← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:3667

RECHTBANK GELDERLAND Team Strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/210859-24 Datum uitspraak : 6 mei 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] , gedetineerd in de [verblijfplaats 1] , [adres 2] , [postcode 2] in [plaats 1] . Raadsman: mr. T. Geerdink, advocaat in Borne. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomenmisdrijf ommet het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld (een medewerkster van tankstation [slachtoffer 2][slachtoffer 2] )[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of een of meerandere goederen naar zijn/hun, verdachtes, gading, in elk geval enig(
  2. e)goed(eren),dat/die geheel of ten dele aan tankstation [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)met dat opzet- zich met gezichtsbedekking heeft/hebben begeven naar voornoemd tankstationen/of- zich (vervolgens) naar de toegangsdeur (van/bij de kassa) heeft/hebben begevenen/of- een mes heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of- (vervolgens) heeft/hebben gezegd "doe die kankerdeur open" en/of "ik wil geld",althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of- (daarbij) een of meermalen tegen de toegangsdeur heeft/hebben getrapt,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)voorgenomenmisdrijf om enig geldbedrag en/of een of meer andere goederen naar zijn/hun,verdachtes, gading, in elk geval enig(
  4. e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aantankstation [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(
  5. s)toebehoorde(
  6. n)weg te nemen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenenen deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doenvolgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , te plegen methet oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,met dat opzet- zich met gezichtsbedekking heeft/hebben begeven naar voornoemd tankstationen/of- zich (vervolgens) naar de toegangsdeur (van/bij de kassa) heeft/hebben begevenen/of- een mes heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of- (vervolgens) heeft/hebben gezegd "doe die kankerdeur open" en/of "ik wil geld",althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of- (daarbij) een of meermalen tegen de toegangsdeur heeft/hebben getrapt,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2.hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een of meer blikjes (fris)drank (Heineken en/of RedBull), in elk geval enig(e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan tankstation [slachtoffer 2] , in elk geval aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)toebehoorde(
  8. n)heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3.hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphen,terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eenmes, voorhanden heeft gehad. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Feit 1, feit 2 en feit 3 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (primair) tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft de feiten bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 29 juni 2024, (p. 11 en 12); het proces-verbaal van bevindingen (p.56 en 57); de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 22 april 2025. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat: 1. primairhij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  9. s)voorgenomenmisdrijf ommet het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld (een medewerkster van tankstation [slachtoffer 2][slachtoffer 2] )[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of een of meerandere goederen naar zijn/hun, verdachtes, gading, in elk geval enig(
  10. e)goed(eren),dat/die geheel of ten dele aan tankstation [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)met dat opzet- zich met gezichtsbedekking heeft/hebben begeven naar voornoemd tankstationen/of- zich (vervolgens) naar de toegangsdeur (van/bij de kassa) heeft/hebben begevenen/of- een mes heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of- (vervolgens) heeft/hebben gezegd "doe die kankerdeur open" en/of "ik wil geld",althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of- (daarbij) een of meermalen tegen de toegangsdeur heeft/hebben getrapt,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2.hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer blikjes (fris)drank (Heineken en/of RedBull), in elk geval enig(e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan tankstation [slachtoffer 2] , in elk geval aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  11. s)toebehoorde(
  12. n)heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3.hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Zutphen,terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eenmes, voorhanden heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen feit 3: handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uren met een proeftijd van twee jaar en de voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) zijn voorgesteld. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht artikel 9a Wetboek van Strafrecht toe te passen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht om voor de feiten 1 en 2 een straf op te leggen gelijk aan de eis van de officier van justitie. Voor feit 3 heeft de raadsman verzocht geen straf op te leggen. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel Justitiële Documentatie van 20 maart 2025 (het strafblad), de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming van 7 april 2025, de Pro Justitia rapportage van 29 oktober 2024, opgesteld door drs. L. Aa. GZ-psycholoog. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Strafblad Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich samen met een medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van een medewerkster van een tankstation. Verdachte en zijn medeverdachte gingen die bewuste dag met donkere en bedekkende kleding naar het tankstation toe, verdachte bedreigde daar de medewerkster met een mes en trapte tegen de toegangsdeur van de kassa aan. Het lukte verdachte en zijn medeverdachte niet om bij de kassa te komen. Verdachte nam wel blikjes Redbull mee. