dat moment de gebruiker van [account 2] ), laat namelijk weten dat [verdachte] bij Roemeen (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) is. Daarop neemt [medeverdachte 5] contact op met [medeverdachte 1] en vraagt: “are you with your lover”. Vervolgens wordt via het account dat [medeverdachte 1] in gebruik heeft toestemming gegeven aan [medeverdachte 5] voor de transactie met Captain. [medeverdachte 5] kan zelf een afspraak maken met Captain voor de levering. De rechtbank maakt daaruit op dat akkoord is gevraagd aan en gegeven door [verdachte] . Op 26 mei 2020 zegt [medeverdachte 5] tegen [naam 13] dat [verdachte] contact wil met hem en dat [medeverdachte 5] op 28 mei 2020 bij [verdachte] zal zijn. Uit de daaropvolgende berichten van 28 mei 2020 van [medeverdachte 2] aan [naam 13] volgt dat de 10 stuks de stempel Pitbull hebben en € 30.000,- per stuk kosten. Het betreft ‘Colo’. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de term “colo” in de handel van verdovende middelen gebruikt wordt om cocaïne uit Colombia aan te duiden (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBDHA:2021:14242 en ECLI:NL:RBAMS:2022:7082). De prijs van 1 blok cocaïne ligt in 2020 rond € 30.000,-. [naam 13] gaat akkoord met de pitbulls. Uit de chatberichten leidt de rechtbank verder af dat [medeverdachte 5] als koerier voor groep [verdachte] die 10 stuks heeft geëxporteerd vanuit [plaats 1] (Nederland) naar Saint Tropez (Frankrijk). [medeverdachte 5] stuurt namelijk op 26 mei 2020 aan [medeverdachte 2] : “ik kom de 28. Moet rijden naar Captain in St Tropez”. Na uitstel door [naam 13] levert [medeverdachte 5] op 1 juni 2020 en krijgt hij € 199.400,-. Aan [medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 5] : “I went to captain , all good , he gave me 199400” samen met een afbeelding van Eurobankbiljetten. De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen 10 stuks cocaïne heeft verkocht, uitgevoerd en geleverd. [medeverdachte 1] heeft daarbij opgetreden als tussenpersoon in de communicatie tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] . [medeverdachte 2] heeft daarbij opgetreden als tussenpersoon in de communicatie tussen [naam 13] /Captain en [verdachte] , bij het sluiten van de deal en daarnaast in het contact met [medeverdachte 5] . Daarmee zijn [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] alle drie een belangrijke schakel en is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen. Hoewel ook hier weer aannemelijk is dat een stuk cocaïne 1 kilo bevat, zal de rechtbank niet 10 kilo bewezen verklaren, omdat dit niet kan worden vastgesteld op basis van het dossier. 10 kg cocaïne (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 14-15 september 2020) Uit de chatberichten leidt de rechtbank het volgende af. Berichten over reisschema [medeverdachte 5] Op 2 september 2020 bespreken [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , die op dat moment [account 1] in gebruik heeft, waar naar toe en wanneer [medeverdachte 5] reist. [medeverdachte 5] is op dat moment in Frankrijk en [medeverdachte 4] bevindt zich bij of in de omgeving van de [adres 1] in [plaats 1] . Op 3 september 2020 is [verdachte] in de ochtend naar Malaga, Spanje, gevlogen. Als [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 4] op 3 september 2020 in de middag zijn reisschema stuurt en vraagt of [verdachte] de planning in orde vindt, moet [medeverdachte 5] dat van [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 6] vragen, omdat [naam 1] bij [medeverdachte 6] is. [medeverdachte 5] stuurt vervolgens zijn reisschema door naar [medeverdachte 6] . De door de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 5] aangestraalde masten bevestigen het afgesproken reisschema, waaronder dat hij op 14 september 2020 in Nederland is en op 15 september in St. Tropez. Berichten over transactie SkyECC-gebruiker [account 22] laat op 11 september 2020 weten aan [medeverdachte 4] dat hij maar 5 in plaats van 10 stuks kan afnemen. Het gaat om Colombiaanse cocaïne, zo volgt uit de berichten van 14 september 2020 tussen [account 22] en [medeverdachte 4] . Uit de berichten van 14 en 15 september 2020 volgt dat [account 22] (Captain) niet het gehele geldbedrag kan overhandigen op 15 september 2020 als [medeverdachte 5] in St. Tropez is om de tas af te leveren. [medeverdachte 5] vraagt [medeverdachte 4] akkoord om de tas te geven. [verdachte] geeft akkoord, zo maakt de rechtbank op uit het berichten van [medeverdachte 4] om 9.42 uur: “Ik ben straks bij [naam 1] ” en om 12.14 uur: “Je mag geven geen probleem”. Verder volgt uit de berichten van 15 september 2020 dat door Captain 10.000 is meegegeven en dat [medeverdachte 5] nog 250k zal ontvangen op 17 september 2020. [medeverdachte 5] laat dit aan [medeverdachte 4] weten. Op 17 september 2020 is de rest betaald, zo volgt uit het bericht van [account 22] (Captain) aan [medeverdachte 4] : “I gave french 264k and 10k other day”. De rechtbank gaat er vanuit dat met french [medeverdachte 5] wordt bedoeld. Vervolgens laat [medeverdachte 4] weten dat [medeverdachte 5] het geld niet mee naar Nederland hoeft te nemen als hij het thuis kan laten liggen: “Kom leeg naar nl”. [medeverdachte 5] stuurt vervolgens twee afbeeldingen met pakken met Eurobiljetten. Conclusie rechtbank Gelet op het voorgaande heeft groep [naam 1] in elk geval 5 stuks cocaïne verkocht aan Captain en deze vanuit Nederland geleverd aan Captain in Frankrijk. De rechtbank acht bewezen dat er een grote hoeveelheid cocaïne is verkocht, vervoerd en uitgevoerd van Nederland naar St. Tropez (Frankrijk). De rol van [medeverdachte 4] volgt uit het feit dat hij als tussenpersoon heeft opgetreden tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] en tussen Captain en [verdachte] . De rol van [verdachte] volgt uit het feit dat hij de reisplanning van [medeverdachte 5] bepaalt en akkoord geeft voor het afleveren van de tas met cocaïne zonder dat door [medeverdachte 5] direct de gehele betaling werd ontvangen. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . 3.4.2.8.5 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Grimaud; transport 16-17 juni 2022) Naar het oordeel van de rechtbank zit er onvoldoende bewijs in het dossier om vast te kunnen stellen dat er bij dit transport cocaïne is vervoerd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het vervoeren van cocaïne naar Grimaud op 16 en 17 juni 2022. 3.4.2.8.6 een hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Gassin; transport 28-30 januari 2023) Naar het oordeel van de rechtbank zit er onvoldoende bewijs in het dossier om vast te kunnen stellen dat er bij dit transport cocaïne is vervoerd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het vervoeren van cocaïne naar Gassin tussen 28 en 30 januari 2023. 25 kg cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 23 t/m 30 mei 2020) De rechtbank leidt uit de berichten het volgende af. In de berichten tussen [naam 17] en [medeverdachte 2] (die op dat moment [account 2] in gebruik heeft) wordt gesproken over ‘bolli’, ‘bollie’, ‘collo’, ‘paard stempel’, ‘ster’, ‘fendi’, ‘stuks’, ‘spullen’ en ‘tp’/’tp man’. [medeverdachte 2] heeft met de telefoon van groep [naam 1] een transport geregeld op zondag voor 50 stuks met de stempel ‘ster’. Daarbij worden er 25 stuks afgenomen voor een klant van groep [naam 1] en 25 stuks voor een klant van [naam 17] : “25 voor jullie en 25 voor onze klant”, “Onze persoon geeft jou 25 stuks aan jou klant in uk” en “die 25 kopen wij van jou voor 26.500”. Uit de berichten van 24 mei 2020 volgt dat er 50 stuks zijn afgegeven, maar dat er geen ‘ster’ maar ‘fendi’ is geleverd bij groep [naam 1] . Uit de berichten van 8 april 2020 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] leidt de rechtbank af dat ‘fendi’ een stempel is van een blok. Op 25 mei 2020 zijn de spullen meegegeven aan het transport. Op 27 mei 2020 kan [naam 17] zijn ‘tas’ komen ophalen. Diezelfde dag wordt een financieel overzicht gestuurd waaruit volgt dat er voor er voor de 25 stuks met de stempel Fendi à 26.5 totaal 662.500 is betaald. De handelsprijs per blok cocaïne was midden 2020 t/m begin 2021 ruim 30.000,- euro. Gelet op de afgesproken prijs in combinatie met de gebezigde termen in de berichten, stelt de rechtbank vast dat het ging om de verkoop van cocaïne. Op 29 mei 2020 laat [medeverdachte 2] weten dat de baas van de chauffeur is opgepakt en vervolgens vraagt [naam 17] : “of chauffeur in uk ook is gepakt en of spullen ook gevonden zijn”. Uit dit bericht in combinatie met het eerdere bericht “Onze persoon geeft jou 25 stuks aan jou klant in uk”, leidt de rechtbank af dat de 25 stuks cocaïne naar de United Kingdom (het Verenigd Koninkrijk) zijn vervoerd. Uit de door [medeverdachte 2] genoemde termen “wij”, “onze persoon” en “onze klant”, volgt dat [medeverdachte 2] praat namens de organisatie. Degene die de beslissingen in de organisatie neemt is [verdachte] , zoals de rechtbank heeft geconcludeerd in het voorgaande onder de paragrafen ‘Identificatie [naam 1] en [naam 2] ’ en ‘De rol van [verdachte] ’. