RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/436120 / HA ZA 24-260 Vonnis van 26 maart 2025 in de zaak van [eiseres in conv] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in (deels voorwaardelijke) reconventie, hierna te noemen: [eiseres in conv] , advocaat: mr. A. van den Berg, tegen [gedaagde in conv] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in (deels voorwaardelijke) reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conv] , advocaat: mr. B. Anik. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 december 2024; - het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 februari
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Partijen hebben zes jaar een affectieve relatie gehad en ook, met een onderbreking, samengewoond in [plaats] . 2.
- Partijen zijn niet getrouwd, zijn geen geregistreerd partners en hebben evenmin een (schriftelijke) samenlevingsovereenkomst gesloten. 2.
- Partijen hebben met het oog op hun samenwoning, in augustus 2021 samen een stuk grond gekocht voor een nieuw te bouwen woning in [adres 1] (verder: de woning). Partijen zijn samen, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van de inmiddels gerealiseerde woning. 2.
- Ten behoeve van de aanschaf van de grond en de bouw van de woning is een hypothecaire lening gesloten, die is opgesplitst in meerdere delen en overeenkomsten, waarvoor partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn. Deze lening is aangegaan voor € 412.545,00, bestaande uit de volgende delen: Deel lening 1 Annuïteit € 118.822,00 Deel lening 2 Aflossingsvrij € 204.500,00 Deel lening 3 Annuïteit € 33.045,00 Overbruggingslening € 56.178,00 2.
- [gedaagde in conv] heeft de overbruggingslening van € 56.178,00 inmiddels afgelost met de opbrengst van de verkoop van zijn vorige woning. 2.
- De woning is in november 2022 opgeleverd. Partijen zijn daar niet gaan samenwonen omdat de man aangaf dat hij daar nog niet aan toe was; de man is de woning wel gaan bewonen. 2.
- [eiseres in conv] heeft bij een bezoek aan de woning in augustus 2023 ontdekt dat [gedaagde in conv] daar samenwoonde met een andere vrouw en hun pasgeboren kind. [gedaagde in conv] heeft met deze vrouw in september 2022 een religieus huwelijk gesloten, gevolgd door een huwelijk voor de (Nederlandse) wet begin
- 2.
- De relatie tussen [eiseres in conv] en [gedaagde in conv] geldt als beëindigd. 2.
- [gedaagde in conv] heeft het aandeel van [eiseres in conv] in de woning tot op heden niet overgenomen, [eiseres in conv] is niet ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en de woning staat niet te koop. [gedaagde in conv] woont in de woning met zijn gezin. 3Het geschil In conventie 3.
- [eiseres in conv] vordert na wijziging van eis bij conclusie van antwoord in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat: “Primair: I. de gezamenlijke woning in [adres 1] dient te worden verkocht en geleverd aan een derde via [bedrijf 1] te [plaats] ; II. aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om de woning te mogen verkopen door het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar, in die zin dat het vonnis van de rechtbank de wilsbeschikking van de man vervangt, om de woning in de verkoop te kunnen zetten bij een makelaar naar keuze, de verkoopprijs vast te stellen in overleg met de te kiezen makelaar en een aannemelijk bod te accepteren en de woning te verkopen en te leveren aan een derde partij en het namens de vrouw tekenen van een (concept) koopovereenkomst, waarbij het door de rechtbank te wijzen vonnis de handtekening van de man vervangt ten behoeve van de totale overdracht zoals hiervoor beschreven; III. de man wordt veroordeeld tot volledige medewerking aan de verkoop van de woning [adres 1] , in die zin dat hij de makelaar de woning laat betreden, de aanwijzingen van de makelaar zal volgen om de woning verkoopklaar te maken, eventuele kopers toe zal laten voor een bezichtiging en de woning representatief zal houden, op straffe van een dwangsom; IV. partijen een redelijk bod dienen te aanvaarden, waarbij de NVM-makelaar kan bepalen of een bod redelijk is; V. partijen de netto waarde van de woning na verkoop (verkoopopbrengst minus kosten verkoop en levering) bij helfte zullen delen; VI. als de man niet voldoet aan het onder I, II, III, en IV gevorderde, de man een dwangsom verbeurt van € 250,00 per dag dat hij in gebreke blijft met als maximum € 50.000; VII. de man alle eigenaarslasten verbonden aan de woning tot datum verdeling als eigen schuld dient te voldoen zonder nadere verrekening met de vrouw; Subsidiair: I. de gezamenlijke woning in [adres 