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op deze manier snel geld wilde verdienen. Dit soort feiten hebben een enorme impact op het slachtoffer en zorgen vanzelfsprekend voor een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. De straf De rechtbank weegt verder mee dat verdachte volledige openheid van zaken heeft gegeven en mediation heeft gedaan met het slachtoffer. Zowel de Raad als de psycholoog zien dat verdachte onder andere vanwege de diagnose FAS zeer beïnvloedbaar en impulsief is. Langer verblijf binnen de JJI is daarom niet wenselijk. Verdachte heeft intensieve begeleiding op alle leefgebieden nodig en een behandeling die ziet op het leren omgaan met zijn ADHD, zijn zwakbegaafdheid en het voorkomen van een persoonlijkheidsstoornis. De Raad vindt een leerstraf of een onvoorwaardelijke werkstraf niet passend aangezien bij verdachte vanwege zijn problematiek weinig beklijft. Een voorwaardelijke werkstraf kan wel worden opgelegd zodat verdachte toch een consequentie ervaart. Daarnaast zijn inzet en begeleiding van de jeugdreclassering nodig om de kans op recidive te verkleinen. De rechtbank is van oordeel dat de straf zoals geëist door de officier van justitie en geadviseerd door de Raad het meest passend is. Door de (al uitgezeten) detentie heeft verdachte direct de gevolgen van zijn handelen ervaren. Door de voorwaardelijke werkstraf, krijgt hij nu ook de ruimte om te werken aan zichzelf. De rechtbank hoopt dat de daarbij opgelegde voorwaarden van onder meer behandeling en begeleiding de verdachte gaan ondersteunen en dat het hem daarmee lukt om een positieve ontwikkeling door te maken en geen nieuwe strafbare feiten te plegen. De rechtbank legt voor de feiten 1 en 2 aan verdachte op een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest van verdachte, te weten 79 dagen. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt daarvan afgetrokken zodat verdachte niet terug hoeft naar de jeugddetentie. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte op een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van zestig uren, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie als verdachte deze taakstraf niet verricht. Aan de taakstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad geadviseerd. Deze voorwaarden houden in dat verdachte zal verblijven bij [verblijfplaats 2] in [plaats 2] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, meewerkt aan het vinden en behouden van een adequate dagbesteding, meewerkt aan de behandeling en begeleiding zijn (verslavings)problematiek, meewerkt aan (onverwachte) urinecontroles om middelengebruik te monitoren en meewerkt aan een meldplicht bij de jeugdreclassering. Dit alles voor zover en zolang de jeugdreclassering nodig vindt. Ten aanzien van feit 3 zal de rechtbank artikel 9a Wetboek van Strafrecht toepassen. Een ‘extra’ straf voor dit feit heeft weinig pedagogische meerwaarde en zal deze het risico op recidive niet verlagen. De rechtbank heeft in een aparte beslissing van 22 april 2025 de voorlopige hechtenis van verdachte per 23 april 2025 geschorst. 8De beoordeling van de civiele vordering [naam] heeft namens benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 350,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Ook heeft de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding naar billijkheid verzocht. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de vordering van [slachtoffer 2] op geen enkele manier is onderbouwd, terwijl een schadebedrag van € 100 voor vier blikjes Redbull op voorhand niet aannemelijk is en voor de gestelde schade aan de deur een concrete begroting of een factuur ontbreekt. Ter zitting is verder gebleken dat [slachtoffer 1] haar schade al vergoed heeft gekregen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade onvoldoende onderbouwd is, nu deze gemotiveerd betwist is. Ter zitting is verder gebleken dat [slachtoffer 1] haar schade al vergoed heeft gekregen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering. 9Het beslag Er ligt beslag op de volgende goederen: een mes (PL0600-2024300869-G3243618); een mobiele telefoon, Apple (PL0600-2024300869-G3244581). Het mes is een goed waarmee de bewezenverklaarde feiten zijn begaan. Daarom onttrekt de rechtbank dit mes aan het verkeer. De rechtbank is verder van oordeel dat de telefoon aan verdachte toebehoort en dat deze telefoon aan hem moet worden teruggeven. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9a, 36b, 36c, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie. 11De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar:  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde van feit 1 en feit 2 tot: een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 79 (negenenzeventig) dagen; beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht; en een taakstraf, te weten een werkstraf van 60 (zestig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen; bepaalt dat die werkstraf van 60 (zestig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en dat verdachte: zal verblijven bij [verblijfplaats 2] in [plaats 2] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering opstelt; meewerkt aan het vinden en behouden van een adequate vorm van dagbesteding; meewerkt aan intensieve begeleiding en behandeling voor zijn (verslavings)problematiek; meewerkt aan (onverwachte) urinecontroles om middelengebruik te monitoren; zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn; alles voor zover en zolang de jeugdreclassering nodig vindt; geeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Amsterdam, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; en onder de voorwaarden dat verdachte: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Amsterdam, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;  bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ten aanzien van feit 3; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij  verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld; Beslissing op het beslag beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen mes (een mes (PL0600-2024300869-G3243618); gelast de teruggave van de in beslag genomen Apple mobiele telefoon (PL0600-2024300869-G3244581). Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter en kinderrechter), mr. A.A.M. Bögemann en mr. Y. Yildiz, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis – van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2409041200, gesloten op 14 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.