RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11373377 \ CV EXPL 24-8518 Vonnis van 28 mei 2025 in de zaak van [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.J. Meijer, tegen [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: TVM rechtshulp B.V. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties;- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie;- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie; - de conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie;- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil in conventie 2.1. [eiser] vordert in conventie – samengevat – [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 3.541,32, bestaande uit € 3.105,82 aan hoofdsom en € 435,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.105,82 vanaf 5 juli 2024, danwel 19 september 2024, danwel de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 435,50 indien [gedaagde] dit bedrag niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voldoet, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten. 2.2. [eiser] legt hieraan ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestaat op grond waarvan hij in opdracht van [gedaagde] diverse werkzaamheden als schipper heeft verricht. [gedaagde] is toerekenbaar tekort geschoten in haar betalingsverplichting uit hoofde van deze overeenkomst van opdracht door een bedrag van € 3.105,82 onbetaald te laten. Nu de betalingstermijn is verstreken, is [gedaagde] in verzuim en daarom wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. 2.3. [gedaagde] voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3Het geschil in voorwaardelijke reconventie 3.1. [gedaagde] vordert voorwaardelijk in reconventie, namelijk in het geval de kantonrechter het beroep op verrekening in conventie afwijst, – samengevat – [eiser] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 3.643,46, bestaande uit € 3.198,60 aan hoofdsom, € 444,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.198,60 vanaf 11 september 2024 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [eiser] in de proces- en nakosten. 3.2. [gedaagde] legt hieraan ten grondslag dat zij schade heeft geleden als gevolg van het handelen van [eiser] . [eiser] zou op enig moment, na onenigheid met een matroos, het schip hebben verlaten. Hij zou daarbij verkeerd hebben aangemeerd en het schip niet schoon hebben achtergelaten. De schade is als volgt opgebouwd: probleem oplossen in Eefde € 420,00 km Groesbeek-Eefde-Groesbeek € 34,50 kosten verkeerd afmeren € 250,00 schoonmaakkosten € 801,80 stilliggen schip voor schoonmaak € 1.692,30 Totaal € 3.198,60 (exclusief btw) 3.3. [eiser] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie 4.1. Aangezien de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk. 4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht als schipper op grond van een overeenkomst van opdracht. De voor deze werkzaamheden verzonden factuur van € 3.105,82 is onbetaald gebleven. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. Het door [gedaagde] gevoerde verweer van verrekening houdt in feite een erkenning van het bestaan van een schuld jegens [eiser] in, aangezien het bestaan van die schuld een voorwaarde is om tot verrekening over te gaan. De vordering in conventie zal dan ook worden toegewezen, behoudens voor zover het beroep op verrekening slaagt. Hetgeen ten grondslag is gelegd aan het verrekeningsverweer is gelijk aan de grondslag van de voorwaardelijke eis in reconventie. 4.3. Ter onderbouwing van het beroep op verrekening en de vordering in reconventie heeft [gedaagde] gesteld dat zij schade heeft geleden als gevolg van het handelen van [eiser] . [eiser] zou op enig moment, na onenigheid met een matroos, het schip hebben verlaten. Hij zou daarbij verkeerd hebben aangemeerd en het schip niet schoon hebben achtergelaten. [gedaagde] noemt daarbij geen rechtsgrond op grond waarvan de schade op [eiser] kan worden verhaald. Gezien de door [gedaagde] ingenomen stelling, zal de kantonrechter de schadevorderingen beoordelen aan hand van de verplichting van [eiser] om bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (artikel 7:401 BW). 4.4. De werkzaamheden met betrekking tot het oplossen van een probleem tussen [eiser] en een matroos (schadeposten a en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.