1] door een nader door uw rechtbank aan te wijzen NVM taxateur in Arnhem wordt getaxeerd; II. de woning tegen de hieruit volgende taxatiewaarde wordt toegedeeld aan de man, onder de verplichting voor de man de aan de woning verbonden hypotheekschuld over te nemen als zijn eigen schuld en onder de opschortende voorwaarde dat de man binnen vier weken na het gereedkomen van de taxatie de financiering heeft geregeld en er zorg voor heeft gedragen dat de vouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening; III. de man, bij gelegenheid van de overdracht van de woning aan hem, de vrouw de helft van de overwaarde van de woning (taxatiewaarde minus de hypotheekschuld) dient betalen, ten overstaan van de notaris; IV. de kosten van de taxateur en van de notaris ter zake van de levering van de woning komen voor rekening van beide partijen en de overige kosten die samenhangen met de verdeling voor rekening komen van de man; V. en dat, indien de hiervoor genoemde opschortende voorwaarde niet tijdig wordt vervuld, te bepalen dat: - partijen dienen over te gaan tot verkoop van de woning en daartoe binnen twee weken na het verstrijken van de termijn voor de opschortende voorwaarde een verkoopdracht te verstrekken aan [bedrijf 1] in [plaats] ; - de man is gehouden volledig mee te werken aan de verkoop van de woning, in de zin dat hij de makelaar de woning laat betreden, de aanwijzingen van de makelaar zal volgen om de woning verkoopklaar te maken, eventuele kopers zal toelaten voor een bezichtiging en de woning representatief zal houden om de waarde van de woning te behouden; - partijen een redelijk bod dienen te aanvaarden, waarbij de verkopende makelaar zal bepalen of een bod redelijk is; - de kosten van de notaris ter zake de levering van de woning voor rekening van beide partijen komen; - partijen de netto overwaarde van de woning na verkoop (verkoopopbrengst minus kosten verkoop en levering) bij helfte zullen delen; VI. de man alle eigenaarslasten verbonden aan de woning tot datum verdeling als eigen schuld dient te voldoen zonder nadere verrekening met de vrouw.”. Bij de mondelinge behandeling heeft [eiseres in conv] de vordering terzake de dwangsom ingetrokken. 3.
- [gedaagde in conv] voert verweer en vraagt om afwijzing van de vorderingen. In (deels) voorwaardelijke reconventie 3.
- [gedaagde in conv] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: “I. Te willen bepalen dat aan de man een periode van zes maanden wordt geboden teneinde te onderzoek of hij in staat is om de woning over te nemen, gedurende welke periode er geen handelingen gericht op de verkoop van de woning aan een derde worden verricht; II. De vrouw is om een bedrag van € 41.268,05 te voldoen aan de man uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking; III. Te willen bepalen dat de woning door een derde, niet eerder bij de voorliggende zaak betrokken NVM-taxateur wordt getaxeerd, waarbij deze taxateur verzocht wordt om zich ut te laten over de waarde van de woning zowel voorafgaand aan de gedane investering, de meerwaarde door de gedane investeringen en huidige waarde van de woning; IV. Te willen bepalen dat, indien blijkt na ommekomst van de onder II genoemde termijn, dat de man niet in staat is om de woning over te nemen, partijen gehouden zijn om binnen vier weken na datum mededeling van de man een verkoopopdracht te verstrekken aan een NVM-makelaar; V. Te willen bepalen dat, ingeval de woning aan een derde wordt verkocht, partijen gehouden zijn akkoord te gaan met een redelijk bod, met dien verstande dat de op dat moment benoemde NVM-makelaar bepaald op een uitgebracht bod als redelijk beschouwd kan worden; VI. Te willen bepalen dat na ommekomst van de onder II genoemde periode partijen gehouden zijn om hun medewerking te verlenen aan het (laten) passeren van de (ver)koopakte en leveringsakte; VII. Te willen bepalen dat, nadat de woning aan een derde is verkocht, de vermoedelijk bestaande overwaarde bij helfte wordt verdeeld, in die zin dat eerst de hypothecaire geldlening en de verkoopkosten worden voldaan, waarna de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 41.268,05, waarna het alsdan mogelijkerwijs resterende saldo bij helfte dient te worden verdeeld; en, voorwaardelijk: VIII. Te willen bepalen dat, ingeval de man niet de gelegenheid krijgt om te onderzoeken of hij financieel in staat is om de woning over te nemen en de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan, aan de man het uitsluitend gebruiksrecht van de woning wordt toegekend voor de duur van zes maanden na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis.”. 3.
