RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/305249-22 Datum uitspraak : 9 mei 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wonende aan het [adres] , [postcode] in [woonplaats] . raadsman: mr. M.J. van den Hoonaard, advocaat in Apeldoorn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en met 2 juli 2021 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere anderen - hieronder opgesomd - heeft bewogen tot de afgifte van geld, althans enig goed, en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het betalen van meerdere geldbedragen met een totale waarde van 24.150 euro, namelijk: - [slachtoffer 1] (aangifte op p. 2949, 5.080 euro), - [slachtoffer 2] (aangifte op p. 2871, 7.350 euro), - [slachtoffer 3] (aangifte op p. 2803, 2.990 euro), - [slachtoffer 4] (aangifte op p. 2864, 3.750 euro), - [slachtoffer 5] (aangifte op p. 2813, 4.980 euro), en/of allen hierna genoemd 'de ontvanger', door telkens - zich in strijd met de waarheid voor te doen als een kind, althans een familielid, van de ontvanger, door die ontvanger een sms-/Whatsappbericht te sturen waarin de ontvanger aangesproken wordt met 'mam', - in dat bericht te zeggen dat de vorige telefoon kapot is gegaan en dat dit nummer het nieuwe telefoonnummer is, - zich in het daarop volgende gesprek voor te blijven doen als het kind/familielid van de ontvanger, - ( indien gevraagd) te zeggen dat en/of te doen alsof het geluid en/of videobeeld van de telefoon kapot is, - te zeggen dat er een dringend probleem is en dat er rekeningen betaald moeten worden, - de ontvanger om hulp te vragen, - ( meermalen) te vragen om een betaling voor te schieten en/of over te maken, - het bedrag en de betaalgegevens van degene die het geld moet ontvangen en/of een betaallink te sturen. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een taakstraf van 180 uren gevorderd, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 tot en met 2 juli 2021, al dan niet als medepleger, een vijftal aangevers heeft opgelicht. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Uit het dossier kan, samengevat weergegeven, worden afgeleid dat de aangevers in de ten laste gelegde periode een WhatsAppbericht ontvingen van een persoon die zich voordeed als hun kind of (ander) familielid. Deze persoon benaderde hen met een onbekend telefoonnummer, waarbij werd aangegeven dat zijn of haar telefoon kapot was gegaan (in de meeste gevallen doordat deze in de wc was gevallen). Vervolgens werd aan de aangevers gevraagd om met spoed één of meerdere rekeningen te betalen. Door de aangevers werd in alle gevallen geld overgemaakt naar verschillende rekeningnummers. Achteraf bleek telkens dat het niet hun kind was waarmee zij hadden gecommuniceerd en voor wie zij rekeningen hadden betaald. Uit de bevindingen van de politie en de verklaring van verdachte leidt de rechtbank het volgende af. Verdachte werd op 4 juli 2021 samen met drie anderen aangehouden in zijn auto. In de auto werden drie prepaid telefoons aangetroffen, waarop door de politie berichten werden gezien van de strekking als die de aangevers hadden ontvangen. De camera’s van de telefoons waren afgeplakt, waardoor het vermoeden bestond dat deze gebruikt werden voor het plegen van WhatsAppfraude. Zowel de prepaid telefoons als de iPhone van verdachte zelf werden in beslag genomen en onderzocht. De inhoud van deze telefoons (en de inhoud van de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) kon worden herleid naar verschillende aangiftes van oplichting, zowel naar die op de tenlastelegging van verdachte als ook naar andere aangiftes. De rechtbank constateert dat het dossier meerdere aanwijzingen bevat dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij of in ieder geval op de hoogte was van de oplichting van de bovengenoemde aangevers, zoals hierna zal blijken. Er kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte degene was die via WhatsApp communiceerde met de aangevers door zich voor te doen als hun kind of familielid en hen in die hoedanigheid over te halen tot het overmaken van geldbedragen. Verdachte kan niet worden gekoppeld aan één van de prepaid telefoons. Ook de inhoud van de iPhone van verdachte zelf bevat geen aanwijzingen dat hij rechtstreeks communiceerde met de aangevers om hen te bewegen tot de afgifte van het geld. Verdachte kan daarom niet als pleger van deze oplichtingen worden aangemerkt. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte wel als medepleger kan worden aangemerkt. Ook die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte is gebleken dat verdachte onderdeel uitmaakte van een Snapchatgroep met daarin veertien personen. In deze chatgroep werd volgens de politie uitsluitend over oplichtingen gecommuniceerd. Zo werden er afbeeldingen en screenshots van bankpassen en bankafschriften gedeeld en werd er gesproken over bedragen en betaallinks. De gesprekken die door de gebruikers van deze Snapchatgroep werden gevoerd, konden door de politie op basis van tijdstip en inhoud worden gekoppeld aan de verschillende aangiftes in het dossier. Ook in de iPhone van verdachte zelf werden afbeeldingen van rekeningoverzichten, een rekeningnummer, een bankpas en een lijst met persoonsgegevens aangetroffen die rechtstreeks te herleiden waren naar de aangevers op de tenlastelegging. Naar het oordeel van de rechtbank roept de deelname aan deze chatgroep en het aantreffen van de afbeeldingen in de telefoon van verdachte zonder meer vragen op. Uit deze gegevens, en ook overigens uit het dossier, komen echter onvoldoende actieve handelingen van verdachte naar voren om te kunnen spreken van de vereiste bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachten, die gericht is op het plegen van oplichtingen. De kwalificatie medeplegen is immers alleen gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde (intellectuele en/of materiële) bijdrage van verdachte aan de delicten van voldoende gewicht is. Dat is hier niet het geval, nu de rechtbank op grond van het dossier niet kan vaststellen wat de bijdrage van verdachte is geweest. Verdachte heeft nagenoeg niet actief deelgenomen aan de gesprekken in de Snapchatgroep. Hij heeft alleen een keer wat doorgestuurd. De politie vermoedt dat het daarbij ging om het doorsturen van twee afbeeldingen, maar het is onduidelijk gebleven of dit daadwerkelijk het geval was en om wat voor afbeeldingen het ging. Uit het enkele aantreffen van de afbeeldingen op de telefoon van verdachte valt eveneens niet af te leiden of verdachte een (actieve) rol had in het geheel en zo ja, welke rol dit was. Tot slot komt uit het dossier naar voren dat een zestal personen uit de voornoemde Snapchatgroep in de periode van 28 juni tot en met 4 juli 2021 in een bungalowpark in [plaats 1] verbleef. Deze zes personen namen ook deel aan een afzonderlijke Snapchatgroep. In de genoemde periode werden meerdere aangiftes gedaan die te herleiden zijn naar de prepaid telefoons, dan wel naar de medeverdachten in dit onderzoek. In tegenstelling tot de medeverdachten was verdachte blijkens zijn verklaring en de historische verkeersgegevens van zijn iPhone niet de gehele hiervoor genoemde periode aanwezig in de bungalow. Op de momenten dat de WhatsAppgesprekken met aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] werden gevoerd, straalde de telefoon van verdachte in ieder geval geen mast aan in [plaats 1] . Verdachte maakte bovendien geen deel uit van de (kleinere) Snapchatgroep waar de zes personen die de gehele periode in de bungalow verbleven wel deel van uitmaakten en niet is gebleken dat hij mee betaalde aan het verblijf. Uit de aanwezigheid van verdachte op 1 en 2 juli 2021 in de bungalow valt daarom naar het oordeel van de rechtbank evenmin af te leiden dat hij een (substantiële) rol heeft gehad bij de ten laste gelegde oplichtingen. Gezien al het voorgaande bevat het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte (als medepleger) betrokken is geweest bij de ten laste gelegde oplichtingen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken. 4De beoordeling van de civiele vorderingen De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.