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte samen met anderen 25 stuks cocaïne aanwezig heeft gehad (gekocht van [naam 17] ) én 25 stuks cocaïne heeft vervoerd naar het Verenigd Koninkrijk en dus uitgevoerd tussen 23 en 30 mei 2020 (voor [naam 17] ). De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een grote hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd, uitgevoerd en aanwezig gehad tussen 23 en 30 mei 2020. 18 kg cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 19 september t/m 20 oktober 2020) De rechtbank leidt uit de berichten het volgende af. Op verzoek van [account 24] laat [medeverdachte 4] (die op die dag [account 1] in gebruik heeft) op 19 september 2020 weten dat ze nieuwe voorraad hebben van de stempel ‘Schorpioen’ voor ‘33’. Het gaat om ‘perfect colo’. Uit de berichten van 19 september 2020 volgt verder dat [account 24] 54 stuks wil hebben, maar dat [medeverdachte 4] eerst 18 stuks zal leveren en daarna 36. Uit het bericht “U may aswell grab the first 18+1 extra for bonjo on Monday wen u see farmer !!??!!? That ur plan” van 20 september 2020 van [account 24] aan FXT3XO en het bericht “The 33,500€ is 1 of the 19 from today,,, it was for bonjo u see” van 21 september 2020 van [account 24] aan [medeverdachte 2] (die op dat moment [account 1] in gebruik heeft, omdat [medeverdachte 4] dan in Dubai is), leidt de rechtbank af dat er op maandag 21 september 2020 door groep [naam 1] 18 stuks zijn geleverd aan [account 24] . Uit de berichten van 30 september 2020 tussen [account 24] en FXT3XQ leidt de rechtbank af dat er door [verdachte] instructies zijn gegeven naar aanleiding van de levering van de 18 stuks: “farm msg'ed him saying other have said the things are light so to check the 18 and if any light take them back and swap”. Gelet op de berichten van 5 oktober 2020 tussen FXT3XQ en [medeverdachte 4] (die op dat moment weer [account 1] in gebruik heeft) en tussen FXT3XQ en [account 24] zijn de 18 stuks op 5 oktober 2020 omstreeks 17 uur omgewisseld. De rechtbank gaat ervan uit dat de omwisseling heeft plaatsgevonden bij [verdachte] aan de [adres 1] in [plaats 1] , gezien de aangestraalde zendmasten met dekkingsgebied op de [adres 1] in [plaats 1] door de telefoon met account [account 1] op 5 oktober 2020 vanaf half 1 en het bericht van FXT3XQ “Swapped up with farm lad”. Uit de berichten van 20 oktober 2020 leidt de rechtbank af dat [account 24] de aankoop van de overige 36 stuks wil annuleren en [account 24] raadt [medeverdachte 4] (die dan nog steeds [account 1] in gebruik heeft) aan om ze te verkopen als hij dat kan. Gelet op vorenstaande stelt de rechtbank vast dat er een grote hoeveelheid (18 stuks) cocaïne is verkocht en afgeleverd door groep [naam 1] tussen 19 september en 5 oktober 2020. De berichten van 19 september 2020 en 5 en 20 oktober 2020 betreffen de verkoop van de 18 stuks en de omwisseling en zijn verzonden door [medeverdachte 4] . Op 21 september 2021 wordt door [medeverdachte 2] de (af)rekening aan [account 24] gestuurd, hetgeen ziet op betalingen en schulden van [account 24] bij groep [naam 1] . Ook dan komen de 18 stuks ter sprake:“And stand 18 bits now”. Uit de genoemde termen “we” en “we do”, volgt dat [medeverdachte 4] praat namens de organisatie. De rol van [medeverdachte 4] bestaat dan ook uit het communiceren met de partij waarmee groep [naam 1] zaken doet (in dit geval de gebruiker van [account 24] ). [medeverdachte 2] vervangt [medeverdachte 4] tijdens zijn afwezigheid, waarbij de communicatie met de tegenpartij wordt overgenomen zonder dat dit aan de tegenpartij wordt vermeld. [medeverdachte 2] is op de hoogte van het feit dat er 18 stuks door [account 24] zijn afgenomen. De rol van [verdachte] bij deze transactie volgt niet alleen uit het feit dat hij de leider is van die organisatie maar tevens uit de berichten waaruit blijkt dat hij instructies geeft ten aanzien van de geleverde cocaïne. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen 18 stuks cocaïne heeft verkocht en afgeleverd. Anders dan de officieren van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat de 18 stuks (in opdracht van [verdachte] of voor/door groep [naam 1] ) zijn uitgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk, nu de rechtbank dit op basis van het dossier niet kan vaststellen. 49 kg cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 21-30 mei 2020) Uit de chatberichten in het dossier leidt de rechtbank af dat er sprake is van een aanstaande transactie van cocaïne. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat er daadwerkelijk cocaïne is verkocht en geleverd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. 180 kg cocaïne (zaaksdossier 02; transactie 15 juni-3 juli 2020) Tussen 17 juni 2020 en 3 juli 2020 worden berichten gestuurd tussen [account 1] en [account 5] , beide in gebruik bij groep [naam 1] . Van het account [account 1] heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat in de deze periode het account werd bediend door [medeverdachte 2] . Uit de berichten volgt dat door [account 5] aan [medeverdachte 2] telkens wordt gevraagd om één of meerdere stuks te brengen van “1111” of “777” of “Pitbull plaatje hond” of “pitbull kop”. Dat dit namen van stempels van cocaïne betreffen leidt de rechtbank af uit de in de bewijsmiddelen opgenomen berichten aan en tussen andere SkyECC-gebruikers (namen van stempels, prijzen en foto’s). De gebruiker van [account 5] bevindt ten tijde van de door hem/haar gewenste aflevermomenten telkens op masten met dekkingsgebied aan de [adres 1] in [plaats 1] , het adres waar [verdachte] woonachtig is. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de [adres 1] in [plaats 1] telkens de afleverlocatie is voor de cocaïne. In totaal gaat het om 180 “stuks” die [medeverdachte 2] wordt verzocht om te leveren (3 + 13 + 1 + 5 + 3 + 13 + 1 + 5 + 6 + 2 + 60 + 10 + 15 + 30 + 24 + 11). Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen een grote hoeveelheid (180 stuks) cocaïne aanwezig heeft gehad en heeft vervoerd in de periode van 15 juni tot en met 3 juli 2020. Hoewel voor dit transport geen directe bewijsmiddelen voorhanden zijn voor een actieve rol van verdachte [verdachte] , vindt de rechtbank ook voor hem het medeplegen van deze feiten bewezen. De rechtbank baseert dit op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen onder de kop algemeen en de bewijsoverwegingen onder 3.4.2.7 ‘rol van [verdachte] ’. Daaruit volgt dat hij de leider van de organisatie is, dat hem vaak om toestemming wordt gevraagd voor concrete transacties en dat zijn garage de plek is waarvandaan de drugstransporten plaatsvinden. In de berichten die gaan over de specifieke transacties gaat het telkens om de levering van grote hoeveelheden blokken cocaïne naar de garage van [verdachte] door [medeverdachte 2] , een van de gebruikers van het account dat aan de organisatie toebehoort. De rechtbank gaat er vanuit dat deze blokken vervolgens weer vanuit deze garage naar andere plekken zijn gebracht, over welke transacties verdachte [verdachte] de leiding voerde. 