- [eiseres in conv] voert verweer. Zij verzoekt de rechtbank om [gedaagde in conv] niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de vorderingen af te wijzen. 4Kern van het geschil 4.
- Deze zaak gaat om de vraag wat er moet gebeuren met de woning, waarvan [eiseres in conv] en [gedaagde in conv] samen eigenaar zijn, nu hun relatie is verbroken. Een ander geschilpunt betreft de verdeling van de verwachte overwaarde van de woning, gelet op inbreng van eigen geld bij aankoop van de woning en gedane investeringen. Naast voldoening van eigenaarslasten zijn partijen het ook niet eens over de vraag wanneer de verschillende fases uit het door partijen verzochte “spoorboekje” moeten zijn doorlopen. 4.
- De rechtbank zal een “spoorboekje” opleggen aan partijen, waarbij wordt bepaald onder welke voorwaarden de woning aan [gedaagde in conv] wordt overgedragen danwel te koop wordt gezet, welke termijnen daarbij worden gehanteerd, hoe de verdeling van de verwachte overwaarde vervolgens plaatsvindt, rekening houdend met inbreng van eigen geld en gedane investeringen, en wie de eigenaarslasten draagt tot levering van de woning aan [gedaagde in conv] danwel een derde. 5De beoordeling In conventie en in (deels voorwaardelijke) reconventie 5.
- Gezien de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in (deels voorwaardelijke) reconventie zal de rechtbank de vorderingen gezamenlijk bespreken. Voor zover van belang wordt hierna op de standpunten van partijen nader ingegaan. 5.
- De rechtbank stelt het volgende voorop. Partijen zijn gezamenlijk, elk voor de onverdeelde helft, eigenaar van de woning. Omdat partijen informeel samenlevers waren, is sprake van een eenvoudige gemeenschap zoals bedoeld in artikel 3:166 Burgerlijk Wetboek (BW). Deelgenoten kunnen als uitgangspunt niet verplicht worden in een gemeenschap te blijven; zij kunnen daarvan verdeling vragen. Beide partijen willen de onverdeeldheid tussen hen beëindigen. Nu het hen zelf niet lukt daarover afspraken te maken, zal de rechtbank een beslissing nemen. Bij de vaststelling van de verdeling op grond van artikel 3:185 BW moet de rechter naar billijkheid rekening houden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan wat partijen over en weer hebben gevorderd en de rechter hoeft niet expliciet in te gaan op wat partijen aanvoeren (HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2631, NJ 1999/550). 5.
- Taxatie, toedeling woning of verkoop aan derde 5.3.
- Partijen zijn het (nog) niet eens over de actuele (huidige) waarde van de woning (in het economisch verkeer). Bij de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen kort daarvoor gezamenlijk [bedrijf 2] te [plaats] hebben ingeschakeld om de actuele waarde van de woning te bepalen. Om die reden zal de rechtbank deze makelaar opnemen in het spoorboekje. Indien partijen niet binnen twee
(2)weken na dit vonnis er alsnog in slagen gezamenlijk de waarde van de woning te bepalen, bepaalt de rechtbank dat voornoemde makelaar die actuele waarde, bindend voor partijen zal vaststellen. Partijen dienen daartoe alsdan binnen vier
(4)weken na dit vonnis gezamenlijk een opdracht tot taxatie verstrekken aan [bedrijf 2] te [plaats] , die de waarde bindend zal vaststellen, waarbij partijen de kosten van de makelaar bij helfte delen. 5.3.
- Uit [gedaagde in conv] ’s vordering volgt dat hij de woning wil overnemen, terwijl hij bij de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij daartoe in staat is. De rechtbank zal daarom de woning toedelen aan [gedaagde in conv] . Deze toedeling geschiedt tegen de onderling overeen te komen waarde, en bij gebreke daarvan: tegen de taxatiewaarde, onder de ontbindende voorwaarde dat [eiseres in conv] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de op de woning rustende hypothecaire lening(en), nu dit tussen partijen niet in geschil is. 5.3.
