RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/449417 / HA ZA 25-126 Vonnis van 14 mei 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. E. Yilmaz te Lent, tegen
- de vennootschap onder firma [gedaagde 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [gedaagde 2], in hoedanigheid van vennoot van gedaagde sub 1, wonende te [woonplaats] ,
- [gedaagde 3], in hoedanigheid van vennoot van gedaagde sub 1, wonende te
(9040)[woonplaats] (België), gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagden] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- Omdat gedaagde sub 3 mede gevestigd is in [vestigingsplaats] , heeft de Nederlandse rechter ook ten aanzien van hem rechtsmacht (artikel 62 lid 1 jo. 4 lid 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 jo. artikel 1:14 BW). Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering absoluut en relatief bevoegd. De zaak moet naar Nederlands recht worden beoordeeld. 2.
- De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen. 2.
- [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank zal € 1.435,58 toewijzen. 2.
- [gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 127,75 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.214,00 (1 punt × € 1.214,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.514,
- 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 4.058,09, 3.
- veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 52.000,00, 3.
- veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 10.000,00, 3.
- veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 1.435,58 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
- veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 10.300,64, 3.
- veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 4.514,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.