5 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 22 juni 2020) In het dossier bevindt zich een bericht van [account 20] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , waarin zij [medeverdachte 6] instrueert om aan [naam 15] 5 stuks Zeptek af te geven als hij met hem contact opneemt. Hoewel op basis van het dossier kan worden aangenomen dat er wordt gesproken over 5 blokken cocaïne met de stempel Zeptek, is de rechtbank van oordeel dat dit enkele bericht onvoldoende is om vast te stellen dat verdachte (al dan niet samen met anderen) op 22 juni 2020 ook daadwerkelijk cocaïne heeft vervoerd, verkocht, afgeleverd, uitgevoerd en/of aanwezig gehad. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. 45 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02, transactie 13-22 juli 2020) Op 15 juli 2020 wordt door [account 23] aan [medeverdachte 2] (die op dat moment [account 1] in gebruik heeft) een afbeelding gestuurd met een blok waarop een stempel van het merk Audi te zien is. Op 21 juli 2020 wordt door [account 23] aan [medeverdachte 2] een afbeelding gestuurd met een blok waarop een stempel van een ster en een Y te zien is. Op basis hiervan en de berichten van [account 23] aan [medeverdachte 2] over ‘herdrukken’, ‘kwaliteit’ en ‘1 vb afgooien’, stelt de rechtbank vast dat er wordt gesproken over blokken cocaïne. Als [account 23] vraagt naar de prijs, reageert [medeverdachte 2] : “ik ga even berichten”. Hieruit leidt de rechtbank af dat er binnen groep [naam 1] , die onder leiding van [verdachte] staat, overleg wordt gevoerd over de prijs die ze willen betalen voor de herdrukte blokken cocaïne. [medeverdachte 2] wil eerst een voorbeeld zien van de herdrukte cocaïne en vraagt aan [account 23] om dat af te geven. De aangestraalde masten door [medeverdachte 2] ten tijde van het aflevermoment hebben dekking op de [adres 1] in [plaats 1] , alwaar [verdachte] woonachtig is. In de daaropvolgende berichten van 21 en 22 juli 2020 tussen [account 23] en [medeverdachte 2] wordt gesproken over het leveren van 44 stuks op 22 juli 2020. [medeverdachte 2] straalt, ten tijde van het uit de berichten af te leiden aflevermoment wederom masten aan met dekking op de [adres 1] in [plaats 1] . De rechtbank concludeert uit de aangestraalde zendmasten dat het woonadres van [verdachte] de afleverlocatie van de 45 blokken cocaïne betreft en dat iemand van groep [naam 1] deze cocaïne daar in ontvangst heeft genomen. De rechtbank acht het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid (45 blokken) bewezen. Hoewel ook hier weer aannemelijk is dat een blok cocaïne 1 kilogram betreft, staat dat onvoldoende vast en zal de rechtbank een grote hoeveelheid bewezen verklaren. De rol van [medeverdachte 2] bij deze transactie blijkt uit de berichten die hij verstuurt namens de organisatie. Degene die de beslissingen in de organisatie neemt is [verdachte] , zoals de rechtbank al heeft geconcludeerd in het voorgaande onder ‘de rol van [verdachte] ’. Uit de berichten met betrekking tot deze transactie volgt dat eerst overleg moest worden gevoerd voordat [medeverdachte 2] over de prijs wilde communiceren. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . 20 kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 24 juli 2020) De rechtbank leidt uit de berichten tussen [medeverdachte 2] (die op dat moment de gebruiker was van [account 1] ) en [account 23] van 24 juli 2020 af dat er bij groep [naam 1] 20 stuks zijn afgeleverd op 24 juli 2020. Uit de berichten leidt de rechtbank verder af dat het gaat om cocaïne. Er wordt namelijk gesproken over stempels van cocaïne: ‘ster 7’, ‘cat’ en ‘ktm’ en de prijs van ‘29’. Van die 20 stuks zijn er 17 stuks met de stempels van ‘cat’ en ‘ktm’ teruggegeven en 3 stuks van de stempel ‘ster 7’ gehouden. Dat er 17 stuks zijn teruggeven doet niet af aan het feit dat groep [naam 1] de 20 stuks wel aanwezig heeft gehad. Er is daarmee sprake van een voltooid feit van het aanwezig hebben van cocaïne. Uit het bericht “Ok ik laag je zo weten”, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] communiceert namens de organisatie en dat er binnen groep [naam 1] overlegd wordt over de prijs. Degene die de beslissingen in de organisatie neemt is [verdachte] , zoals de rechtbank al heeft geconcludeerd in het voorgaande onder ‘de rol van [verdachte] ’. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte op 24 juli 2020 samen met anderen 20 stuks cocaïne aanwezig heeft gehad. 3.4.2.8.14 Eén kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 11 september 2020) Uit de toegestuurde foto met daarop een blok en de letters ‘TNT’ en de berichten van 10 september 2020 van [medeverdachte 10] (aan [medeverdachte 11] ) over “mooie colo” en “Kan je op 32.750 werken?”, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 10] cocaïne met stempel TNT aanbiedt voor € 32.750,-. Gezien deze berichten, wordt er met “TNT” en “32.250 is laatste prijs” in de berichten van 11 september 2020 van [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 4] (die op dat moment [account 1] in gebruikt heeft) gesproken over cocaïne met de stempel ‘TNT’. Uit de berichten van 11 september 2020 leidt de rechtbank vervolgens af dat er om 18:20 uur ‘één voorbeeld’ (afkomstig van [medeverdachte 10] en in opdracht van [medeverdachte 12] ) zal worden afgegeven bij groep [naam 1] . Het bericht wordt namelijk gestuurd naar de telefoon met het account van groep [naam 1] , dat op dat moment bij [medeverdachte 4] in gebruik is en deze telefoon straalt de masten door met dekkingsgebied van [adres 1] in [plaats 1] aan. De rechtbank gaat er daarmee van uit dat de [adres 1] te [plaats 1] de afleverlocatie van het voorbeeld. Uit de berichten van 11 september 2020 maakt de rechtbank verder op dat [medeverdachte 10] namens [medeverdachte 12] verdere afspraken met [naam 1] , zijnde [verdachte] , kan maken als het voorbeeld naar wens is (‘je kan alles bespreken met [naam 1] ook als ik even niet bereikbaar ben’). Uit de berichten van 17 en 21 september 2020 van [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 4] leidt de rechtbank af dat het voorbeeld (een blok) cocaïne betrof met de stempel ‘TNT’. Gezien het voorgaande hebben [verdachte] en [medeverdachte 4] naar het oordeel van de rechtbank samen opzettelijk één blok cocaïne aanwezig gehad. 3.4.2.8.15 Conclusie feit 1 De rechtbank concludeert dat verdachte samen met anderen meerdere grote hoeveelheden cocaïne (totaal 344 blokken cocaïne: 40 blokken + 10 blokken + 5 stuks + 25 stuks + 18 blokken + 180 blokken + 45 blokken +20 stuks + 1 blok) hebben verkocht en/of vervoerd en/of afgeleverd en/of uitgevoerd en/of voorhanden gehad in een periode van 25 maart 2020 t/m 22 maart 2023. De rechtbank acht dan ook die onderdelen van feit 1 wettig en overtuigend bewezen. 3.4.2.9 Feit 2 (hasj) Verdachte wordt onder feit 2 kort gezegd verweten dat hij samen met anderen telkens een bepaalde hoeveelheid hasjiesj heeft vervoerd en/of verkocht dan wel aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal in het navolgende de ten laste gelegde transporten bespreken. 150 eenheden hasjiesj (zaaksdossier 2: transactie 21-24 september 2020) Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs in het dossier zit om vast te kunnen stellen dat er sprake is van hasj. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de tenlastegelegde handel in 150 eenheden hasjiesj. 