- [gedaagde in conv] krijgt twee
(2)maanden na het bereiken van onderlinge overeenstemming over de waarde danwel nadat het taxatierapport is opgemaakt, de tijd om het ontslag van [eiseres in conv] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen. Lukt dit niet, dan zal de woning verkocht en geleverd moeten worden aan een derde, zoals ook in de vorderingen van partijen besloten ligt. Partijen dienen binnen twee
(2)weken nadat blijkt dat [gedaagde in conv] de woning niet kan overnemen gezamenlijk een verkoopopdracht te verstrekken aan de makelaar die de taxatie heeft uitgevoerd en zijn verplicht alle medewerking te verlenen die nodig is voor voorbereiding van verkoop van de woning. In overleg met de makelaar zullen partijen dan de verkoopovereenkomst aangaan met degene(n) die de hoogste prijs biedt, indien en voor zover die prijs volgens beide partijen, gezien de onroerendgoedmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit naar beste weten en bindend kunnen bepalen. Als de verkoopprijs bindend is vastgesteld, zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van het onroerend goed aan (een) derde(n). 5.3.
- De hypothecaire geldlening zal bij gelegenheid van de eigendomsoverdracht aan [gedaagde in conv] , voor zover de hypotheek dan niet doorloopt, danwel aan een derde worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning. In het geval dat de verkoopopbrengst onvoldoende is om de hypothecaire geldlening volledig af te lossen, dragen partijen elk de helft van de restschuld. 5.3.
- Partijen dragen ieder de helft van de kosten van de makelaar (inclusief taxatie), de notaris en de overige kosten ter zake de verkoop en levering omdat zij beiden voor de helft eigenaar zijn van de woning. Van die overige kosten zijn uitgezonderd de (eventuele) kosten voor het oversluiten van de hypothecaire lening omdat die bij overdracht aan [gedaagde in conv] voor rekening van [gedaagde in conv] komen. 5.
- Wijze van verdeling, inbreng eigen geld en investeringen 5.4.
- Na aflossing van de hypothecaire schuld bij gelegenheid van de eigendomsoverdracht en voldoening van de aan de overdracht verbonden kosten zoals onder r.o. 5.3.
- omschreven, resteert mogelijk een bedrag aan overwaarde. Tussen partijen is in geschil hoe, en naar de rechtbank toevoegt: in welke volgorde, die verwachte overwaarde moet worden verdeeld. Het gaat daarbij om inbreng van eigen geld door [gedaagde in conv] en om door [gedaagde in conv] gefinancierde investeringen in de woning die zouden hebben geleid tot een waardevermeerdering. Als daar geen vergoeding voor plaatsvindt, zou [eiseres in conv] ongerechtvaardigd worden verrijkt, aldus [gedaagde in conv] . 5.4.
- [eiseres in conv] stelde in deze procedure eerst dat zij [gedaagde in conv] € 34.089,00 (€ 28.089,00 (helft inbreng geld [gedaagde in conv] ) + € 6.000 (helft waardevermeerdering woning door investeringen [gedaagde in conv] )) schuldig was. Na wijziging van eis in conventie stelde [eiseres in conv] dat de overwaarde bij helfte moest worden verdeeld zonder rekening te houden met een vergoeding aan [gedaagde in conv] . [gedaagde in conv] maakt echter aanspraak op vergoeding van een totaalbedrag van € 41.268,
- Dit bedrag bestaat uit 50% van door [gedaagde in conv] ingebracht eigen geld (€ 28.089,00) en 50% waardevermeerdering van de woning (€ 13.179,05) wegens door hem gefinancierde investeringen, waarna volgens [gedaagde in conv] het restant van de overwaarde bij helfte moet worden verdeeld. Inbreng eigen geld [gedaagde in conv] 5.4.
- De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat [gedaagde in conv] de overwaarde van zijn vorige woning ad € 56.178,00 heeft gebruikt om een deel van de gemeenschappelijke woning te financieren. [gedaagde in conv] heeft dus meer dan zijn aandeel bijgedragen in de financiering van de woning. Gesteld noch gebleken is dat het de bedoeling van partijen was dat het door [gedaagde in conv] geïnvesteerde geld uiteindelijk voor 50% aan [eiseres in conv] zou toekomen. [eiseres in conv] zou verrijkt worden indien zij op dat bedrag aanspraak zou kunnen maken. Daarvoor is geen grondslag aangevoerd of gebleken. 5.4.
- De rechtbank volgt daarmee [gedaagde in conv] in zijn stelling dat [eiseres in conv] gelet op het bepaalde in artikel 6:212 BW ongerechtvaardigd zou worden verrijkt, in het geval de (te verwachten) overwaarde van de woning bij helfte zou worden verdeeld, zonder dat uiteindelijk rekening wordt gehouden met de inbreng van eigen geld door [gedaagde in conv] . Dit betekent dat [eiseres in conv] aan [gedaagde in conv] moet vergoeden de helft van deze inbreng, te weten een bedrag van € 28.089,
- Investeringen woning 5.4.
- Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, blijkt dat werkzaamheden aan de (nieuwbouw)woning zijn uitgevoerd, waardoor de woning in waarde is vermeerderd. Partijen verschillen echter vooral van mening over de omvang van de waardevermeerdering. 5.4.
- [gedaagde in conv] heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat de woning in waarde is vermeerderd met het door hem gestelde bedrag van € 29.358,
- Dit betekent dat de rechtbank geen reden ziet om [gedaagde in conv] te volgen als het gaat om de hoogte van de waardevermeerdering als gevolg van door hem gefinancierde werkzaamheden. Voor dit oordeel is het volgende van belang. 5.4.
- De rechtbank stelt voorop dat investeringen in een woning niet per definitie leiden tot een waardevermeerdering van de woning met een zelfde bedrag als dat van de investeringen. Een rapport waaruit de door [gedaagde in conv] gestelde waardevermeerdering blijkt, ontbreekt. Die waardevermeerdering onderbouwt [gedaagde in conv] evenmin afdoende door uit het rapport van de ene makelaar de laagste waarde te kiezen en uit het rapport van een andere makelaar de hoogste verkoopwaarde (inclusief verbeteringen). 5.4.
- Verder valt op dat [gedaagde in conv] bij conclusie van antwoord een overzicht van werkzaamheden en bijbehorende bedragen heeft overgelegd en bij akte eveneens, terwijl stukken die de posten op die overzichten onderbouwen, nagenoeg ontbreken ondanks de gemotiveerde betwistingen door [eiseres in conv] . De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde in conv] met die summiere overzichten zijn vordering op dit onderdeel evenmin voldoende heeft onderbouwd. In het oog springt dat die overzichten verschillen: sommige posten staan wel op het ene overzicht en niet op het andere, terwijl ook de bedragen van de betreffende posten in hoogte verschillen. Bij de mondelinge behandeling heeft [gedaagde in conv] daarover verklaard dat het eerste namens hem overgelegde overzicht niet klopt en buiten beschouwing gelaten moet worden. [gedaagde in conv] ’s toelichting daarbij, namelijk dat het eerste overzicht door zijn broer is opgesteld, acht de rechtbank geen afdoende verklaring voor de onderlinge verschillen en de stelling dat het tweede overzicht wel juist is. [gedaagde in conv] is evenmin voldoende ingegaan op de gemotiveerde en met stukken onderbouwde betwistingen van de diverse posten door [eiseres in conv] . Zo heeft [eiseres in conv] bij conclusie van antwoord in reconventie een stuk overgelegd waaruit blijkt dat de gietvloer is voldaan uit het (gemeenschappelijk) bouwdepot, alsmede Whatsappberichten waaruit volgt dat de kosten van het stucwerk lager uitvielen. 5.4.
- Dat niettemin sprake is van enige waardevermeerdering als gevolg van door [gedaagde in conv] betaalde werkzaamheden, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan. Daarbij is van belang dat [eiseres in conv] zich in eerste instantie, voor wijziging van haar eis, op het standpunt heeft gesteld dat zij [gedaagde in conv] een bedrag van € 6.000,00 diende te vergoeden vanwege de waardevermeerdering van de woning als gevolg van door [gedaagde in conv] gefinancierde werkzaamheden. Uit de door [eiseres in conv] bij dagvaarding overgelegde mail van NVM makelaar/taxateur [naam 1] van [bedrijf 1] te [plaats] volgt dat in september 2023 het verschil van de verkoopwaarde van de woning met en zonder verbeteringen op € 12.000,00 is getaxeerd. Gesteld noch gebleken is dat het de bedoeling van partijen was dat de waardevermeerdering voor zover gerealiseerd met door [gedaagde in conv] gefinancierde werkzaamheden, aldus uiteindelijk voor 50% aan [eiseres in conv] zou toekomen. [eiseres in conv] zou verrijkt worden indien zij op dat bedrag aanspraak zou kunnen maken. Daarvoor is geen grondslag aangevoerd of gebleken. 5.4.