299,9 kg hasjiesj (zaaksdossier 2: transport 14-16 januari 2021) Op basis van de berichten van 14 t/m 16 januari 2020 waarin wordt gesproken over ‘choco’ en de gestuurde foto’s op 15 en 16 januari 2020 met pakketten, gaat de rechtbank ervan uit dat het om pakketten met hasj gaat. Uit het gesprek blijkt dat [medeverdachte 6] , de gebruiker van [medeverdachte 6] , een telling laat doen van de pakketten hasj, voordat hij gaat afrekenen/uitbetalen aan de leverancier. Ook blijkt uit het gesprek dat [medeverdachte 6] over de koop/(door)verkoop moet overleggen en er vanuit [naam 1] ( [verdachte] ) wordt gereageerd. [medeverdachte 6] stuurt namelijk: “Vriend heb accoord van [naam 1] 10 of 20 te nemen nu moeten we ze verkopen dan hahahaha”. [verdachte] geeft dus akkoord aan [medeverdachte 6] voor de aankoop/doorverkoop van de aanwezige hasj. Uit het bericht “En vriend haal weegschaal ofzo [naam 1] zegt dat ze te veel geven kan bijna niet (…)” leidt de rechtbank verder nog een verlengde instructie af. Nadat er is gewogen blijkt er 299,9 kg aanwezig te zijn. De rechtbank acht gelet op vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met anderen 299,9 kg hasj aanwezig heeft gehad tussen 14 en 16 januari 2020. 3.4.2.9.3 Conclusie feit 2 De rechtbank concludeert dat verdachte samen met anderen totaal 299,9 kg hasj aanwezig heeft gehad tussen 14 en 16 januari 2020. De rechtbank acht dan ook feit 2 voor dat onderdeel wettig en overtuigend bewezen. 3.4.2.10 Feit 3 (witwassen) Verdachte wordt onder feit 3 verweten dat hij samen met anderen geldbedragen heeft witgewassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt. De rechtbank zal eerst de betrokkenheid van verdachte per geldtransactie bespreken en daarna ingaan op de vraag of sprake is van (gewoonte)witwassen. 3.4.2.10.1 € 1.000.000 ( € 1.000.000 (of 1.000.000 pond) en/of 10.000.000 Kronen Uit de berichten tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] (op de moment gebruiker van account [account 1] van groep [naam 1] ), tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] (groep [naam 1] ) en tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] in samenhang met het administratiekaartje (afbeelding 9) dat op 22 juli 2020 door [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] (groep [naam 1] ) is verstuurd, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] op 20 juli 2020 in Nederland € 1.000.000,- en 10.000.000 Kronen heeft opgehaald en heeft vervoerd naar Spanje en vervolgens heeft afgeleverd bij [medeverdachte 6] . Met ‘ Fr pik ’ wordt [medeverdachte 5] bedoeld. Voor het vervoeren van geld werd door [medeverdachte 5] gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in zijn auto. Voor de communicatie onderling werd gebruik gemaakt van PGP-telefoons. Uit het administratiekaartje blijkt dat het bedrag van € 1.000.000,- ook is opgenomen in de boekhouding van de organisatie (groep [naam 1] ). De rol van [medeverdachte 5] bestaat uit het koerieren van het geld van de organisatie. De rol van [medeverdachte 1] bestaat uit het bijhouden van de financiën van de organisatie. [medeverdachte 2] onderhoudt het contact met de koerier en met degene waar het geld moet worden afgeleverd. Uit het feit dat [medeverdachte 2] ‘we’ stuurt in het bericht “en maandag gaan we fr pik laden”, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] communiceert namens de organisatie. Degene die de beslissingen in de organisatie neemt is [verdachte] , zoals de rechtbank heeft geconcludeerd in het voorgaande onder ‘de rol van [verdachte] ’. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] bij dit feit. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen € 1.000.000,- en 10 miljoen Kroon voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen. € 2.000.000 Uit de berichten tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] (die op dat moment [account 1] in gebruik heeft namens groep [naam 1] ), tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] (groep [naam 1] ), tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] en tussen [medeverdachte 13] ) en [medeverdachte 6] in samenhang met de foto met daarop bundels van 50 euro biljetten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] op 29 juli 2020 in Nederland € 2.000.000,- heeft opgehaald en heeft vervoerd naar Spanje. Het geld is door [medeverdachte 5] op verzoek van [medeverdachte 6] afgeleverd bij [medeverdachte 13] ’, de gebruiker van het account [medeverdachte 13] . Voor het vervoeren van geld werd door [medeverdachte 5] gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in zijn auto. Voor de communicatie onderling werd gebruik gemaakt van PGP-telefoons. Uit het administratiekaartje dat op 15 augustus 2020 door [account 20] ( [medeverdachte 1] ) is verstuurd aan [medeverdachte 2] (groep [naam 1] ), blijkt dat het bedrag van € 2.000.000,- ook is opgenomen in de boekhouding van de organisatie (groep [naam 1] ). De rol van [medeverdachte 5] bestaat uit het koerieren van het geld voor de organisatie. De rol van [medeverdachte 1] bestaat uit het bijhouden van de financiën van de organisatie. [medeverdachte 2] onderhoudt het contact met de koerier en met [medeverdachte 6] . Uit het feit dat [medeverdachte 2] ‘we’ stuurt: “Vanavond laden we fr pik met 2m euro”, volgt dat [medeverdachte 2] communiceert namens de organisatie. Degene die de beslissingen in de organisatie neemt is [verdachte] , zoals de rechtbank heeft geconcludeerd in het voorgaande onder ‘de rol van [verdachte] ’. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen € 2.000.000,- voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen. € 1.147.915 Uit de berichten leidt de rechtbank het volgende af. [medeverdachte 14] bericht dat er op 11 juli 2020 een tas (met 1.15) zal worden afgeleverd bij [naam 1] . [medeverdachte 6] laat aan [medeverdachte 4] weten dat hij met [naam 1] ( [verdachte] ) is. Dit past bij het feit dat [verdachte] op 9 juli 2020 naar Marbella is gevlogen. [medeverdachte 6] vraagt of [medeverdachte 4] kan regelen dat ‘smurf’ op 10 juli een tas kan laten aanpakken ‘bij [naam 1] ’ en vraagt om een token. [medeverdachte 4] verstuurt vervolgens de token aan [medeverdachte 6] en aan [medeverdachte 15] . [medeverdachte 15] is kennelijk ‘smurf’. [medeverdachte 6] laat [medeverdachte 4] weten dat ‘smurf’ de tas moet meenemen en een telling moet doen. De rechtbank concludeert hieruit dat [verdachte] via [medeverdachte 6] instructies geeft aan [medeverdachte 4] . [medeverdachte 15] (smurf) laat aan [medeverdachte 4] , onder andere weten dat de tas is aangenomen en veilig in het ‘safehouse’ terecht is gekomen. Uit de berichten van 12 juli 2020 blijkt dat er een telling heeft plaatsgevonden van de inhoud van de tas en dat het gaat om een bedrag van 1.147.915. Deze telling wordt door [medeverdachte 14] aan [medeverdachte 6] doorgegeven. Op 14 juli 2020 vraagt [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 2] (op dat moment de gebruiker van [account 1] namens groep [naam 1] ) of ‘smurf’ de tas met ‘die 1 m+’ kan afgooien. [medeverdachte 2] laat weten dat hij dat op 15 juli 2020 kan doen. [verdachte] die vanaf 9 juli 2020 in Spanje is geweest, vloog op 14 juli 2020 weer terug vanaf Marbella naar Nederland. Op 15 juli 2020 bericht [medeverdachte 15] (smurf) aan [medeverdachte 4] : “afgegeven aan [naam 1] ”. De rechtbank concludeert daaruit dat [verdachte] het geld heeft aangenomen. De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat groep [naam 1] op 15 juli 2020 een bedrag van 1.147.915 heeft ontvangen en aanwezig gehad. De rechtbank kan niet vaststellen uit welke valuta’s het geldbedrag bestaat. Zij acht daarom bewezen dat een groot geldbedrag is verworven en voorhanden gehad. De rol van [medeverdachte 15] (smurf) bestaat uit het vervoeren van het geld voor de organisatie. De rol van [medeverdachte 6] bestaat uit het doorgeven van instructies namens [verdachte] . De rol van [medeverdachte 4] bestaat uit het onderhouden van contact met de koerier en het uitvoeren van opdrachten van en het afleggen van verantwoording aan [verdachte] , die bij [medeverdachte 6] is. [verdachte] is vanaf 14 juli 2020 weer in Nederland en dat is tevens het moment dat [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 2] vraagt of de tas met geld kan worden afgegeven. [medeverdachte 2] geeft aan [medeverdachte 4] door wanneer en hoe laat de tas kan worden afgegeven. De rol van [verdachte] bestaat uit het geven van instructies aan [medeverdachte 4] en uit het aannemen van het geld. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en de gebruiker van [medeverdachte 15] (smurf). De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen een contant geldbedrag van € 1.147.915,- heeft verworven en voorhanden gehad. € 513.850 [naam 7] is in onderzoek 26Leon geïdentificeerd als de gebruiker van de Exclu-ID’s [Exclu-ID 1] en [Exclu-ID 2] . Reginald [naam 6] is in dat onderzoek geïdentificeerd als de gebruiker van de Exclu-ID’s [Exclu-ID 3] en [Exclu-ID 4] . Uit de chatgesprekken tussen [naam 7] en Reginald [naam 6] blijkt dat aan [naam 6] steeds opdracht wordt gegeven om geld (pap) op te halen bij ‘gr kop’. De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat met ‘gr kop’ [verdachte] wordt bedoeld. Niet ten aanzien van alle bedragen geldt dat uit de berichten expliciet volgt dat het om Euro’s gaat, maar de rechtbank ziet geen enkele aanleiding om van een andere valuta uit te gaan. De rechtbank leidt, gelet op het voorgaande, uit de berichten af dat de volgende bedragen zijn opgehaald bij [verdachte] door [naam 6] : € 200.000, 18 oktober 2022 € 20.000, 26 oktober 2022 € 45.000, 23 november 2022 € 25.000, 29 november 2022 € 16.000 + € 55.050 + € 750 + € 700, 1 december 2022 € 20.000, 15 december 2022 € 20.000, 28 december 2022 € 7.500, 4 januari 2023 € 51.950, 10 januari 2023 € 20.000, 20 januari 2023 € 19.000, 27 januari 2023 € 2.000 + € 2.900 + € 8.000, 30 januari 2023 In totaal is daarmee een bedrag van € 513.850,- opgehaald in de periode van 18 oktober 2022 t/m 30 januari 2023. [verdachte] heeft dit bedrag voorhanden gehad en overgedragen. € 1.067.600 De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat er op 28 maart 2023 een contant geldbedrag van totaal € 1.067.600,- werd aangetroffen in het appartement aan de [adres 2] in [plaats 1] . Dit appartement werd gehuurd door [verdachte] , hij betaalde de huur en het appartement was niet bewoond. Het geld bevond zich in donkere sporttassen in een afgesloten salontafel. Op een van de zakjes die om een zakje met muntgeld zat, is een vingerafdruk aangetroffen die overeenkomt met een vingerafdruk van [medeverdachte 1] , de boekhoudster van groep [naam 1] /de organisatie. Uit de bevindingen van de uitgekeken camerabeelden volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] in een periode van 2 maanden van mei 2022 tot juli 2022 acht keer te zien zijn met een donkerkleurige sporttas tussen de [adres 2] en (de autogarage/het woonhuis van [verdachte] ) aan de [adres 1] in [plaats 1] . Hoewel de inhoud van deze sporttassen onbekend is, kan er, gelet op het aangetroffen geldbedrag in de sporttassen in de afgesloten salontafel in een appartement dat niet werd bewoond, vanuit worden gegaan dat het appartement aan de [adres 2] werd gebruikt als stashlocatie voor het geld van groep [naam 1] . Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] , als leider van de organisatie en huurder van het appartement, € 1.067.600,- voorhanden heeft gehad. 3.4.2.10.6 Meerdere pakketten met contante geldbedragen De rechtbank zal de transporten van 29 juni t/m 4 juli 2022, 8 t/m 11 oktober 2022 en 17 t/m 21 februari 2023 samen bespreken. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen het volgende af. 23 pakketten (transport 29 juni t/m 4 juli 2022) [medeverdachte 5] is op 29 juni 2022 naar Italië gereisd in het bijzijn van [naam 14] . In Genua hebben zij [medeverdachte 1] opgehaald en zijn vervolgens naar Sardinië gereisd. Buiten aanwezigheid van [naam 14] om, werd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] op 1 juli 2020 iets opgehaald bij de villa van familie [naam 12] aan de [adres 5] in Sardinië, Italië. Uit de opgenomen gesprekken blijkt dat er wordt geteld en is te horen “drieëntwintig pakketten”. Ook blijkt dat [naam 14] gestrest is, omdat het voor haar de eerste keer is. Te horen is verder op de opgenomen gesprekken dat [medeverdachte 1] zegt: “wij komen alleen maar ophalen en brengen niets”. [medeverdachte 5] is vanuit Italië naar de autogarage van [verdachte] in Nederland gereden, waar hij op 3 juli 2020 arriveerde. Daar wordt er weer geteld. [medeverdachte 5] noemt ‘23’ tegen [verdachte] . Ook is er geritsel in een shopperbag te horen. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat er 23 pakketten zijn verworven en voorhanden gehad. 37 pakketten (transport van 7 t/m 11 oktober 2022) Uit de opgenomen gesprekken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] in opdracht van [verdachte] naar Italië is gevlogen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat [medeverdachte 5] op 7 oktober 2022 [medeverdachte 1] in Genua, Italië heeft opgehaald en zij die avond de veerboot nemen naar Sardinië. Uit de opgenomen gesprekken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] om dezelfde reden weer in Italië zijn als voor het transport tussen 29 juni t/m 4 juli 2022, [medeverdachte 5] zegt namelijk: “de laatste keer is al een hele tijd geleden, toch?. (…) De laatste keer was met jou en [naam 14] toch?”. Ook leidt de rechtbank uit de opgenomen gesprekken af dat hij niet alleen [verdachte] moest berichten, maar dat ook [medeverdachte 4] , de bijnaam van [medeverdachte 4] , wilde weten wanneer ze op de boot zitten. Op 8 oktober 2022 zijn [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in Sardinië aangekomen en direct doorgereden naar de villa aan de [adres 6] op Sardinië. Te horen is op de OVC-opname dat [medeverdachte 1] vraagt hoeveel pakketjes het zijn en dat [medeverdachte 5] tot 37 telt. Op 10 oktober 2022 verlieten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] het eiland en reden zij naar Nederland. [medeverdachte 1] wordt in [plaats 4] afgezet en [medeverdachte 5] rijdt door naar de [adres 1] in [plaats 1] . Hij is daar op 11 oktober aan gekomen. [medeverdachte 5] laat [verdachte] weten dat hij 37 pakketten bij zich heeft. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat er 37 pakketten zijn verworven en voorhanden gehad. 41 pakketten (transport van 17 t/m 21 februari 2023) Uit de opgenomen gesprekken van 28 januari 2023 blijkt dat [medeverdachte 5] in opdracht van [verdachte] op de 16e weg moet. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat [medeverdachte 5] op 17 februari 2023 [medeverdachte 1] in Genua, Italië heeft opgehaald en zij die avond de veerboot hebben genomen naar Sardinië. Op 8 oktober 2022 zijn [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in Sardinië aan gekomen en direct doorgereden naar de villa aan de [adres 6] op Sardinië. Te horen is op de OVC-opname dat er geteld wordt. Nadat ze zijn vertrokken, wordt besproken om niet naar een bar te gaan omdat daar veel controles plaatsvinden. Er worden auto’s aangehouden door de Guarda di Finance. De rechtbank leidt hieruit af dat er iets is opgehaald wat de politie niet mag aantreffen. Verder wordt besproken dat [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 4] moet berichten hoeveel pakketten er zijn ingeladen. [medeverdachte 1] noemt dan ‘41’. Op 20 februari 2023 verlieten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] het eiland Sardinië en reden zij naar Nederland. [medeverdachte 1] wordt in [plaats 4] afgezet en [medeverdachte 5] rijdt door naar de [adres 1] in [plaats 1] . Hij is daar op 21 februari 2023 aan gekomen. Te horen is dat [medeverdachte 5] en [verdachte] tassen inladen. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat er 41 pakketten zijn verworven en voorhanden gehad. Meerdere pakketten met contante geldbedragen Ten aanzien van de drie bovengenoemde transporten overweegt de rechtbank verder het volgende. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij geld heeft vervoerd voor de organisatie. Voor het vervoeren van geld werd door [medeverdachte 5] gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in zijn auto. Er wordt telkens iets opgehaald bij de villa van de familie [naam 12] op Sardinië. In een Italiaans onderzoek waarbij een van de leden van de familie [naam 12] werd aangehouden in 2017 is drugs en geld inbeslaggenomen. Naast de transporten van 29 juni t/m 2 juli 2022, 7 t/m 11 oktober 2022 en 17 t/m 21 januari 2023 is [medeverdachte 5] ook op 22 januari 2022 bij de familie [naam 12] geweest, nadat de auto van [medeverdachte 5] eerst in [plaats 1] was ingeladen. Tijdens het transport van 17 t/m 24 januari 2022 wordt [medeverdachte 5] (deels) door zijn maîtresse [naam 11] vergezeld. Uit het opgenomen gesprek van 22 januari 2022 om 10.10 uur (sessie 3536), leidt de rechtbank af dat er bij de familie [naam 12] geld werd opgehaald. Ook blijkt daaruit dat het een betaling voor een geleverd ‘product’ betrof. De rechtbank acht het aannemelijk dat het bij de familie [naam 12] geleverde product drugs betrof. Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat er in de door [medeverdachte 5] opgehaalde en vervoerde pakketten contante geldbedragen zaten. De rol van [medeverdachte 5] bij voornoemde transporten vanuit Sardinië naar Nederland bestond uit het koerieren van het geld van de organisatie. [medeverdachte 1] was telkens aanwezig bij het ophalen van de pakketten met contante geldbedragen bij de klant en bij het vervoeren daarvan. [verdachte] was telkens aanwezig om de pakketten met geld van [medeverdachte 5] in ontvangst te nemen in Nederland. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] . De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen 23, 37 en 41 pakketten met contante geldbedragen hebben verworven en voorhanden gehad. 3.4.2.10.7 Beoordelingskader witwassen Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij geldtransacties van grote contante geldbedragen, dient zij de vraag te beantwoorden of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Om te komen tot een bewezenverklaring van het in de tenlastelegging opgenomen onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ moet vaststaan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf. Uit de bewijsmiddelen hoeft echter niet te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden. Wanneer door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als echter zo’n verklaring van verdachte uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs. Als de verdachte zo’n verklaring wel geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. 3.4.2.10.8 Toepassing van het beoordelingskader witwassen De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van alle geldbedragen sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zij afkomstig zijn uit misdrijf en neemt daarbij het volgende in aanmerking: - uit de chatberichten blijkt dat, ondanks dat het om een groot geldbedrag ging, dan wel bij de pakketten geld om grote geldbedragen moet zijn gegaan, er geen gebruik werd gemaakt van het normale gangbare financiële (girale) verkeer door verdachten; hierdoor en door de wijze van vervoer van dit soort grote contante geldbedragen, werden ongebruikelijke en hoge veiligheidsrisico’s gelopen; de contante geldbedragen werden vervoerd in (sport)tassen of plastic zakken; de verdachten waren in het bezit van PGP-telefoons, waarmee afspraken werden gemaakt over de overdrachten; er werd gebruik gemaakt van gecodeerde aanduidingen/afkortingen en bijnamen van klanten en medeverdachten; de transacties zijn summier geadministreerd, waarbij met bijnamen van klanten werd gewerkt; er werd geld overgedragen door koeriers; en er werd veelvuldig gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in een voertuig. Nu de verdachte niet heeft verklaard over de herkomst van de geldbedragen kan het niet anders dan dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf. 3.4.2.10.9 Opzet Uit de redengevende feiten en omstandigheden - die volgen uit de bewijsmiddelen zoals opgenomen in bijlage I - in onderling verband en samenhang bezien, blijkt van een modus operandi van groep [naam 1] (waaronder verdachte) die steeds bestond uit: het gebruik van PGP-telefoons door verdachten om te communiceren met tegenpartijen (leveranciers/klanten), waarbij verdachten zich onbespied waanden door te communiceren via versleutelde communicatie; het summier en anoniem administreren van transacties door gebruik te maken van bijnamen en afkortingen; het verwerven, voorhanden hebben en verplaatsen van omvangrijke geldbedragen; het gebruiken van verborgen ruimtes, zoals aangetroffen in de auto’s van de koeriers [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Gezien de vergaande betrokkenheid van verdachte bij de geldverplaatsingen (geld aannemen, opdrachten geven, beslissingen nemen) en zijn rol als leider van de organisatie (groep [naam 1] ), is uitgesloten dat verdachte niet van de criminele herkomst heeft geweten. Verdachte heeft hiermee, naar het oordeel van de rechtbank, telkens willens en wetens de criminele herkomst, de verplaatsing en de rechthebbenden op de geldbedragen verhuld en verborgen en verhuld en verborgen wie de geldbedragen voorhanden had en deze voorwerpen daarnaast willens en wetens verworven, voorhanden gehad en voor enkele geldbedragen tevens overgedragen. 3.4.2.10.10 Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat bij voorgaande witwastransacties die de rechtbank bewezen acht, steeds sprake is geweest van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Er is sprake geweest van witwassen in een georganiseerd verband, namelijk door ‘groep [naam 1] ’. Iedere verdachte had daarin zijn eigen rol die al dan niet inwisselbaar was. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] waren degene die de telefoons van de groep bedienden. Zij waren het aanspreekpunt voor de contacten van groep [naam 1] . Zij communiceerden dus met andere criminele groepen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] waren koeriers van groep [naam 1] . [medeverdachte 1] hield de administratie van groep [naam 1] bij en was dus de boekhoudster van de organisatie. Zij was daarnaast ook bij een aantal transporten betrokken als koerier en fungeerde als aanspreekpunt voor [verdachte] als hij bij haar was. Uit verschillende berichten volgt dat er toestemming moest worden gevraagd aan [verdachte] voor het brengen of ophalen van geld. Uit opgenomen OVC-gesprekken volgt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aanwezig waren bij het inladen van het geld. Uit OVC-gesprekken volgt ook dat [verdachte] zelf herhaaldelijk aanwezig was op momenten dat er werd ingeladen of uitgeladen. 3.4.2.10.11 Gewoontewitwassen Gelet op de omvangrijke hoeveelheid contant geld en de continuïteit, kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden bewezen dat de verdachten van witwassen een gewoonte hebben gemaakt. 3.4.2.10.12 Conclusie feit 3 De rechtbank komt gelet op dat wat hiervoor is besproken tot een bewezenverklaring van het in onder 3 tenlastegelegde medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 11 juli 2020 tot en met 28 maart 2023, nu verdachte samen met anderen opzettelijk meerdere grote geldbedragen (totaal: € 6.729.365,- en 10 miljoen Kroon) en 101 pakketten met geld heeft verworven en voorhanden gehad terwijl zij wisten dat dit van misdrijf afkomstig was (sub