- De rechtbank volgt daarmee [gedaagde in conv] in zijn stelling dat [eiseres in conv] gelet op het bepaalde in artikel 6:212 BW ongerechtvaardigd zou worden verrijkt, in het geval de door [gedaagde in conv] aldus gerealiseerde waardevermeerdering bij helfte zou worden verdeeld, zonder dat rekening wordt gehouden met die financiering door [gedaagde in conv] . Dit betekent dat [eiseres in conv] aan [gedaagde in conv] moet vergoeden de helft van deze waardevermeerdering, te weten een bedrag van € 6.000,
- Wat door [eiseres in conv] verder is aangevoerd in het kader van het beheer van de gemeenschap op grond van artikel 3:170 BW leidt niet tot een ander oordeel en behoeft dus geen verdere bespreking meer. 5.4.
- In het kader van de hierna onder r.o. 5.
- te bespreken eigenaarslasten heeft [gedaagde in conv] nog aangevoerd dat de door hem betaalde hypothecaire aflossingen uit de overwaarde van de woning aan hem moeten worden vergoed. Dit is echter als zodanig geen onderdeel van de vordering in reconventie. In r.o. 5.
- wordt op deze betalingen verder ingegaan, voor zover het betrekking heeft op de vordering tot het betalen van de eigenaarslasten. Samenvatting, wijze van verdeling 5.4.
- Het vorenstaande betekent dat [eiseres in conv] aan [gedaagde in conv] dient te vergoeden de som van de in r.o. 5.4.
- (€ 28.089,00) en 5.4.10 (€ 6.000,00) genoemde bedragen, dus € 34.089,00 totaal. Hoewel dit niet via de gemeenschap loopt, zal de rechtbank bepalen dat dit wordt verrekend ter gelegenheid van de verdeling van de verwachte netto overwaarde dan wel verkoopopbrengst van de woning op de navolgende in r.o. 5.4.
- te omschrijven wijze. 5.4.
- Beide partijen komt na voldoening van de onder r.o. 5.3.4 en r.o. 5.3.
- genoemde schuld respectievelijk kosten de helft van het dan resterende bedrag toe. Op de helft die [eiseres in conv] toekomt, dient vervolgens een bedrag van € 34.089,00 in mindering te worden gebracht door uitkering van dat bedrag aan [gedaagde in conv] op het moment van de notariële overdracht aan [gedaagde in conv] danwel aan een derde. Het zou niet juist zijn het bedrag van € 34.089,00 eerst door aftrek van de (verwachte) netto-overwaarde aan [gedaagde in conv] uit te keren en vervolgens het restantbedrag bij helfte te verdelen, omdat [gedaagde in conv] op die wijze dan indirect voor 50% zou bijdragen aan het bedrag van € 34.089,00 dat [eiseres in conv] hem moet vergoeden. 5.
- Eigenaarslasten 5.5.
- Partijen schermen over en weer met aanspraken terzake eigenaarslasten en gebruiksvergoedingen. Voorafgaand aan de procedure was [gedaagde in conv] nog bereid de eigenaarslasten weg te strepen tegen de gebruiksvergoeding (brief 18 maart 2024). Inmiddels hebben partijen andere posities ingenomen. [eiseres in conv] wil dat [gedaagde in conv] de eigenaarslasten volledig voor zijn rekening neemt. Tegenover het betoog van [gedaagde in conv] dat daarbij een uitzondering moet gelden voor de maandelijkse hypothecaire aflossing staat de aanspraak van [eiseres in conv] op een gebruiksvergoeding omdat [gedaagde in conv] het exclusief gebruik van de woning heeft. 5.5.
- De gebruiksvergoeding maakt echter geen onderdeel uit van de eis (het petitum) in conventie, evenmin als de maandelijkse hypothecaire aflossing als eigenaarslast onderdeel is van de eis in reconventie. [eiseres in conv] heeft wel gevorderd dat [gedaagde in conv] de eigenaarslasten, dus inclusief de maandelijkse hypothecaire aflossing, als eigen schuld voor zijn rekening neemt tot de datum van de verdeling, zonder nadere verrekening. 5.5.
- De rechtbank zal de vordering en de (tegen)verweren van partijen in samenhang bespreken. De woning is gezamenlijk eigendom van partijen. Dit betekent in beginsel dat beide partijen in hun onderlinge verhouding draagplichtig zijn voor de eigenaarslasten. 5.5.
- Vaststaat, dat [gedaagde in conv] tot op heden de woning steeds heeft bewoond, met uitsluiting van [eiseres in conv] , en dat [gedaagde in conv] de eigenaarslasten steeds heeft betaald. Gelet op de stellingen van partijen in deze procedure spitst dit geschilpunt zich toe op de vraag wie de maandelijkse hypothecaire aflossing moet voldoen en tot welk bedrag. De gedachte daarbij is dat door die aflossing de hypotheekschuld afneemt, zodat bij toedeling aan [gedaagde in conv] danwel overdracht aan een derde een navenant (verwachte) hogere overwaarde te verdelen valt; daarvan profiteert [eiseres in conv] in dat geval ook. 5.5.
- Uit een bij akte overgelegd overzicht van november 2023 volgt dat [gedaagde in conv] op deellening 1 (Annuïteitenhypotheek) € 315,60 per maand aflost en op deellening 3 (Annuïteitenhypotheek) € 74,41 per maand. De maandelijkse huurlasten van [eiseres in conv] bedragen € 900,
- 5.5.
- De rechtbank ziet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen aanleiding het in algemene bewoordingen gevoerde verweer van [gedaagde in conv] om de aflossingen op de hypotheek uit te zonderen van de te betalen eigenaarslasten, te honoreren. Enerzijds profiteert [eiseres in conv] wel van de aflossingen die [gedaagde in conv] doet, omdat de schuld die uiteindelijk in de verdeling wordt betrokken hierdoor lager wordt, maar anderzijds lijdt [eiseres in conv] ook een nadeel, nu zij van aanvang af niet het gebruik en genot van de woning heeft waarop zij als deelgenoot op grond van artikel 3:169 BW wel recht heeft, zij zelf als gevolg daarvan (extra) kosten voor eigen huisvesting moet maken en zij langer moet wachten op toedeling van haar deel in de eventuele overwaarde. De rechtbank acht het redelijk dat voordeel en dat nadeel tegen elkaar weg te strepen, aangezien [eiseres in conv] ook anderszins geen schadeloosstelling voor dat nadeel ontvangt. 5.5.
- De rechtbank stelt vast dat de vordering van [eiseres in conv] na wijziging van eis in reconventie niet langer ziet op de gebruikerslasten van de woning. Dit komt naar het oordeel van de rechtbank ook overeen met de hoofdregel dat gebruikerslasten in beginsel voor rekening komen van degene die gebruik maakt van de woning. Nu in het standpunt van [gedaagde in conv] besloten ligt dat hij de gebruikerslasten voor zijn rekening neemt, is er ook overigens geen belang meer bij een beslissing op dit punt. 5.5.
- Dit alles betekent dat de rechtbank zal bepalen dat [gedaagde in conv] de eigenaarslasten van de woning als eigen schuld dient te voldoen, zonder beroep op verrekening, tot het moment dat de overdracht aan hem danwel aan een derde plaatsvindt. 5.
- Termijnen 5.6.
- Bij het bepalen van de hiervoor opgenomen termijnen heeft de rechtbank gelet op de belangen van partijen: enerzijds het door tijdsverloop toegenomen belang van [eiseres in conv] bij verdeling van de gemeenschappelijke woning en ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid terzake de hypothecaire schuld, mede zodat zij een andere woning kan aanschaffen, en anderzijds het belang van [gedaagde in conv] bij het (mogelijk) overnemen van de woning en voortgezet gebruik van de woning met zijn (nieuwe) gezin. 5.6.
- De rechtbank heeft deze termijnen op een kortere duur gesteld dan door [gedaagde in conv] gevorderd. De reden daarvoor is dat [gedaagde in conv] sinds herfst 2022 al rekening moest houden met een verdeling van de woning. [gedaagde in conv] heeft dus al geruime tijd de mogelijkheden van een verdeling kunnen verkennen, variërend van overname door hem danwel verkoop aan een derde. In dat laatste geval zou dit immers meebrengen dat hij (met zijn gezin) de woning moet ontruimen. [gedaagde in conv] heeft onvoldoende concreet en specifiek toegelicht waarom hij niet (eerder) in staat is geweest te onderzoeken of, en zo ja onder welke voorwaarden, hij financieel in staat was de woning over te nemen. 5.
- Uitvoerbaar bij voorraad, proceskosten, overig 5.7.