- b)en daarnaast dat zij de herkomst, de vindplaats, de verplaatsing en de rechthebbende op die geldbedragen hebben verborgen/verhuld en verborgen en verhuld wie de geldbedragen voorhanden had (sub a). 3.4.2.11 Feit 4 (heling motorvoertuigonderdelen) Verdachte wordt onder feit 4 verweten dat hij samen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van grote hoeveelheden auto-onderdelen. 3.4.2.11.1 Aangetroffen gestolen voertuigonderdelen aan de [adres 1] In het autobedrijf van verdachte aan de [adres 1] te [plaats 1] zijn gestolen auto-onderdelen aangetroffen. De gestolen navigatiesystemen lagen in een (achter een luik) verborgen ruimte in het plafond. In het gedeelte dat bestond uit zeecontainers en overkappingen zijn kabelbomen en versnellingsbakken aangetroffen die afkomstig bleken uit gestolen auto’s. Volgens de website van de RDW is Autohandel [autohandel] een erkend bedrijf voor de aankoop en verkoop en onderhoud van voertuigen en geen demontagebedrijf. Het beeld wat werd aangetroffen door de specialisten van de VOA past volgens hen in het beeld van een autodemontagebedrijf en niet in het beeld van een regulier garagebedrijf. Volgens de OVC-gesprekken uit de autogarage, blijkt dat verdachte zeer regelmatig op zijn bedrijf aanwezig was. Hij heeft geen enkele verklaring willen afleggen over de aangetroffen onderdelen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte al dan niet in voorwaardelijk zin wist dat de voertuigonderdelen afkomstig waren uit misdrijf. Hij had wel, gelet op de genoemde feiten en omstandigheden, op zijn minst redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze voertuigonderdelen ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan afkomstig waren uit enig misdrijf. 3.4.2.11.2 Conclusie Gelet op al het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op of omstreeks 28 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan schuldheling van 10 kabelbomen, 4 navigatiesystemen en 8 versnellingsbakken. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat verdachte met betrekking tot de heling van deze auto-onderdelen nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander. De rechtbank zal daarom verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. 3.4.2.11.3 Vrijspraak overige voertuigonderdelen (ECU’s, contactsloten en motorblokken) In een appartement aan de [adres 2] in [plaats 1] , in een loods aan de [adres 4] in [plaats 3] en in een schuur aan de [adres 2] in [plaats 1] zijn meerdere voertuigonderdelen aangetroffen, waarvan een deel gestolen blijkt te zijn. Het gaat om ECU’s, contactsloten en motorblokken. In het appartement aan de [adres 2] in [plaats 1] waar de ECU’s zijn aangetroffen woonde een medewerker van autobedrijf [verdachte] , de heer [medeverdachte 9] . Hoewel [medeverdachte 9] een medewerker was van het autobedrijf van [verdachte] en hij het appartement van hem huurde, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van deze gestolen ECU’s. Het perceel aan de [adres 2] in [plaats 1] is eigendom van [naam 18] . Op dit perceel werden in een schuur/houten loods twee motorblokken aangetroffen die gestolen bleken te zijn. In het dossier bevinden zich geen stukken waaruit de betrokkenheid van verdachte bij die schuur dan wel deze motorblokken blijkt. De schuur op het perceel kon volgens [naam 18] door (het autobedrijf van) [verdachte] gebruikt worden, maar [naam 18] maakte zelf ook gebruik van die schuur. De rechtbank kan ook van deze onderdelen niet vaststellen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid. Op basis van het dossier kan eveneens niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de loods aan de [adres 4] in [plaats 3] dan wel dat hij wetenschap heeft gehad van de daarin aangetroffen – van diefstal afkomstige – motorblokken. De rechtbank zal daarom verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken. 4De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 maart 2020 tot en met 22 maart 2023 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Spanje en/of Italië en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ( (ongeveer) 40 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 14 t/m 22 maart 2023, hoofdstuk 6] en/of - een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 7 t/m 31 oktober 2022, hoofdstuk 8] [ZD03 Sardinië, transport 16 t/m 25 januari 2022, hoofdstuk 12] [ZD03 Sardinië, transport 26 augustus t/m 1 september 2021, hoofdstuk 14] en/of (ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 28 mei-1 juni 2020, hoofdstuk 5.1] en/of (ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 14-15 september 2020, hoofdstuk 5.2] en/of - een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Grimaud, transport 16-17 juni 2022, hoofdstuk 5.3] en/of - een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Gassin, transport 28-30 januari 2023, hoofdstuk 5.4] en/of - ( (ongeveer) 25 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 23 t/m 30 mei 2020, hoofdstuk 5.1] en/of - ongeveer) 18 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 19 september t/m 20 oktober 2020, hoofdstuk 5.2] en/of (ongeveer) 49 kilogram cocaïne, althans 47 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 21-30 mei 2020, paragraaf 15] en/of (ongeveer) 180 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 15 juni-3 juli 2020, paragraaf 16] en/of (ongeveer) 5 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 22 juni 2020, paragraaf 17] en/of (ongeveer) 45 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 13-22 juli 2020, paragraaf 19] en/of (ongeveer) 20 kilogram cocaïne, althans 3 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 24 juli 2020, paragraaf 20] en/of (ongeveer) 1 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 11 september 2020, paragraaf 27], in elk geval (telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(
- en)van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 september 2020 14 januari 2021 tot en met 16 januari 2021 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Spanje en/of Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ( (ongeveer) 150 eenheden hasjiesj, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj [ZD02, transactie 21-24 september 2020, paragraaf 30] en/of - ( (ongeveer) 299,9 kilogram hasjiesj, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj [ZD02, transport 14-16 januari 2021, paragraaf 42], in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 juli 2020 tot en met 28 maart 2023 te [plaats 1] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (contante) geldbedragen, waaronder: een geldbedrag van (ongeveer) € 1.000.000 (of 1.000.000 pond) en/of 10.000.000 Kronen, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH110], en/of een geldbedrag van (ongeveer) € 2.000.000. althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH115], en/of een geldbedrag van (ongeveer) € 1.147.915, althans een of meer (grote) groot geldbedrag(
- en)[AH161], en/of een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 513.850, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH235], en/of een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 1.067.600, althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH398], en/of (ongeveer) 23 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) (contante) geldbedrag(
- en)[AH096], en/of (ongeveer) 37 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH096], en/of (ongeveer) 41 pakketten, bestaande uit een of meer (contante) geldbedrag(en), althans een of meer (grote) geldbedrag(
- en)[AH096/AH216], (sub
- a)(telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(
- en)was, en/of verborgen en/of verhuld wie dat/die geldbedrag(
- en)voorhanden had, en/of (sub
- b)(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(
- en)dat die voornoemde (contante) geldbedrag(
- en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 4. hij op of omstreeks 28 maart 2023 te [plaats 1] en/of 29 maart 2023 te [plaats 3] en/of 18 april 2023 te [plaats 1] , althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere voertuigonderdelen, te weten: 142 motormanagementcomputers (ECU’s), aangetroffen aan de [adres 2] te [plaats 1] op 28 maart 2023 [AH637, pagina 3913] en/of 3 motorblokken, aangetroffen aan de [adres 4] te [plaats 3] op 29 maart 2023 [AH426, pagina 2899] en/of 10 kabelbomen en/of 4 navigatiesystemen en/of 8 versnellingsbakken, aangetroffen aan de [adres 1] te [plaats 1] op 18 april 2023 [AH633, pagina 3836] en/of 2 motorblokken, aangetroffen aan de [adres 2] te [plaats 1] op 18 april 2023 [AH633, pagina 3836], althans een of meer goederen, heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overdragen, terwijl hij en/of zijn mededaders, ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betroffen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 2 onder A, B en C van de Opiumwet gegeven verboden, meermalen gepleegd; feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; feit 3: medeplegen van gewoontewitwassen; feit 4: schuldheling, meermalen gepleegd. 