- Gelet op het vorenstaande, het belang van [eiseres in conv] bij verdeling en het tijdsverloop, ziet de rechtbank aanleiding de veroordelingen zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 5.7.
- Gelet op de affectieve relatie die er tussen partijen is geweest en omdat het geschil uit de afwikkeling van die relatie voortvloeit, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5.7.
- Wat door partijen meer of anders in deze procedure is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en behoeft daarom geen nadere bespreking. 6De beslissing De rechtbank in conventie en in (deels voorwaardelijke) reconventie: 6.
- bepaalt dat, indien partijen niet binnen twee
(2)weken na dit vonnis er alsnog in slagen gezamenlijk de waarde van de woning te bepalen, de woning aan [adres 1] getaxeerd dient te worden naar de actuele waarde in het economisch verkeer, waarbij partijen binnen vier
(4)weken na dit vonnis gezamenlijk een opdracht tot taxatie verstrekken aan [bedrijf 2] te [plaats] , die de waarde bindend zal vaststellen, en bepaalt dat partijen de kosten van de makelaar bij helfte delen, 6.2. bepaalt dat de woning aan [gedaagde in conv] wordt toegedeeld tegen de onderling overeen te komen waarde, en bij gebreke daarvan: tegen de taxatiewaarde, indien hij binnen twee
(2)maanden na het bereiken van onderlinge overeenstemming over de waarde danwel na de taxatie in staat is om de toedeling van de woning te financieren door overname van de hypothecaire geldlening met ontslag van [eiseres in conv] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, en bepaalt dat de kosten in verband met de toedeling van de woning aan [gedaagde in conv] door partijen bij helfte worden gedragen, met uitzondering van de kosten van het oversluiten van de hypothecaire lening, die voor rekening van [gedaagde in conv] blijven, 6.3. bepaalt dat de woning verkocht en geleverd dient te worden aan een derde indien het [gedaagde in conv] niet lukt om binnen twee
(2)maanden na het bereiken van onderlinge overeenstemming over de waarde danwel na de taxatie aan te tonen dat hij in staat is de woning over te nemen zoals hiervoor beschreven, en bepaalt dat: partijen in dat geval binnen twee
(2)weken nadat blijkt dat [gedaagde in conv] de woning niet kan overnemen gezamenlijk een verkoopopdracht dienen te verstrekken aan de makelaar die de taxatie heeft uitgevoerd, partijen verplicht zijn alle medewerking te verlenen die nodig is voor voorbereiding van verkoop van de woning, bepaalt dat partijen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene(n) die de hoogste prijs biedt, indien en voor zover die prijs volgens beide partijen, gezien de onroerendgoedmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit naar beste weten en bindend kunnen bepalen, bepaalt dat als de verkoopprijs bindend is vastgesteld beide partijen verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van het onroerend goed aan (een) derde(n), bepaalt dat bij verkoop en levering aan een derde de hypothecaire lening dient te worden afgelost en de verkoopkosten tussen partijen bij helfte dienen te worden gedeeld, in het geval dat de verkoopopbrengst onvoldoende is om de hypothecaire geldlening volledig af te lossen, partijen elk de helft van de restschuld dragen, 6.
- bepaalt dat het restant van de overwaarde (bestaande uit de onderling overeengekomen waarde danwel de taxatiewaarde minus hypotheekschuld) danwel het restant van de verkoopopbrengst (bestaande uit koopsom minus hypotheekschuld) na aftrek van de kosten, bij helfte dient te worden gedeeld door partijen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, zij ieder daarvan de helft dragen, met dien verstande dat: 6.4.
- aan [gedaagde in conv] ten laste van [eiseres in conv] een vergoedingsrecht toekomt ter grootte van € 34.089,00, welk bedrag in mindering wordt gebracht op de helft van het bedrag dat [eiseres in conv] ingevolge r.o. 6.
- toekomt, 6.4.
- de onder r.o. 6.4.
- bedoelde verrekening plaatsvindt bij de notariële levering van de woning aan [gedaagde in conv] , danwel bij notariële levering aan een derde, 6.
- bepaalt dat [gedaagde in conv] de eigenaarslasten van de woning als eigen schuld dient te voldoen, zonder beroep op verrekening, tot het moment dat de notariële levering aan hem danwel aan een derde plaatsvindt, 6.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 6.
- wijst het meer of anders in conventie danwel in (deels voorwaardelijke) reconventie gevorderde af, 6.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op 26 maart
- 167