6De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 7De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 8De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel 8.1 Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat de eis van de officieren van justitie buiten alle proporties is, gelet op opgelegde straffen in andere zaken. Bij het bepalen van de straf wordt verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat het geweldselement in deze zaak volledig ontbreekt, met het feit dat verdachte een first offender is en met de - in de pleitnota naar voren gebrachte - persoonlijke omstandigheden van verdachte. 8.3 Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de internationale handel in hard- en softdrugs. In een periode van 3 jaren is een totale hoeveelheid van 344 stuks/blokken cocaïne verhandeld. Doorgaans is een blok cocaïne ongeveer één kilogram. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het om meer dan 300 kilogram gaat. Daarnaast heeft verdachte samen met anderen bijna 300 kilogram hasj aanwezig gehad. Door het handelen van verdachte wordt de handel in verdovende middelen in stand gehouden en kan hij medeverantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Daarbij is van belang dat cocaïne zwaar verslavend is en schadelijk voor de volksgezondheid van de gebruikers van deze drug. Van de georganiseerde drugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Boven- en onderwereld raken steeds meer met elkaar vermengd. Niet alleen worden grote sommen crimineel geld geïnvesteerd in legale activiteiten en goederen, maar worden ook medewerkers van bijvoorbeeld op zichzelf bonafide bedrijven en zelfs van opsporingsinstanties omgekocht en ingezet voor de handel in drugs. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan die georganiseerde drugshandel en de geschetste schadelijke effecten van die handel, waardoor deze mede in stand blijft. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende 3 jaren samen met anderen schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een bedrag van in elk geval 5,6 miljoen Euro en 10 miljoen Kronen en daarnaast nog tientallen pakketten met een onbekende hoeveelheid geld. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan ondergronds bankieren. Criminelen konden hun contante geld bij de organisatie waar verdachte leiding aan gaf brengen. De organisatie zorgde vervolgens voor het vervoer van die contante bedragen naar andere plekken en landen, waar het vervolgens weer kon worden opgehaald. In sommige gevallen werden valuta omgewisseld in andere valuta. De organisatie kreeg vervolgens een provisie per transactie. Door deze manier van witwassen kunnen ook andere vormen van zeer ernstige criminaliteit zoals (georganiseerde) drugshandel, wapenhandel, corruptie, fraude en terrorisme worden gefinancierd. Dit maakt dat de criminele wereld in stand wordt gehouden en andere stafbare feiten mogelijk worden gemaakt. Verdachte dient zich bewust te zijn dat zijn handelen veel verder reikt dan alleen het verplaatsen van geld. Witwassen op deze enorme schaal vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende en corrumperende werking op de samenleving. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van voertuigonderdelen. Verdachte heeft in zijn autogarage voertuigonderdelen voorhanden gehad die van gestolen voertuigen afkomstig waren. Heling bevordert diefstal en daardoor blijft een illegaal circuit van in dit geval auto-onderdelen bestaan en wordt de reguliere, eerlijke handel verstoord. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Deze feiten zijn door verdachte gepleegd in georganiseerd verband, waarbij verdachte een leidinggevende/aansturende rol vervulde. Zijn autogarage was de spil van de criminele activiteiten en er was sprake van een hoge organisatiegraad bij de internationale drugshandel en geldtransacties en -transporten. Verdachte liet zijn mededaders de PGP-telefoons bedienen om contacten met andere criminele groeperingen te onderhouden. Verdachte gebruikte zijn autogarage als dekmantel voor de drugshandel en het witwassen van geld. De rechtbank neemt als strafverzwarend dat verdachte zichzelf zo buiten schot probeerde te houden. Verdachte heeft zich van alle hiervoor genoemde negatieve effecten niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin. De feiten rechtvaardigen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur. Landelijke Oriëntatiepunten Straftoemeting voor de handel in harddrugs Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) wordt voor het uitvoeren van 20 kilogram of meer harddrugs een gevangenisstraf van 60 maanden en hoger als uitgangspunt genomen. Indien dit feit wordt gepleegd in georganiseerd verband wordt een gevangenisstraf van 72 maanden en hoger als uitgangspunt genomen. Voor het verkopen en vervoeren van harddrugs vanaf 20 kilogram wordt een gevangenisstraf van 72 maanden en meer als uitgangspunt genomen. In onderhavige zaak gaat het zoals gezegd om meer dan 300 kilogram cocaïne dat ofwel is verkocht, vervoerd, uitgevoerd of aanwezig gehad en in georganiseerd verband gepleegd. Voor de aanwezigheid van softdrug zijn LOVS-oriëntatiepunten beschikbaar tot 250 kg. Voor die hoeveelheid zonder strafverzwarende omstandigheden als de organisatiegraad is het uitgangspunt bij een dergelijke hoeveelheid een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Hoewel hier geen sprake is van witwassen in een frauduleuze context, ziet de rechtbank ook voor het witwassen aanleiding om aan te sluiten bij de LOVS-oriëntatiepunten. Verdachte en zijn mededaders hebben met het witwassen op grote schaal criminele activiteiten gefaciliteerd. In het geval van verdachte gaat het om witwassen van een groot geldbedrag. Op basis van de LOVS-oriëntatiepunten zou ook voor het witwassen een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. Bij een bedrag van € 1.000.000 of hoger geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van ten minste 24 maanden. De bewezenverklaring bij verdachte licht ver boven deze € 1.000.000. De LOVS-oriëntatiepunten geven geen verdere specificatie voor een bedrag van meer dan € 1.000.000,-. De op te leggen straf Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank naast de hoeveelheden cocaïne en witgewassen bedragen, met name ook gekeken naar wat ieders rol is geweest binnen de organisatie. Ook heeft zij gekeken naar straffen die worden opgelegd in vergelijkbare zaken en in de zaken van de medeverdachten. Uit het dossier maakt de rechtbank op dat de criminele organisatie gedurende lange tijd actief is geweest en dat de bewezenverklaarde feiten mogelijk het topje van de ijsberg zijn. Dat een aantal drugstransporten niet bewezen zijn verklaard, maakt daarom niet dat de rechtbank tot een lagere straf komt dan is geëist door de officieren van justitie. De rechtbank ziet in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om tot een lagere straf te komen. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren dient te worden opgelegd. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal hierop in mindering worden gebracht. Tenuitvoerlegging Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Voorlopige hechtenis De verdediging heeft verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen. De verdediging voert daarvoor aan dat uit de recente conclusie van de Advocaat-Generaal (A-G) bij de Hoge Raad volgt dat het enkele opleggen van een vrijheidsbenemende sanctie bij vonnis, onvoldoende is voor het opheffen van de schorsing van de voorlopig hechtenis (ECLI:NL:PHR:2025:267). Daarbij komt dat verdachte zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis gehouden aan alle gestelde (bijzondere) voorwaarden. Subsidiair verzoekt de verdediging de voorlopige hechtenis van verdachte opnieuw te schorsen, al dan niet onder voldoening van een borgsom. Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat de voorlopige hechtenis van verdachte in stand moet blijven en verzet zich tegen een schorsing. De rechtbank heeft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte geschorst tot aan de einduitspraak, waardoor de voorlopige hechtenis bij het wijzen van di